← België

Arrest 182987 - Voedselveiligheid (FAVV) - 19/05/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.987 Rolnummer: A. 117856/IX-3256 Zaak: Arrest 182987 - Voedselveiligheid (FAVV) - 19/05/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-31 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 08:03 Fiche Arrest nr 182.987 van 19 mei 2008 Sociale zaken en volksgezondheid - Voedselveiligheid (FAVV) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.987 van 19 mei 2008 in de zaak A. 117.856/IX-

  1. In zake : de NV EEG SLACHTHUIZEN LAR, die woonplaats kiest bij advocaten J. VAN DEN BROECKE en K. SEGERS, kantoor houdende te WAREGEM, F. Verhaeghestraat 5 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Volksgezondheid, die woonplaats kiest bij advocaten R. DEPLA en M. STUBBE, kantoor houdende te BRUGGE-SINT-KRUIS, Karel van Manderstraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV EEG SLACHTHUIZEN LAR op 11 maart 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 4 maart 2002 van de minister van Volksgezondheid waarbij haar erkenning als slachthuis (EEG 187) wordt opgeschort; Gelet op het arrest nr. 104.806 van 18 maart 2002 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijk- heid van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op 17 april 2002 door de verzoekende partij; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; IX-3256-1/3 Gelet op de beschikking van 11 oktober 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 2 april 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 april 2008; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. EECKLOO die, loco advocaat R. DEPLA verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten
  3. De feitelijke gegevens van de zaak zijn uiteengezet in het arrest nr. 104.806 van 18 maart 2002 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoer- legging van het bestreden besluit bij uiterst dringende noodzakelijkheid verworpen is. De ontvankelijkheid
  4. In haar laatste memorie stelt verzoekster dat zij het onroerende goed waarop het bestreden besluit betrekking heeft, verkocht heeft. Ten gevolge van die mededeling, en vaststellend dat verzoekster niet meer gerepliceerd heeft op de conclusie van het auditoraatsverslag dat het beroep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk is, is haar gevraagd of zij nog wel belangstelling had voor de verdere IX-3256-2/3 gewone afhandeling van het annulatieberoep en welk belang zij thans nog kon inroepen. Verzoekster heeft op dit schrijven van de Raad van State niet geantwoord. Zij was ook ter zitting niet aanwezig of er vertegenwoordigd. Daaruit wordt afgeleid dat verzoekster, bij gebrek aan bewijs van haar volgehouden belangstelling, van oordeel is geen actueel belang meer te hebben bij de verdere afhandeling van het beroep. Het beroep in niet langer ontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  5. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  6. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van verzoekster. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 19 mei 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. P. LEMMENS. IX-3256-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.987 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.104.806 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.