id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.579 Rolnummer: A. 164672/IX-4986 Zaak: Arrest 183579 - Naamsveranderingen - 29/05/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-06-12 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-29 08:08 Fiche Arrest nr 183.579 van 29 mei 2008 Justitie - Naamsveranderingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 183.579 van 29 mei 2008 in de zaak A. 164.672/IX-
- In zake : Asadullah (voorheen Babu) MOHAMMAD, wonende te ANTWERPEN, Bresstraat 20 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaat I. DE VROE, kantoor houdende te GENT, Begijnhoflaan 73 --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Asadullah (voorheen Babu) MOHAMMAD op 27 juni 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 10 juni 2005 van de minister van Justitie houdende de afwijzing van zijn aanvraag tot naamsverandering van 4 april 2002; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur A. VAN STEENBERGE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoeker; Gelet op de beschikking van 22 februari 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 maart 2008; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; IX-4986-1/11 Gehoord de opmerkingen van advocaat J. HENDRIX, die loco advocaat M. DAL verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat I. DE VROE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Over de gegevens van de zaak.
- De gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt: 1.
- De verzoeker werd in 1969 geboren te Karachi in Pakistan als Babu MOHAMMAD uit het huwelijk van Golam REZAUL MOHAMMAD en Khatoon HAZRA. 1.
- De verzoeker is in 1992 Pakistan ontvlucht en heeft in België een asielaanvraag ingediend. De verzoeker heeft nadien de Belgische nationaliteit verkregen. 1.
- De verzoeker trad op 8 april 1994 te Antwerpen in het huwelijk met Karine HEYMANS en uit dit huwelijk werd op 16 augustus 1999 Iman, Ullah, Syedshah, Nur MOHAMMAD geboren. De verzoeker is uit de echt gescheiden sedert 6 juli 2001 en het kind verblijft sindsdien bij de moeder. 1.
- Bij brief van 2 april 2002 dient de raadsvrouw van de verzoeker een verzoekschrift in tot wijziging van de familienaam MOHAMMAD in SYEDSHAH en wel om volgende redenen: "Overwegende dat verzoeker met onderhavig verzoekschrift een verzoek tot familienaamswijziging wenst in te dienen; Dat verzoeker afkomstig is uit Pakistan; IX-4986-2/11 Dat de voorouders van verzoeker in Pakistan de naam ‘Syedshah’ als familienaam droegen; Dat deze naam echter in de loop der generaties verdwenen is; Dat verzoeker deze naam echter in ere wenst te houden en het zeer sterk zou betreuren mocht deze naam verdwijnen; Dat hij om die reden alleen al zijn minderjarige zoon Iman MOHAMMAD als derde voornaam de naam ‘Syedshah’ heeft meegegeven; Dat verzoeker derhalve de familienaam ‘SYEDSHAH’ wenst te dragen in plaats van de familienaam ‘MOHAMMAD’; Dat de naam ‘Mohammad’ inderdaad een veel frequenter voorkomende familienaam is; Dat verzoeker zich ervan bewust is dat een naamswijziging een gunst is. Dat hij derhalve een wettig belang moet hebben ten einde deze naamsveran- dering te vragen. Dat de wens om een naam die met uitsterven bedreigd is te bestendigen één van de meest voorkomende aanvaarde gronden is om een naamswijziging te vragen en derhalve een wettig belang vormt om zulk verzoek te richten. Dat het verzoek van vertoger derhalve gegrond voorkomt zodat de naamswijziging dient ingewilligd (te) worden." Het verzoekschrift bevat eveneens een aanvraag tot wijziging van de naam van de zoon van de verzoeker. Op dezelfde dag dient de raadsvrouw van de verzoeker een verzoekschrift in om de voornaam te wijzigen van “Babu” naar “Asadullah”. 1.
- Bij brief van 19 april 2002 belast de minister van Justitie de Procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Antwerpen met een onderzoek betreffende deze aanvraag tot naamsverandering. 1.
