← België

Arrest 182974 - Financiële tegemoetkomingen - 16/05/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.974 Rolnummer: A. 132713/IX-3694 Zaak: Arrest 182974 - Financiële tegemoetkomingen - 16/05/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-30 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 08:03 Fiche Arrest nr 182.974 van 16 mei 2008 Sociale zaken en volksgezondheid - Financiële tegemoetkomingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.974 van 16 mei 2008 in de zaak A. 132.713/IX-

  1. In zake : de NV VLEES DE CLERCQ EN ZOON, die woonplaats kiest bij advocaat M. DE BOEL, kantoor houdende te GENT, Coupure 5 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Volksgezondheid, die woonplaats kiest bij advocaat R. DEPLA, kantoor houdende te BRUGGE-SINT-KRUIS, Karel van Manderstraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV VLEES DE CLERCQ EN ZOON op 6 februari 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 10 december 2002 van de minister van Volksgezondheid waarbij haar een vergoeding wordt geweigerd naar aanleiding van de dioxinecrisis; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de beschikking van 12 januari 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 20 maart 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 april 2008; IX-3694-1/6 Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. BOCKSTAELE die, loco advocaat M. DE BOEL verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat P. EECKLOO die, loco advocaat R. DEPLA verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten
  3. Verzoekster is groothandelaar in vlees en is actief in de aankoop, het versnijden en de verkoop van partijen onbewerkt vlees, vers en/of ingevroren. In mei en juni 1999 levert verzoekster partijen verse varkens- borsten, ter waarde van 23 092,81 EURO aan haar commissionaris CO.PO.AGEN- CY S.N.C. te Brescia in Italië. In oktober volgt een partij bevroren schouders ter waarde van 28 872,30 EURO.
  4. De partijen varkensborsten worden getest op PCB’s en het resultaat is negatief. Wegens het langdurig beslag moet het vlees uiteindelijk toch vernietigd worden. De schouders worden eveneens getest. In België is de test negatief; in Italië is het resultaat positief. Het vlees wordt vernietigd.
  5. Verzoekster dient bij het Enig Loket Dioxine een vraag in om vergoeding van haar schade -83 179,21 EURO- te verkrijgen.
  6. Met een aangetekend schrijven van 10 december 2002 deelt de minister van Volksgezondheid haar mee dat haar in het kader van het koninklijk besluit van 25 januari 2000 tot instelling van een vergoedingsregeling naar IX-3694-2/6 aanleiding van de dioxinecrisis voor sommige voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong geen vergoeding toegekend wordt. Van die beslissing wordt de nietigverklaring gevorderd. De brief luidt als volgt: “Ik heb de eer u mee te delen dat ik, in het kader van het KB van 25 januari 2000 tot instelling van een vergoedingsregeling naar aanleiding van de dioxinecrisis voor sommige voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong, beslist heb om u geen vergoeding toe te kennen voor uw dossier
  7. Immers, na een eerste onderzoek van uw dossier, werd beslist u geen vergoeding toe te kennen en de nieuwe gegevens die u mij bezorgd heeft laten mij nog altijd niet toe u een vergoeding toe te kennen. Opmerkingen inzake de beslissing : Het dossier kan opgesplitst worden in drie delen. I. De goederen die vermeld worden op de factuur met nr 067.487 van NV Vlees De Clercq werden uitgevoerd op 6 oktober
  8. De Italiaanse overheid heeft op deze goederen maatregelen toegepast die strenger waren dan deze die voorzien werden door de Europese wetgeving ter zake. Na 6 augustus 1999 mochten immers enkel goederen worden uitgevoerd die negatief getest waren op PCB’s. De Italiaanse overheid had bijgevolg geen reden meer om die goederen te laten vernietigen. Deze goederen komen dan ook niet meer in aanmerking voor een vergoeding in het kader van het KB van 25 januari 2000 die op de vergoedingsregeling voor uitgevoerde goederen betrekking heeft. II. De afgewerkte producten, afkomstig van de verwerking van goederen vermeld op de facturen nrs. 065.901, 065.980, 066.053, 066.143, 066.214 van NV Vlees De Clercq, werden negatief getest op PCB’s. De houdbaarheidsda- tum van de afgewerkte producten die werden in beslag genomen, werd bepaald onder de verantwoordelijkheid van de verwerkende firma. De bevelen voor vernietiging van de afgewerkte goederen refereren naar een slechte condition- nering van de goederen en naar organoleptische afwijkingen. De vernietiging van de goederen heeft bijgevolg plaats gevonden onder andere omstandigheden dan deze voorzien in artikel 1, § 1 van het KB van 25 januari 2000 ter zake (het betreft niet meer de “verzonden goederen uit België”, maar de verwerkte producten ervan en de hiervoor genoemde redenen voor vernietiging zijn niet vervat in het KB). Deze goederen komen niet in aanmerking voor een vergoeding binnen het kader van het vermelde KB. III. De afgewerkte producten, afkomstig van goederen die worden vermeld op factuur nr. 066.166 van NV Vlees De Clercq, werden niet geanalyseerd. De houdbaarheidsdatum van de afgewerkte producten werd bepaald onder verantwoordelijkheid van de verwerkende firma. De vernietiging van de goederen werd bevolen op andere gronden dan deze voorzien in artikel 1, § 1, van het KB van 25 januari 2000 (het betreft niet meer de “verzonden goederen uit België”, maar verwerkte producten op basis daarvan). Deze goederen komen niet in aanmerking voor een vergoeding binnen het kader van het vermelde KB. Indien u niet akkoord gaat met de beslissing, kunt u een beroep tot nietigverklaring van deze beslissing indienen, bij wijze van aangetekend schrijven, voor de Raad van State, afdeling Administratie, Wetenschapsstraat 33 te 1040 Brussel, binnen de termijn van zestig kalenderdagen na ontvangst van deze aangetekende brief.” IX-3694-3/6 De bevoegdheid van de Raad van State
  9. De verwerende partij betwist de bevoegdheid van de Raad van State. Zij betoogt dat de Raad van State overeenkomstig de artikelen 144 en 145 van de Grondwet onbevoegd is omdat de toekenning van de vergoeding die in het koninklijk besluit van 25 januari 2000 betreffende de vergoedingsregeling naar aanleiding van de dioxinecrisis uitsluitend afhangt van het vervullen van de daarin gestelde voorwaarden, die geen discretionaire bevoegdheid verlenen aan het bestuur. Het bestreden besluit verwijst wel naar de mogelijkheid om bij de Raad van State een annulatieberoep in te dienen, maar het bestuur kan de bevoegdheidsregels van de rechtbanken niet wijzigen.
