id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.344 Rolnummer: A. 187156/IX-5872 Zaak: Arrest 183344 - Varia (openbaar ambt) - 26/05/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-06-16 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 08:05 Fiche Arrest nr 183.344 van 26 mei 2008 Openbaar ambt - Varia (openbaar ambt) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 183.344 van 26 mei 2008 in de zaak A. 187.156/IX-
- In zake : Michel SOLEME, die woonplaats kiest bij advocaat C. FLAMAND, kantoor houdende te MEISE, Vilvoordsesteenweg 101 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Pensioenen. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Michel SOLEME op 20 februari 2008 heeft ingediend om cassatieberoep in te stellen tegen de beslissing van 15 januari 2008 van de commissie van beroep voor vergoedingspensioenen “waarbij (zijn) beroep gericht tegen de beslissing d.d. 30.11.2005 van de commissie voor vergoedingspensioenen ontvankelijk doch slechts deels gegrond werd verklaard en waarbij werd vastgesteld dat de totale aanrekenbare invaliditeitsgraad onvoldoende is om de uitbetaling van een pensioen te verzekeren”; Gelet op de beschikking van 17 maart 2008 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN, op grond van artikel 19 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gelet op de beschikking van 28 april 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 mei 2008; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; IX-5872-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat V. BECKERS die, loco advocaat C. FLAMEND verschijnt voor verzoeker; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten 1.
- Verzoeker was rijkswachter. 1.
- Op 3 juli 2001 dient hij een aanvraag in tot toekenning van een vergoedingspensioen voor een rug- en nekletsel ten gevolge van een ongeval gebeurd tijdens de dienst op 25 februari
- De commissie voor vergoedingspensioenen stelt op 30 november 2005 de invaliditeit voor het nekletsel vast op 18%, waarvan 1/6 aanrekenbaar aan de dienst. Voor het rugletsel wordt geen invaliditeit aanvaard. 1.
- Verzoeker tekent tegen deze beslissing beroep aan. Met het thans bestreden besluit wordt het beroep gedeeltelijk ingewilligd, met name in zoverre de aanrekenbare invaliditeit voor het nekletsel nu wordt bepaald op 6%. De grond van de zaak
- In een enig middel voert verzoeker aan dat de commissie van beroep die over zijn geval uitspraak gedaan heeft ongeldig samengesteld was. Overeenkomstig artikel 47, § 1, 2/, van de samengeordende wetten op de vergoedingspensioenen moet het bestuur voor het derde lid van de commissie kiezen tussen een oorlogsinvalide of een hoger officier in actieve dienst, militair of rijkswachter, terwijl in zijn geval de commissie van beroep bestond uit een invalide in vredestijd (dhr. PANNECOUCKE) én een hoger officier (dhr. QUAGHEBEUR). IX-5872-2/4
- Artikel 47, § 1, van de samengeordende wetten op de vergoedingspensioenen, zoals gewijzigd bij artikel 2 van de wet van 16 juni 1998, luidt: “De bij artikel 45 ingestelde commissies omvatten: (...) 2/ een Commissie van beroep voor vergoedingspensioenen, bestaande uit: - de voorzitter of een ondervoorzitter, magistraat bij het Hof van Cassatie, bij een hof van beroep of bij een arbeidshof; - een vertegenwoordiger van de Staat, lid van de Administratie der Pensioenen; - een oorlogsinvalide of een hoger officier in actieve dienst, militair of rijkswachter, overeenkomstig de hoedanigheid van de aanvrager. De in 1/ en 2/ bedoelde commissies kunnen zich door een geneesheer als raadgever laten bijstaan;” Artikel 61, § 2, van de wet van 8 juli 1970 tot instelling van nieuwe voordelen ten behoeve van de slachtoffers van de militaire plicht of van een daarmee gelijkgestelde plicht, ingevoegd bij artikel 3 van de wet van 16 juni 1998, bepaalt: “Wanneer de commissies zoals voorzien bij artikel 47, § 1, 1/ en 2/ van de samengeordende wetten op de vergoedingspensioenen, uitspraak doen over de pensioenaanvragen betreffende de lichamelijke schade bedoeld in artikel 60, eerste en tweede lid, dan bevatten ze een bijkomend lid, die een invalide is en houder van een vergoedingspensioen toegekend voor zulke schade. Dit bijkomend lid wordt aangewezen door de Minister die de vergoedingspensioenen onder zijn bevoegdheid heeft. Wanneer er bij een stemming staking van stemmen zou zijn, is de stem van de voorzitter of de ondervoorzitter beslissend.” Artikel 60, tweede lid, van de wet van 8 juli 1970, zoals vervangen bij artikel 37, 1/, van de wet van 27 december 2000, bepaalt: “(De samengeordende wetten op de vergoedingspensioenen) zijn tevens van toepassing op de lichamelijke schade opgelopen door rijkswachters gedurende en door het feit van de dienst vanaf 1 januari 1992 tot en met 31 maart 2001.”
- Het staat buiten betwisting dat verzoeker op het ogenblik van het ongeval dat aanleiding gegeven heeft tot het letsel, rijkswachter was en dat het ongeval gebeurde op 25 februari
- Artikel 60, tweede lid, van de wet van 8 juli 1970 is derhalve van toepassing.
- Krachtens artikel 61, § 2, van de wet van 8 juli 1970 diende de commissie van beroep voor de beoordeling van het door verzoeker ingediende IX-5872-3/4 beroep, naast een hoger officier van de rijkswacht, een bijkomend lid te omvatten, met name een invalide die houder is van een vergoedingspensioen toegekend voor de schade bedoeld in artikel 60, tweede lid. Uit het dossier van de zaak blijkt dat de commissie van beroep bestond uit een hoger officier van de rijkswacht, dhr. QUAGHEBEUR en een invalide van vredestijd, dhr. PANNECOUCKE, waarvan verzoeker de hoedanigheid niet betwist. De commissie van beroep was derhalve regelmatig samengesteld.
- Het middel is niet gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het cassatieberoep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 26 mei 2008, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-5872-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.344 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.