id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.982 Rolnummer: A. 187008/IX-5836 Zaak: Arrest 182982 - Apothekers en apotheken - 16/05/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-30 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 08:03 Fiche Arrest nr 182.982 van 16 mei 2008 Sociale zaken en volksgezondheid - Apothekers en apotheken Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.982 van 16 mei 2008 in de zaak A. 187.008/IX-
- In zake : Cynthia SWINNEN die woonplaats kiest bij advocaat C. DE GANCK kantoor houdende te GENT, Koning Leopold II-laan 95 tegen : het ALGEMEEN ZIEKENHUIS JAN PALFIJN GENT A.V. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Cynthia SWINNEN op 12 februari 2008 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 17 december 2007 van het directiecomité van het Algemeen Ziekenhuis Jan Palfijn Gent A.V. (hierna: AZ Jan Palfijn Gent) om haar niet op te nemen in de werfreserve voor apotheker hoofd van dienst, alsook van de impliciete weigering van de raad van bestuur van de voornoemde ziekenhuisvereniging om haar binnen de vier maanden na haar aanmaning van 29 augustus 2007 te benoemen in de functie van apotheker hoofd van dienst; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur B. THYS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 7 april 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 april 2008; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat M.-C. VANDERMEULEN die, loco advocaat C. DE GANCK verschijnt voor de verzoekster, en van advocaat P. DEVERS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. MAREEN; IX-5836-1/12 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Over de gegevens van de zaak. De gegevens van de zaak kunnen als volgt worden samengevat : 1.
- De verzoekster is sedert 1 juli 2002, op grond van een arbeids- overeenkomst voor onbepaalde duur, als voltijds adjunct-hoofdapotheker in dienst van het AZ Jan Palfijn Gent. 1.
- Het AZ Jan Palfijn Gent is een vereniging, zoals bedoeld in hoofdstuk XII van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. 1.
- De verzoekster is ter vervanging van Hildegarde VAN HEESVELDE, voltijds statutair apotheker hoofd van dienst, aangesteld als plaatsvervangend apotheker hoofd van dienst van 7 maart 2005 tot en met 30 september 2005, van 19 januari 2006 tot en met 30 april 2006 en vanaf 1 maart
- Zij ontvangt daarvoor telkens een plaatsvervangingstoelage. Na de oppensioenstelling van Hildegarde VAN HEESVELDE met ingang van 1 oktober 2007 blijft de verzoekster de functie van apotheker hoofd van dienst uitoefenen. Vanaf 1 november 2007 ontvangt zij daarvoor een waarnemingstoelage in de plaats van een plaatsvervangingstoelage. 1.
- Naar aanleiding van de op dat ogenblik nog nakende oppensioenstelling van de apotheker hoofd van dienst, wordt verzoekster met een brief van 2 april 2007 uitgenodigd om deel te nemen aan “het bevorderingsexamen en de selectie van interne kandidaten hoofdapotheker”. Luidens het bijgevoegde document, met de titel “interne oproep”, moeten de kandidaten aan de volgende voorwaarden voldoen : IX-5836-2/12 “Statutaire personeelsleden in dienst moeten aan volgende voorwaarden voldoen :
- Zich in een administratieve stand bevinden waarin zij hun aanspraken op bevordering kunnen doen gelden.
- Titularis zijn van een graad binnen niveau A. Beschikken over een diploma ziekenhuisapotheker alsook een erkenning bandagist volgens art. 27/
- Minstens 5 jaar ziekenhuiservaring hebben als apotheker.
- Slagen voor het vergelijkend examen. Contractuele personeelsleden AZ Jan Palfijn Gent AV moeten aan volgende voorwaarden voldoen :
- In het bezit zijn van gewenste diploma.
- Titularis zijn van een graad binnen niveau A. Beschikken over een diploma ziekenhuisapotheker alsook een erkenning bandagist volgens art. 27/
- Minstens 5 jaar ziekenhuiservaring hebben als apotheker.
