id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.952 Rolnummer: Zaak: Arrest 182952 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 15/05/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-22 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-29 08:03 Fiche Arrest nr 182.952 van 15 mei 2008 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Samenvoeging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.952 van 15 mei 2008 in de zaken A. 106.481/XII-
- A. 155.290/XII-
- In zake : Lucien HAMERS, die woonplaats kiest bij advocaat I. Dedecker, kantoor houdende te Genk, Stoffelsbergstraat 4 tegen : de GEMEENTE MAASMECHELEN, die woonplaats kiest bij advocaat W. Mertens, kantoor houdende te Beringen, Scheigoorstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Lucien Hamers op 27 juni 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 30 april 2001 van de gemeenteraad van Maasmechelen waarbij, eensdeels, het gemeenteraads- besluit van 7 september 1993 tot bekrachtiging van het besluit van 18 augustus 1993 van het college van burgemeester en schepenen houdende zijn aanstelling als waarnemend gemeentesecretaris, wordt ingetrokken en, anderdeels, Luc Dorissen tijdelijk, gedurende de afwezigheid van Ingrid Lieten, als waarnemend gemeentesecretaris wordt aangesteld (zaak A. 106.481/XII-3175); Gezien het verzoekschrift dat Lucien Hamers op 2 september 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 6 juli 2004 van de gemeenteraad van Maasmechelen tot bekrachtiging van het besluit van 19 mei 2004 van het college van burgemeester en schepenen waarbij Luc Dorissen als waarnemend gemeentesecretaris bij afwezigheid van Sabine Bervaes wordt aangesteld (zaak A. 155.920/XII-4248). Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur B. Thys; XII-3175-1/23 Gelet op de beschikkingen van 19 juli 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van de dossiers gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikkingen van 20 maart 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 april 2007; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. Dedecker, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat A. Beelen, die loco advocaat W. Mertens verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur B. Thys; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feitelijke gegevens van de zaken 1.
- Verzoeker is sedert 1 augustus 1965 in dienst van het gemeentebestuur van Maasmechelen. Hij bekleedt de functie van afdelingshoofd van afdeling 1 “Algemene diensten, personeel, info, economie, toerisme”. Luc Dorissen is diensthoofd van de cel economie van dezelfde afdeling. 1.
- Bij besluit van 15 maart 1984 van het college van burgemeester en schepenen van Maasmechelen, op 8 mei 1984 bekrachtigd door de gemeenteraad, wordt verzoeker de eerste keer voor een bepaalde periode aangesteld als waarnemend gemeentesecretaris. Verzoeker vervult sedertdien, in geval van tijdelijke afwezigheid van de gemeentesecretaris, telkens de functie van waarnemend gemeentesecretaris. XII-3175-2/23 Bij gemeenteraadsbesluit van 5 juli 1990 wordt verzoeker aangesteld als waarnemend gemeentesecretaris “ingeval de heer Bemelmans Pierre, gemeentesecretaris van Maasmechelen, tijdelijk afwezig zou zijn”. 1.
- Nadat Pierre Bemelmans als gemeentesecretaris is opgevolgd door Ingrid Lieten, beslist het college van burgemeester en schepenen op 18 augustus 1993 verzoeker aan te stellen als waarnemend gemeentesecretaris “in geval mevrouw Lieten Ingrid, gemeentesecretaris van Maasmechelen, tijdelijk afwezig zou zijn”. Deze beslissing steunt op de volgende overwegingen : “Overwegende dat de gemeentesecretaris bij elke vergadering dient aanwezig te zijn, zowel van het Schepencollege als van de Gemeenteraad; Overwegende dat de gemeentesecretaris alle stukken betreffende het gemeentebestuur, samen met de Burgemeester, dient te ondertekenen; Gelet op de vele andere werkzaamheden, waarbij de gemeentesecretaris aanwezig dient te zijn, zoals ondertekening van notariële en onderhandse akten, vergaderingen van werkgroepen e.a.; Aangezien voor een tijdelijke afwezigheid van de gemeentesecretaris, inzonderheid tijdens verlof- of ziekteperioden, in haar vervanging dient voorzien te worden; Gelet op de besluiten van de Gemeenteraad dd. 1 december 1992 en 12 januari 1991 inzake bevoegdheid tot aanstellingen; Gaat over, bij geheime stemming, tot aanstelling van een waarnemend gemeentesecretaris, tijdens de afwezigheid van de gemeentesecretaris-titularis”. Dit aanstellingsbesluit wordt op 7 september 1993 door de gemeenteraad bekrachtigd. 1.
- Op 17 november 2000 beslist het college van burgemeester en schepenen de aanstelling van verzoeker als waarnemend gemeentesecretaris te bevestigen voor de periode van 7 november 2000 tot 7 november 2002 waarin gemeentesecretaris Ingrid Lieten afwezig is wegens gecontingenteerd verlof, alsook voor die periode een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur op te stellen. Het college steunt zijn beslissing inzonderheid op de vereisten van “de bestendigheid van bestuur” en op het gegeven dat verzoeker de functie “sedert 1984 voor meerdere korte en langere periodes tot voldoening heeft uitgeoefend”. Ingevolge deze beslissing wordt tussen het college van burgemeester en schepenen en verzoeker een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur voor een duidelijk omschreven werk gesloten. XII-3175-3/23 1.
- Op 5 januari 2001 beslist het college van burgemeester en schepenen, inzonderheid op grond van de overweging dat “[i]n de periode na de gemeenteraadsverkiezingen en voor de installatie van de nieuwe gemeenteraad en het nieuw college van burgemeester en schepenen [...] op het vlak van personeelsbeleid een aantal beslissingen [werden] genomen die niet of slechts gedeeltelijk in overeenstemming zijn met het gemeentelijk personeelsbehoeftenplan (o.m. het organogram), het personeelsstatuut en/of de geest van het gevoerde personeelsbeleid”, onder meer aan de gemeenteraad voor te stellen “het besluit tot onbeperkte aanstelling van [verzoeker] in te trekken en na [een] selectieproef de eerst gerangschikte kandidaat aan te duiden”. 1.