- Met een nota van 17 mei 2005 stelt de dienst Naamsveranderingen van de Federale Overheidsdienst Justitie aan de minister voor om de naamsverande- ring te weigeren. Omtrent de wijziging van de voornaam wordt een gunstig advies uitgebracht. 1.
- Met een per post aangetekend schrijven van 13 juni 2005 wordt aan de verzoeker kennis gegeven van de door de minister genomen weigeringsbeslis- sing. Die beslissing luidt als volgt: IX-4986-3/11 "Onder verwijzing naar de in rubriek vermelde zaak heb ik de eer U mede te delen dat het toekennen van een naamsverandering krachtens de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en voornamen, onderworpen is aan strikte voorwaarden. Gelet op het principe van de vastheid van naam kan de naamsverandering slechts uitzonderlijk door Z.M. de Koning worden toegestaan en op voorwaarde dat het verzoek gesteund is op behoorlijk bewezen ernstige redenen; bovendien mag de gevraagde naam geen aanleiding geven tot verwarring en de verzoeker of derden niet (...) schaden (artikel 3, lid 2, van vermelde wet). Tot slot wens ik te preciseren dat de toelating om van naam te veranderen wettelijk beschouwd wordt als een gunst verleend aan betrokkene en niet als een recht voor deze laatste. Na een grondig onderzoek van uw dossier moet ik U tot mijn spijt meedelen dat er in uw geval geen afdoende ernstige motieven in de zin van bovenvermel- de wet voorhanden bevonden zijn om aan Z.M. de Koning voor te stellen U toelating te verlenen uw naam te veranderen in die van ‘SYEDSHAH', mede in acht genomen het principe van de vastheid van naam, waarvan slechts om gewichtige redenen kan afgeweken worden. De naam wordt verkregen op de door de wet opgelegde wijze (dit is in regel op grond van afstamming, zoals vastgelegd in artikel 335 van het Burgerlijk Wetboek), hij kan niet vrij gekozen worden. U draagt de naam van uw vader ‘Mohammad', zoals blijkt uit de voorgelegde akte van bekendheid. Het ministerieel besluit tot voornaamsverandering werd overgemaakt aan de FOD Financiën. U zal hieromtrent ten gepaste tijde bericht ontvangen." Dit is de bestreden beslissing. 1.
- Bij ministerieel besluit van 17 mei 2005 wordt aan verzoeker de machtiging verleend om zijn voornaam “Babu” te vervangen door de voornaam “Asadullah”. Dit besluit werd in de registers van de burgerlijke stand overgeschre- ven op 26 juli
- Ten gronde. 2.1.
- De verzoeker voert in een eerste middel de schending aan van artikel 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. De beslissing is volgens hem niet afdoende gemotiveerd waardoor hij zijn recht om zich in rechte tegen deze beslissing te verweren niet zinvol kan uitoefenen. In de bestreden beslissing wordt met geen woord gerept over de uitgebreide bewijsvoering en argumentatie van de verzoeker, inhoudende dat al zijn voorouders in opgaande lijn vanaf zijn grootvader de naam "SYEDSHAH" droegen. Uit de motivering van de beslissing zou niet blijken dat een onderzoek en een afweging zijn gebeurd van de argumenten zowel ter ondersteuning als ter weerlegging van de naamsverandering. IX-4986-4/11 In een tweede middel stelt de verzoeker dat de bestreden beslissing artikel 2 van de wet van 29 juli 1991 schendt omdat de motivering in de beslissing de Raad van State niet toelaat om na te gaan of het beleidsoordeel van de overheid al dan niet onredelijk is. 2.1.