- Slagen voor het vergelijkend examen.” Het vergelijkend examen, waarvan sprake, is als volgt nader bepaald : “
- Praktisch/schriftelijk deel (vergelijkend) - dinsdag 8 mei 2007 Dit onderdeel behandelt praktische kennis, planning en organisatie, methodes in leidinggeven, wetgeving. Dit gedeelte staat op 100 punten. De kandidaten moeten 60% behalen om tot het volgende deel toegelaten te worden.
- Psychotechnisch onderdeel (niet - eliminerend) - vrijdag 18 mei 2007 Dit gedeelte omvat een capacitair onderzoek op het niveau van de functie, aangevuld met een persoonlijkheidsonderzoek op het profiel van de functie. Het psycho-technisch deel resulteert in één van volgende beoordelingen: zeer geschikt, geschikt, minder geschikt.
- Mondelinge proef (vergelijkend) - woensdag 23 mei 2007 Dit gedeelte peilt naar de vaardigheden, motivatie, interesse, attitude, vaktechnische kennis, e.d.m. Dit gedeelte staat op 50 punten. De kandidaten moeten 60% behalen om te slagen.” De uitvoering is toevertrouwd aan een extern selectiebureau via Jobpunt Vlaanderen. 1.
- Met een brief van 13 april 2007 stelt de verzoekster zich kandidaat. Zij is de enige kandidate. 1.
- De schriftelijke proef heeft plaats op 8 mei
- De verzoekster behaalt een score van 65%. De beoordeling van de examenjury luidt als volgt : “GOED " De structuur van de antwoorden en de schetsing van de problematiek is goed en doordacht. Het is duidelijk dat de kandidaat ervaring heeft en de wetgeving kent. " Het proces wordt gedetailleerd en realistisch beschreven. " De kandidaat beseft het belang van samenwerking. IX-5836-3/12 MINDER GOED " Communicatie : weinig uitgewerkt. Ivm de directie en informatica, die worden geïnformeerd, maar niet betrokken bij de keuzes en beslissingen van bij de start. Gezien de complexiteit lijkt me dit essentieel. " De kandidaat lijkt weinig ervaring te hebben met projectwerking : Eerst wordt een procesbeschrijving gemaakt en pas op het einde een behoefteplan voor informatica en personeel. Een behoefteplan zou wel de uitgangspositie moeten zijn, waarbij alle mogelijke opties op kosten/baten moeten geanalyseerd worden. Pas dan kan het gekozen proces uitgewerkt worden. " Ook de planning is vaag. " Meten is één zaak. Er wordt niets gezegd over de te bereiken resultaten. Wat is aanvaardbaar? Is er een Ometing? Wanneer bereik je voldoende kwaliteit?” 1.
- Op 15 mei 2007 volgt de psycho-technische proef. Het eindadvies van de consultants die de proef hebben afgenomen, luidt : “Op basis van de resultaten van het assessment center beschouwen wij mevrouw Cynthia Swinnen als een minder geschikte kandidaat voor de functie van Hoofdapotheker bij het AZ Jan Palfijn. We stellen vast dat mevrouw Swinnen haar leidinggevende capaciteiten nog verder dient te ontwikkelen. Op heden maakt ze nog teveel deel uit van het team en heeft ze er moeite mee om beslissingen te nemen of boodschappen te geven die op minder bijval van haar medewerkers kunnen rekenen. Ze kleedt negatieve boodschappen teveel in en legt onvoldoende sturing op in het streven naar de teamdoelstellingen. Ze slaagt er niet steeds in om haar medewerkers mee te krijgen in de gewenste richting en weet onvoldoende alternatieve werkwijzen te gene(re)ren om de resultaten alsnog op een efficiënte manier te bereiken. We stellen vast dat ze meer tijd nodig heeft om complexe materie grondig te verwerken, alvorens besluiten te kunnen vormen en dat ze het dan moeilijker heeft om haar verantwoordelijkheid op te nemen. Als haar sterke eigenschappen vermelden we haar verbale en sociale vlotheid, haar betrokkenheid bij haar functie en medewerkers, haar collegiale attitude, voldoende stressbestendigheid en doorzettingsvermogen.” 1.
