← België

Arrest 182970 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 16/05/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.970 Rolnummer: A. 134694/IX-3749 Zaak: Arrest 182970 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 16/05/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-30 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 08:03 Fiche Arrest nr 182.970 van 16 mei 2008 Sociale zaken en volksgezondheid - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.970 van 16 mei 2008 in de zaak A. 134.694/IX-

  1. In zake : de NV PET FOOD BELGIUM, in vereffening, die woonplaats kiest bij advocaat H. NAEYAERT, kantoor houdende te ANTWERPEN, Lange Lozanastraat 2 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Zelfstandigen. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV PET FOOD BELGIUM op 27 maart 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 5 februari 2003 de Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen inzake de sociale verzekeringen der Zelfstandigen waarbij haar de ontheffing van hoofdelijke aansprakelijkheid wordt geweigerd voor de driemaandelijkse bijdragen voor de periode 2/1996 tot 4/2000 en voor de driemaandelijkse regularisatiebijdragen voor de periode 1/1999 tot 4/1999; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de beschikking van 29 januari 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 12 maart 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 14 april 2008; IX-3749-1/7 Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. NAEYAERT die, loco advocaat H. NAEYAERT verschijnt voor de verzoekende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten 1.
  2. Met een aanvraag van 11 september 2001, op 25 september 2001 geregistreerd bij het sociaal verzekeringsfonds A.S.D., vraagt de NV PET FOOD BELGIUM de ontheffing van de hoofdelijke aansprakelijkheid inzake de sociale bijdragen die verschuldigd zijn door de heer Jean-Pol Dumonceau, bestuurder van de NV van 2 mei 1996 tot 27 december
  3. 1.
  4. Op 5 februari 2003 neemt de Commissie voor vrijstelling van bijdragen (hierna: de Commissie) het thans bestreden besluit. Het luidt als volgt : “DE COMMISSIE VOOR VRIJSTELLING VAN BIJDRAGEN Gelet op het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, inzonderheid op de artikelen 15, 17 en 22; Gelet op het koninklijk besluit van 19 december 1967 houdende algemeen reglement in uitvoering van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, inzonderheid op de artikelen 80 tot 94 bis; Gelet op artikel 15, § 1, derde, vierde en vijfde lid, van voornoemd koninklijk besluit nr. 38, luidend als volgt : ‘De zelfstandige is, samen met de helper, hoofdelijk gehouden tot de betaling van de door deze laatste verschul- digde bijdragen. Hetzelfde geldt voor de rechtspersonen voor de bijdragen verschuldigd door hun vennoten of mandatarissen. Wanneer de echtgenoot-helper is onderworpen in de plaats van zijn echtgenote, is deze laatste hoofdelijk gehouden tot betaling van de bijdragen welke haar man verschuldigd is. IX-3749-2/7 In de gevallen voorzien in de twee voorgaande alinea’s kunnen de bijdragen gevorderd worden van de hoofdelijk aansprakelijke personen, zelfs indien de onderworpene vrijstelling heeft bekomen bij beslissing van de Commissie bedoeld in artikel 22’; Gelet op artikel 17, eerste lid, van voornoemd koninklijk besluit nr. 38, luidend als volgt : ‘De zelfstandigen die menen dat zij zich in staat van behoefte bevinden of in een toestand die de staat van behoefte benadert, kunnen volledige of gedeeltelijke vrijstelling vragen van de bijdragen verschuldigd met toepassing van de artikelen 12, § 1, en 13, door zich te wenden tot de in artikel 22 voorziene Commissie.’; Gelet op artikel 17, tweede lid, van voornoemd koninklijk besluit nr. 38, luidend als volgt : ‘De personen hoofdelijk aansprakelijk krachtens artikel 15, § 1, kunnen, onder dezelfde voorwaarden, vragen van deze aansprakelijkheid geheel of gedeeltelijk te worden ontheven.’; Gelet op artikel 88, § 1 van voornoemd koninklijk besluit van 19 december 1967, luidend als volgt : ‘De onderworpenen die een vrijstelling wensen te bekomen en de personen bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 38, die van hun solidaire verantwoordelijkheid wensen ontheven te worden, moeten een aanvraag indienen ( ... ).’; Gelet op artikel 88, § 3 van voornoemd koninklijk besluit van 19 december 1967, luidend als volgt : ‘Opdat de aanvraag van een persoon bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 