id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.310 Rolnummer: A. 138149/VII-30122 Zaak: Arrest 183310 - Milieuvergunningen - 22/05/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-06-04 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 08:05 Fiche Arrest nr 183.310 van 22 mei 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 183.310 van 22 mei 2008 in de zaak A. 138.149/VII-30.
- In zake : Rudy JORIS, die woonplaats kiest bij advocaat G. JACOBS, kantoor houdende te BRUSSEL, de Henninstraat 67-69, bus 5 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat I. LAUREYS, kantoor houdende te BUGGENHOUT, Provincialebaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Rudy JORIS op 21 juni 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 7 april 2003 waarbij het beroep dat de NV BOSATEC heeft ingesteld tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg van 17 oktober 2002 houdende de weigering van een vergunning voor het exploiteren van een inrichting voor de biologische zuivering van verontreinigde gronden, gelegen aan de Havenstraat te Lummen, gegrond wordt verklaard, de beroepen beslissing wordt opgeheven en aan de N.V. BOSATEC de gevraagde vergunning wordt verleend voor een termijn die eindigt op 17 oktober 2022; Gelet op het arrest nr. 126.058 van 4 december 2003 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting ingediend door verzoeker; VII-30.122-1/5 Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur P. SOURBRON; Gelet op de beschikking van 8 mei 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 4 maart 2008 waarbij wordt bepaald dat de zaak met toepassing van artikel 90, § 1, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, door één lid van de kamer wordt behandeld; Gelet op de beschikking van 4 maart 2008 waarbij de terechtzit- ting wordt bepaald op 10 april 2008; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. TOURY die, loco advocaat G. JACOBS verschijnt voor verzoeker, en van advocaat S. BEECKMAN die, loco advocaat I. LAUREYS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. SOURBRON; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; VII-30.122-2/5 OVERWEEGT WAT VOLGT:
- De feiten 1.
- Op 8 april 2002 dient de N.V. BOSATEC bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg een vergunningsaanvraag in voor het exploiteren van een inrichting voor de biologische zuivering van verontreinigde gronden, gelegen aan de Havenstraat te Lummen. 1.
- In het kader van het openbaar onderzoek worden 81 schriftelijke bezwaren ingediend. De buurtbewoners vrezen voornamelijk geurhinder en verkeersoverlast. 1.
- Bij besluit van 17 oktober 2002 weigert de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg de gevraagde vergunning. Die weigering is zowel op stedenbouwkundige als op milieuhygiënische motieven gesteund. 1.
- Op 5 november 2002 dient de N.V. BOSATEC bij de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw een beroep in tegen deze beslissing. Nadat in het kader van de beroepsprocedure de voorgeschreven adviezen werden ingewonnen, wordt met een besluit van 7 april 2003 van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw het beroep van de N.V. BOSATEC gegrond verklaard, wordt de beroepen beslissing opgeheven en wordt aan de N.V. BOSATEC de gevraagde vergunning verleend voor een termijn eindigend op 17 oktober
- De vergunning wordt afhankelijk gesteld van de naleving van een aantal bijzondere voorwaarden.
- De ontvankelijkheid Artikel 28, § 1, 1/, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning bepaalt dat de vergunning van rechtswege vervalt wanneer zij betrekking heeft op een inrichting die "niet in gebruik werd genomen binnen de krachtens artikel 17 bepaalde termijn". Luidens het tweede lid van voormeld artikel 17 mag die termijn geen drie jaar overschrijden. Reeds vóór het verlenen van de thans bestreden milieuvergunning heeft de afdeling Milieuvergunningen er in haar advies van 10 januari 2003 melding VII-30.122-3/5 van gemaakt dat de NV BOSATEC "na het indienen van de milieuvergunningsaan- vraag werd overgenomen door de groep Machiels" en dat "deze nu de bedoeling (zou) hebben om in Genk te beginnen met grondverwerking in plaats van in Lummen". In een schrijven van 23 april 2007 heeft de raadsman van verzoeker, in antwoord op een vraag van het auditoraat omtrent de actuele stand van zaken, bevestigd dat de NV BOSATEC "tot op heden nog geen uitvoering heeft gegeven aan de milieuvergunning, en dat (...) tot op heden niets (er) op wijst dat zij effectief zou overgaan tot grondverwerkingsactiviteiten op de percelen te Lummen". In artikel 4, § 1, van het bestreden besluit is bepaald dat de vergunde inrichting in gebruik dient te worden genomen binnen een termijn van 200 kalenderdagen, te rekenen vanaf de datum van dit besluit. Die termijn van 200 kalenderdagen is intussen verstreken. De ingebruikname blijkt zelfs niet te hebben plaatsgevonden binnen de door het decreet vastgestelde maximumtermijn van drie jaar. De bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg heeft trouwens bij besluit van 14 november 2002, dus vóór het verlenen van de thans bestreden milieuvergunning, de stedenbouwkundige vergunning geweigerd voor de aanleg van een berm en verharding, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. VII-30.122-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig mei tweeduizend en acht, door : de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. E. BREWAEYS. VII-30.122-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.310 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.126.058 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div