- Op 23 mei 2007 heeft de mondelinge proef plaats. De verzoekster behaalt daarop 25 punten op
- De examenjury concludeert : “Mevrouw Cynthia Swinnen beschikt over de nodige technische competenties om haar huidige functie ten volle uit te oefenen maar weet deze functie in het geheel niet te overstijgen. Zij beschikt momenteel niet over voldoende generieke competenties om de functie van Hoofdapotheker binnen het A.Z. Jan Palfijn Gent op te nemen. Zij heeft een voldoende technische kennis maar koppelt hieraan niet de managementkwaliteiten om overkoepelend op te treden en daadkrachtig te gaan leiding geven. Zij treedt te weinig naar voor op het vlak van studie en onderzoek en mist opportuniteiten om via uitwisseling met andere ziekenhuizen de eigen organisatie op een hoger plan te brengen. In haar leidinggeven naar anderen toe zien we een te meegaande stijl en positioneert zij zich te weinig. IX-5836-4/12 In interpersoonlijke relaties zien we dat ze te weinig in staat is om anderen te beïnvloeden en impact te genereren. Zij blijft eerder passief en uitvoerend te werk gaan en poneert te weinig een duidelijke visie met betrekking tot haar vakdomein. Op basis van het mondeling gedeelte is mevrouw Cynthia Swinnen niet geslaagd bevonden op de mondelinge proef.” 1.
- Met een brief van 6 juni 2007 deelt de bestuurder-directeur van het AZ Jan Palfijn Gent aan de verzoekster mede dat het directiecomité op 30 mei 2007 heeft besloten dat zij niet wordt opgenomen in de werfreserve voor apotheker hoofd van dienst. 1.
- De raadsman van de verzoekster vraagt met een aangetekende en een gewone brief van 16 juli 2007 aan de bestuurder-directeur een kopie van de toepasselijke statutaire regelingen, alsook inzage en kopie van het personeelsdossier en het examendossier van de verzoekster. 1.
- Met een brief van 6 augustus 2007 antwoordt de bestuurder-directeur aan de raadsman dat de examenprocedure gebaseerd is op “het examenreglement van het OCMW Gent met de nodige aanpassingen die rekening houden met de werking en de bevoegdheden van het ziekenhuis”. Voor wat de inzage van dossiers betreft, wordt aan de raadsman gevraagd contact op te nemen, teneinde dienaangaande een afspraak te maken. 1.
- In een aangetekende en een gewone brief van 29 augustus 2007 aan de voorzitter en de leden van de raad van bestuur van het AZ Jan Palfijn Gent zet de verzoekster uiteen dat volgens haar "het dossier een aantal formele gebreken vertoont". Voorts stelt zij : “[...]Onverminderd deze formele gebreken, blijkt dat ik op het examen heb behaald, - 65 op 100 op het schriftelijke deel, - het psychotechnisch onderdeel dat niet - eliminerend is, bevat de beoordeling ‘minder geschikt’, - 25 op 50 op de mondelinge proef. Artikel 12 van het examenreglement, waaruit ik meen rechten te kunnen putten, bepaalt dat ‘Om als geslaagd te worden beschouwd moeten de kandidaten: - voor elk examengedeelte of proef vijftig procent van de punten behalen; bij gelijk puntenaantal op het mondeling, primeert het beste resultaat op de psychotechnische proeven. - alleen de kandidaten die in een reeds afgenomen examengedeelte geslaagd zijn, worden tot het volgend examengedeelte toegelaten. IX-5836-5/12 Wanneer er kandidaten zijn met een gelijk puntenaantal, heeft de kandidaat met de hoogste score op het mondeling voorrang.’ Het proces-verbaal coordinatiecommissie examen dat bepaalt dat ‘Schriftelijk deel... ...de kandidaten moeten 60% behalen om tot het volgende deel toegelaten te worden... Mondelinge proef... ... De kandidaten moeten 60% behalen om te slagen’, is dan ook niet reglementair tot stand gekomen en dient dan ook buiten toepassing te worden gelaten. Aldus meen ik op grond van het examenreglement mij als geslaagd in het examen voor de functie van apotheker hoofd van dienst te mogen aanzien en te moeten worden beschouwd, zodat ik voldoe aan de voorwaarden om te worden benoemd in de functie van apotheker hoofd van dienst. Overigens stel ik vast dat ik voldoe aan de voorwaarde ‘60% behalen om te slagen’, nu ik behaalde, - 65 op 100 (schriftelijke proef), - 25 op 50 (mondelinge proef), hetgeen samen 90 op 150 ofwel 60% uitmaakt. Met huidig schrijven beteken ik u dan ook een aanmaning om tot mijn benoeming in de functie van apotheker hoofd van dienst over te gaan. Hierbij wil ik u wijzen op artikel 14 par. 3 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, waarin wordt bepaald dat, wanneer bij het verstrijken van een termijn van vier maanden, te rekenen vanaf de betekende aanmaning, geen beslissing is getroffen, het stilzwijgen van de overheid wordt geacht een afwijzende beslissing te zijn, waartegen beroep kan worden ingesteld bij de Raad van State.” 1.
- Met een brief van 30 november 2007 zendt de bestuurder- directeur van het AZ Jan Palfijn Gent aan de verzoekster een uittreksel uit de notulen van de vergadering van 28 november 2007 van het directiecomité, naar luid waarvan de beslissing van 30 mei 2007 om de verzoekster niet op te nemen in de werfreserve voor apotheker hoofd van dienst, wordt ingetrokken. Het directiecomité overweegt dat het tot die intrekking beslist “vanwege het niet invullen van de formele motiveringsplicht, en alleen daarom” en dat het op zijn volgende zitting na heronderzoek een nieuwe beslissing zal nemen. 1.
- Met een brief van 9 januari 2008 zendt de raadsman van de verwerende partij aan de raadsman van de verzoekster een kopie van het besluit van 17 december 2007 van het directiecomité van het AZ Jan Palfijn Gent, waarbij opnieuw wordt beslist de verzoekster niet op te nemen in de werfreserve voor apotheker hoofd van dienst. Deze beslissing steunt op de volgende motieven : “Gelet het besluit van het Directiecomité van 30 mei 2007; IX-5836-6/12 Gelet het besluit van het Directiecomité van 28 november 2007, waarbij het besluit van het Directiecomité van 30 mei 2007 om de daar genoemde redenen werd ingetrokken; Gelet het examenreglement van het O.C.M.W. Gent, zoals bijgewerkt door de O.C.M.W.-Raad van 16 april 2002, met toelichting, dat voor het A.Z. Jan Palfijn Gent A.V., bij afwezigheid van eigen personeelsstatuut tot op heden, geldt (vanwege niet goedkeuring door de binnen het A.Z. Jan Palfijn Gent A.V. daartoe bevoegde organen) als richtlijn, behoudens specifieke afwijkingen; Gelet het proces-verbaal examencommissie bevorderingsexamen en selectie interne kandidaten van 26 februari 2007, met als bijlage de functiebeschrijving hoofdapotheker (m/v), o.m. houdende de beslissing om de procedure uit te besteden aan Jobpunt Vlaanderen, het programma van het examen en de te behalen punten op de onderdelen ervan, om geslaagd te kunnen zijn, alsmede de samenstelling van de jury; Gelet het samenwerkingsvoorstel van Jobpunt Vlaanderen, met medewerking van het selectie-bureau Hudson / De Witte & Morel; Gelet de interne oproep tot de kandidaten van 29 maart 