← België

Arrest 182752 - Energie - 08/05/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.752 Rolnummer: A. 88251/XII-2521 Zaak: Arrest 182752 - Energie - 08/05/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-23 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 08:00 Fiche Arrest nr 182.752 van 8 mei 2008 Economische zaken - Energie Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.752 van 8 mei 2008 in de zaak A. 88.251/XII-

  1. In zake : de CVBA TUSSENGEMEENTELIJKE ELEKTRICITEITS- VERENIGING VAN KAMPENHOUT EN STEENOKKERZEEL, in vereffening, met zetel te Kampenhout, F. Wouterslaan 8 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij advocaat B. Staelens, kantoor houdende te Brugge, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46 bus
  2. tussenkomende partij : De CVBA SIBELGAS, die woonplaats kiest bij advocaten V. Busschaert en F. Judo, kantoor houdende te Brussel, Keizerslaan
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de CVBA Tussengemeentelijke Elektriciteitsvereniging van Kampenhout en Steenokkerzeel, in vereffening, (hierna: TGEK) op 3 december 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 30 september 1999 van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Sport in zoverre zij de wijziging die de buitengewone algemene vergadering van TGEK op 17 mei 1999 in artikel 3 van de statuten heeft aangebracht, niet goedkeurt; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 29 februari 2000; Gelet op de beschikking van 3 april 2000 die de tussenkomst van de CVBA Sibelgas toelaat; XII-2521-1/8 Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien de memorie van tussenkomende partij; Gezien het verslag opgesteld door auditeur B. Thys; Gelet op de beschikking van 4 november 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 10 september 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 november 2007; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. De Ridder, die loco advocaat Chr. Coen verschijnt voor verzoekster, van advocaat I. Verhelle, die loco advocaat B. Staelens verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat F. Judo, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak
  4. In 1927 wordt tussen de gemeenten Berg, Kampenhout, Perk en Peutie de intercommunale TGEK opgericht. Sinds de fusie van gemeenten in 1976 zijn de gemeenten Kampenhout en Steenokkerzeel de enige deelgenoten. Het maatschappelijk doel van deze coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid wordt in artikel 3 van haar statuten als volgt omschreven : XII-2521-2/8 “De Interkommunale heeft tot doel de voortbrengst, het transport en de distributie van elektrische energie en gas te verzekeren en dit in de ruimste zin van deze woorden. Ze mag zich inlaten met alle verrichtingen en deelnemen aan alle bedrijvigheden die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben op dit doel”. Op 16 oktober 1986 beslist de raad van bestuur van verzoekster om als “aangesloten gemeente - gas”, als “aangesloten gemeente - elektriciteit” en als “distributiemaatschappij” deel te nemen aan de CVBA Sibelgas en om in die intercommunale de noodzakelijke inbrengen te doen “voorzien door de statuten”. Die inbrengen worden bepaald in de statuten van de CVBA Sibelgas. Het gaat onder meer over het inbrengen van “alle rechten die [TGEK] [bezit] teneinde de distributie van elektrische energie en/of van gas onder een distributiedruk op [het] grondgebied [van de gemeenten waarvoor zij is toegetreden] te verzekeren”. Op 17 mei 1999 beslist de buitengewone algemene vergadering van TGEK een aantal wijzigingen aan de statuten aan te brengen. Eén van deze wijzigingen betreft het schrappen van de woorden “en gas” in artikel 3, zodat de voortbrengst, het transport en de distributie van gas niet langer tot het maatschappelijk doel behoren. Bij brief van 1 juli 1999, gericht aan de administratie Binnenlandse Aangelegenheden van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, verzoekt de directeur-zaakvoerder deze statutenwijzigingen goed te keuren. Op 29 juli 1999, hetzij nog vóór de beslissing aangaande de goedkeuring, beslist de buitengewone algemene vergadering dat de intercommunale TGEK geheel wordt ontbonden en stelt zij een college van vereffenaars aan. Op 30 september 1999 beslist de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Sport statutenwijzigingen van 17 mei 1999 goed te keuren, uitgezonderd de wijziging van het artikel
