id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.266 Rolnummer: A. 186073/XII-5281 Zaak: Arrest 183266 - Schooltucht - 22/05/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-06-03 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 08:05 Fiche Arrest nr 183.266 van 22 mei 2008 Onderwijs en cultuur - Schooltucht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 183.266 van 22 mei 2008 in de zaak A. 186.073/XII-
- In zake : Glenn VAN DER MEYNSBRUGGE, die woonplaats kiest bij advocaat F. Impens, kantoor houdende te Antwerpen, Amerikalei 25-27, bus 16 tegen : het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door de Scholengroep 1 - Antwerpen, dat woonplaats kiest bij advocaat M. Stommels, kantoor houdende te Antwerpen, Amerikalei 210, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Glenn Van Der Meynsbrugghe, minderjarige leerling vertegenwoordigd door zijn ouders Van Der Meynsbrugghe, op 20 november 2007 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 22 oktober 2001 waarbij de beroepscommissie van Scholengroep 1 van het Gemeenschapsonderwijs hem definitief uitsluit uit het KTA Zwijndrecht; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur D. Mareen; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 17 maart 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 29 april 2008; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; XII-5281-1/3 Gehoord de opmerkingen van advocaat F. Impens, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat M. Stommels, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Met ingang van 1 juni 2007 moeten, overeenkomstig artikel 17, § 3, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring “in één en dezelfde akte” worden ingesteld, behoudens in het geval van uiterst dringende noodzakelijkheid. De voorliggende vordering, met opschrift “verzoekschrift tot schorsing” is als vordering tot schorsing bijgevolg ten onrechte niet ingesteld in de akte waarmee verzoeker -eveneens op 20 november 2007- de nietigverklaring van het besluit van 22 oktober 2007 vraagt (zaak A.186.073/XII-5281). Het brengt de onontvankelijkheid van de vordering tot schorsing mee. Ter terechtzitting poogt de raadsman van verzoeker de Raad er nog van te overtuigen om het verzoekschrift als een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid te beschouwen. Hij erkent evenwel dat, in strijd met artikel 16, § 2, 1/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, het opschrift niet de vermelding “bij uiterst dringende noodzakelijkheid” bevat, dat ook verder in het verzoekschrift nergens ook maar de woorden “uiterst dringende noodzakelijkheid” of een allusie er op voorkomen en dat, anders dan vereist bij artikel 16, § 2, 7/, van hetzelfde besluit, het inleidend verzoekschrift geen afzonderlijke uiteenzetting bevat van de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid aantonen. Verzoeker heeft bovendien een maand laten verstrijken tussen de bestreden beslissing en het instellen van de vordering. De voorliggende akte kan in die omstandigheden onmogelijk als een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in aanmerking komen. XII-5281-2/3 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig mei 2008, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-5281-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.266 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.