- De verwerende partij beantwoordt in haar memorie de eerste twee middelen samen. Volgens haar stelt de verzoeker ten onrechte dat de bestreden beslissing niet uitdrukkelijk en niet afdoende gemotiveerd is. Volgens de verweren- de partij bracht de verzoeker in zijn initiële aanvraag tot wijziging van familienaam geen enkel bewijs aan dat deze naam met uitsterven bedreigd was, zodat de verwerende partij hierop ook niet diende in te gaan. Hoewel het bestreden besluit geen expliciete uitweiding bevat over de “uitgebreide bewijsvoering en argumentatie” omtrent het dragen van de naam SYEDSHAH door de voorouders, blijkt dat de naam van de vader de voorkeur verdient boven deze van de (over-)grootouders, en dit om wettelijke redenen, met name de afstamming op grond van artikel 335 van het Burgerlijk Wetboek. Volgens de verwerende partij werden de argumenten “voor” en “tegen” de naamswijziging wel degelijk afgewogen. De formele motiveringswet legt evenwel niet de verplich- ting op aan het bestuur om elk argument van de aanvraag te beantwoorden. In deze zaak wordt de beslissing gedragen door voor de verzoeker kenbare argumenten die zowel in rechte als in feite aanvaardbaar zijn. Verder meent de verwerende partij dat, hoe bondig de motivering van de bestreden beslissing ook is, zij duidelijk is en geen verdere, expliciete uitweidingen diende te bevatten. Bovendien wordt in de bestreden beslissing gewezen op het uitzonderlijk karakter van de wijziging van de familienaam. 2.1.
- In zijn repliek verwijst de verzoeker zowel voor het eerste als het tweede middel integraal naar zijn verzoekschrift tot nietigverklaring. De verzoeker merkt daarnaast op dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord onomwonden toegeeft dat de motivering van de bestreden beslissing bondig is. 2.1.
- Luidens artikel 2 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen moeten de individuele bestuurshandelingen uitdrukkelijk worden gemotiveerd. De beslissing die aan de betrokkene wordt meegedeeld, moet niet enkel het dictum bevatten, maar eveneens de redenen op grond waarvan de beslissing werd genomen. Deze verplichting heeft evenwel een meer beperkte draagwijdte dan de motiveringsverplichting die geldt IX-4986-5/11 voor jurisdictionele beslissingen, zoals bepaald in artikel 149 van de Grondwet. In de beslissing moet niet op elk argument dat door de betrokkene wordt aangevoerd, afzonderlijk worden geantwoord. Het volstaat dat de beslissing duidelijk de redenen doet kennen die haar verantwoorden. Artikel 3 van de genoemde wet bepaalt dat de opgelegde motivering in de akte de juridische en feitelijke overwegingen moet vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen. Deze motivering moet afdoende zijn. Dit laatste betekent dat de motivering pertinent moet zijn, wat inhoudt dat de motivering duidelijk met de bestreden beslissing moet te maken hebben, en dat zij draagkrachtig moet zijn, wat betekent dat de aangehaalde redenen moeten volstaan om de beslissing te dragen. De betrokkene moet in de hem aanbelangende beslissing de motieven kunnen lezen op grond waarvan ze werd genomen zodat hij kan nagaan of de overheid is uitgegaan van gegevens die in rechte en in feite juist zijn, of zij die correct heeft beoordeeld, en of zij op grond daarvan in redelijkheid tot haar beslissing is kunnen komen. De motivering moet de betrokkene in staat stellen om met kennis van zaken te oordelen of het zinvol is de beslissing met een annulatiebe- roep te bestrijden. Artikel 3 van de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en voornamen, waarnaar de bestreden beslissing verwijst, bepaalt dat de Koning de naamsverandering uitzonderlijk kan toestaan indien hij van oordeel is dat het verzoek op ernstige redenen steunt. Verzoekers vraag tot naamsverandering is ingegeven door de wens om een met uitsterven bedreigde oude familienaam te beschermen. In de bestreden beslissing wordt gewezen op het principe van de vastheid van naam waarvan slechts om gewichtige redenen kan worden afgeweken, op de verkrijging van de naam op grond van de afstamming, op het feit dat een naamsverandering een gunst is voor de betrokkene en niet een recht, op de wijze waarop een naam door afstamming wordt verkregen en op het feit dat de naam niet vrij gekozen kan worden. In het licht van de wet van 15 mei 1987 heeft de verwerende partij geoordeeld dat de door de verzoeker aangevoerde wens niet volstaat om af te wijken van het beginsel dat de naam op grond van de afstamming wordt verkregen. Deze motivering is afdoende en stelt de betrokkene in staat om nuttig op te komen tegen de bestuurshandeling. De motivering van de bestreden beslissing laat de Raad van State toe om na te gaan of het beleidsoordeel van de overheid al dan niet onredelijk is. De artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen zijn niet geschonden. Het eerste en het tweede middel zijn ongegrond. IX-4986-6/11 2.2.