  5. De niet-goedkeuring van de wijziging van het artikel 3 steunt op volgende overwegingen : “Overwegende dat de wijziging in artikel 3 van de statuten van T.G.E.K. er toe strekt de gasvoorziening uit de doelstellingen van de intercommunale te lichten; dat deze wijziging door de vennoten aangemerkt wordt als een ontbinding van de intercommunale voor de activiteit gas; dat de voortijdige ontbinding van een intercommunale slechts het resultaat kan zijn van de daartoe aangewende wettelijk voorziene procedure volgens artikel 22 van de wet van 22 december 1986; dat de procedure van een statutenwijziging niet misbruikt mag worden om een ontbinding te bewerkstelligen; dat overigens de ontbinding XII-2521-3/8 het bestaan zelf van de rechtspersoon aantast en niet gegenereerd wordt door het afstand doen van een deelactiviteit van de vennootschap; Overwegende bovendien dat de wijziging in artikel 3 van de statuten van T.G.E.K., die dus niet een voortijdige ontbinding als resultaat heeft, de uittreding van T.G.E.K. uit de intercommunale Sibelgas voor de activiteit gasdistributie met zich zou meebrengen; dat een dergelijke uittreding strijdig is met artikel 49 van de statuten van Sibelgas; dat zodoende de procedure van een statutenwijziging gevolgen heeft die enkel bereikt kunnen [worden] door de toepassing van hetzij de formele wettelijke ontbindingsprocedure, hetzij de statutaire uittredingsprocedure; dat hierdoor de rechten van Sibelgas worden geschonden”. De ontvankelijkheid Standpunt van de partijen
  6. In haar verzoekschrift verantwoordt verzoekster haar belang bij de zaak als volgt : “Inzoverre de statuten niet in overeenstemming zijn met de beslissing van de algemene vergadering om de aardgasactiviteit stop te zetten, heeft de verzoekende partij belang om deze beslissing aan te vechten. Bij beslissing van 29 juli 1999 heeft de algemene vergadering beslist de intercommunale volledig te ontbinden en heeft zij hiertoe vereffenaars aangesteld. Zolang de vereffening niet wordt afgesloten heeft de verzoekende partij belang dat haar statuten in overeenstemming zijn met de rechtsgeldige beslissingen van haar algemene vergadering”.
  7. Verwerende partij doet in de memorie van antwoord gelden dat het bestaan van het rechtens vereiste belang in hoofde van verzoekster slechts kan worden aangenomen indien twee voorwaarden vervuld zijn: zij moet door de bestreden administratieve rechtshandeling een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wettig nadeel lijden en de nietigverklaring van die rechtshandeling moet haar een direct en persoonlijk voordeel verschaffen. Het niet kunnen uitvoeren van de stopzetting van de aardgasactiviteit vormt voor verzoekster een nadeel dat voortvloeit uit de bestreden beslissing, doch dit nadeel is “achterhaald” aangezien verzoekster inmiddels heeft besloten zich geheel te ontbinden, wat het stopzetten van al haar activiteiten impliceert. Een vernietiging kan voor haar geen enkel nuttig effect meer opleveren. Voorts is het zo dat verzoekster krachtens artikel 178 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen enkel geacht wordt voort te bestaan met het oog op haar vereffening, zodat haar rechtsbekwaamheid beperkt is tot de bevoegdheden die nodig zijn om de vereffening tot een goed einde te brengen. Voorliggend beroep, dat de nietigverklaring beoogt van een eerdere beslissing tot XII-2521-4/8 stopzetting van de aardgasactiviteit, kan niet in deze beperkte rechtsbekwaamheid worden ingepast.
  8. Verzoekster reageert in de memorie van wederantwoord dat de vereffenaars verplicht zijn de statuten na te leven zodat het voor de rechtszekerheid van belang is te weten of de statutenwijziging van 17 mei 1999 al dan niet rechtskracht heeft. Tussenkomende partij heeft “verschillende rechtsgedingen ingesteld” en de vereffenaars, die de ontbonden intercommunale in deze rechtsgedingen vertegenwoordigen, hebben er “uiteraard belang [bij] te weten of de statutenwijziging van 17 mei jl. al dan niet rechtskracht heeft”. Bovendien wordt in het tweede middel aangevoerd dat bedoelde statutenwijziging bij ontstentenis van een tijdig niet-goedkeuringsbesluit van de minister geacht moet worden stilzwijgend te zijn goedgekeurd.
  9. Ook de tussenkomende partij betwist verzoeksters belang. In de memorie van tussenkomst stelt zij dat verzoekster onvoldoende verklaart welk mogelijk nadeel zij ingevolge de bestreden beslissing zou lijden. Indien verzoekster meent dat een aantal van haar beslissingen dreigen te worden aangevochten op grond van een mogelijke niet-conformiteit met haar statuten, moet worden opgemerkt dat een dergelijk nadeel louter hypothetisch is. Bovendien moet het belang van de niet-goedgekeurde statutenwijziging worden gerelativeerd door “de stappen die verzoekende partij heeft gezet in de richting van een algehele stopzetting van haar activiteiten”. Aangezien verzoekster krachtens artikel 178 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen enkel bevoegd is de nodige stappen te zetten met het oog op haar vereffening, “kan niet worden ingezien op welke basis zij nog een statutenwijziging tot een goed einde zou willen brengen”.
