← België

Arrest 183525 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 29/05/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.525 Rolnummer: A. 156080/VII-32898 Zaak: Arrest 183525 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 29/05/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-06-13 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 08:08 Fiche Arrest nr 183.525 van 29 mei 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 183.525 van 29 mei 2008 in de zaak A. 156.080/VII-32.898. In zake : 1. Michiel MULIER, 2. Isabelle DAVIDTS, die woonplaats kiezen bij advocaat M. DENYS, kantoor houdende te HOEILAART, de Quirinilaan 2 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. BERGÉ, kantoor houdende te LEUVEN, Naamsestraat 165. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Michiel MULIER en Isabelle DAVIDTS op 29 september 2004 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse regering van 18 juli 2003 houdende definitieve vaststelling van het afbakeningsplan voor de Grote Eenheden Natuur en Grote Eenheden Natuur in Ontwikkeling van het Langenbos - Bruulbos - Weterbeek, de Hoegaardse valleien, de Velpevallei, de Zuurbemde, het Heibos-Schrabaardebos, het Wissebos, de Getevallei te Geetbets, het Vinne en het Klein en Groot Begijnbos; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 13 maart 2008 waarbij wordt bepaald dat de zaak met toepassing van artikel 90, § 1, derde lid, van de wetten op de Raad VII-32.898-1/7 van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, door één lid van de kamer wordt behandeld; Gelet op de beschikking van 2 april 2008 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 8 mei 2008; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. DENYS, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat J. SIMENON die, loco advocaat J. BERGÉ verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT: 1. De feiten 1.1. Hoofdstuk V van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu (hierna: natuurbehouddecreet) heeft betrekking op het gebiedsgericht beleid. Het decreet regelt daartoe onder meer de afbakening van het Vlaams Ecologisch Netwerk (hierna: VEN). Artikel 17, § 1, van het natuurbehouddecreet omschrijft het VEN als : "een samenhangend en georganiseerd geheel, van gebieden van de open ruimte waarin een specifiek beleid inzake het natuurbehoud, gebaseerd op de kenmerken en elementen van het natuurlijk milieu, de onderlinge samenhang tussen de gebieden van de open ruimte en de aanwezige en potentiële natuurwaarden wordt gevoerd". Luidens artikel 17, § 2, omvat het VEN de volgende onderdelen : "1/ Grote Eenheden Natuur (GEN) : dit zijn gebieden die hetzij natuurelemen- ten over een oppervlakte van minstens de helft van het gebied bevatten VII-32.898-2/7 hetzij gebieden waarin een specifiek natuurelement met hoge natuurkwali- teit aanwezig is; 2/ Grote Eenheden Natuur in Ontwikkeling (GENO) : dit zijn gebieden die één of meer van de volgende kenmerken vertonen :

  1. a)aanwezigheid van natuurelementen, verspreid over de oppervlakte van het gebied, waarvan de gezamenlijke oppervlakte echter kleiner kan zijn dan de helft van het gebied;
  2. b)aanwezigheid van belangrijke fauna- of flora-elementen waarvan het voortbestaan moet worden ondersteund door de maatregelen inzake het grondgebruik;
  3. c)terreinen al dan niet door kunstmatige ingrepen tot stand gekomen, met belangrijke mogelijkheden voor natuurontwikkeling". Het natuurbehouddecreet bepaalt dat de Vlaamse regering binnen vijf jaar na de inwerkingtreding ervan een effectief te realiseren oppervlakte van 125.000 ha afbakent (artikel 17, § 1, tweede lid). De procedure voor het vaststellen van de GEN- en GENO- gebieden is opgenomen in artikel 21 van het natuurbehouddecreet. 1.2. Op 19 juli 2002 beslist de Vlaamse regering tot voorlopige vaststelling van de ontwerpen van de afbakeningsplannen VEN - eerste fase. De beslissing omvat onder meer de voorlopige vaststelling van het ontwerp van afbakeningsplan voor de Grote Eenheden Natuur en Grote Eenheden Natuur in Ontwikkeling van het Langenbos - Bruulbos - Weterbeek, de Hoegaardse valleien, de Velpevallei, de Zuurbemde, het Heibos-Schrabaardebos, het Wissebos, de Getevallei te Geetbets, het Vinne en het Klein en Groot Begijnbos. Naar aanleiding van deze voorlopige vaststelling wordt een openbaar onderzoek georganiseerd. Dit wordt aangekondigd in het Belgisch Staatsblad van 12 september 2002, waarbij wordt gesteld dat het plan ter inzage ligt op het gemeente- huis van de betrokken gemeenten, en zulks van 23 september 2002 tot 21 november 2002 . De verzoekende partijen, die een echtpaar vormen, zijn eigenaar van de kadastrale perecelen te Boutersem, afdeling 2, sectie A, nrs. 262N, 262R, 262P, 262W, 266A en 268B. Deze percelen blijken te zijn opgenomen in het hierboven vermelde ontwerp van afbakeningsplan nr. 26 (kaart met gebiedscode 534). 