← België

Arrest 183354 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 26/05/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.354 Rolnummer: A. 71234/IX-1728 Zaak: Arrest 183354 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 26/05/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-06-12 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 08:05 Fiche Arrest nr 183.354 van 26 mei 2008 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 183.354 van 26 mei 2008 in de zaak A. 71.234/IX-

  1. In zake : Cornelius VAN DER JEUGHT, die woonplaats kiest bij advocaat J. GUNS, kantoor houdende te AFFLIGEM, Kasteelstraat 58 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Cornelius VAN DER JEUGHT op 23 september 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 18 juni 1996, in de mate dat Hubert HERMANS en Raphaël MEGANCK benoemd worden tot inspecteur van de BTW, respectievelijk te Antwerpen I en te Vilvoorde; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 21 april 1999 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 10 april 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 mei 2008; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; IX-1728-1/7 Gehoord de opmerkingen van inspecteur J. DE VLEESCHOUWER die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten 1.
  2. Verzoeker was hoofdcontroleur bij de administratie van de BTW, registratie en domeinen. 1.
  3. Bij dienstorder van 19 juni 1995 worden verschillende betrekkin- gen van inspecteur (rang 12) vacant verklaard. 1.
  4. Verzoeker stelt onder meer zijn kandidatuur voor de betrekking van inspecteur van de BTW te Antwerpen I en te Vilvoorde. Hubert HERMANS stelt zich onder meer kandidaat voor de betrekking van inspecteur van de BTW te Antwerpen I en Raphaël MEGANCK onder meer voor de betrekking van inspecteur van de BTW te Vilvoorde. 1.
  5. Tijdens zijn vergadering van 11 augustus 1995 onderzoekt het college van dienstchefs van de administratie van de BTW, registratie en domeinen de verschillende kandidaturen en stelt de benoemingsvoorstellen op. Voor de betrekking te Antwerpen I stelt het Hubert HERMANS voor, hoewel deze over minder anciënniteit beschikt dan de verzoeker. Het college meent dat hij op grond van zijn verdiensten vóór de verzoeker moet worden gerangschikt . Het motiveert die keuze als volgt: “
  6. Wat de H. VAN DER JEUGHT, hoofdcontroleur van de Opsporings- en documentatiediensten van de BTW te Gent betreft, wordt opgemerkt dat hij niet de leiderschapskwaliteiten bezit die vereist zijn voor een functie van inspecteur. De betrokkene vervult zijn huidige functie met onvoldoende dynamisme en met weinig interesse en geestdrift. Het rendement van de controle-ODD BTW Gent IX-1728-2/7 wordt dan ook in grote mate bepaald door het initiatief, de inzet en kennis van het personeel. Zijn beleid als hoofdcontroleur werd gekenmerkt door voortdurende moeilijkheden met bepaalde van zijn medewerkers (o.a. Mevr. ROUSSEAUX en Mevr. ERAUW), met gespannen verhoudingen en zelfs conflicten met zijn personeel tot gevolg. Door deze communicatiestoornis werd de onontbeerlijke samenwerking tussen diensthoofd en personeelsleden ernstig in het gedrang gebracht. Ter zake wordt inzonderheid verwezen naar de schriftelijke opmerking die door de H. BRUNEEL, voormalig gewestelijk directeur van de directie-ODD-BTW Brussel I, op 5 juni 1992, werd gericht aan de H. VAN DER JEUGHT. Zijn optreden was ook niet altijd motiverend en correct. Dit wordt bijvoor- beeld geïllustreerd door het feit dat hij een bepaald dossier, gecontroleerd door een personeelslid, onrechtmatig op zijn naam had ingeschreven op de statistiek, terwijl hij enkel was tussengekomen bij de bespreking van de boete, naar aanleiding van een bezwaarschrift (zie jaarverslag 1993 van de H. Inspecteur WERBROUCK, d.d. 31 januari 1994). Van een inspecteur wordt echter juist verwacht dat hij vertrouwen uitstraalt, dynamisch is, de onontbeerlijke organisatorische capaciteiten bezit om leiding te geven aan een grote groep medewerkers, dat hij deze kan motiveren, dat hij vernieuwende initiatieven neemt, ..., allemaal punten waar de H. VAN DER JEUGHT in het verleden heeft gefaald. De H. VAN DER JEUGHT mist de noodzakelijke autoriteit en het onont- beerlijke moreel gezag om de functie van inspecteur van de BTW te bekleden en mist de elementaire kwalificaties om een bevordering naar een betrekking van rang 12 te bekomen. In die omstandigheden is het College van oordeel dat zowel de kandidatuur van de H. VAN B. als deze van de H. VAN DER JEUGHT moet worden afgewezen. De voorgestelde kandidaat, de H. HERMANS, beschikt daarentegen over de vereiste kwaliteiten voor het uitoefenen van het ambt van inspecteur. Hij is een gewetensvol, bevoegd en plichtsbewust ambtenaar, die zowel een doorgedreven theoretische kennis als een grote praktische ervaring inzake fiscaliteit bezit. Het is een goed dienstleider met zin voor initiatief en organisatie en het vereiste verantwoordelijkheidsbesef.” Ook voor de betrekking te Vilvoorde wordt een kandidaat voorgesteld die minder anciënniteit heeft dan verzoeker, met name Raphaël MEGANCK. Het verslag van de vergadering van het college van dienstchefs bevat ter zake de volgende verantwoording: “
  7. inspecteur van de BTW te Vilvoorde : de H. MEGANCK R.H., die, hoewel hij over minder anciënniteit beschikt dan de H. VAN DER JEUGHT, op grond van de verdiensten, vóór laatstgenoemde wordt gerangschikt; IX-1728-3/7 Wat de H. VAN DER JEUGHT betreft, wordt er verwezen naar de motivering onder nr. 4 hiervoor. De H. MEGANCK, voorgestelde kandidaat, is een bekwaam en dynamisch ambtenaar, die over een uitgebreide administratieve en technische kennis beschikt. Door zijn organisatievermogen, zijn inzet evenals door zijn leider- schapskwaliteiten, beantwoordt de H. MEGANCK ongetwijfeld aan het profiel vooropgesteld voor het ambt van inspecteur van de BTW.” 1.