- De verzoeker voert in een derde middel de schending aan van het recht op respect voor zijn privé- en familieleven zoals verwoord in artikel 8 van het Europees Verdrag over de Rechten van de Mens (hierna: EVRM). De familienaam "SYEDSHAH" zou gedurende eeuwen in zijn familie overgedragen zijn van vader op zoon, tot dit om voor de verzoeker onduidelijke redenen niet meer gebeurd is van zijn grootvader op zijn vader. De verzoeker wenst deze naam, die een belangrijk aspect is van zijn privé- en familieleven, in ere te herstellen. De verzoeker verwijst naar het arrest geveld door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) op 25 november 1994 inzake STJERNA t. Finland, met dat verschil dat de laatste voorvader van de verzoeker met naam "SYEDSHAH" nog altijd leeft en in het jaar 1921 werd geboren. In het voormelde arrest werd geoordeeld dat er niet veel belang kon gehecht worden aan de gehechtheid van de verzoeker aan de voorgeno- men naam, aangezien de laatste voorvader met deze naam in de 18de eeuw leefde. 2.2.
- In haar memorie van antwoord erkent de verwerende partij dat artikel 8 van het EVRM van toepassing is omdat de naam een duidelijk verband vertoont met het privé- en het gezinsleven van een persoon. Volgens haar toont de verzoeker evenwel niet aan dat de familienaam "SEYEDSHAH" gedurende eeuwen in de familie van de verzoeker zou zijn overgedragen van vader op zoon, noch dat hij bijzonder gehecht is aan de gevraagde familienaam. De verwerende partij doet een beroep op rechtsleer waaruit zou blijken dat de gegronde redenen die de verzoeker aanhaalt om de naamsverandering te vragen niet opwegen tegen de wettelijke beperkingen die de Staat in het algemeen belang aan de mogelijkheid tot naamsverandering kan aanbrengen. Verder stelt zij dat de verzoeker het recht op eerbiediging van de familienaam verwart met de wettelijke regels die bij de toekenning ervan gelden. Het verkrijgen van de familienaam is niet enkel een individuele kwestie, maar ook een middel van sociale identificatie. De familienaam wordt naar Belgisch recht niet vrij gekozen, maar wordt op de door de wet opgelegde wijze, in de regel op grond van afstamming, verkregen. 2.2.
- Artikel 8 van het EVRM bepaalt het volgende: "
- Een ieder heeft recht op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie.
- Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen." IX-4986-7/11 Hoewel deze verdragsbepaling geen expliciete verwijzing naar namen bevat, valt de naam onder de bescherming van artikel 8 van het EVRM. De overheid kan dan ook niet op een willekeurige wijze aan een persoon de mogelijk- heid tot wijziging van diens naam ontzeggen. Zoals het EHRM onder meer in het arrest van 25 november 1994 inzake STJERNA t. Finland heeft duidelijk gemaakt, mag de wet echter met het oog op het vrijwaren van het algemeen belang beperkin- gen stellen aan de mogelijkheid tot naamsverandering. De wet kan aldus beperking- en opleggen om een accurate bevolkingsregistratie of mogelijkheden tot persoonlijke identificatie te verzekeren of om de dragers van een naam met een bepaalde familie te verbinden. Zoals de Raad van State in het arrest nr. 47.649 van 27 mei 1994 inzake ZGAYA heeft overwogen, is de onveranderlijkheid van de familienaam naar Belgisch recht noodzakelijk om personen doeltreffend te kunnen identificeren in hun sociale relaties en is zij een waarborg voor de stabiliteit, die slechts bij wijze van uitzondering mag worden verstoord. De beperking van de mogelijkheid om de naam te wijzigen is in België dan ook ingegeven door doelstellingen die kunnen kaderen in het algemeen belang als bedoeld in het arrest STJERNA. Het principe van de onveranderlijkheid van de naam en de uitzondering van de naamswijziging, zoals die blijken uit artikel 3, tweede lid, van de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en voornamen, zijn op zich niet strijdig met artikel 8 van het EVRM. De verzoeker toont voorts niet aan dat de overheid in zijn geval een naamswijziging zou moeten toestaan, op grond van de verplichtingen opgelegd bij artikel 8 van het EVRM. De verzoeker maakt met name niet aannemelijk dat de door hem ingeroepen redenen ter verantwoording van een naamsverandering zo zwaarwichtig zijn dat zij in de afweging van de bij de zaak betrokken belangen zwaarder wegen dan de belangen waarop de verwerende partij steunt om de naamsverandering niet toe te staan. Het derde middel is ongegrond. 2.3.
- In een vierde middel voert de verzoeker de schending aan van het beginsel van de redelijke termijn, doordat de verwerende partij meldt in een brief gericht aan de verzoeker dat de procedure achttien maanden tot twee jaar in beslag zou nemen, terwijl de verzoeker zijn aanvraag tot naamsverandering per aangeteken- de brief heeft verstuurd op 4 april 2002 en de bestreden beslissing pas werd genomen op 10 juni 2005, wat drie jaar en twee maanden is na het indienen van de aanvraag. Door de onredelijk lange termijn zou de verwerende partij de verzoeker in een onaanvaardbare toestand van rechtsonzekerheid hebben gebracht. IX-4986-8/11 2.3.
- De verwerende partij antwoordt dat in de toepasselijke wetgeving niet is voorzien in een termijn, en dat de in de brief vermelde termijn louter ten informatieve titel aan de verzoeker wordt meegedeeld en een absolute minimumter- mijn is. Die mededeling heeft tot doel te vermijden dat de verzoeker de onrealisti- sche gedachte zou koesteren dat zijn aanvraag onmiddellijk afgehandeld zou worden. Er moet immers eerst een uitgebreid onderzoek gebeuren bestaande uit een politioneel onderzoek en een daaropvolgend verder onderzoek. De verzoeker is bijgevolg geenszins in een "onaanvaardbare toestand van rechtsonzekerheid" gebracht. 2.3.
- De verzoeker repliceert dat uit de formulering van de brief die hem werd toegestuurd, niet bleek dat de daarin vermelde termijn een absolute minimumtermijn zou zijn. 2.3.
- Ook al zou de behandeling van de aanvraag van de verzoeker onredelijk lang geduurd hebben, dan nog zou dit gegeven niet tot gevolg hebben dat de overheid zijn aanvraag niet meer zou kunnen afwijzen. De duur van de procedure neemt immers in geen geval weg dat het toekennen van een naamsverandering een gunst is en geen recht. De verzoeker krijgt omwille van de overschrijding van de redelijke termijn dus geen recht op de inwilliging van zijn aanvraag tot naamsveran- dering. Nu het middel aldus niet tot de vernietiging van het bestreden besluit kan leiden, is het onontvankelijk, bij gebrek aan belang. 2.4.
- In een vijfde middel voert de verzoeker de schending aan van artikel 3, tweede lid, van de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en voornamen. Volgens de verzoeker werd aan de dubbele voorwaarde van desbetref- fend wetsartikel voldaan aangezien er wel degelijk een ernstige reden voorhanden is, namelijk het feit dat vanaf de grootvader de voorouders in opgaande lijn allen "SYEDSHAH" heten. De wens om de naam van de grootouder/voorouders te dragen én de wens om een met uitsterven bedreigde naam te verkrijgen, is volgens de rechtsleer een ernstige reden. Verder meent de verzoeker dat het eveneens duidelijk is dat de gevraagde naam geen aanleiding geeft tot verwarring en deze hem of derden niet schaadt. Doordat de beslissing geen rekening houdt met de vervulling van de dubbele voorwaarde vervat in het voormelde artikel 3, moet de beslissing worden vernietigd. IX-4986-9/11 2.4.