1.3. Naar aanleiding van het openbaar onderzoek dienen de verzoeken- de partijen op 20 november 2002 een bezwaarschrift in. 1.4. Op 19 maart 2003 brengt de Mina-raad advies uit over de bezwaarschriften die zijn ingediend naar aanleiding van het openbaar onderzoek. VII-32.898-3/7 1.5. Op 18 juli 2003 stelt de Vlaamse regering het afbakeningsplan voor de Grote Eenheden Natuur en Grote Eenheden Natuur in Ontwikkeling van het Langenbos - Bruulbos - Weterbeek, de Hoegaardse valleien, de Velpevallei, de Zuurbemde, het Heibos-Schrabaardebos, het Wissebos, de Getevallei te Geetbets, het Vinne en het Klein en Groot Begijnbos definitief vast. Dit is de bestreden beslissing. Zij wordt bij wijze van uittreksel in het Belgisch Staatsblad van 17 oktober 2003 bekendgemaakt. 2. De ontvankelijkheid 2.1. De verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord op dat het verzoekschrift tot nietigverklaring laattijdig is omdat het werd ingediend op 30 september 2004, terwijl het bestreden besluit van 18 juli 2003 werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 17 oktober 2003. 2.2. De verzoekende partijen betwisten deze exceptie. Zij stellen dat de verwerende partij voorbijgaat aan het feit dat zij, die een bezwaar hadden ingediend tegen de plannen om hun eigendommen op te nemen in het VEN, slechts kennis konden nemen van dit besluit door de brief van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, afdeling AMINAL, van 4 augustus 2004. Zij betogen eveneens dat er te dezen geen sprake is van kwade trouw, zoals de verwerende partij suggereert. De verzoekende partijen kregen pas bij schrijven van 4 augustus 2004 kennis van het bestaan van het bestreden besluit, waarvan hen bij dit schrijven een kopie werd toegezonden. Zij besluiten dat het beroep tijdig werd ingesteld. 2.3. In hun laatste memorie laten de verzoekende partijen nog het volgende gelden: "Overeenkomstig art. 21 § 9 van het decreet Natuurbehoud dd. 21 oktober 1997 zoals van toepassing dient het besluit houdende definitieve vaststelling van het plan enkel bij uittreksel te worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Deze bepaling is in strijd met de hierboven aangehaalde cassatierechtspraak en art. 56 van de Taalwet bestuurszaken dat stelt dat een publicatie 'in extenso' noodzakelijk is wanneer het besluit belang heeft voor de meerderheid van de burgers. (...) Vermits het decreet Natuurbehoud dd. 21 oktober 1997 voorziet dat een publicatie bij uittreksel volstaat terwijl de wet voorschrijft dat een publicatie bij uittreksel niet kan wanneer het besluit belang heeft voor de meerderheid van de VII-32.898-4/7 burgers stelt zich dan ook de vraag of de decreetgever zijn bevoegdheid niet heeft overschreden door een striktere bepaling uit te vaardigen. Verzoekers werpen dan ook op dat er hierover een prejudiciële vraag dient te worden gesteld aan het Grondwettelijk Hof. b. De publicatie bij uittreksel voldoet niet (...) Overeenkomstig de rechtspraak van de Raad van State dienen alle essentiële elementen van het dispositief van het besluit te worden bekendgemaakt. (...) De Raad oordeelde dat de publicatie van het uittreksel de draagwijdte van het besluit moet doen kennen. (...) Uit het besluit, dat overigens meer dan 30 dagen na definitief te zijn vastgesteld werd vermeld in het Belgisch Staatsblad, kan helemaal niet worden afgeleid wat de draagwijdte van het besluit is. In wat er werd vermeld wordt enkel verwezen naar een afbakeningsplan zonder dat er wordt bepaald om welke percelen het gaat. Onmogelijk kon dan ook aan de hand van dit gepubliceerde stuk, dat eigendomsbeperkende maatregelen bevat, worden vastgesteld dat het een weerslag had op de eigendom van verzoekers. Art. 1 van het Eerste Protocol van het EVRM komt hier dan ook in het gedrang. De vermelding van het aangevochten besluit in het Belgisch Staatsblad dd. 17 oktober 2003 kon dan ook onmogelijk de termijn om een annulatiebe- roep in te stellen doen lopen aangezien er geen uittreksel van het besluit werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad maar enkel en alleen een vermelding van het besluit. c. De bekendmaking door de gemeente Verzoekers stellen vast dat de verwerende partij door het auditoraat wordt uitgenodigd om n.a.v. het indienen van de laatste memorie de gegevens bij te brengen waaruit blijkt dat de gemeente heeft bekendgemaakt dat de plannen en de besluiten ter inzage werden gelegd en gedurende welke termijn. Zij hopen snel de stukken te ontvangen waaruit blijkt dat de gemeente het besluit en de plannen aan haar inwoners heeft bekendgemaakt". 