38 ontvankelijk zou zijn, moet zij worden ingediend op de wijze bepaald in § 2, l/, van dit artikel, binnen twaalf maanden volgend op het kalenderkwartaal in de loop waarvan het sociaal verzekeringsfonds hem verzocht heeft te betalen in de plaats van de onderworpe- ne.’; Gelet op artikel 88, § 4 van voornoemd koninklijk besluit van 19 december 1967, luidend als volgt : ‘Zo de in § 2 of § 3 bedoelde persoon overleden is in de periode gedurende welke de termijn loopt om, naar gelang van het geval, een aanvraag tot vrijstelling of tot ontheffing van hoofdelijke aansprakelijkheid in te dienen, moet de aanvraag van zijn of haar rechthebbenden, om ontvankelijk te zijn, binnen de zes maanden die volgen op het kalenderkwartaal in de loop waarvan zij werden verzocht te betalen in de plaats van de verzekeringsplichti- ge ingediend worden op de wijze voorzien in § 2, 1/ van dit artikel.’; Gelet op artikel 90, § 2, tweede lid, van voornoemd koninklijk besluit van 19 december 1967, luidend als volgt : ‘De aanwezigheid ter zitting van de aanvrager is niet vereist. Indien hij hiertoe de wens uitdrukt, kan hij persoonlijk verschijnen of zich laten vertegenwoordigen of bijstaan hetzij door een advocaat, drager in voorkomend geval van stukken, hetzij door iedere andere persoon voorzien van een geschreven volmacht en voor ieder geval aanvaard door de voorzitter.’; Gelet op de aanvraag om ontheffing van hoofdelijke aansprakelijkheid ingediend en geregistreerd op 05/02/2002; Overwegende dat deze aanvraag om ontheffing van hoofdelijke aansprake- lijkheid op de volgende driemaandelijkse bijdragen betrekking heeft : van 2/1996 t.e.m. 1/2001; IX-3749-3/7 Overwegende dat deze aanvraag om ontheffing van hoofdelijke aansprake- lijkheid op de volgende driemaandelijkse regularisatiebijdragen betrekking heeft : van 1/1999 t.e.m. 4/1999; Overwegende dat de afrekening m.b.t. de regularisatiebijdragen verstuurd werd op / / voor de periode van 1/1999 t.e.m. 4/1999; Gelet op de andere stukken van het dossier; (...); Aangezien uit de stukken van het dossier blijkt dat de hoofdelijk aansprake- lijke zich bevindt in een toestand die de staat van behoefte benadert, waardoor een gedeeltelijke ontheffing gerechtvaardigd is; Gehoord de advocaat in zijn uiteenzetting; BESLIST : Ontheffing van hoofdelijke aansprakelijkheid wordt verleend voor de volgende driemaandelijkse bijdragen : 1/
  5. Ontheffing van hoofdelijke aansprakelijkheid wordt geweigerd voor de volgende driemaandelijkse bijdragen : van 2/1996 t.e.m. 4/
  6. Ontheffing van hoofdelijke aansprakelijkheid wordt geweigerd voor de volgende driemaandelijkse regularisatiebijdragen : van 1/1999 t.e.m. 4/1999.” De grond van de zaak
  7. In een enig middel voert verzoekster de schending aan van de motiveringsverplichting, opgenomen in de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. In het bestreden besluit wordt, ondanks de omstandige motivering van de aanvraag en de mondelinge uiteenzetting van haar raadsman ter zitting, niet uiteengezet waarom de rampzalige financiële toestand van verzoekster geen reden kan zijn om volledig vrijgesteld te worden van haar hoofdelijke aansprakelijkheid, terwijl er toch een vrijstelling wordt verleend voor het eerste kwartaal
  8. De verwerende partij antwoordt dat de vermelde juridische en feitelijke gegevens voldoen aan de wettelijke verplichting. Zij beslist op grond van de gegevens aangaande de toestand van de aanvrager, waarover zij beschikt. Om over de staat van behoefte van de aanvrager te oordelen bestaan geen algemeen geldende of duidelijk afgelijnde criteria. De Commissie baseert zich “op een totaalbeeld van gegevens in elk dossier” en één bepaald gegeven, zoals een geleden verlies in een bepaald jaar, is op zich niet voldoende om de staat van behoefte te IX-3749-4/7 beoordelen. Zo wordt, met betrekking tot vennootschappen, rekening gehouden met de winsten en de verliezen van de voorbije jaren, de actuele financiële toestand, de schulden, de buitengewone uitgaven die zij moet doen, de kans om moeilijkheden te boven te komen en andere elementen die blijken uit het onderzoek van de sociale inspectie of de debatten ter zitting. In casu blijkt uit de verwijzing naar de stukken van het dossier dat de Commissie rekening gehouden heeft met het geheel van die elementen zoals zij in het dossier kunnen teruggevonden worden. Een meer concrete motivering, door met name te wijzen op bepaalde aspecten uit het onderzoek, zou onvermijdelijk onvolledig zijn, niet accuraat en bijgevolg niet afdoende.
