id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.905 Rolnummer: A. 91001/X-9483 Zaak: Arrest 182905 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 14/05/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-26 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 08:02 Fiche Arrest nr 182.905 van 14 mei 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.905 van 14 mei 2008 in de zaak A. 91.001/X-9483. In zake : Hadelin KERVYN de MEERENDRÉ (overleden), rechtsgeding hervat door: 1. Elisabeth van EYLL, 2. Bénédicte KERVYN de MEERENDRÉ, 3. Thierry KERVYN de MEERENDRÉ, 4. Edmond KERVYN de MEERENDRÉ, 5. Michel KERVYN de MEERENDRÉ, die woonplaats kiezen bij advocaten T. VANDENPUT en P. DE MAEYER, kantoor houdende te 1160 BRUSSEL, Tedescolaan 7 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat S. VAN GEETERUYEN, kantoor houdende te 1080 BRUSSEL, Leopold II-laan 180. tussenkomende partij : de n.v. KPN ORANGE BELGIUM, thans de n.v. BASE, die woonplaats kiest bij advocaat G. van THUYNE, kantoor houdende te 1150 BRUSSEL, Tervurenlaan 268A. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Hadelin KERVYN de MEERENDRÉ op 14 april 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 28 januari 2000 van de gemachtigde ambtenaar voor zover aan de administratie wegen en verkeer een bouwvergunning wordt verleend voor het bouwen van een zendmast op een perceel gelegen te Wezembeek-Oppem, Kollebloemlaan, kadastraal bekend sectie D, nr. 87/c/11; Gelet op het arrest nr. 93.108 van 7 februari 2001 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; X-9483-1/10 Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, op 8 maart 2001 ingediend door verzoeker; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 25 juli 2001 ingediend door de n.v. KPN ORANGE BELGIUM, thans de n.v. BASE; Gelet op de beschikking van 28 augustus 2001 die de tussenkomst van de n.v. KPN ORANGE BELGIUM, thans de n.v. BASE, toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien de memorie van de tussenkomende partij; Gezien het uittreksel uit het register der overlijdensakten van de gemeente Sint-Lambrechts-Woluwe waaruit blijkt dat Hadelin KERVYN de MEERENDRÉ op 31 oktober 2001 te Sint-Lambrechts-Woluwe is overleden; Gezien het op 7 december 2001 aan de Raad van State gerichte verzoekschrift waarbij Elisabeth van EYLL, Bénédicte KERVYN de MEERENDRÉ, Thierry KERVYN de MEERENDRÉ, Edmond KERVYN de MEERENDRÉ en Michel KERVYN de MEERENDRÉ verklaren het geding te hervatten; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur T. DE WAELE; Gelet op de beschikking van 25 juni 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 19 februari 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 14 maart 2008; Gehoord het verslag van staatsraad P. LEFRANC; X-9483-2/10 Gehoord de opmerkingen van advocaat P. DE MAEYER, die verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat B. SPELEERS, die loco advocaat S. VAN GEETERUYEN verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat P. LOUAGE, die loco advocaat G. van THUYNE verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : 1. De feiten 1.1. Op 2 augustus 1999 dient de directeur-generaal van de administratie wegen en verkeer een bouwaanvraag in voor het oprichten van elf zendmasten, geschikt voor vier GSM-operatoren, op lokaties in eigendom langs autosnelwegen op het grondgebied van Oevel (Westerlo), Ham, Hoegaarden, Hoeselt, Kuringen (Hasselt), Lummen, Hasselt, Peutie (Vilvoorde), Diegem (Machelen), Wezembeek-Oppem en Groot-Bijgaarden (Dilbeek). 1.2. Het wordt niet betwist dat de oorspronkelijke verzoeker woonde aan de overzijde van de straat op een afstand van ongeveer 30 meter van de voorziene inplantingsplaats van de zendmast op site nummer 10 te Wezembeek- Oppem aan de Kollebloemlaan. 1.3. Het bouwperceel te Wezembeek-Oppem is volgens het bij koninklijk besluit van 7 maart 1977 vastgesteld gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse deels gelegen in woongebied en deels in gebied voor autosnelweg. De zendmast en installatie zijn integraal voorzien in woongebied. Het betrokken perceel is niet gelegen binnen een gebied waarvoor een door de Koning -thans de Vlaamse regering- goedgekeurd bijzonder plan van aanleg bestaat, en evenmin binnen het gebied van een behoorlijk vergunde verkaveling. X-9483-3/10 1.4. Na gunstige adviezen van het bestuur van de luchtvaart en het instituut voor het archeologisch patrimonium geeft de gemachtigde ambtenaar op 27 augustus 1999 een voorwaardelijk gunstig advies dat luidt: “De mast wordt ingeplant op een spievormig restperceel tussen de autosnelweg en een villaverkaveling. Het perceel is in een woonzone gelegen. Gelet op de nabijheid van de luchthaven werd de hoogte van deze mast beperkt tot 30 meter (in plaats van de gebruikelijke 42 meter) zodat de visuele impact tot de dichtst gelegen woningen (op 30 meter) beperkt zal blijven. Uit een plaatsbezoek is gebleken dat deze site planologisch en stedenbouwkundig de meest verantwoorde keuze is in dit hoogresidentieel gebied doch dat bijzondere aandacht dient besteed aan het kleurgebruik. Het project is om deze redenen in overeenstemming met de telecomcode mits de pyloon in een groene kleur te verven zodat een betere integratie met bebost bouwperceel bekomen wordt. Er wordt dan ook een voorwaardelijk gunstig advies verstrekt: verven van de installatie in het groen (reeds toegezegd door de bouwheer)”. 