id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.313 Rolnummer: A. 187206/VII-37151 Zaak: Arrest 183313 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 22/05/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-06-03 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 08:05 Fiche Arrest nr 183.313 van 22 mei 2008 Sociale zaken en volksgezondheid - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 183.313 van 22 mei 2008 in de zaak A. 187.206/VII-37.
- In zake : Geert GHELDOF, die woonplaats kiest te VEURNE-AVEKAPELLE, Reygaerdijkstraat 11 tegen : het VLAAMS ZORGFONDS. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Geert GHELDOF op 25 februari 2008 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid, VLAAMS ZORGFONDS, van 24 december 2007 waarbij zijn bezwaarschrift ongegrond wordt bevonden en wordt beslist dat de administratieve geldboete van 360 euro verschuldigd blijft; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur W. WEYMEERSCH, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: algemeen procedurereglement); Gelet op de beschikking van 2 april 2008, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 8 mei 2008; Gelet op de kennisgeving van het verzoekschrift aan de verwerende partij en van het verslag aan de partijen; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord het eensluidend advies van auditeur G. DE BLEECKERE; VII-37.151-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT:
- Het door verzoeker ingediende verzoekschrift luidt als volgt : "
- Ten gronde Volgens geïntimeerde is mijn bezwaarschrift ongegrond. De beslissing dateert van 24 dec. 07 (...) en werd betekend op 27 dec. 07 (bericht nalating aangetekende brief) (...). Er zou geen geldig attest zijn qua collectieve schuldenregeling, noch qua budgetbegeleiding of -beheer. In haar schrijven stipuleert geïntimeerde punt 39bis tot en met 39sexies van het Ministerieel Besluit van 6 jan.06 houdende de goedkeuring van de handleiding zorgverzekering. Punt 39 sexies bepaalt o.a. dat de geldboete vervalt bij een onderwerping aan budgetbegeleiding en dat indien men de hele regularisatieperiode, nl van 1 nov. 05 tot en met 30april 06, ononderbroken onderworpen was. Ik meen echter dat niet zo zeer het attest hier de doorslag moet geven, maar vooral de omstandigheden in praktijk. Zodra men kan aantonen dat beide voorwaarden voldeden, nl de resp. periode als budgetbeheer, dient de geldboete te vervallen en het bezwaarschrift gegrond verklaard te worden. Ik durf U te garanderen dat in de praktijk een budgetbeheer bij een OCMW veel mensvriendelijker is dan mijn gekende situatie waarbij de bank op al het mogelijke beslagen legt en U al zo uitrookt ten tijde van de Middeleeuwen en probeert te doen dwingen de fraude met rust te laten. Bijl.8 toont via briefwisseling van de bankinstelling de resp. periode aan( nov. 05 tot Apr.06), als ook dat alles waar ook maar beslag opgelegd kon worden via hen uitbetaald werd, m.a.w geen beschikking meer over goederen als gelden en dit zie ik in de praktijk als meer dan een onderwerping bij een of andere OCMW instelling. Als zelfstandige kan men daar niet vlug terecht, in vergelijking met een werknemer. Bijl. 9 toont mijn netto beroepsinkomsten aan in 2006 en dat was ne goede 200 bfr per dag. Ook bijlage 10, inkomen 2005, toont aan dat ik nergens anders inkomsten had. Er volgt een vrijstelling voor sociale bijdragen (...)";
- Artikel 2, § 1, 3/, van het algemeen procedurereglement bepaalt dat het verzoekschrift tot nietigverklaring onder meer een "uiteenzetting van de feiten en de middelen" dient te bevatten. Die uiteenzetting is een substantiële vereiste en het ontbreken ervan maakt het verzoekschrift niet ontvankelijk. Onder "middel" moet worden verstaan de voldoende duidelijke omschrijving van de overtreden rechtsregel en van de wijze waarop die regel door de bestreden beslissing wordt geschonden. De uiteenzetting ervan waarborgt de rechten van verdediging van de verwerende en de eventueel tussenkomende partij. VII-37.151-2/3
- Te dezen moet worden vastgesteld dat het verzoekschrift geen middel, als hierboven omschreven, bevat. Het enige wat in het verzoekschrift te lezen staat, is dat verzoeker niet de nodige attesten kan voorleggen, doch dat de "omstandigheden in de praktijk" doen blijken dat de geldboete dient te vervallen. Een dergelijke uiteenzetting voldoet niet aan de voorwaarden opgelegd door het algemeen procedurereglement. Het beroep is dan ook niet ontvankelijk. De zaak kan op grond van artikel 93 van het algemeen procedurereglement bijgevolg met korte debatten definitief worden beslecht, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig mei tweeduizend en acht, door : de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. E. BREWAEYS. VII-37.151-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.313 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.