  9. Verzoekster repliceert dat de verwerende partij geen antwoord geeft op de ontwikkelde argumentatie.
  10. De beslissingen van de Commissie voor vrijstelling van bijdragen, opgericht bij het Bestuur Sociale Zekerheid der Zelfstandigen van de FOD Sociale Zekerheid, zijn administratieve beslissingen, onderworpen aan de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. In de beslissing zelf moet op afdoende wijze aangegeven worden op welke feitelijke en juridische overwegingen zij steunt. Deze moeten de betrokkene toelaten de precieze beweegredenen die het bestuur tot het bestreden besluit gebracht hebben te achterhalen, zodat hij met kennis van zaken kan uitmaken of het zin heeft juridische stappen te ondernemen tegen het besluit.
  11. Met het bestreden besluit verleent de Commissie verzoekster vrijstelling van hoofdelijke aansprakelijkheid voor de driemaandelijkse bijdrage voor 1/2001, maar weigert zij de gevraagde vrijstelling van de bijdragen van 2/1996 tot 4/2000 en van de regularisatiebijdragen van 1/1999 tot 4/
  12. Het besluit verwijst daartoe enerzijds naar “de stukken van het dossier” waaruit blijkt dat verzoekster zich bevindt in een toestand die de staat van behoefte benadert, hetgeen een gedeeltelijke ontheffing rechtvaardigt en anderzijds naar de uiteenzetting van de advocaat ter zitting.
  13. Dergelijke motivering is stereotiep. Verzoekster kan op grond daarvan niet uitmaken wanneer, volgens de Commissie, de aanvrager in een toestand van behoefte of in een toestand van bijna-behoefte verkeert en welke gegevens uit haar dossier de Commissie ertoe hebben gebracht haar bij de categorie van de bijna- behoeftigen in te delen. Evenmin kan zij uitmaken waarom de Commissie haar voor bepaalde periodes niet behoeftig acht. De ruime discretionaire beoordelingsbevoegd- IX-3749-5/7 heid waarover de Commissie beschikt om tot het bestaan van de staat van behoefte of van bijna-behoefte te besluiten, stelt haar niet vrij van de verplichting om in ieder individueel geval de elementen aan te duiden die haar besluit in concreto onderbou- wen.
  14. Een verwijzing naar “de stukken van het dossier” en naar de uiteenzetting van de advocaat ter zitting laat verzoekster en de Raad van State niet toe de gegevens te achterhalen op grond waarvan de Commissie besloten heeft dat een toestand van bijna-behoeftigheid aanvaard kon worden. Dit is nochtans nodig om te kunnen uitmaken of die gegevens de gemaakte conclusie inderdaad wettigen. Daarnaast kan de verwijzing naar het feit dat verzoekster “zich bevindt in een toestand die de staat van behoefte benadert”, om de redenen die de Raad van State in het arrest nr. 148.760 van 12 september 2005 inzake DE VRIES uiteengezet heeft, geen reden zijn om de vrijstelling voor een bepaald kwartaal toe te staan en voor andere kwartalen te weigeren.
  15. Het middel is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  16. Vernietigd wordt de beslissing van de Commissie voor Vrijstel- ling van Bijdragen inzake de sociale verzekeringen der Zelfstandigen waarbij de NV PET FOOD BELGIUM de ontheffing van hoofdelijke aansprakelijkheid wordt geweigerd voor de driemaandelijkse bijdragen voor de periode 2/1996 tot 4/2000 en voor de driemaandelijkse regularisatiebijdragen voor de periode 1/1999 tot 4/
  17. Artikel
  18. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. IX-3749-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 16 mei 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. P. LEMMENS. IX-3749-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.970 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.