id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.976 Rolnummer: A. 64053/IX-1058 Zaak: Arrest 182976 - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan - 16/05/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-30 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 08:03 Fiche Arrest nr 182.976 van 16 mei 2008 Openbaar ambt - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.976 van 16 mei 2008 in de zaak A. 64.053/IX-
- In zake : Jacob MONNISSEN, wonende te MAASMECHELEN, Thomas Boslaan 74 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Landsverdediging. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jacob MONNISSEN op 12 juni 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing waarbij zijn bevordering tot de graad van eerste korporaal-chef wordt uitgesteld; Gelet op het arrest nr. 157.620 van 18 april 2006 waarbij de debatten worden heropend en waarbij het door de auditeur-generaal aangestelde lid van het auditoraat ermee wordt belast het onderzoek van de zaak voort te zetten; Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door eerste auditeur- afdelingshoofd R. AERTGEERTS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 2 april 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 april 2008; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat T. DE SAUVAGE die, loco advocaat O. OCZAKOWSKI verschijnt voor verzoeker, en van luitenant- kolonel militair administrateur A. DE DECKER, die verschijnt voor de verwerende partij; IX-1058-1/4 Gehoord het advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. AERTGEERTS; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten
- De feitelijke gegevens van de zaak zijn uiteengezet in het arrest nr. 157.620 van 18 april
- De grond van de zaak
- In het arrest nr. 157.620 is vastgesteld dat het beroep gericht is tegen de beslissing waarbij de verwerende partij weigert verzoeker vanaf 26 september 1994 tot eerste korporaal-chef te benoemen en dat die beslissing neergelegd is in de nota van 18 oktober 1994 van de divisie Personeel van de Generale Staf van de Krijgsmacht. Er is ook gesteld dat uit het dossier dat de verwerende partij met betrekking tot de bevordering van verzoeker op 26 september 1994 samengesteld heeft, blijkt dat de weigering om hem te bevorderen steunt op de vaststelling, gemaakt door de eenheids-, de korps- en de divisiecommandant van verzoeker, dat zij wegens de langdurige afwezigheid wegens gezondheidsredenen, geen advies konden uitbrengen over zijn wijze van dienen.
- In het tweede middel voert verzoeker aan dat het bestreden besluit niet voldoet aan de voorschriften van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. Hij stelt dat het advies van zijn eenheidscommandant, op grond waarvan zijn wijze van dienen als “onvoldoen- de” beoordeeld werd, niet steunt op eigen vaststellingen maar op “van horen zeggen”, terwijl de commandant zich had moeten wraken of minstens een gemotiveerd en geschreven advies had moeten inwinnen bij de overheden die hem wel gekend hebben. De eenheidscommandant heeft bij het hernemen van zijn beoordeling wel een oudere persoonlijkheidsnota bij de bevorderingsfiche gevoegd, maar hij heeft zijn advies dan toch niet veranderd. Verzoeker kan derhalve niet uitmaken op grond van welke gegevens de eenheidscommandant, na eerst geweigerd IX-1058-2/4 te hebben een persoonlijkheidsnota op te stellen, toch de beoordeling “onvoldoende” behouden heeft. De uiteenzetting die de eenheidscommandant ter motivering van zijn advies gegeven heeft kan zijn negatieve beoordeling niet deugdelijk onderbou- wen, want die motivering steunt op “horen zeggen” en is niet onderbouwd door een “deugdelijke analyse” van zijn verleden. Een afwezigheid -zelfs een verlof- om gezondheidsredenen kan geen reden zijn om de militairen, die volgens anciënniteit en in een vlakke loopbaan bevorderd worden, niet te benoemen en zijn statuut bevat geen enkel voorschrift dat toelaat hem wegens fysieke hoedanigheden of lichamelij- ke geschiktheid uit te sluiten van de benoeming tot eerste korporaal-chef.
- De verwerende partij heeft zich ten gronde niet verdedigd.
- De bestreden beslissing verwijst in de aanhef naar de nota nr. 5543 van 8 september
- Die nota betreft de “bevorderingsfiche” die binnen de administratie opgemaakt werd met het oog op de bevordering van verzoeker tot eerste korporaal-chef. Bij die bevorderingsfiche zijn de adviezen van de eenheids-, de korps- en de divisiechef van verzoeker met hun respectieve verantwoording gevoegd. Globaal genomen wordt de bevordering van verzoeker uitgesteld omdat hij gedurende de laatste 24 maanden permanent afwezig geweest is wegens medische redenen. De eenheidscommandant heeft daaraan toegevoegd dat hij van de meerderen die verzoeker gekend hebben geen dermate gunstige gegevens vernomen heeft dat hij zonder hem te kennen een gunstige beoordeling kon geven. De korpscommandant heeft verzoeker een voldoende gegeven voor zijn karakteriële en morele hoedanigheden wegens afwezigheid van minder goede beoordelingen in het verleden. Verzoeker heeft deze verschillende verantwoordingen voor kennisneming ondertekend. Hij kende dus de redenen waarop het bestreden besluit steunt en had de mogelijkheid om zich ten gronde te verweren. Zodoende heeft het ontbreken van een vermelding van de motieven in het bestreden besluit zelf verzoeker niet geschaad. Het middel kan niet aangenomen worden.
- Zoals verzoeker het middel toelicht, blijkt hij evenwel ook de deugdelijkheid van de in aanmerking genomen grondslag te betwisten, waar hij stelt dat de gerechtvaardigde afwezigheid om gezondheidsredenen geen reden kan zijn IX-1058-3/4 om een bevordering in een vlakke loopbaan te weigeren en, subsidiair, dat de eenheidscommandant niet regelmatig -want van horen zeggen- tot het besluit gekomen is dat hij geen gunstig advies kon verlenen. Dat aspect van het middel is in het auditoraatsverslag niet onderzocht. Er is reden om het onderzoek van de zaak voort te zetten. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De debatten worden heropend. Artikel
- Het door de auditeur-generaal aangestelde lid van het auditoraat wordt ermee belast het onderzoek van de zaak voort te zetten. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 16 mei 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. P. LEMMENS. IX-1058-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.976 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.620 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.069 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.