id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.762 Rolnummer: A. 132595/VII-28915 Zaak: Arrest 182762 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 08/05/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-21 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 08:01 Fiche Arrest nr 182.762 van 8 mei 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.762 van 8 mei 2008 in de zaak A. 132.595/VII-28.
- In zake : Antoine POPPE (overleden), die woonplaats koos te SINT-MARTENS-LATEM, Mortelputstraat 31 tegen : de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest (OVAM). die woonplaats kiest bij advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te OOSTENDE, E. Beernaertstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Antoine POPPE op 3 februari 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van :
- de aanmaning van verzoeker door OVAM, met een brief van 3 december 2002, om als saneringsplichtige over te gaan tot bodemsanering op het perceel Sint- Martens-Latem, 1ste afdeling, sectie B, nr. 0516 x 3;
- de vraag van OVAM aan verzoeker, met een brief van 5 december 2002, om binnen een termijn van 14 dagen te laten weten of een boorput op het perceel reeds buiten gebruik gesteld werd en welke andere maatregelen in afwachting van de bodemsaneringswerken er reeds genomen zijn en nog zullen genomen worden om mens en milieu te beschermen tegen de gevaren van de vastgestelde verontreiniging; Gelet op het arrest nr. 120.130 van 4 juni 2003 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van het geding ingediend door verzoeker; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; VII-28.915-1/3 Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. PROVOOST; Gelet op de beschikking van 24 april 2007, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan verzoeker op 11 mei 2007; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan verzoeker, op grond van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij verzoeker binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat verzoeker niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat ook de rechthebbenden van verzoeker -die inmiddels is overleden- het geding niet hebben hervat, noch hebben gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan verzoeker melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat verzoeker binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te zijnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, VII-28.915-2/3 BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de rechthebbenden van verzoeker. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de rechthebbenden van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht mei tweeduizend en acht, door : de H. L. HELLIN, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-28.915-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.762 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.120.130 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div