2007; Gelet het schrijven van de secretaris van de examencommissie aan Cynthia Swinnen van 2 april 2007; Gelet de kandidaatstelling van Cynthia Swinnen van 13 april 2007; Gelet de schriftelijke proef afgelegd door Cynthia Swinnen op 8 mei 2007; Gelet het globaal evaluatieformulier van het schriftelijk gedeelte examen hoofdapotheker afgelegd door Cynthia Swinnen van 9 mei 2007 (score, met motieven, van 65%), stuk hetwelk aan de huidige beslissing wordt gehecht om er blijvend deel van uit te maken; Gelet de resultaten (‘minder geschikt’) van het psychotechnisch onderdeel (niet-eliminerend) van Cynthia Swinnen door het selectiebureau Hudson / De Witte & Morel van 15 mei 2007; Gelet het schrijven van de secretaris van de examencommissie aan Cynthia Swinnen van 21 mei 2007; Gelet het door de leden van de jury ondertekend formulier met het resultaat van het mondeling gedeelte examen hoofdapotheker afgelegd door Cynthia Swinnen van 23 mei 2007 (score 57,5 %, niet geslaagd), met als bijlage het overeenstemmend globaal evaluatieformulier van 23 mei 2007, met de motieven van de score, stukken dewelke aan de huidige beslissing worden gehecht om er blijvend deel van uit te maken; Aangezien de conclusie van de jury, met betrekking tot het mondeling gedeelte examen hoofdapotheker afgelegd door Cynthia Swinnen luidt als volgt : ‘Mevrouw Cynthia Swinnen beschikt over de nodige technische competenties om haar huidige functie ten volle uit te oefenen maar weet deze functie in het geheel niet te overstijgen. Zij beschikt momenteel niet over voldoende generieke competenties om de functie van Hoofdapotheker binnen het A. Z. Jan Palfijn Gent op te nemen. Zij heeft een voldoende technische kennis maar koppelt hieraan niet de managementkwaliteiten om overkoepelend op te treden en daadkrachtig te gaan leiding geven. Zij treedt te weinig naar voor op het vlak van studie en onderzoek en mist opportuniteiten om via uitwisseling met andere ziekenhuizen de eigen organisatie op een hoger plan te brengen. In haar leidinggeven naar anderen toe zien we een te meegaande stijl en positioneert zij zich te weinig. In interpersoonlijke relaties zien we dat ze te weinig in staat is om anderen te beïnvloeden en impact te genereren. Zij blijft eerder passief en uitvoerend te werk gaan en poneert te weinig een duidelijke visie met betrekking tot haar vakdomein. Op basis van het mondeling gedeelte is mevrouw Cynthia Swinnen niet geslaagd bevonden op de mondelinge proef.’; IX-5836-7/12 Zich uitdrukkelijk aansluitend bij de jury van de examencommissie, zo wat betreft de resultaten van het door Cynthia Swinnen afgelegde examenprogramma, als wat betreft de motieven van de door Cynthia Swinnen behaalde scores en die resultaten en motieven van de behaalde scores tot de zijne makende;” Deze beslissing maakt het eerste voorwerp uit van de voorliggende vordering tot schorsing. 1.
- Uit het feit dat zij sedert haar aanmaning van 29 augustus 2007 aan de voorzitter en de leden van de raad van bestuur van het AZ Jan Palfijn Gent om haar tot apotheker hoofd van dienst te benoemen, nog geen dergelijke benoeming heeft verkregen, leidt zij, met toepassing van artikel 14, §3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, de fictieve weigering af van de raad van bestuur om haar te benoemen. Deze fictieve weigering maakt het tweede voorwerp uit van de voorliggende vordering tot schorsing.
- Over de ontvankelijkheid. 2.
