← België

Arrest 182990 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 19/05/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.990 Rolnummer: A. 157765/X-12136 Zaak: Arrest 182990 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 19/05/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-05-30 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 08:03 Fiche Arrest nr 182.990 van 19 mei 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 182.990 van 19 mei 2008 in de zaak A. 157.765/X-12.

  1. In zake : Charles MOERENHOUDT, die woonplaats kiest bij advocaat A. STUCKENS, kantoor houdende te 1600 SINT-PIETERS-LEEUW, Heibloemstraat 51 tegen : de gemeente AFFLIGEM, die woonplaats kiest bij advocaat J. GUNS, kantoor houdende te 1790 AFFLIGEM, Kasteelstraat
  2. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Charles MOERENHOUDT op 24 november 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 12 maart 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Affligem waarbij aan Omer Depril de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het regulariseren van een bestemmingswijziging van een machineloods tot trainingspiste voor paarden met ontvangstruimte, alsook opslagruimte voor stro aan de Domentveldstraat 32 te Affligem, kadastraal gekend sectie A, nrs. 126/k, 126/f en 126/d; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoeker; Gelet op de beschikking van 13 maart 2008 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 25 april 2008; X-12.136-1/5 Gehoord het verslag van staatsraad P. LEFRANC; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. STUCKENS, die verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat J. GUNS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het advies van eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de feiten
  3. Op 9 december 2003 dient Omer DEPRIL bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Affligem een tweede aanvraag in tot een stedenbouwkundige vergunning voor het regulariseren van een bestemmingswijziging van een machineloods tot trainingspiste voor paarden met ontvangstruimte en een opslagruimte voor stro aan de Domentveldstraat 32 te Affligem.
  4. Ter gelegenheid van het openbaar onderzoek dient de verzoeker op 4 januari 2004 een uitgebreid bezwaarschrift met 17 bijlagen in. De verzoeker doet daarin onder meer relaas over “het eigenaardige verloop van de eerste regularisatieaanvraag van de heer Depril” en besluit: “Blijkbaar was het de bedoeling te vermijden dat ik een beroep bij de Raad van State zou kunnen indienen. Ik kan dus alleen maar veronderstellen dat men mij hier moedwillig verkeerd heeft ingelicht en ik heb hierover de onderzoeksrechter dan ook moeten inlichten”.
  5. Bij brief van 1 maart 2004 herinnert de verzoeker het college van burgemeester en schepenen van Affligem aan zijn verzoek tot “aflevering van de kopieën van de oorspronkelijke bouwtoelatingen” van de voormelde inrichting waarop hij na het schrijven van het college van 9 mei 2003 nog steeds wacht. Bij brief van 15 maart 2004 antwoordt het college dat het “in zitting van 12 maart 2004 kennis (heeft) genomen van uw brief van 1 maart 2004”. X-12.136-2/5
  6. Op 12 maart 2004 verleent het college van burgemeester en schepenen de regularisatievergunning.
  7. Bij brief van 22 maart 2004 aan het college herinnert de verzoeker aan zijn eerder ingediend bezwaarschrift en vraagt hij “de toelating tot inzage en aflevering van kopieën” van onder meer “het volledige dossier van de tweede regularisatieaanvraag”. Het college antwoordt bij brief van 1 april 2004: “Er bestaat geen verplichting om de vooruitgang van een dossier aan een burger mee te delen. U heeft wel inzagerecht in het dossier”.
  8. De verzoeker vraagt vervolgens bij brief van 11 april 2004 “hoe zeker (hij) kan zijn dat het dossier dat (hem) zal worden voorgelegd wel volledig is” en alvorens inzage te nemen van het dossier hem “eerst uw akkoord voor de aflevering van de fotokopieën te laten geworden”. Het college antwoordt bij brief van 22 april 2004: “Zoals reeds eerder gemeld heeft u inzagerecht in het dossier. Kopieën worden niet afgeleverd gezien u geen aanpalende eigenaar bent en geen belang kan doen blijken”.