- Tijdens dezelfde zitting beslist het college “de procedure [te starten] voor de selectie van een dienstdoende sekretaris op basis van de funktiebeschrijving van de sekretaris”, voorts de vastbenoemde personeelsleden vanaf de graad Al onmiddellijk schriftelijk in kennis te stellen van deze vacature met het verzoek hun eventuele kandidatuur vóór 12 januari 2001 schriftelijk te melden aan de personeelsdienst en, ten slotte, een “deskundige jury” aan te stellen die ermee wordt belast van iedere kandidaat een interview af te nemen teneinde te beoordelen of het profiel van de kandidaten overeenstemt met de functiebeschrijving van secretaris. 1.
- Met nota’s van 8 januari 2001 worden de vastbenoemde personeelsleden vanaf de graad Al, waaronder verzoeker, in kennis gesteld van de selectieprocedure voor de aanstelling van een waarnemend gemeentesecretaris, evenals van de mogelijkheid om zich daarvoor kandidaat te stellen. Verzoeker stelt zich niet kandidaat. Op 16 januari 2001 worden de enige twee personeelsleden die zich kandidaat hebben gesteld, geïnterviewd door de jury. 1.
- Op 22 januari 2001 beslist de gemeenteraad zijn besluit van 7 september 1993 tot bekrachtiging van het besluit van 18 augustus 1993 van het college van burgemeester en schepenen houdende de aanstelling van verzoeker als waarnemend gemeentesecretaris, in te trekken. XII-3175-4/23 XII-3175-5/23 Tijdens dezelfde zitting beslist de gemeenteraad één van de twee kandidaten, Luc Dorissen, aan te stellen als waarnemend gemeentesecretaris. 1.
- Met op 23 februari 2001 ter post aangetekend verzonden verzoekschriften vordert verzoeker bij de Raad van State de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van de onder de punten 1.
- en 1.
- vermelde beslissingen. 1.
- Op 9 maart 2001 schorst de gouverneur van de provincie Limburg het besluit van 17 november 2000 van het college van burgemeester en schepenen waarbij de aanstelling van verzoeker als waarnemend gemeentesecretaris voor de periode van 7 november 2000 tot 7 november 2002 werd bevestigd. De gouverneur overweegt dat het desbetreffende collegebesluit niet door de gemeenteraad tijdens zijn eerstvolgende vergadering werd bekrachtigd, zoals nochtans is voorgeschreven door artikel 50 van de nieuwe gemeentewet, dat een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur alleen kan worden gesloten met een waarnemend secretaris die geen personeelslid is en dat op een waarnemend secretaris die wel personeelslid is, het koninklijk besluit van 19 april 1962 betreffende de toekenning van een toelage wegens uitoefening van hogere functies aan het provinciaal en gemeentelijk personeel, van toepassing is. 1.11 Op 12 april 2001 schorst de provinciegouvemeur om diverse redenen ook de beslissingen waartegen verzoeker bij de Raad van State een beroep tot nietigverklaring en een vordering tot schorsing heeft ingediend. 1.
- Het college van burgemeester en schepenen en de gemeenteraad nemen respectievelijk op 20 en 30 april 2001 kennis van de schorsingsbesluiten van de gouverneur en zij beslissen dan hun respectieve geschorste besluiten in te trekken. Op 30 april 2001 beslist de gemeenteraad, eensdeels, zijn besluit van 7 september 1993 tot bekrachtiging van het besluit van 18 augustus 1993 van het college van burgemeester en schepenen houdende de aanstelling van verzoeker als waarnemend gemeentesecretaris, in te trekken en, anderdeels, Luc Dorissen tijdelijk, gedurende de afwezigheid van Ingrid Lieten, als waarnemend gemeentesecretaris aan te stellen. XII-3175-6/23 XII-3175-7/23 Deze beslissing steunt op de volgende motieven : “Gelet op het besluit van de gemeenteraad dd. 07 november 2000, waarbij aan Mevrouw lngrid Lieten een gecontingenteerd verlof werd toegestaan voor 2 jaar; Gelet op artikel 50 van de nieuwe gemeentewet; Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 07 september 1993 houdende bekrachtiging van het besluit van het College van Burgemeester en Schepenen van 18 augustus 1993 betreffende de aanstelling van de heer Lucien Hamers als waarnemend secretaris; Gelet op het functieprofiel en de functiebeschrijving van de secretaris, inzonderheid het resultaatsgebied nr. 1, waarbij de secretaris niet alleen de administratie moet leiden en coördineren als hoofd van het personeel, maar waarbij vooral het stimuleren en realiseren van maximale effectiviteit en efficiëntie in de gemeentelijke dienstverlening met betrekking tot de welvaarts- en welzijnsopdracht ten aanzien van alle burgers wordt benadrukt, onder meer het voortdurend afstemmen van de verschillende diensten op de visie en doelstellingen van het gemeentelijk beleid; Gelet op de goedkeuring van de beleidsnota door de gemeenteraad op 13 februari 2001 waarin de visie en doelstellingen werden vastgelegd en waarin een bijzondere aandacht voor de verdere economische ontwikkeling van Maasmechelen als basis voor meer welvaart en welzijn en een bijzondere aandacht voor de bestuurlijke vernieuwing met name het invoeren van nieuwe managementtechnieken als HRM, E-governement en integrale kwaliteitszorg werden vastgelegd; Overwegende dat uit de functiebeschrijving en de beleidsnota kan besloten worden dat de uitoefening van de functie van secretaris meer is dan de administratie voor de gemeenteraad en het college verzorgen, maar ook het intern en extern management van de gemeente omvat; Overwegende dat een universitaire opleiding aangevuld met relevante bijscholing en ervaring een belangrijke kritische succesfactor is om uitvoering te kunnen geven aan de resultaatsgebieden opgenomen in de functiebeschrijving en aan de realisatie van de bovengenoemde beleidsvisies; Overwegende dat het bovengenoemde besluit van de gemeenteraad van 07 september 1993 houdende bekrachtiging van de aanstelling van de heer Lucien Hamers enkel genomen werd om tijdens kortstondige occasionele afwezigheden wegens verlof of ziekte van secretaris Ingrid Lieten de dienst waar te nemen; Overwegende dat dit in de functiebeschrijving en het functieprofiel van de Heer