  8. Met een brief van 4 september 1995 dient verzoeker een bezwaarschrift in tegen de benoemingsvoorstellen. Hij argumenteert: - dat er in het verleden steeds rekening werd gehouden met de anciënniteit van de kandidaten en dat hij meer anciënniteit bezit dan de voorgestelde kandidaten; - dat hij steeds de beoordeling "zeer goed" heeft gekregen; - dat hem nooit enige negatieve nota ter ondertekening werd voorgelegd; - dat hij de bivalentie tot de graad van verificateur registratie bezit en een goede kennis van de verschillende talen en - dat hij een vijftal jaren hoofdcontroleur was van de BBI te Gent en daar het ambt van inspecteur vervulde. Hij vraagt tevens om te worden gehoord. 1.
  9. Tijdens zijn vergadering van 19 september 1995 onderzoekt het college van dienstchefs verzoekers bezwaarschrift. Verzoeker geeft een uiteenzetting die grotendeels bestaat uit een overzicht van zijn administratieve loopbaan en van door hem uitgevoerde controles. Na ook nog enkele beschouwingen te hebben gegeven betreffende de opdrachten van de opsporings- en documentatiediensten, besluit hij dat hij minstens evenveel ervaring en kennis heeft in en van de verschillende fiscale wetgevingen en dat hij zich thans bekwaamt in de sociale wetgeving. Hij acht zich meer ervaren inzake gerechtelijke procedures, vooral met betrekking tot burgerlijke partijstelling en meent dat er aan hem juridisch en fiscaal meer eisen mogen worden gesteld inzake BTW-vorderingen dan aan zijn doorsnee collega's. Het college van dienstchefs oordeelt evenwel eenparig dat de door verzoeker te zijner verdediging aangehaalde elementen slechts de mening van het college versterken. Het bevindt verzoekers bezwaarschrift onontvankelijk en behoudt zijn initiële benoemingsvoorstellen. IX-1728-4/7 1.
  10. Bij koninklijk besluit van 18 juni 1996 worden de voorgestelde kandidaten met ingang van 1 oktober 1995 benoemd in de graad en betrekking waarvoor ze waren voorgedragen, waaronder Hubert HERMANS en Raphaël MEGANCK, die tot inspecteur van de BTW worden benoemd, respectievelijk te Antwerpen I en te Vilvoorde. Met een brief van 24 juli 1996 wordt verzoeker in kennis gesteld van dit besluit. De ontvankelijkheid
  11. Met een brief van 10 maart 2008 werd de raadsman van de verzoeker, bij wie verzoeker woonplaatskeuze deed, uitgenodigd om mee te delen of er zich nieuwe feitelijke of juridische ontwikkelingen hebben voorgedaan die enige weerslag kunnen hebben op de verdere behandeling van deze zaak en om, indien verzoeker meent nog een actueel belang te hebben bij dit beroep, concreet uiteen te zetten waarin de verzoeker meent nog een actueel belang te kunnen vinden.
  12. Met een brief van 14 maart 2008 heeft de raadsman van verzoeker geantwoord als volgt: “Ik ben zonder instructies vanwege de heer Van Der Jeught. Naar ik meen te weten werd de heer Van Der Jeught inmiddels reeds op rust gesteld.” Op 25 april 2008 schrijft de raadsman van verzoeker : “Zoals reeds gesteld ben ik zonder instructies vanwege de heer Van Der Jeught. Dienvolgens zal ik niet verschijnen op de zitting van 19 mei e.k.”
  13. Het antwoord van zijn raadsman wijst op een gebrek aan belangstelling vanwege verzoeker. Bovendien dringen volgende vaststellingen zich op, wat de oppensioenstelling van verzoeker op 1 september 2001 betreft. De bestreden beslissing is een benoeming in een graad van rang
  14. Benoemingen in de graden van de rangen 12 tot 16 bij het vroegere Ministerie IX-1728-5/7 van Financiën werden verleend na een met redenen omkleed advies van de directieraad of van het college van dienstchefs. Een door die raad of dit college opgemaakte rangschikking van de kandidaten moest gesteund zijn op een vergelijking van verdiensten, waarde en geschiktheid. Bijgevolg had de verwerende partij niet de rechtsplicht om verzoeker te benoemen, maar ging het integendeel om een benoeming naar keuze. De overheid heeft dan ook niet de rechtsplicht om, in geval van vernietiging van het bestreden besluit, verzoeker met terugwerkende kracht tot inspecteur van de BTW te Antwerpen I of te Vilvoorde te benoemen en zijn loopbaan aldus te reconstrueren. Een vernietigingsarrest kan derhalve niet meer bijdragen tot het rechtsherstel dat een verzoeker normaal met zijn beroep tegen een benoemings- of bevorderingsbesluit ambieert, met name zelf benoemd of bevorderd te worden in de betrokken functie en die functie daadwerkelijk te bekleden. Verzoeker doet dan ook niet meer blijken van een actueel en rechtstreeks belang bij de nietigverklaring van het bestreden besluit. Om die reden is het beroep niet ontvan-kelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  15. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  16. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoeker. IX-1728-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 26 mei 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-1728-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.354 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.