- In haar memorie van antwoord stelt de verwerende partij dat de verzoeker er ten onrechte van uitgaat dat is voldaan aan de dubbele voorwaarde bepaald in artikel 3, tweede lid, van de wet van 15 mei 1987, aangezien er in casu geen sprake is van ernstige redenen. Zij meent dat de verzoeker niet heeft bewezen dat zijn voorouders in opgaande lijn vanaf zijn grootvader allen de door de verzoeker gewenste naam dragen, noch dat die naam met uitsterven zou zijn bedreigd. In de bestreden beslissing werd gewezen op het uitzonderlijk karakter van de naamswijziging en het feit dat de toelating om van naam te veranderen een gunst is. Naar Belgisch recht wordt de familienaam niet vrij gekozen en raakt deze aangelegenheid de openbare orde. De onveranderlijkheid van de familienaam is dan ook de regel, zoals blijkt onder meer uit de parlementaire voorbereiding. Bovendien werd voor de zoon van de verzoeker geen verzoekschrift tot nietigverklaring van de weigering van naamsverandering ingediend. 2.4.
- Artikel 3, tweede lid, van de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en voornamen bepaalt: "De Koning kan de naamsverandering uitzonderlijk toestaan indien hij van oordeel is dat het verzoek op ernstige redenen steunt en dat de gevraagde naam geen aanleiding geeft tot verwarring en de verzoeker of derden niet kan schaden." Uit die bepaling blijkt dat om een naamsverandering te verkrijgen aan twee voorwaarden moet worden voldaan: enerzijds moet het verzoek tot naamsverandering op ernstige redenen steunen; anderzijds mag de gevraagde naam geen aanleiding geven tot verwarring en de verzoeker of derden niet schaden. Bij de parlementaire voorbereiding van de wet van 15 mei 1987 werd bevestigd dat de onveranderlijkheid van de naam de regel moet blijven en de naamsverandering de uitzondering. In de memorie van toelichting bij het ontwerp dat tot de wet van 15 mei 1987 heeft geleid, werd immers gesteld : "Daarentegen moet voor de verandering van naam de onveranderlijkheid de regel blijven en de verandering de uitzondering. Derhalve moeten de verzoeken, waarvan na onderzoek blijkt dat zij niet berusten op een ernstige reden, verworpen worden, zelfs als de gevraagde naam niemand schade berokkent " (Parl. St., Kamer, 1983-84, nr. 966/1, pp. 4-5). Bij de bespreking van het ontwerp werd door de vertegenwoordi- ger van de minister onder meer verklaard : "De verandering van de naam moet op een duidelijk omschreven en ernstige reden steunen" (Parl. St., Senaat, 1986-87, nr. 701/2, p. 8). IX-4986-10/11 De Koning beschikt over een discretionaire bevoegdheid om te oordelen of de aangevoerde redenen ernstig zijn. Die discretionaire bevoegdheid belet evenwel niet dat hij de aangevoerde redenen ernstig moet onderzoeken en beoordelen en dat het dossier van de zaak van dat onderzoek moet doen blijken. Te dezen stelt de verwerende partij dat de verzoeker niet bewijst dat zijn voorouders de familienaam SYEDSHAH droegen en evenmin toont hij aan dat voornoemde familienaam met uitsterven is bedreigd. Dit is een deugdelijk motief dat in redelijkheid verantwoordt waarom de motieven die de verzoeker aanvoert niet ernstig zijn. Het vijfde middel kan bijgevolg niet worden aangenomen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 29 mei 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-4986-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.579 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.