Lucien Hamers, afdelingshoofd Algemene Zaken, werd bevestigd door de occasionele vervanging bij afwezigheid van de secretaris Ingrid Lieten op te nemen. Overwegende dat een langdurige afwezigheid van twee jaar van secretaris Ingrid Lieten niet als een occasionele, maar als een structurele afwezigheid kan beschouwd worden; Overwegende dat wegens de langdurige afwezigheid van twee jaar van Mevrouw Lieten het wenselijk is om de functie van secretaris gedurende deze langere periode uit te laten oefenen door de meest geschikte persoon rekening houdende met de administratieve en coördinerende taak als hoofd van het personeel én met de absoluut noodzakelijke continuïteit in de afhandeling van de complexe economische dossiers waarmee Maasmechelen momenteel geconfronteerd wordt; in het bijzonder is deze continuïteit noodzakelijk in de acquisitie en de toeleiding van investeerders naar het mijnterrein, in de financiering van de overheidsinfrastructuur en in de opvang van de implicaties voor en de samenwerking met de lokale gemeenschap; XII-3175-8/23 Overwegende dat secretaris Ingrid Lieten, hierbij nauw geassisteerd door de Heer Luc Dorissen als diensthoofd economie, instond voor de opvolging van de dossiers betreffende de ontwikkelingen op het voormalig mijnterrein van Eisden-Maasmecheien en de handelszone Achter Layens-Pauwengraaf- Kruindersweg, met name de miljarden investeringen van Value Retail, NV LSGIB, NV Euroscoop, Snowparc, NV LRM en de gemeente Maasmechelen in de diverse projecten en overheidsinfrastructuur; Overwegende dat Mevrouw Lieten, als secretaris en vooral als hoofd van het personeel, kon instaan voor een perfecte coördinatie van de verschillende gemeentelijke afdelingen en diensten in de voorbereiding, planning, uitvoering en opvolging van deze investeringen en voor de afstemming en coördinatie met de hogere overheden; Overwegende dat de Heer Luc Dorissen als diensthoofd economie zeer nauw betrokken was bij de planning en opvolging van de investeringsdossiers en de contacten met de investeerders; Overwegende dat de Heer Luc Dorissen gespecialiseerd is in de financieringsmogelijkheden bij de ontwikkeling van dergelijke projecten met name de aanvragen, de opvolging en de afrekening van de Europese subsidies via het Efro, lnterreg en het ESF, de expansiesteun, de subsidies via het Limburgfonds en via Toerisme Vlaanderen en de mogelijkheden van de PPS, de publiek private samenwerking en in de socio-economische verplichtingen o.a. de wet op de handelspraktijken en op de socio-economische vergunning; Overwegende dat de Heer Luc Dorissen als secretaris van de VZW’s Opleidingscentrum en de VZW’s Sociaal Bedrijvencentrum en Sociaal Bedrijvencentrum - Sociale Werkplaats en als afgevaardigde-bestuurder van de VZW’s Maatwerk en Maatwerk - Sociale Werkplaats, gedurende tien jaar via relevante praktijkervaring zijn administratieve, leidinggevende en bedrijfseconomische capaciteiten heeft bewezen; het betreft met name VZW’s die deels met commerciële activiteiten, deels met maatschappelijke activiteiten een globale omzet van 75 miljoen en een gezamenlijke tewerkstelling van 100 mensen in opleidings- en tewerkstellingsprojecten voor sociaal zwakkeren realiseren; Overwegende dat de Heer Luc Dorissen door zijn kennis van de lokale economische actoren en van lokale sociale partners onder meer als secretaris van de Ondernemersclub Maasmechelen, van de stuurgroep Middenstand en van het PWA, en als lokaal manager streekplatform bijzonder geschikt is om de weerslag van de investeringen op de lokale gemeenschap te onderkennen en de samenwerking met deze lokale gemeenschap te organiseren; Overwegende dat de Heer Luc Dorissen om al deze redenen de meest geschikte ambtenaar is om de continuïteit in het beleid te verzekeren, zoals ook uitgedrukt in hoger genoemde beleidsnota, en daarvoor ook de nodige autoriteit via een aanstelling als waarnemende secretaris dient te verkrijgen met het oog op de coördinatie van de verschillende gemeentelijke afdelingen en diensten in de opvolging van deze belangrijke investeringsdossiers; Overwegende dat de Heer Luc Dorissen een universitaire opleiding genoot, bijgeschoold is in gemeentewet, begrotingstechnieken en overheidsopdrachten, openstaat voor de invoering van de nieuwe managementtechnieken als integrale kwaliteitszorg, HRM en e-governement, een relevante ervaring heeft in leidinggeven en als diensthoofd economie nauw betrokken is bij de uitvoering van de beleidsvisie om aan de structurele armoede, de reconversie na de mijnsluiting en de nieuwe economische ontwikkelingen vanuit gemeentelijk perspectief te werken; Overwegende dat de Heer Luc Dorissen om al deze redenen de meest geschikte gemeentelijke ambtenaar is om gedurende langere tijd het ambt van secretaris waar te nemen, zeker meer geschikt dan de Heer Lucien Hamers, die slechts een lagere opleiding genoot, enkel een administratieve afdeling leidt, alleen XII-3175-9/23 ervaring heeft in de louter administratieve vervanging bij occasionele afwezigheden van de secretaris met name het notuleren van de beslissingen van de gemeenteraad en van het college van burgemeester en schepenen, niet over voldoende managementcapaciteiten beschikt en onder meer, wegens veelvuldige afwezigheid in de afgelopen jaren, niet mee is met de uitvoering van de nieuwe beleidslijnen; Gehoord het verslag van de Heer Noel Deckers, Schepen van Lokale Economie en Bestuurlijke Vernieuwing (inclusief personeelszaken)”. Dit gemeenteraadsbesluit maakt het voorwerp uit van het beroep tot nietigverklaring in de zaak A. 106.481/XII-
- 1.
- Bij arrest nr. 96.311 van 12 juni 2001 verwerpt de Raad van State de sub 1.
- vermelde vordering tot schorsing omdat verzoeker ter terechtzitting niet is verschenen, noch werd vertegenwoordigd. Vermits verzoeker naderhand binnen de wettelijk voorgeschreven termijn geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient, stelt de Raad van State bij arrest nr. 114.745 van 21 januari 2003 de afstand van het geding vast. 1.
