id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.971 Rolnummer: A. 64006/IX-3951 Zaak: Arrest 182971 - Beroepsordes en gereglementeerde beroepen - 16/05/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-06-03 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 08:03 Fiche Arrest nr 182.971 van 16 mei 2008 Economische zaken - Beroepsordes en gereglementeerde beroepen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.971 van 16 mei 2008 in de zaak A. 64.006/IX-
- In zake :
- de VZW Belgische Syndicale Dierenartsenvereniging (B.S.D.V.),
- de VZW Vlaamse Dierenartsenvereniging,
- Marc JANSSENS, die woonplaats kiezen bij advocaat D. PHILIPPE, kantoor houdende te BRUSSEL, Louizalaan 240 tegen : de Orde der Dierenartsen, die woonplaats kiest bij advocaten P. DE MAEYER en X. LEURQUIN, kantoor houdende te BRUSSEL, Tedescolaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de VZW Belgische Syndicale Dierenartsenvereniging, de VZW Vlaamse Dierenartsenvereniging en Marc JANSSENS op 8 juni 1995 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van het reglement van inwendige orde, aangenomen door de Hoge Raad van de Orde der Dierenartsen op 10 december 1994; Gelet op het arrest nr. 138.981 van 10 januari 2005 waarbij de debatten worden heropend en het door de auditeur-generaal aan te stellen lid van het auditoraat ermee belast wordt het onderzoek van de zaak voort te zetten; Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door eerste auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op de beschikking van 12 januari 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; IX-3951-1/4 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 24 oktober 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 3 december 2007, datum waarop de zaak sine die wordt uitgesteld; Gezien de aanvullende memories van de partijen; Gelet op de beschikking van 12 maart 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 14 april 2008; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. DE MOOR die, loco advocaat D. PHILIPPE verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat P. DE MAEYER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van eerste auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten.
- De feitelijke gegevens van de zaak zijn uiteengezet in het arrest nr. 138.981 van 10 januari 2005 waarbij de debatten heropend zijn en verder onderzoek van de zaak bevolen is. De ontvankelijkheid
- De verwerende partij betwist de ontvankelijkheid van het beroep, aangezien de Orde der Dierenartsen op 19 juli 2007 een nieuw procedurereglement IX-3951-2/4 uitgevaardigd heeft dat vanaf 1 oktober 2007 het bestreden reglement vervangt. Naar haar oordeel heeft het beroep geen voorwerp meer.
- Op de terechtzitting van 3 december 2007 stelt de raadsman van de verzoekende partijen dat zij nog belang hebben bij de vernietiging van de bestreden regeling omdat zij nog van toepassing is in de dossiers die dagtekenen uit de periode waarin zij uitwerking had.
- In de aanvullende memorie, die de verwerende partij met het oog op de openbare terechtzitting van 14 april 2008 ingediend heeft, stelt zij dat de bestreden regeling sinds 1 oktober 2007 vervangen is door het procedurereglement van 19 juli 2007, waarmee het bestreden reglement impliciet opgeheven is. Zij bevestigt dat geen procedures meer aanhangig zijn waarop het bestreden reglement van toepassing is, dat dit reglement ook niet van toepassing blijft voor de procedures die vóór 1 oktober 2007 opgestart zijn, terwijl de verzoekende partijen noch hun leden dergelijke procedures lopend hebben. Dat het bestreden reglementair besluit gedurende een zekere periode uitwerking gehad heeft, verantwoordt niet dat de verzoekende partijen hun belang bij het beroep behouden. Een vernietiging kan hen geen enkel voordeel meer opleveren.
- Op de terechtzitting van 14 april 2008 stelt de raadsman van de verzoekende partijen dat de nieuwe regeling het bestreden besluit niet vervangen heeft maar dat het opgeheven is en dat het nieuw procedurereglement geen overgangsbepalingen bevat zodat feiten die zich vóór 1 oktober 2007 voorgedaan hebben volgens het bestreden reglement beoordeeld zullen worden.
- De partijen betwisten niet dat het bestreden reglement sinds 1 oktober 2007 door een nieuwe regeling vervangen is, met name door het procedurereglement van 19 juli
- Aangezien dat nieuw besluit geen overgangs- regeling bevat, zijn de organieke regels en de procedureregels die het bevat, vanaf 1 oktober 2007 van toepassing op alle procedures die na die datum gevoerd worden en die op die datum hangend zijn. Het bestreden besluit kan sinds die datum niet meer toegepast worden.
- De verwerende partij stelt dat geen dossiers meer hangende zijn waarop het bestreden besluit van toepassing is. Verzoekende partijen tonen, elk wat hen betreft, het tegendeel niet aan. Ook maken zij met geen enkele indicatie IX-3951-3/4 aannemelijk dat, na een vernietiging door de Raad van State, de onwettigheid van de bestreden regeling nog gevolgen kan hebben voor dossiers, die volgens de bestreden regeling hun beslag hebben gekregen.
- De verzoekende partijen tonen niet aan welk voordeel zij thans nog kunnen halen uit de vernietiging van de bestreden regeling. Het beroep is niet langer ontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 297,48 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor een derde. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 16 mei 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. P. LEMMENS. IX-3951-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.971 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.138.981 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.