- De verwerende partij werpt, in een niet per post aangetekend schrijven van 6 maart 2008, een exceptie van niet-ontvankelijkheid op, omdat de Raad van State terzake geen rechtsmacht heeft, vermits de verzoekster een contractueel personeelslid is van het A.Z. Jan Palfijn Gent A.V., die als zodanig kandideerde voor een, vanuit haar rechtspositie, contractueel in te vullen betrekking van hoofdapotheker, zodat het voorwerp van de vordering een betwisting is over de wijziging (in het voordeel van de betrokkene) van een arbeidsovereenkomst. 2.
- Behoudens de gevallen vermeld in artikel 3 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dienen, luidens artikel 2 van datzelfde koninklijk besluit en in samenlezing met artikel 84 van het algemeen procedurereglement, alle processtukken aan de Raad van State te worden toegezonden bij een per post aangetekende brief. De aldus door de verwerende partij in een gewone brief opgeworpen exceptie van niet-ontvankelijkheid wordt verworpen. IX-5836-8/12
- Over de voorwaarden tot schorsing. 3.
- Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 3.
- De verzoekster voert in essentie aan ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen een moreel nadeel te lijden. Vooreerst brengt zij dat nadeel in verband met “de aard van de onwettigheden die werden begaan”. Zij betoogt dat de omvang van dat nadeel wordt bepaald door “de graad van immoraliteit waarvan de aangeklaagde onwettigheden getuigen”. Volgens haar tonen de feitelijke gegevens van de zaak aan dat de door de verwerende partij begane onwettigheden doen blijken van een vaste wil om haar “met alle mogelijke en onmogelijke middelen” niet tot voltijds statutair apotheker hoofd van dienst te benoemen. Ingevolge die onwettigheden oefent zij de functie van apotheker hoofd van dienst nog steeds waarnemend uit en bevindt zij zich in een toestand die niet alleen elke mogelijkheid tot bevordering uitsluit, maar door haar bovendien als “bijzonder smadend en vernederend” wordt ervaren, omdat binnen haar dienst, het hele ziekenhuis en zelfs daarbuiten, in de sector van de ziekenhuisapotheken, de indruk ontstaat dat zij niet competent zou zijn. De verzoekster stelt ingevolge haar niet-benoeming "een openbare blaam van onbekwaamheid" te ondergaan, die niet zonder meer kan worden goedgemaakt door een vernietigingsarrest, te meer omdat zij in afwachting van een dergelijk arrest opnieuw zal moeten deelnemen aan een aanwervingsexamen voor een functie die zij reeds bijna drie jaar zonder noemenswaardige problemen uitoefent. Voorts zet de verzoekster uiteen dat, vermits zij nu een benoeming als voltijds statutair apotheker hoofd van dienst misloopt, zij in het kader van de geplande “overgang [van het personeel] naar de statutaire toestand” zal moeten deelnemen aan een “specifiek examen”, dat uiteraard een inspanning vergt. Zij besluit dat zij zich in de gegeven omstandigheden in “een uiterst vernederende en onzekere situatie” bevindt, die moet worden aangemerkt als een ernstig nadeel dat door een later annulatiearrest niet meer kan worden goedgemaakt. IX-5836-9/12 4.