- Nadat Ingrid Lieten ontslag heeft genomen en de gemeenteraad op 6 april 2004 Sabine Bervaes tot nieuwe gemeentesecretaris heeft benoemd, beslist het college van burgemeester en schepenen op 19 mei 2004 Luc Dorissen aan te stellen als waarnemend gemeentesecretaris bij afwezigheid van Sabine Bervaes. Op 6 juli 2004 bekrachtigt de gemeenteraad deze beslissing op grond van de volgende motieven : “Gezien mevrouw Sabine Bervaes werd aangesteld als gemeentesecretaris op 04 mei
- Gezien mevrouw Sabine Bervaes dient vervangen te worden bij haar afwezigheid; Gelet op de motivatie opgenomen in de gemeenteraadsbeslissing d.d. 30.04.2001 houdende besluit van de gemeenteraad betreffende de intrekking van het besluit van 07.09.1993 houdende de bekrachtiging van het besluit van het college van 18.08.1993 waarbij de heer Lucien Hamers werd aangesteld als waarnemend Gemeentesecretaris en de aanstelling van de heer Luc Dorissen als waarnemend Gemeentesecretaris; Gelet op de beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen d.d. 19 mei 2004 waarin dhr. Luc Dorissen, diensthoofd cel economie, aangesteld werd als waarnemend gemeentesecretaris bij afwezigheid van mevrouw Sabine Bervaes; Gezien deze beslissing bekrachtigd dient te worden”. Dit gemeenteraadsbesluit maakt het voorwerp uit van het beroep tot nietigverklaring in de zaak A. 155.290/XII-
- XII-3175-10/23 De procedure
- Indien in de zaak A. 106.481/XII-3175 het beroep tot nietigverklaring van het gemeenteraadsbesluit van 30 april 2001 gegrond wordt bevonden, dan dient dit mogelijk ook te leiden tot de nietigverklaring van het gemeenteraadsbesluit van 6 juli 2004, dat het voorwerp uitmaakt van het beroep tot nietigverklaring in de zaak A. 155.290/XII-4248 en dat mede op de motivering van het eerstgenoemde besluit is gesteund. De beide voorliggende zaken hangen zodanig samen, dat het passend is ze in een enkel arrest af te doen. De ontvankelijkheid van de beroepen De ontvankelijkheid van het beroep in de zaak A. 106.481/XII-3175 3.
- De verwerende partij werpt in de memorie van antwoord twee excepties op met betrekking tot de ontvankelijkheid van het beroep. Vooreerst laat zij gelden dat de uiteenzetting van de feiten van de zaak in het verzoekschrift tot nietigverklaring, die beperkt is tot een vermelding van de drie besluiten die het voorwerp uitmaakten van verzoekers vorige beroep tot nietigverklaring en bijbehorende vordering tot schorsing bij de Raad van State, niet voldoet aan het voorschrift van artikel 2 van het besluit van Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State. Voorts voert zij aan dat verzoeker geen belang heeft bij het voorliggende beroep tot nietigverklaring. Zij betoogt dienaangaande dat verzoeker zijn belang bij de vernietiging van het bestreden besluit niet uitlegt, dat verzoeker vroeger weliswaar meermaals als waarnemend gemeentesecretaris is aangesteld geweest, maar dat zijn laatste aanstelling door de provinciegouverneur werd geschorst, dat verzoeker bovendien werd uitgenodigd om deel te nemen aan de selectieprocedure voor waarnemend gemeentesecretaris, maar dat hij niet heeft deelgenomen. In de laatste memorie argumenteert verwerende partij dat de afstand van het geding tegen de beslissing van 22 januari 2001 tot gevolg heeft dat verzoeker geen belang meer heeft om de “louter bevestigende beslissing” van 30 april 2001 aan te vechten. 3.
- Geen van de opgeworpen excepties is gegrond. XII-3175-11/23 3.2.
- Luidens artikel 2, § 1, 2/, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten en middelen” bevatten. De zin van de voorgeschreven uiteenzetting van de feiten ten aanzien van de verwerende partij bestaat erin haar recht van verdediging te vrijwaren, In het voorliggende verzoekschrift tot nietigverklaring voert verzoeker vier middelen aan waarop de verwerende partij uitvoerig heeft geantwoord. Zoals verzoeker terecht laat gelden, heeft de verwerende partij met betrekking tot geen enkel van deze middelen opgeworpen dat zij geen kennis zou hebben van de feiten die eraan ten grondslag liggen. De aangevoerde middelen zijn niet onduidelijk of onbegrijpelijk ten gevolge van een gebrekkige of onvolledige kennis van de feitelijke gegevens. Derhalve kan de bondigheid van de uiteenzetting van de feiten van de zaak in het verzoekschrift tot nietigverklaring niet leiden tot de onontvankelijkheid van het beroep. 3.2.
- Het bestreden besluit maakt een einde aan de aanstelling van verzoeker als waarnemend gemeentesecretaris en stelt Luc Dorissen in de plaats van verzoeker in die functie aan. Verzoeker beschikt over het rechtens vereiste belang om de nietigverklaring van dat besluit te vragen. Een dergelijke nietigverklaring zou immers met zich brengen dat verzoeker weer de functie kan opnemen. De schorsing door de provinciegouvcrncur van het besluit van 17 november 2000 van het college van burgemeester en schepenen waarbij de aanstelling van verzoeker als waarnemend gemeentesecretaris voor de periode van 7 november 2000 tot 7 november 2002 werd bevestigd, kan geen afbreuk doen aan verzoekers belang bij het voorliggende beroep tot nietigverklaring, vermits ze de aanstelling van verzoeker als waarnemend gemeentesecretaris bij besluit van 18 augustus 1993 van het college van burgemeester en schepenen, bekrachtigd bij gemeenteraadsbesluit van 7 september 1993, onverminderd heeft laten voortbestaan. Ook de omstandigheid dat verzoeker geen gevolg heeft gegeven aan de oproep tot kandidaatstelling voor een selectieprocedure van waarnemend gemeentesecretaris kan zijn belang bij het beroep niet in het gedrang brengen, vermits het besluit van 5 januari 2001 van het college van burgemeester en schepenen om na een selectieprocedure de eerst gerangschikte kandidaat te benoemen, op 12 april 2001 door de provinciegouvemeur werd geschorst en op 20 april 2001 door het college van burgemeester en schepenen weer werd ingetrokken. Overigens wordt in het bestreden besluit niet verwezen naar enige voorafgaande selectieprocedure. XII-3175-12/23 3.2.