  9. De verzoeker dringt bij brief van 2 mei 2004 aan op het verkrijgen van de gevraagde afschriften van het bedoelde dossier: “U zal mij dan ook wel ten spoedigste willen aantonen, aan de hand van wettelijke bepalingen, waarop u zich baseert om de aflevering van de kopieën te weigeren, terwijl u die zonder enige moeite afleverde wanneer het de eerste regularisatiepoging van de heer Depril of schepen Geeraerts betrof. Indien u mij de gevraagde bewijzen niet verstrekt binnen een termijn van hoogstens 14 dagen, dien ik daaruit de nodige besluiten te trekken”. Het college antwoordt bij brief van 28 mei 2004 dat het “bij zijn eerder ingenomen standpunt” blijft.
  10. Bij brief van 7 september 2004 deelt de verzoeker aan het college mee dat de minister bij besluit van 6 juli 2004 zijn beroep tegen de weigeringsbeslissing tot afgifte van een afschrift van het betrokken dossier heeft ingewilligd en verzoekt hij “nogmaals (...) de toelating te willen verlenen tot inzagerecht met aflevering van kopieën”. Het college antwoordt op 9 september 2004 dat de verzoeker “tijdens de kantooruren bedoeld dossier kan inkijken en mits betaling van de retributie een kopie van de stukken kan bekomen”. X-12.136-3/5 Het voormelde ministerieel besluit van 6 juli 2004 wordt aan de verzoeker betekend bij brief van 6 juli 2004 en overweegt onder meer “dat het college van burgemeester en schepenen per brief van 1 april 2004 het verzoek tot inzage heeft ingewilligd”.
  11. Bij brief van 19 september 2004 vraagt de verzoeker het college “alvorens inzage van het dossier betreffende de tweede regularisatieaanvraag te nemen” hem “een inventaris te laten geworden van de stukken die deel uitmaken van het dossier” of indien het college “een inventaris te veel werk zou vinden (...) de mededeling van het stadium (in het bijzonder betreffende een gunstige of ongunstige beslissing en het eventuele beroep van de heer Depril of van de gemachtigde ambtenaar tegen de beslissing) waarin dit dossier zich bevindt” en voorts of hem “het volledige dossier (...) ter inzage kan worden voorgelegd en het bijvoorbeeld niet voor de behandeling van een beroep naar een hogere overheid werd opgezonden”. Het college antwoordt bij brief van 23 september 2004 dat “de vergunning (...) werd afgeleverd op 12 maart 2004” en dat “het volledig dossier (...) ter inzage (kan) worden voorgelegd”.
  12. Op 19 januari 2005 verklaart Annick Van De Gucht, “bediende van de technische Dienst van het gemeentebestuur Affligem”, schriftelijk dat de verzoeker “praktisch elke dinsdagavond de technische dienst bezoekt en bezocht heeft: in de eerste periode na de afgifte van de bouwvergunning op 23 maart 2004 heeft [de verzoeker] in mijn bijzijn het volledige bouwdossier en de vergunning van 12 maart 2004 ingezien en meerdere malen ingezien” en “omdat hij (...) geen kopies kreeg, heeft hij het schepencollege aangeschreven om kopies te verkrijgen” en tot slot dat de verzoeker “op 1 oktober 2004 terug inzage van het dossier” heeft genomen en “de gevraagde kopies” ontvangen. De verwerende partij voegt dit stuk in het administratief dossier dat zij met haar memorie van antwoord in deze procedure heeft neergelegd op de griffie van de Raad van State. De verzoeker legt naar aanleiding hiervan op 12 april 2005 bij de onderzoeksrechter klacht neer met burgerlijke partijstelling tegen voornoemde gemeenteambtenaar wegens valsheid in geschrifte en gebruik ervan. X-12.136-4/5
  13. De verwerende partij heeft op de zitting van 25 april 2008 te kennen gegeven dat zij volhardt in haar bedoeling om van dit - door de verzoeker van valsheid beticht – stuk gebruik te maken.
  14. Er is in de gegeven omstandigheden grond tot toepassing van artikel 51 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het geding wordt geschorst tot het bevoegd rechtscollege over de valsheid uitspraak heeft gedaan. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  15. De debatten worden heropend. Artikel
  16. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt gelast met het verder onderzoek. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien mei 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, P. LEFRANC, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-12.136-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.990 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2014:ARR.226.644 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.