id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.455 Rolnummer: A. 185639/XII-5257 Zaak: Arrest 183455 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 27/05/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-06-13 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 08:07 Fiche Arrest nr 183.455 van 27 mei 2008 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 183.455 van 27 mei 2008 in de zaak A. 185.639/XII-
- In zake : Nico VAN COSTER, woonplaats kiezend te Brakel, Kimpestraat 30 tegen : het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door de Scholengroep 20 Zuid-Oost Vlaanderen, dat woonplaats kiest bij advocaat M. Stommels, kantoor houdende te Antwerpen, Amerikalei 210, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Nico Van Coster op 29 oktober 2007 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 29 augustus 2007 van de raad van bestuur van de scholengroep 20 van het Gemeenschapsonderwijs om niet hem maar Bart De Ville toe te laten in het bevorderingsambt van directeur aan het KTA Brakel; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 17 maart 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 29 april 2008; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. Martens, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat M. Stommels, die verschijnt voor de verwerende partij; XII-5257-1/5 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak
- Aan het KTA Brakel wordt eind juni 2007 de functie van directeur vacant verklaard; zowel verzoeker als Bart De Ville zijn kandidaat. Op 29 augustus 2007 beslist de raad van bestuur om Bart De Ville met ingang van 1 september 2007 toe te laten tot de proeftijd in het bevorderingsambt van directeur van het KTA Brakel. Op 1 september 2007 deelt de algemeen directeur van de scholengroep aan verzoeker mee dat de raad van bestuur heeft beslist om hem niet toe te laten tot de proeftijd in voornoemd ambt. De procedure 2.
- Verzoeker legt ter terechtzitting een nota neer waarin hij opmerkt dat het auditoraatsverslag geen bespreking heeft gewijd aan de middelen, waarna hij uitvoerig ingaat op het eerste middel en vraagt “de zaak tijdelijk uit te stellen en de auditeur te bevelen een nieuw verslag te maken gelet op de enkele nieuwe gegevens in de zaak en de kennelijke gegrondheid van het eerste middel”. 2.
- Het bevoegde lid van het auditoraat heeft tot hiertoe niet gemeend, met toepassing van artikel 93 van het algemeen procedurereglement, een verslag te kunnen opstellen ten einde met “korte debatten” de zaak op te lossen. Overigens heeft hij evenmin, na het aanhoren op de terechtzitting van de aanvullende argumenten van verzoeker, de Raad verzocht om de behandeling van de zaak uit te stellen om in voorkomend geval alsnog een dergelijk verslag te kunnen opstellen. XII-5257-2/5 De zaak is thans dan ook niet in staat om ten gronde te worden afgedaan. De Raad van State mag in de huidige stand van de procedure enkel uitspraak doen over de gevorderde schorsing, en geen bepaling van de procedureregeling biedt hem de mogelijkheid een middel “kennelijk gegrond” te achten, laat staan na dergelijke vaststelling te bevelen dat nog een aanvullend verslag -waarom?- zou worden opgesteld of, zonder autonoom onderzoek, zelfs maar het auditoraat te bevelen een verslag op te stellen over de eventuele “kennelijke” gegrondheid van een middel. De schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Beoordeling van de tweede schorsingsvoorwaarde
- Verzoeker voert als moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan dat de bestreden beslissing hem zwaar treft op moreel vlak, dat hij door buitenstaanders gezien wordt als onbekwaam, dat ondertussen Bart De Ville ervaring opdoet wat hem een belangrijk voordeel oplevert bij een latere vernietiging, dat de beslissing tot een malaise in de school aanleiding geeft en een continuïteitsbreuk met het gevoerde beleid en dat hijzelf niet in de gelegenheid is om verder ervaring op te doen in de functie van directeur.
- Aangenomen wordt dat door het bestuur geen rekening mag worden gehouden met de ervaring die wordt opgedaan op basis van een later vernietigde benoeming. In het algemeen neemt iemand die met andere kandidaten in concurrentie treedt voor een benoeming, het risico dat zijn kandidatuur niet in aanmerking wordt genomen. Hij kan zich derhalve in beginsel niet beroepen op het nadeel dat met die teleurstelling verbonden is. Het morele nadeel om bij een benoeming te worden voorbijgezien ten voordele van een andere kandidaat, wordt XII-5257-3/5 vanuit het oogpunt van het administratief recht in de regel volledig goedgemaakt door de vernietiging, met terugwerkende kracht, van de bestreden benoeming; het komt dan ook niet moeilijk herstelbaar voor. De weigering om verzoeker te benoemen volgt in wezen uit een rangschikking door de daartoe samengestelde selectiecommissie waarbij Bart De Ville als eerste is geplaatst en verzoeker, met enkele punten verschil, als tweede. In de gevolgde procedure is niet dadelijk minachting of persoonlijke afkeuring jegens verzoeker te bespeuren. Hij beweert dat ook niet in zijn geschreven uiteenzetting van het nadeel. Dat de bestreden beslissing aan een andere kandidaat de voorkeur geeft kan niet als een attest van onbekwaamheid van verzoeker worden beschouwd; als hijzelf of anderen dat zo zouden zien is dat geen gevolg van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Om in aanmerking genomen te worden moet het nadeel persoonlijk zijn. De beweerde gevolgen voor het schoolbeleid zijn dat niet. Uit wat voorafgaat volgt dat niet is voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. XII-5257-4/5 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig mei 2008, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-5257-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.455 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.103 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.