- De afstand van het eerste geding door verzoeker is het begrijpelijke gevolg van de intrekking van de bestreden beslissing van 22 januari
- Verwerende partij vergist zich als zij in de beslissing van 30 april 2001 een loutere bevestiging ziet van een beslissing die zij zelf heeft ingetrokken. De ontvankelijkheid van het beroep in de zaak A. 155.290/XII-4248 4.
- De verwerende partij werpt twee excepties op met betrekking tot de ontvankelijkheid van het tweede beroep. Vooreerst voert zij aan dat het bestreden besluit een loutere bevestiging is van het gemeenteraadsbesluit van 30 april 2001 waarbij de aanstelling van verzoeker als waarnemend gemeentesecretaris wordt ingetrokken en waarbij Luc Dorissen tot waarnemend gemeentesecretaris wordt benoemd. Zij betoogt dat het enige punt van verschil de persoon betreft van de gemeentesecretaris in wiens vervanging in het geval van afwezigheid wordt voorzien, maar dat dit niets te maken heeft met de aanstelling van Luc Dorissen als waarnemend gemeentesecretaris als zodanig. Voorts laat zij, om dezelfde redenen als in de zaak A. 106.481/XII-3175, gelden dat verzoeker niet over het rechtens vereiste belang bij zijn beroep beschikt. 4.
- Weer is geen van beide excepties gegrond. 4.2.
- Het gemeenteraadsbesluit van 30 april 2001 dat het voorwerp uitmaakt van het beroep in de zaak A. 106.481/XII-3175 en het gemeenteraadsbesluit van 6 juli 2004 dat het voorwerp uitmaakt van het beroep in de zaak A. 155.290/XII-4248 zijn twee, zowel formeel als inhoudelijk, van mekaar te onderscheiden akten. Het eerstgenoemde besluit betreft de intrekking van de aanstelling van verzoeker als waarnemend gemeentesecretaris en de aanstelling van Luc Dorissen als waarnemend gemeentesecretaris tijdens de afwezigheid van Ingrid Lieten; het laatstgenoemde besluit betreft de aanstelling van Luc Dorissen als waarnemend gemeentesecretaris tijdens de afwezigheid van Sabine Bervaes. Beide besluiten hebben verschillende rechtsgevolgen. Het laatstgenoemde kan dan ook niet als een bevestiging worden gezien van het eerstgenoemde. 4.2.
- Verzoeker heeft voorzeker ook belang bij zijn beroep. De nietigverklaring van de aanstelling van Luc Dorissen als waarnemend gemeente- secretaris, zou immers met zich brengen dat verzoeker weer voor een aanstelling als waarnemend gemeentesecretaris in aanmerking komt. XII-3175-13/23 Ten gronde De gegrondheid van het beroep in de zaak A. 106.481/XII-3175 Standpunt van de partijen
- Verzoeker voert vier annulatiemiddelen aan waaronder de schending van de rechtsplicht tot vergelijking van titels en verdiensten en de schending van de formele motiveringsplicht. 5.
- Met betrekking tot de schending van de rechtsplicht tot vergelijking van titels en verdiensten betoogt verzoeker : “Wederom werd door de Gemeenteraad geen rekening gehouden met de titels en verdiensten van verzoeker. Het besluit is enkel een opsomming van werkzaamheden, verricht door de heer Luc Dorissen in uitoefening van zijn functie als diensthoofd economie. Dat hij die taken goed uitvoert wordt door niemand betwist, maar dat hem dat een voorsprong zou geven t.o.v. andere kandidaten is zeker niet juist. Van Lucien Hamers wordt enkel gezegd dat hij : - slechts een lagere opleiding genoot - nochtans heeft hij met deze ‘lagere’ opleiding zestien jaar lang de functie van waarnemend secretaris uitgeoefend zonder hierover ooit opmerkingen te krijgen. - enkel een administratieve afdeling leidt - hij leidt tenminste nog een afdeling van 22 personeelsleden, hetgeen van Luc Dorissen niet kan gezegd worden aangezien hij tot die 22 ondergeschikten behoort - niet over voldoende rnanagementcapaciteiten beschikt -voor deze stelling wordt geen enkel bewijs geleverd aangezien er geen enkele proef werd afgenomen- de evaluaties die verzoeker kreeg bewijzen het tegendeel - niet mee is met de uitvoering van de nieuwe beleidslijnen - ook voor deze bewering wordt geen enkel bewijs geleverd I-
- De vergelijking van titels en verdiensten moet gebeuren op basis van objectieve en pertinente criteria. In dit geval worden de titels en verdiensten, die verzoeker een voorsprong bezorgen t.o.v. andere kandidaten, bewust verzwegen. Lucien Hamers heeft een jarenlange ervaring als afdelingshoofd en als waarnemend gemeentesecretaris, hij genoot een bijkomende opleiding ‘administratief recht’, hij volgde verschillende kortere opleidingen inzake projectmanagement, communicatievaardigheden, leiding geven, integrale kwaliteitszorg, functioneringsgesprekken enz., hij kan bogen op een veel grotere anciënniteit, genoot steeds van een gunstige evaluatie als afdelingshoofd en waarnemend secretaris en hij is bovendien steeds de hiërarchisch hogere geweest van de heer Luc Dorissen. Al deze punten, in het voordeel van verzoeker, worden bewust verzwegen met de duidelijke bedoeling hem in een negatief daglicht te plaatsen t.o.v. Luc Dorissen, voor wie er enkel positieve punten opgesomd worden. I-
- Er werden op voorhand geen criteria bepaald voor vergelijking van de kandidaten en er werd geen examen afgenomen. Derhalve dienen alle criteria in acht genomen te worden en die zijn duidelijk in het voordeel van verzoeker. XII-3175-14/23 I-
- De titels en verdiensten moeten beoordeeld worden in relatie tot de vacante betrekking (R.v.St.De Plecker, nr.37.383, 28-06-91). De lofbetuigingen aan het adres van de heer Dorissen zijn voorwaarden om zijn taak als diensthoofd economie naar behoren te kunnen vervullen, maar zijn niet relevant voor de functie van waarnemend gemeentesecretaris. Uit de gemeentewet blijkt duidelijk dat de gemeentesecretaris in de eerste plaats hoofd van het personeel is. Hiervoor kan de heer L.Dorissen geen enkele referentie bijbrengen. De aanspraken van verzoeker zijn duidelijk zichtbaar groter en vertonen een dergelijke graad van evidentie dat het onbegrijpelijk is hoe men hieraan voorbij zou kunnen gaan. Deze beslissing kan men van een normaal werkend bestuur onmogelijk verwachten en tart alle redelijkheid (R.v.St.Mertens, nr. 27.719, 24-03-97)”. 5.
