id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.903 Rolnummer: A. 97432/X-9894 Zaak: Arrest 182903 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 14/05/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-23 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-29 08:02 Fiche Arrest nr 182.903 van 14 mei 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.903 van 14 mei 2008 in de zaak A. 97.432/X-
- In zake : Paul MICHIELSEN, die woonplaats kiest bij advocaat V. GOOSSENS, kantoor houdende te 2640 MORTSEL, Leopoldlei 81 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. CLAES, kantoor houdende te 2550 KONTICH, Mechelsesteenweg
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Paul MICHIELSEN op 15 november 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 14 september 2000 van de Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media waarbij zijn beroep tegen de beslissing van 20 september 1998 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen houdende weigering van de vergunning voor het verkavelen van een grond gelegen te Vosselaar, Hofeinde, kadastraal bekend sectie A, nrs. 34/h, 65, 69/a, 70, 71, 72, 73, wordt verworpen; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de beschikking van 23 december 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; X-9894-1/6 Gelet op de beschikking van 10 maart 2008 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 11 april 2008; Gehoord het verslag van staatsraad P. LEFRANC; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. CLAES, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De feiten 1.
- Op 6 augustus 1993 wordt namens de consoorten MICHIELSEN bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Vosselaar een aanvraag ingediend tot het verkavelen van een grond, gelegen te Vosselaar, Hofeinde-Kapelstraat, in negen loten voor open bebouwing. 1.
- Volgens de vergunningverlenende overheden ligt deze grond overeenkomstig het bij koninklijk besluit van 30 september 1977 vastgestelde gewestplan Turnhout deels in woongebied en deels in natuurgebied. Volgens de verzoeker ligt de grond volledig in woongebied. 1.
- Na een voorwaardelijk gunstig vooradvies van 3 juli 1995 van het college van burgemeester en schepenen, brengt de gemachtigde ambtenaar op 25 juni 1996 volgend advies uit: “Gunstig voor kavel 1 t/m 4 van bijgaand ontwerp; Op voorwaarde dat: - bijgaande stedebouwkundige voorschriften worden toegepast; - de kopers worden ingelicht dat bij het indienen van de bouwaanvragen een bomenplan dient bijgevoegd te worden en dat de vereiste kappingen slechts kunnen verkregen worden in functie van de op te richten constructie. X-9894-2/6 Kavels 6 en 7 (beperkt tot de diepte van het woongebied) komen samen met kavel 5 slechts in aanmerking om verkaveld te worden nadat de verlegging van de waterloop goedgekeurd werd door de Bestendige Deputatie van de provincie Antwerpen en maken derhalve geen deel uit van de verkaveling. Kavels 8 en 9 zijn gelegen in het natuurgebied, komen niet in aanmerking om verkaveld te worden en maken evenmin deel uit (van) de verkaveling”. 1.
- Het college van burgemeester en schepenen weigert op 18 november 1996 de verkavelingsvergunning in zijn geheel op volgende gronden: “Overwegende dat de gronden deel uitmaken van het domein ‘Het Hof’; dat dit domein van oudsher bebost is; Overwegende dat door de uitvoering van de verkaveling het domein substantieel wordt geschonden; dat de voorwaarden opgenomen in het advies van de gemachtigde ambtenaar dit niet afdoende voorkomen; Overwegende dat, voor een voldoende behoud van het domein, het aangewezen is het verkavelen te weigeren; Overwegende dat het bouwen van één woning op de gronden kan worden overwogen, op voorwaarde dat de inplanting, de grootte, het uitzicht, de materialen een volledig behoud van het domein waarborgen; Gelet op het koninklijk besluit van 28 december 1972, betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen, inzonder artikel 19 al. 3, luidend als volgt : ‘De vergunning wordt evenwel, ook al is de aanvraag niet in strijd met het gewestplan of ontwerp-gewestplan slechts afgegeven zo de uitvoering van de handelingen en werken verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening; Besluit: Artikel 1 - Geweigerd wordt de vergunning omtrent de aanvraag (...)”. 1.
- De bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen verwerpt het beroep van de consoorten MICHIELSEN tegen dit weigeringsbesluit bij besluit van 24 september
- 1.