2.4. De procedure voor de vaststelling van de GEN en de GENO is opgenomen in artikel 21 van het natuurbehouddecreet. De paragrafen 8 en 9 van dat artikel luiden als volgt : "§ 8. De Minaraad coördineert alle bezwaren en opmerkingen en brengt binnen 60 dagen na het einde van het openbaar onderzoek gemotiveerd advies uit bij de Vlaamse regering. Dit advies bevat desgevallend een meerderheids- en een minderheidsstand- punt. Op gemotiveerd verzoek van de Minaraad binnen een termijn van 25 dagen na het einde van het openbaar onderzoek beslist de Vlaamse regering over de verlenging met 60 dagen van de termijn van 60 dagen waarbinnen de Minaraad zijn advies diende uit te brengen. Bij gebrek aan een beslissing binnen een termijn van 15 dagen na ontvangst van het verzoek wordt de verlenging geacht te zijn toegekend. § 9. De Vlaamse regering stelt binnen 180 dagen na de begindatum van het openbaar onderzoek, of 240 dagen in geval van verlenging van de termijn vermeld in § 8, het plan definitief vast. Het besluit houdende definitieve vaststelling van het plan wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt binnen 30 dagen na de definitieve VII-32.898-5/7 vaststelling. Het definitief vastgestelde plan treedt in werking 14 dagen na zijn bekendmaking. De Vlaamse regering stuurt een afschrift van het definitief vastgestelde plan en van het vaststellingsbesluit naar de betrokken provincie(
  4. s)en elke gemeente, bedoeld in § 5, waar deze documenten kunnen worden ingekeken". 2.5. Uit deze bepalingen volgt dat de besluiten houdende definitieve vaststelling van de plannen niet individueel aan de bezwaarindieners moeten worden betekend, maar dat daarentegen deze besluiten, na de publicatie bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad, ter inzage moeten worden gelegd in de betrokken gemeenten. 2.6. Het komt aan een bezwaarindiener toe de nodige zorgvuldigheid aan de dag te leggen bij het opvolgen van het bezwaar dat hij heeft ingediend. Te dezen hebben de verzoekende partijen een bezwaar ingediend op 20 november 2002. Zij betwisten niet dat zij nadien in kennis werden gesteld van het feit dat hun bezwaren werden onderzocht door de Mina-raad en dat die raad hierover een gemotiveerd advies had uitgebracht dat kon worden geraadpleegd op het internet. Het is pas op 13 juli 2004, hetzij meer dan anderhalf jaar na het indienen van hun bezwaar, dat de verzoekende partijen uitleg vragen over het gevolg dat aan hun bezwaar is gegeven. Dit getuigt niet meteen van een volgehouden belangstelling voor dat bezwaar, mede in het licht van hetgeen is bepaald in artikel 21, §§ 8 en 9 van het natuurbehouddecreet. Zelfs indien de bekendmaking van de bestreden beslissing in het Belgisch Staatsblad niet regelmatig was en zij de termijn van zestig dagen voor het indienen van een annulatieberoep bijgevolg niet deed ingaan, begon de termijn om een annulatieberoep in te dienen, te lopen vanaf het ogenblik dat de termijn gedurende dewelke de besluiten en de plannen ter inzage hebben gelegen op het gemeentehuis beëindigd was. Ook hier kwam het de verzoekende partijen toe de nodige zorgvuldigheid aan de dag te leggen betreffende het lot van hun ingediende bezwaren. Hoewel er terzake geen concrete gegevens voorliggen, mag redelijkerwij- ze worden aangenomen dat de plannen en de besluiten op het gemeentehuis ter inzage hebben gelegen gedurende de laatste maanden van 2003, zodat de termijn voor het indienen van een annulatieberoep verstreken is uiterlijk in de loop van de maand maart 2004. De verzoekende partijen tonen het tegendeel niet aan. Iedere burger wordt geacht de wet te kennen en moet in het Belgisch Staatsblad acht slaan op die bekendmakingen die op zijn situatie een invloed kunnen uitoefenen, zeker wanneer hij, door deel te nemen aan een bezwaarprocedure, wist of kon weten dat er een beslissing zou worden genomen. Als die beslissing dan toch -het weze bij VII-32.898-6/7 uittreksel- wordt bekendgemaakt, moet hij binnen een redelijke termijn gebruik maken van de uitdrukkelijk door artikel 21, § 9, van het natuurbehouddecreet geboden mogelijkheid om het plan en het vaststellingsbesluit op het gemeentehuis te gaan inzien. Het beroep tot nietigverklaring is bijgevolg laattijdig ingediend zodat het onontvankelijk ratione temporis is. Er is evenmin reden om de door de verzoekende partijen gesuggereerde prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof te stellen, zeker niet nu de verzoekende partijen niet aannemelijk maken dat de in het geding zijnde decretale bepaling in strijd komt met een bevoegdheidsverdelende regel, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. Het beroep wordt verworpen. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig mei tweeduizend en acht, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. E. BREWAEYS. VII-32.898-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.525 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.