- Met betrekking tot de schending van de formele motiveringsplicht laat hij gelden : “In het bewuste besluit wordt nergens concreet vermeld waarom de heer L.Hamers na 16 jaar plots niet meer zou voldoen als waarnemend secretaris. Het besluit bevat enkel een aantal niet-gestaafde beweringen in het voordeel van de heer L.Dorissen. In de motivering worden een aantal onjuiste argumenten naar voren gebracht; ze bevat echter geen juridische en feitelijke overwegingen, die nodig zijn om een keuze te verantwoorden. III-
- De aanstelling van L.Hamers als waarnemend secretaris door de Gemeenteraad op 7-9-93 zou enkel gebeurd zijn om tijdens kortstondige occasionele afwezigheden van de titularis de dienst waar te nemen. In geen enkel officieel document is het woord kortstondig terug te vinden. Het verleden bewijst trouwens dat dit een pertinente onwaarheid is : de titularis, mevrouw Lieten, is meermaals wegens zwangerschapsverlof, ouderschapsverlof en ziekte meerdere maanden onafgebroken door verzoeker vervangen geworden. III-
- De afwezigheid van de titularis wegens gecontingenteerd verlof zou geen occasionele, maar een structurele afwezigheid zijn. In het administratief statuut van het gemeentepersoneel is het woord ‘structureel’ nergens terug te vinden. Gecontingenteerd verlof is terug te vinden onder de rubriek ‘afwezigheden en verloven’ en wordt trouwens door de wet duidelijk als gewone afwezigheid omschreven. Er is dus geen sprake van structurele afwezigheid aangezien de titularis na twee jaar haar dienst terug dient op te nemen. III-
- De argumentering in het voordeel van Luc Dorissen is ondergeschikt aan het feit dat hij zijn dienst steeds verrichte onder het hiërarchisch gezag van verzoeker, zijn afdelingshoofd. Thans beweren dat L. Hamers onvoldoende managementkwaliteiten zou hebben, slechts administratieve taken vervulde enz. is dan ook volledig in tegenspraak met het gemeentelijk organogram, de functiebeschrijving en de verschillende gunstige evaluaties die verzoeker in de loop der jaren kreeg van zijn directe chef, de gemeentesecretaris-titularis. Deze motivering is dan ook op zijn zachtst uitgedrukt misleidend”. 6.
- De verwerende partij antwoordt in de memorie van antwoord dat het middel aangaande de schending van de verplichting tot vergelijking van titels en verdiensten, niet ontvankelijk is, omdat verzoeker niet over het rechtens vereiste XII-3175-15/23 belang bij het middel beschikt, wijl hij zich geen kandidaat heeft gesteld voor de functie van waarnemend gemeentesecretaris. Zij voegt eraan toe dat de enige overweging van het bestreden besluit die aan verzoeker is gewijd, dan ook geen vergelijking inhoudt van de titels en verdiensten van verzoeker met deze van Luc Dorissen, doch slechts een motief uitmaakt voor de intrekking van de bekrachtiging van de aanstelling van verzoeker als waarnemend gemeentesecretaris. Zij betoogt voorts dat zij zeker niet bewust opleidingen en ervaringen van verzoeker heeft verzwegen om hem in een slecht daglicht te stellen, dat niet valt in te zien waarom zij personen die geen kandidaat zijn, in een slecht daglicht zou willen stellen, dat de gemeenteraad bevoegd is om een waarnemend gemeentesecretaris aan te stellen, dat nergens is voorgeschreven dat er voorafgaandelijk een examen moet worden afgenomen, dat de gemeenteraad alleen moet motiveren waarom hij een bepaalde persoon aanstelt, dat dit in casu gebeurd is, dat verzoeker ten onrechte stelt dat geen criteria zijn bepaald voor de vergelijking van de kandidaten, dat bij de beoordeling van de kandidaten immers rekening is gehouden met de functiebeschrijving van de gemeentesecretaris. 6.
- Wat het middel aangaande de schending van de formele rnotiveringsplicht betreft, antwoordt de verwerende partij dat het motiverend gedeelte van het bestreden besluit twee bladzijden omvat, dat de motiveringsplicht niet vereist dat de overheid motiveert waarom iemand niet wordt benoemd, zeker niet wanneer de betrokkene geen kandidaat was, dat uit de motivering van het bestreden besluit wel afdoende blijkt waarom de aanstelling van verzoeker wordt ingetrokken, dat verzoeker drie motieven aanwijst die volgens hem onjuist zijn, maar dat dit nog niet betekent dat de overige motieven niet zouden volstaan om het bestreden besluit te schragen, dat de drie kwestieuze motieven overigens wel degelijk gesteund zijn op de juiste juridische en feitelijke overwegingen. De verwerende partij laat met betrekking tot de bedoelde motieven gelden dat weliswaar in het gemeenteraadsbesluit van 7 september 1993 niet uitdrukkelijk is vermeld dat de aanstelling van verzoeker als waarnemend gemeentesecretaris slechts gold voor kortstondige, occasionele afwezigheden van de titularis, maar dat zulks wel blijkt uit zijn functiebeschrijving, die door de gemeenteraad is vastgesteld, dat in het administratief statuut het woord “structureel” niet is terug te vinden, maar dat de interpretatie van de gemeenteraad dat een afwezigheid van twee jaar niet occasioneel, maar structureel is, niet kennelijk onredelijk is, dat volgens het organogram verzoeker hiërarchische meerdere is van XII-3175-16/23 Luc Dorissen, maar dat laatstgenoemde in de praktijk autonoom werkt, dat verzoeker als afdelingshoofd positief is geëvalueerd, maar dat de functie van gemeente-secretaris andere eisen stelt dan deze van afdelingshoofd. 6.