- Het is vaste rechtspraak van de Raad van State dat een moreel nadeel in de regel niet moeilijk te herstellen is en, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, kan worden goedgemaakt door de morele voldoening die een met terugwerkende kracht geldend vernietigingsarrest verleent. De verzoekster slaagt er niet in aan te tonen dat in casu bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, die het ingeroepen moreel nadeel voor haar toch tot een moeilijk te herstellen ernstig nadeel maken. Voor zover de verzoekster het moreel nadeel dat zij lijdt, verbindt aan de aard van de onwettigheden die werden begaan, wordt overwogen dat, eensdeels, het aannemelijk maken van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat wordt geleden ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen en, anderdeels, het aanvoeren van ernstige middelen die tot de nietigverklaring van de bestreden beslissingen kunnen leiden, twee van elkaar te onderscheiden schorsingsvoorwaarden zijn, die beide moeten vervuld zijn opdat de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen zou kunnen worden bevolen en die afzonderlijk moeten worden beoordeeld. In de rechtspraak van de Raad van State wordt weliswaar aangenomen dat, in uitzonderlijke gevallen, de ernst en de moeilijke herstelbaarheid van een aangevoerd moreel nadeel mede kunnen worden bepaald door de graad van immoraliteit van de onwettigheid die in een middel wordt aangevoerd, maar in de voorliggende zaak valt op het eerste gezicht niet in te zien en wordt door de verzoekster ook niet concreet en genoegzaam onderbouwd welk van de aangevoerde middelen van een zodanige immoraliteit vanwege de verwerende partij zou getuigen dat het moreel nadeel dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen zou lijden, niet meer door een vernietigingsarrest kan worden goedgemaakt. In tegenstelling tot wat de verzoekster beweert, ligt geen enkel gegeven voor dat toelaat te besluiten dat de verwerende partij haar kost wat kost, een benoeming tot apotheker hoofd van dienst wenst te ontzeggen. Integendeel geven de herhaalde aanstellingen van de verzoekster als plaatsvervangend apotheker hoofd van dienst op het eerste gezicht blijk van het vertrouwen dat de verwerende partij in haar stelt. 4.
- De verzoekster lijkt enigszins te overdrijven wanneer zij stelt ingevolge haar niet-benoeming “een openbare blaam van onbekwaamheid” te ondergaan en zich in een “uiterst vernederende” situatie te bevinden. In de bestreden beslissing van 17 december 2007 van het directiecomité om haar niet in de werfreserve op te nemen, kan alleszins geen blaam worden onderkend. Die beslissing geeft geen blijk van een bijzondere afkeuring of minachting ten aanzien van de verzoekster. Elkeen die aan een bevorderings- of aanwervingsexamen IX-5836-10/12 deelneemt, loopt het risico niet voor dat examen te slagen. Het moreel nadeel dat uit een ongunstige examenuitslag voortvloeit, kan in beginsel dan ook niet als een moeilijk te herstellen ernstig nadeel worden aangemerkt. Dit geldt evenzeer in de voorliggende zaak, te meer nu de verzoekster door de verwerende partij, in afwachting van de resultaten van een nieuw te organiseren examen, verder is belast met de vervanging van de op pensioen gestelde titularis van het ambt. De verwerende partij laat aldus blijken nog steeds vertrouwen in verzoeksters competenties te hebben. In die omstandigheden kan niet worden aangenomen dat binnen verzoeksters dienst, het hele ziekenhuis en daarbuiten, in de sector van de ziekenhuis-apotheken, ingevolge de bestreden beslissingen de indruk ontstaat dat de verzoekster volstrekt incompetent zou zijn voor de betrekking die zij ambieert. 4.
- Dat de verzoekster teleurgesteld is door het mislopen van een benoeming in de geambieerde betrekking is begrijpelijk, maar in alle redelijkheid moet toch worden aangenomen, dat een eventueel vernietigingsarrest de opgelopen teleurstelling zal kunnen compenseren. Ook de onzekerheid van haar situatie, waarover de verzoekster haar beklag doet, zal erdoor worden verholpen. Het gegeven dat de verzoekster in afwachting zal moeten deelnemen aan een nieuw aanwervingsexamen voor apotheker hoofd van dienst of, desgevallend, aan een “specifiek examen” met het oog op een “overgang naar de statutaire toestand”, is geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Bijgevolg maakt de verzoekster niet aannemelijk dat zij ingevolge de bestreden beslissingen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel lijdt, zodat aan alvast één van de twee cumulatieve grondvoorwaarden voor het bevelen van de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen niet is voldaan. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. IX-5836-11/12 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 16 mei 2008, door : de HH. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. D. MOONS. IX-5836-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.982 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.212.384 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.