← België

Arrest 182961 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 15/05/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.961 Rolnummer: A. 185519/XIV-29846 Zaak: Arrest 182961 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 15/05/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-26 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-29 08:03 Fiche Arrest nr 182.961 van 15 mei 2008 Vreemdelingen - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.961 van 15 mei 2008 in de zaak A. 185.519/XIV-29.

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat G. MULLENS, kantoor houdende te 3740 BILZEN, Sint-Lambertuslaan 26 tegen : de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Myanmarese nationaliteit, op 18 oktober 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest van 14 september 2007 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, IVde Kamer, waarbij hem de vluchtelingenstatus en de subsidiaire beschermingsstatus wordt geweigerd; Gelet op de beschikking nr. 1468 van 30 oktober 2007 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gelet op artikel 19 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN, op grond van artikel 19 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 4 december 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 februari 2008; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat A. HAEGEMAN die, loco Advocaat G. MULLENS verschijnt voor de verzoekende partij en van Attaché Fr. VEREEKEN, die verschijnt voor de verwerende partij; XIV-29.846-1/3 Gehoord het eensluidend advies van Eerste auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Over de ontvankelijkheid van het beroep. 1.
  3. Overwegende dat in een enig middel verzoeker laat gelden dat het bestreden arrest genomen is met schending van artikel 235 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemde- lingenbetwistingen, van artikel 57/22 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en van de rechten van verdediging doordat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen tot de ongegrondheid van het beroep heeft besloten omdat hij de waarheid niet zou hebben verteld, terwijl de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen ingevolge de bepalingen van artikel 39/2 geen enkele onderzoeksbevoegdheid heeft en enkel maar de beslissing van de Commissaris- generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen hetzij kan bevestigen of hervormen hetzij kan vernietigen omwille van substantiële onregelmatigheden of omdat essentiële elementen ontbreken waardoor hij niet kan komen tot de bevestiging of de hervorming zonder aanvullende onderzoeksmaatregelen te moeten bevelen; dat verzoeker toelicht : dat de afwezigheid van enige onderzoeksbevoegdheid principieel inhoudt dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen bij het beoordelen van de asielaanvraag in hoger beroep zich enkel kan beroepen op de elementen vervat in het administratief dossier, dat hij naast de elementen gekend in het administratief dossier geen enkel onderzoek kan uitvoeren, dat de motivering en de motieven die niet in het administratief dossier vermeld staan uiteraard aantonen dat de Raad voor Vreemdelingen-betwistingen een onderzoek heeft uitgevoerd, hoewel hij daartoe niet de bevoegdheid heeft, en dat het recht op tegensprekelijkheid niet gegarandeerd is gezien hij op geen enkel moment dit onderzoek kon nagaan of weerleggen; 2.
  4. Overwegende dat zowel artikel 235 van de wet van 15 september 2006 als artikel 57/22 van de wet van 15 december 1980 de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen betreffen en niet de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, welke het thans aangevochten arrest heeft genomen; dat de schending van deze wetsbepalingen dan ook niet dienstig wordt aangevoerd; dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de bevoegdheids- bepaling opgenomen in artikel 235, § 2, van de wet van 15 september 2006 en de motiveringsverplichting opgenomen in artikel 57/22 van de wet van 15 december 1980 niet XIV-29.846-2/3 kan hebben miskend, daar ze niet op hem van toepassing zijn; dat het enig middel niet ontvankelijk is; 2.
  5. Overwegende dat het beroep bij gebrek aan een ontvankelijk middel, zelf niet ontvankelijk is;
  6. Overwegende dat er grond is om toepassing te maken van artikel 19 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; dat het cassatieberoep wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
  7. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  8. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien mei tweeduizend en acht, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-29.846-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.961 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.