- In haar laatste memorie betwist verwerende partij nog wel de ontvankelijkheid van het beroep, maar laat zij de middelen en het voor haar ongunstige auditoraatsverslag onbesproken. Beoordeling
- Bij de bespreking van de ontvankelijkheid van het beroep werd er reeds op gewezen dat de omstandigheid dat verzoeker geen gevolg heeft gegeven aan de oproep tot kandidaatstelling voor een selectieprocedure van waarnemend gemeentesecretaris zijn belang bij het beroep niet in het gedrang brengt, vermits het besluit van 5 januari 2001 van het college van burgemeester en schepenen om een selectieprocedure voor waarnemend gemeentesecretaris te organiseren, op 12 april 2001 door de provinciegouverneur werd geschorst en op 20 april 2001 door het college van burgemeester en schepenen weer werd ingetrokken. In het bestreden besluit wordt overigens niet verwezen naar enige voorafgaande selectieprocedure.
- Bij besluit van 18 augustus 1993 van het college van burgemeester en schepenen, bekrachtigd bij gemeenteraadsbesluit van 7 september 1993, werd verzoeker aangesteld als waarnemend gemeentesecretaris “in geval mevrouw Lieten Ingrid, gemeentesecretaris van Maasmechelen, tijdelijk afwezig zou zijn”. Uit geen van beide besluiten blijkt dat de aanstelling van verzoeker beperkt zou zijn tot kortstondige periodes van afwezigheid van de gemeentesecretaris. Integendeel wordt deze aanstelling in het besluit van het college van burgemeester en schepenen gesteund op de overweging dat “voor een tijdelijke afwezigheid van de gemeentesecretaris, inzonderheid tijdens verlof- of ziekteperioden, in haar vervanging dient voorzien te worden”, zonder dat daarbij wordt gepreciseerd dat het college alleen korte periodes van afwezigheid van de gemeentesecretaris voor ogen stonden. Het gecontingenteerd verlof van Ingrid Lieten betreft een tijdelijke verlofperiode, zodat niet valt in te zien dat de vervanging van voornoemde tijdens die periode niet onder de aanstelling van verzoeker zou vallen. De omstandigheid dat in de functiebeschrijving van het afdelingshoofd “Algemene diensten, personeel, info, economie, toerisme” gewag wordt gemaakt van het “[o]ccasioneel [...] vervangen van de gemeentesecretaris bij afwezigheid” impliceert, anders dan de XII-3175-17/23 verwerende partij voorhoudt, niet dat moet worden besloten dat verzoekers aanstelling als waarnemend gemeentesecretaris enkel voor “korte” afwezigheden van de gemeentesecretaris gold. Dit neemt niet weg dat verwerende partij, gelet op de per definitie precaire aard van de aanstelling van verzoeker als waarnemend gemeentesecretaris, daaraan een einde kon stellen, althans indien zij daartoe deugdelijke redenen had. Indien die redenen bestaan in de betere geschiktheid van een andere gegadigde voor de uitoefening van de functie, dan vergt het beginsel van de gelijke toegankelijkheid van het openbaar ambt dat die grotere geschiktheid blijkt uit een objectieve vergelijking van de titels en verdiensten van de gegadigden op grond van criteria die pertinent zijn voor de te begeven functie. De formele motiveringsplicht vergt dat in de beslissing waarbij uiteindelijk de voorkeur wordt gegeven aan een van de gegadigden, uitdrukkelijk wordt vermeld op welke motieven geput uit de vergelijking van de titels en verdiensten van de betrokkenen die voorkeur is gesteund. Anders dan verwerende partij in haar memorie van antwoord argumenteert, lijkt er in de onderhavige zaak wel enigszins een vergelijking van de titels en verdiensten van verzoeker met deze van Luc Dorissen te hebben plaatsgehad, maar de vraag rijst of die vergelijking wel volledig is geweest en op basis van objectieve en pertinente criteria is gebeurd. Met betrekking tot de verdiensten van Luc Dorissen overweegt het bestreden besluit dat hij als diensthoofd economie de gemeentesecretaris nauw heeft geassisteerd bij de behandeling van de voor de stad Maasmechelen belangrijke economische dossiers inzake de ontwikkeling van het vroegere mijnterrein van Eisden-Maasmechelen en de handelszone Achter Layens-Pauwengraaf- Kruindersweg, dat hij zeer nauw betrokken is geweest bij de planning en opvolging van investeringsdossiers en de contacten met de investeerders, dat hij gespecialiseerd is in de financieringsmogelijkheden en de socio-economische verplichtingen bij de ontwikkeling van economische projecten zoals voornoemde, dat hij als secretaris van verscheidene vzw’s relevante praktijkervaring heeft opgedaan en zijn administratieve, leidinggevende en bedrijfseconomische capaciteiten heeft bewezen, dat hij door zijn kennis van de lokale economische actoren en de lokale sociale partners geschikt is om de weerslag van de XII-3175-18/23 investeringen op de lokale gemeenschap te onderkennen en de samenwerking met de lokale gemeenschap te organiseren. Uit de aldus geschetste economische onderlegdheid van Luc Dorissen kan op zich echter niet worden afgeleid dat hij een meer geschikt waarnemend gemeentesecretaris zou zijn dan verzoeker. Vooreerst niet, omdat noch uit de wettelijke taakomschrijving van de gemeentesecretaris, noch uit de door de gemeenteraad van Maasmechelen vastgestelde functiebeschrijving van gemeentesecretaris onmiskenbaar blijkt dat zulke expertise noodzakelijk is voor de goede uitoefening van de functie. Ten tweede niet, omdat Luc Dorissen in economische aangelegenheden -voorzover de ontwikkeling van enkele economische sites van wezenlijk belang is voor de gemeente Maasmechelen- als diensthoofd van de cel economie evengoed de plaatsvervangende gemeentesecretaris kan “assisteren” als hij dat in het verleden ten aanzien van gemeentesecretaris Ingrid Lieten heeft gedaan. Overigens blijkt ook niet dat bij de aanwerving van een nieuwe gemeentesecretaris aan de kandidaten bijzondere eisen zijn gesteld op het vlak van kennis met of ervaring in economische aangelegenheden. Met betrekking tot Luc Dorissen overweegt het bestreden besluit voorts dat hij een