1.5. De directeur-generaal van A.R.O.H.M. verleent bij besluit van 22 december 1999 de bouwvergunning voor de sites 1, 2, 3, 5, 6, 7 en 10. Er wordt geen vergunning verleend voor de sites 4, 8, 9 en 11. 1.6. In de beslissing wordt er, wat de site te Wezembeek-Oppem betreft, van uitgegaan dat het college van burgemeester en schepenen verzuimd heeft om tijdig een advies over de aanvraag te verlenen. Het college blijkt evenwel tijdig een ongunstig advies te hebben verstrekt dat als volgt luidt: “(...) Het oprichten van steeds maar nieuwe masten zal leiden tot een onherstelbare situatie waardoor het residentiële karakter van de gemeente in gevaar wordt gebracht. Het ingediend ontwerp is daarenboven niet in harmonie met de residentiële bebouwing in de omgeving, vormt een permanente, visuele hinder en is derhalve onverenigbaar met de goede aanleg van de plaats”. 1.7. De directeur-generaal van A.R.O.H.M. trekt hierop de bouwvergunning van 22 december 1999 in en verleent de bouwvergunning opnieuw bij besluit van 28 januari 2000 voor de sites 1, 2, 3, 5, 6, 7 en 10. Voor deze laatste site luidt de motivering als volgt: “(...) Volgens het gewestplan is de aanvraag gelegen in woongebied en gebied voor autosnelweg. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor X-9483-4/10 sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. Een G.S.M.-mast kan als dienstverlening worden beschouwd. Hij is niet van die aard dat hij omwille van stedenbouwkundige impact in een eigen gebied dient te worden afgezonderd. Vele G.S.M.-installaties bevinden zich in woongebied, aangezien daar trouwens het drukst mobiel getelefoneerd wordt. De mast staat onder andere ten dienste van de mensen die in dit gebied wonen of die zich in deze woonzone bevinden en er wensen te telefoneren. Hij neemt bovendien slechts een zeer beperkte oppervlakte in. Bovendien staat de mast ook ten dienst van de gebruikers van de autosnelweg en kan als noodzakelijke nevenuitrusting van deze autosnelweg beschouwd worden. De gemeente Wezembeek-Oppem heeft in haar ongunstig advies ook de verenigbaarheid met de gewestplanbestemming vastgesteld. De overige argumenten van het schepencollege, die geleid hebben tot hun ongunstig advies, kunnen niet bijgetreden worden omwille van de volgende redenen. De inplanting wordt voorzien op een spievormig restperceel tussen de autosnelweg en een villaverkaveling. De Ring rond Brussel te Wezembeek- Oppem is één van de drukste verkeerswegen van het land, met bovendien vaak filevorming. In een dergelijk gebied wordt er zeer veel vanuit de wagen mobiel getelefoneerd. Hierdoor is de behoefte aan zendinstallaties onvermijdelijk groter dan in meer rurale gebieden. Om een wildgroei aan masten te vermijden poogt de overheid de operatoren te bewegen tot bundeling van hun zendinstallaties. De voorliggende aanvraag voorziet een mast voor vier operatoren. Hierdoor kan vermeden worden dat op deze plaats 4 verschillende masten moeten worden gebouwd. De Ring rond Brussel loopt hier in een sleuf tussen villawijken. Het vinden van een geschikte lokatie in dergelijk gebied is niet eenvoudig. Gelet op het feit dat dit restperceel de meest verantwoorde locatie is in dit hoogresidentieel gebied, kan de aanvraag aanvaard worden mits de hoogte van de pyloon beperkt wordt tot 30 meter (zoals aangevraagd) en de pyloon groen geschilderd wordt voor een betere integratie in het bebost perceel. Op die manier wordt de te verwachten visuele hinder voor de omwonenden (de dichtstbijzijnde woning ligt op 30 meter) tot een minimum beperkt. De aanvraag is aldus verenigbaar met de onmiddellijke omgeving”. 2. Wat betreft het verzoek tot samenvoeging 2.1. De verzoeker vraagt in zijn verzoekschrift tot voortzetting en in zijn memorie van wederantwoord om deze zaak om proceseconomische redenen samen te voegen met de zaak G/A 90.743/X-9468. Het voorwerp in beide zaken is identiek. 2.2. De tussenkomende partij betoogt in haar memorie zich naar de wijsheid van de Raad van State te gedragen, evenwel onder het voorbehoud dat zij zou kunnen antwoorden op de middelen die in voormelde procedure waarin zij niet is tussengekomen, worden ingeroepen. X-9483-5/10 2.3. Het thans samenvoegen van beide zaken zou proceseconomisch niet verantwoord zijn. Het blijkt niet dat de samenvoeging om een eventuele andere reden echt noodzakelijk zou zijn. Het verzoek tot samenvoeging wordt afgewezen. 3. De ontvankelijkheid 3.1. De verzoeker argumenteert in zijn memorie van wederantwoord dat zijn belang dat hij “kan doen gelden bij de vernietiging van de bestreden beslissing (...) beperkt is tot de GSM-zendmast (...) te Wezembeek-Oppem (...)”, dat hij “geen enkel rechtens vereist belang zou kunnen doen gelden om de nietigverklaring van de verleende bouwvergunning te vorderen voor die zendmasten die gelegen zijn in Oevel, Ham, Tienen, Hoeselt, Kuringen, Lummen, Hasselt, Peuti, Diegem en Groot-Bijgaarden, aangezien de nadelige gevolgen die uit de bouw van voormelde zendmasten zouden voortvloeien geenszins tot in Wezembeek-Oppem voelbaar of waarneembaar zijn”, dat het “evident (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.