  10. In de laatste memorie blijft verzoekster erbij dat zij wel degelijk nog over een belang beschikt omdat een vennootschap in vereffening steeds dient te handelen overeenkomstig haar statuten en het onderhavig beroep juist gevolgen heeft voor de inhoud van deze statuten. Bovendien zou de overeenstemming van de statuten met de beslissing van de bijzondere algemene vergadering de vereffening aanzienlijk vereenvoudigen : “Het staat immers ontegensprekelijk vast dat de verhouding tussen verzoekster en tussenkomende partij, de C.V. Sibelgas, gespannen verloopt, onder meer m.b.t. de vraag of verzoekster al dan niet de gasdistributie uit haar statuten mocht schrappen”. XII-2521-5/8 Beoordeling
  11. De bestreden beslissing betreft de niet-goedkeuring op 30 september 1999 door de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Sport van de wijziging die op 17 mei 1999 door de buitengewone algemene vergadering werd aangebracht aan artikel 3 van de statuten van de intercommunale, waardoor de voortbrengst, het transport en de distributie van gas uit het maatschappelijk doel van de intercommunale werden geschrapt. Bedoelde statutenwijziging impliceerde een stopzetting van de activiteiten op het vlak van de aardgasdistributie. Uit de stukken van het dossier en uit het verzoekschrift tot nietigverklaring blijkt dat verzoekster aldus beoogde een gedeeltelijke “ontbinding” van de intercommunale tot stand te brengen. Op 29 juli 1999 echter heeft de buitengewone algemene vergadering beslist de intercommunale geheel te ontbinden. Dit besluit is niet in rechte aangevochten en is derhalve definitief. Waar aldus de verwerende partij op 29 juli 1999 er vrijwillig en onvoorwaardelijk voor koos om de intercommunale gehéél te ontbinden en ál haar activiteiten stop te zetten, is het alleszins niet evident dat zij nog belang erbij heeft de beslissing te zien vernietigd worden van twee maanden later, waarbij ten onrechte geweigerd zou zijn een statutenwijziging goed te keuren die het stopzetten van een gedéélte van haar activiteiten tot stand moest brengen. Zelfs indien de vernietiging zou worden uitgesproken op grond van het tweede middel, waarin verzoekster betoogt dat de wijziging eigenlijk vanaf 20 augustus 1999 voor stilzwijgend goedgekeurd moet worden gehouden, blijft de vaststelling dat zij hoe dan ook nog vooraleer de statutenwijziging van 17 mei 1999 -ten gevolge van de aangevochten goedkeuring van 30 september 1999- uitvoerbaar werd, reeds tot een veel verdergaande stopzetting van haar activiteiten had beslist.
  12. Alleszins is het belang waarop verzoekster zich in haar verzoekschrift heeft beroepen, erin bestaande “dat haar statuten in overeenstemming zijn met de rechtsgeldige beslissingen van haar algemene vergadering”, niet van aard om een voldoende belang te staven. Het laat zich namelijk niet onderscheiden van een algemeen belang bij het naleven van de wet. XII-2521-6/8
  13. Voorts wordt vastgesteld dat ofschoon verzoekster reeds ten tijde van het indienen van het verzoekschrift in vereffening was gesteld, zij er pas in latere procedurestukken, inzonderheid in de laatste memorie, is kunnen toe komen om bij haar belang ook het vergemakkelijken van de vereffening te betrekken. Niet alleen echter tornt zij daarmee aan de grenzen die zij zelf in haar verzoekschrift aan het gerechtelijk debat heeft gesteld, vooral laat ze na in verband met dat aspect van haar belang zelfs maar een minimale duidelijkheid te verschaffen. Terecht reageert verwerende partij in háár laatste memorie dat het belang niet kan voortvloeien uit theoretische bespiegelingen met betrekking tot het principiële gelijk of ongelijk, dat het enkel en alleen kan blijken uit concrete elementen, dat precies die concrete elementen ontbreken, en dat nog altijd niet blijkt wat er voor verzoekster anders zou zijn “ware er door de verwerende partij geen besluit getroffen in het kader van het administratief toezicht”. Het verzuim van verzoekster komt voor des te meer bezwaarlijk te zijn nu het auditoraatsverslag er juist toe beperkt was haar het vereiste belang te ontzeggen en nu verzoekster er zich dan ook bijzonderlijk rekenschap van moest hebben gegeven dat zij in de laatste memorie alle mogelijke klaarheid met betrekking tot haar belang had bij te brengen. De toelichting in de brief van 23 oktober 2007 en ter terechtzitting zijn in deze omstandigheden te laat, en overigens ook te gering, om het euvel goed te maken.
  14. De conclusie uit al het voorgaande is dat verzoekster zonder belang moet worden verklaard en dat de besproken exceptie van gebrek aan belang gegrond is. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  15. Het beroep wordt verworpen. XII-2521-7/8 Artikel
  16. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoekster. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht mei 2008, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-2521-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.752 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.