universitaire opleiding genoot, bijgeschoold is in de gemeentewet, begrotingstechnieken en overheidsopdrachten, openstaat voor de invoering van de nieuwe managementtechnieken als integrale kwaliteitszorg, HRM en e- governement, relevante ervaring heeft in leiding geven en als diensthoofd economie nauw betrokken is bij de uitvoering van de beleidsvisie om aan de structurele armoede, de reconversie na de mijnsluiting en de nieuwe economische ontwikkelingen vanuit gemeentelijk perspectief te werken. Met betrekking tot verzoeker wordt daarentegen overwogen dat hij “slechts” een lagere opleiding genoot, enkel een administratieve afdeling leidt, alleen ervaring heeft in de louter administratieve vervanging bij occasionele afwezigheden van de gemeentesecretaris, niet over voldoende managementcapaciteiten beschikt en, ingevolge veelvuldige afwezigheid. niet mee is met de uitvoering van de nieuwe beleidslijnen. Te dezen moet worden vastgesteld dat het bestreden besluit volkomen voorbijgaat aan de wijze waarop verzoeker de voorbije zestien jaren de functie van waarnemend gemeentesecretaris heeft vervuld, alsook aan de bijscholingen die door verzoeker zijn gevolgd, het feit dat verzoeker hiërarchische overste is van Luc Dorissen, dat verzoeker aan het hoofd staat van een afdeling XII-3175-19/23 waarvan de cel economie “slechts” een onderdeel is en dat de functiebeschrijving van het afdelingshoofd “Algemene diensten, personeel, info, economie, toerisme” meer dan deze van het diensthoofd economie aanleunt bij de functiebeschrijving van gemeentesecretaris. De bewering dat verzoeker niet over voldoende managementcapaciteiten zou beschikken en ingevolge veelvuldige afwezigheid “niet mee” is met de uitvoering van de nieuwe beleidslijnen, is bovendien door geen enkel stuk uit het dossier onderbouwd. Integendeel, blijkt dat verzoeker op het vlak van leidinggeven een betere evaluatiescore heeft behaald dan Luc Dorissen; op het onderdeel “beleidsmatig meedenken en vooruitzien” behaalden zij dezelfde score; de algemene eindevaluatie luidt voor beiden “B”, dit wil zeggen “prestatie overtreft geregeld het normaal vereiste niveau”.
- Uit wat voorafgaat blijkt dat de vergelijking van de titels en verdiensten van verzoeker en Luc Dorissen onvolkomen is en niet gestaafd. De motieven vermeld in het bestreden besluit zijn te dezen dan ook niet afdoende ter verantwoording van de intrekking van de aanstelling van verzoeker als waarnemend gemeentesecretaris eensdeels en de aanstelling van Luc Dorissen als waarnemend gemeentesecretaris anderdeels. Het eerste en het derde middel zijn in zoverre gegrond. De gegrondheid van het beroep in de zaak A. 155.290/XII-4248
- In zijn verzoekschrift tot nietigverklaring voert verzoeker wederom de schending aan van de rechtsplicht tot vergelijking van titels en verdiensten en de miskenning van de formele motiveringsplicht. Wezenlijk stemt zijn uiteenzetting van deze middelen overeen met hetgeen hij dienaangaande in de zaak A. 106.481/XII-3175 heeft laten gelden. De verwerende partij acht het middel aangaande de schending van de rechtsplicht tot vergelijking van titels en verdiensten weer niet ontvankelijk, omdat verzoeker er geen belang bij zou hebben, wijl hij zich geen kandidaat heeft gesteld voor de functie. Voorts herhaalt zij dat het bestreden gemeenteraadsbesluit van 6 juli 2004 een loutere bevestiging is van het gemeenteraadsbesluit van 30 april 2001, waaruit zij vervolgens afleidt dat het ermee kon volstaan te verwijzen naar “de motivatie opgenomen in de gemeenteraadsbeslissing d.d. 30.04.2001”. XII-3175-20/23 XII-3175-21/23
- Hiervoor werd met betrekking tot de zaak A. 106.481/XII-3175 reeds uiteengezet dat verzoeker belang heeft bij het middel waarin hij de schending aanvoert van de rechtsplicht tot vergelijking van titels en verdiensten. In de onderhavige zaak is dat niet anders. Vermits het bestreden gemeenteraadsbesluit van 6 april 2004 op geen enkele wijze ervan blijk geeft dat uit een objectieve vergelijking van de titels en verdiensten van de gegadigden voor de functie van waarnemend gemeente- secretaris op grond van pertinente criteria tot een grotere geschiktheid van Luc Dorissen voor de functie moet worden besloten en, integendeel, het voormelde besluit zich ertoe beperkt te verwijzen naar de motieven van het gemeenteraads- besluit van 30 april 2001 dat het voorwerp uitmaakt van het beroep in de zaak A. 106.481/XII-3175, waarvan hiervoor is gebleken dat ze niet afdoende zijn, moet ook in de thans voorliggende zaak tot de gegrondheid van het middel betreffende de schending van de rechtsplicht tot vergelijking van titels en verdiensten en van de formele motiveringsplicht worden geconcludeerd. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De zaken A. 106.481/XII-3175 en 155.290/XII-4248 worden gevoegd. Artikel
- Vernietigd worden : - het besluit van 30 april 2001 van de gemeenteraad van Maasmechelen waarbij, eensdeels, het gemeenteraadsbesluit van 7 september 1993 tot bekrachtiging van het besluit van 18 augustus 1993 van het college van burgemeester en schepenen houdende de aanstelling van Lucien Hamers als waarnemend gemeentesecretaris, wordt ingetrokken en, anderdeels, Luc Dorissen tijdelijk, gedurende de afwezigheid van Ingrid Lieten, als waarnemend secretaris wordt aangesteld, is ontvankelijk en gegrond. - het besluit van 6 juli 2004 van de gemeenteraad van Maasmechelen tot bekrachtiging van het besluit van 19 mei 2004 van het college van burgemeester XII-3175-22/23 en schepenen waarbij Luc Dorissen als waarnemend gemeentesecretaris bij afwezigheid van Sabine Bervaes wordt aangesteld. Artikel
- De kosten van de beroepen tot nietigverklaring, bepaald op 348,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien mei 2008, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3175-23/23 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.952 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.