  10. Verzoekster repliceert dat zij de vernietiging vordert van een administratieve beslissing en dat haar vordering niet gericht is op de erkenning van een subjectief recht. Zij stelt voorts dat het koninklijk besluit van 25 januari 2000 aan het bestuur wel degelijk een discretionaire bevoegdheid laat, nu artikel 3, § 1, waarin de term “komen in aanmerking (voor een vergoeding)” gebruikt wordt, verwijst naar de mogelijkheid om een vergoeding toe te kennen en dat, in geval de onbevoegdheid van de Raad van State in deze aangelegenheid wordt aanvaard, de vleesbedrijven in geval hun een vergoeding voor de schade geleden door de dioxinecrisis geweigerd wordt, nooit een beroep op de Raad van State kunnen doen, terwijl er toch een administratieve beslissing voorligt die vatbaar kan zijn voor vernietiging omdat zij bijvoorbeeld gebrekkig gemotiveerd is. Zij besluit dat de verwijzing naar de mogelijkheid om een annulatieberoep in te stellen ingaat tegen alle beginselen van behoorlijk bestuur. In haar laatste memorie stelt verzoekster nog dat in de bestreden beslissing niet wordt nagegaan of de voorwaarden opgenomen in het koninklijk besluit van 25 januari 2000 vervuld zijn, maar dat er gewoon gesteld wordt dat dit koninklijk besluit ter zake niet van toepassing is.
  11. Met de bestreden beslissing wordt uitspraak gedaan over de aanvraag van de verzoekende partij om de vergoeding te verkrijgen bedoeld in het koninklijk besluit van 25 januari 2000 tot instelling van een vergoedingsregeling naar aanleiding van de dioxinecrisis voor sommige voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong (hierna: het koninklijk besluit van 25 januari 2000). Dat besluit, dat zijn rechtsgrond vindt in artikel 16 van de wet van 3 december 1999 betreffende IX-3694-4/6 steunmaatregelen ten gunste van landbouwbedrijven getroffen door de dioxinecrisis, bepaalt -artikel 2, § 1- dat de laatste Belgische verkoper van de voedingsmiddelen bedoeld in artikel 1 “onder de in dit besluit vermelde voorwaarden in aanmerking (komt) voor het bekomen van een vergoeding voor zover de bewijsstukken ter staving waarnaar wordt verwezen in het dossier uiterlijk op 1 december 1999 werden ingediend (...)” (Franse tekst: “...peut prétendre à une indemnité...”). Met het besluit wordt aldus ten voordele van de bedoelde verkoper een recht op vergoeding ingesteld, wanneer alle reglementair vastgestelde voorwaarden bepaald in het besluit vervuld zijn.
  12. De beoordeling van de voorwaarden die de aanvrager volgens het koninklijk besluit van 25 januari 2000 moet vervullen vereisen geen discretionair optreden van het bestuur. Dat is ook niet het geval voor de vaststelling van het bedrag van de toe te kennen vergoeding. Zulks betekent dan ook dat de justitiële rechter, bij wie de betaling van de vergoeding waarop een aanvrager recht meent te hebben wordt afgedwongen, kan uitmaken of de betrokkene de gestelde voorwaar- den vervult -inzonderheid nagaan of de aanvraag en de bewijsstukken tijdig ingediend zijn en of die bewijsstukken volstaan om het recht te doen ontstaan-, zonder dat hij daarbij het beoordelingsdomein van het bestuur betreedt. De omstandigheid dat in dit geval de vergoeding geweigerd zou zijn omdat het koninklijk besluit van 25 januari 2000 als zodanig niet van toepassing zou zijn, wijzigt de relatie tussen verzoekster en het bestuur niet.
  13. Verzoekster wijst geen bepaling aan die de Raad van State bevoegd maakt om kennis te nemen van geschillen die voortvloeien uit de toepassing van het koninklijk besluit van 25 januari
  14. Bijgevolg is enkel de justitiële rechter bevoegd om de geschillen over de toekenning van de vergoeding te behandelen, hetgeen de bevoegdheid van de Raad van State uitsluit.
  15. De verwerende partij heeft in haar mededeling van 10 december 2002 aan verzoekster zelf aangestipt dat zij tegen het bestreden besluit een annulatieberoep kon indienen. Met dat gegeven voor ogen past het de kosten van het geding ten laste van de verwerende partij te leggen. IX-3694-5/6 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  16. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  17. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 16 mei 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. P. LEMMENS. IX-3694-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.974 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.