- Het beroep van de consoorten MICHIELSEN tegen dit laatste weigeringsbesluit wordt na het ongunstig advies van de afdeling bos en groen van 28 augustus 2000, bij het bestreden ministerieel besluit van 14 september 2000 verworpen op volgende gronden: “Overwegende dat de grond volgens het gewestplan Turnhout, vastgesteld bij koninklijk besluit van 30 september 1977, voor de eerste 50 meter vanaf de voorliggende weg Hofeinde gelegen is in een woongebied, en voor het overige gedeelte in een natuurgebied; dat het woongebied, overeenkomstig de meting op het gewestplan op schaal 1/10.000, zich uitstrekt tot halverwege het voorziene lot 8, waar het nog een diepte heeft van 20 meter ten opzichte van de voorliggende Kapelstraat; (...) X-9894-3/6 Overwegende dat het voorziene lot 9 volledig, en het lot 8 voor ruim twee derden gelegen is in natuurgebied; dat deze twee loten dan ook niet in aanmerking komen om te verkavelen; Overwegende dat het voorziene lot 7 voor twee derden gelegen is in woongebied, en voor het achterliggende gedeelte in natuurgebied; dat het beperken van dit lot tot het gedeelte slechts een diepte heeft van 25m tot 35m; dat deze diepte onvoldoende is gezien de ligging aansluitend op het natuurgebied; dat ook voor dit lot geen vergunning kan gegeven worden; Overwegende dat lot 5 volledig, en lot 6 grotendeels gelegen is in het woongebied; dat echter lot 5 doorkruist wordt door een onbevaarbare waterloop; dat weliswaar het verkavelingsplan de verlegging van deze waterloop langsheen de grens tussen lot 5 en lot 6 voorziet, maar dat hiertoe nog geen goedkeuring werd verkregen; dat het dan ook niet zeker is dat het voorgestelde tracé de optimale oplossing is; dat overigens ook geen rekening werd gehouden met een bouwvrije strook van 5 meter die gebruikelijk dient worden vrijgehouden voor het onderhoud van de waterloop; dat om deze reden ook voor de loten 5 en 6 geen vergunning kan worden gegeven; Overwegende dat de voorziene loten 1 tot 4 integraal gelegen zijn binnen het woongebied; dat echter deze loten bebost zijn, zodat een advies van de bevoegde afdeling Bos en Groen werd gevraagd; dat deze afdeling op 28 augustus 2000 volgend ongunstig advies verleende: (...) Overwegende dat inderdaad op 30 juni 2000 een ministerieel besluit werd getroffen houdende vaststelling van een ontwerp van lijst van voor bescherming vatbare monumenten, stads- en dorpsgezichten, waarbij de voormalige pastorie met bijhorend domein voorlopig wordt beschermd; dat de geplande verkaveling zich integraal binnen het beschermde domein bevindt; dat op een voorlopig beschermd monument de verplichting tot instandhouding rust; dat dan ook geen vergunning kan gegeven worden tot het verkavelen van dit terrein; Overwegende dat om al deze redenen geen vergunning kan gegeven worden voor de gevraagde verkaveling; dat het beroep van de particulier dient verworpen; (...)”.
- De grond van de zaak 2.
- Het eerste middel is afgeleid uit de schending van “de artikelen 2 en 3 van de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen, artikel 2 van het Decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en dorps- en stadsgezichten (...), het Decreet van 16 april 1996 houdende bescherming van landschappen (...), het zorgvuldigheidsbeginsel en (...) het vertrouwensbeginsel (...) en het rechtzekerheidsbeginsel en art. 159 van de gecoördineerde Grondwet”. De verzoeker stelt dat het ministerieel besluit van 30 juni 2000 waarbij de voormalige pastorie met bijhorend domein aan de Hofeinde 136 te Vosselaar wegens zijn historische en architectuur-historische waarde als monument voorlopig wordt beschermd onwettig is, waardoor na toepassing van artikel 159 van de Grondwet het weigeringsmotief van het hier bestreden X-9894-4/6 ministerieel besluit dat steunt op het ministerieel beschermingsbesluit niet draagkrachtig is. 2.
- De verwerende partij bevestigt dat de “geplande verkaveling (...) zich integraal (bevindt) binnen het beschermde domein: de ganse verkaveling behoort tot een als momunent geklasseerd domein” en stelt dat “de vergunning- verlenende overheid verplicht was rekening te houden met hoger voormeld besluit van 30 juni 2000” en dat de verzoeker “de onwettigheid van het besluit van 30 juni 2000 niet meer deugdelijk (kan) inroepen”. 2.
- De verzoeker dupliceert dat de Raad van State “er aldus toe gehouden (is) om de toepassing van een onwettige bestuurshandeling te weigeren n.a.v. een exceptie van onwettigheid”, “het beschermingsbesluit een normatieve administratieve rechtshandeling” is en “flagrant en onbetwistbaar onwettig (...)”. 2.
- Het beschermingsbesluit van 30 juni 2000 bezit essentieel een individueel karakter en heeft zodoende geen normatieve waarde. De formulering van het artikel 9 van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten leidt niet tot een andere conclusie. Het bedoelde beschermingsbesluit heeft krachtens die decretale bepaling “verordenende” kracht, doch dit moet begrepen worden als “(ver)bindende kracht”. 2.
- Binnen de beroepstermijn werd geen beroep tot nietigverklaring ingesteld tegen dit beschermingsbesluit. De regelmatigheid van definitief geworden individuele beslissingen kan niet meer betwist worden, ook niet bij wege van een op artikel 159 van de Grondwet gesteunde exceptie van onwettigheid. Het eerste middel is bijgevolg onontvankelijk. 2.
- Het tweede en het derde middel zijn genomen uit de schending van “de artikelen 2 en 3 van de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen en het motiveringsbeginsel”. De verzoeker betoogt in het tweede middel dat “in rechte geheel niet gemotiveerd wordt waarom de verkavelingsvergunning niet zou kunnen worden afgeleverd voorafgaandelijk aan de vergunning voor het verleggen van de waterloop, en onder de voorwaarde tot vergunning daartoe”. In het derde middel betwist hij de overweging in het bestreden besluit dat de loten 7, 8 en 9 volgens het gewestplan in natuurgebied zijn gelegen. Vermits het in het eerste middel besproken weigeringsmotief decisief van aard is, X-9894-5/6 zijn de in het tweede en derde middel betwiste weigeringsmotieven overtollig, waardoor de eventuele onwettigheid ervan niet kan leiden tot de onwettigheid van het bestreden besluit. Het tweede en derde middel zijn onontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien mei 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, P. LEFRANC, staatsraad, Mevr. T. TEMMERMAN, griffier, De griffier, De voorzitter, T. TEMMERMAN. R. STEVENS. X-9894-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.903 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div