id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.580 Rolnummer: A. 175668/IX-5393 Zaak: Arrest 183580 - Naamsveranderingen - 29/05/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-06-12 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-07-02 02:53 Fiche Arrest nr 183.580 van 29 mei 2008 Justitie - Naamsveranderingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 183.580 van 29 mei 2008 in de zaak A. 175.668/IX-
- In zake : Franco JANSSENS, die woonplaats kiest bij advocaat J. HERMAN, kantoor houdende te BRASSCHAAT, Augustijnlei 68 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaat I. DE VROE, kantoor houdende te GENT, Begijnhoflaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Franco JANSSENS op 8 augustus 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 9 juni 2006 van de minister van Justitie houdende de weigering van verzoekers vraag tot naamsverandering van JANSSENS naar JANSSENS-BIANCALI; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur A. VAN STEENBERGE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoeker; Gelet op de beschikking van 22 februari 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 maart 2008; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; IX-5393-1/14 Gehoord de opmerkingen van advocaat A. DE BEENHOUWER, die loco advocaat J. HERMAN verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat I. DE VROE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak.
- De gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
- De verzoeker werd te Geel geboren op 28 januari 1973 als Franco JANSSENS uit het huwelijk van Werner JANSSENS en Maria-Stella BIANCALI. Uit dit huwelijk werd op 26 mei 1975 ook de broer van de verzoeker, Mario JANSSENS, geboren. 1.
- De ouders van de verzoeker zijn sedert augustus 1998 feitelijk gescheiden. Zij zijn uit de echt gescheiden bij vonnis van 17 september 2002 van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen. Het beschikkend gedeelte van het vonnis is overgeschreven in de registers van de burgerlijke stand op 21 november
- 1.
- De verzoeker diende bij brief van 22 september 2000 een eerste aanvraag in om zijn naam JANSSENS te wijzigen in de naam BIANCALI, de familienaam van zijn moeder, en wel omwille van volgende redenen: “Deze behoefte is gesteund op persoonlijke gezinservaringen en lopende gerechtelijke zaken van vaders kant, die ik nog zal verduidelijken in volgende twee punten :
- Familie-ervaringen Tijdens mijn jeugd heb ik weinig of niet het gevoel gehad een vader te hebben. Alles wat het gezin aanbelangde (huis, tuin, opvoedingskosten,...) verliep voor het overgroot gedeelte via mijn moeder. Voor steun en zware beslissingen kon ik evenmin bij hem terecht aangezien hij veelal voor zijn persoonlijk plezier zich niet thuis bevond. Bovenal ontstonden er vele echtelijke ruzies wanneer hij weer dronken thuis kwam na één van zijn IX-5393-2/14 pleziertjes en werd hij niet zelden agressief. Bovendien heeft hij vele buitenechtelijke relaties op zijn kerfstok.
- Politie zaken Buiten de PV's opgemaakt voor ongevallen ten gevolge van rijden onder dronkenschap (invloed) heeft hij sinds de echtscheidingsprocedure van mijn ouders ook vele personen geagresseerd, waarvan eveneens PV's zijn opgemaakt. Gedurende de afgelopen 2 jaren zijn er naar mijn weten minstens 10 PV's geschreven (...) naar aanleiding van zijn gedrag en werkt hij zich steeds meer in de problemen. Momenteel loopt er eveneens een onderzoek bij de BOB naar (voor) het onwettig bekomen van OCMW-steun ondanks dat hij een volwaardige staatsfunctie bezit. Bovendien is de broer van Werner Janssens (vader) een zekere Jan Janssens (uit Lommel). Deze persoon is een paar jaren geleden opgepakt in de Verenigde Staten op verdenking van ‘pedofilie’, waarvoor hij ook is veroordeeld en zich nog steeds in de V.S. bevindt. Deze ervaringen (en meer) hebben mijn leven gekenmerkt. Als zodanig wil ik dus ook niet meer in verband worden gebracht met mijn ‘biologische' vader, er ligt geen enkele waarde en trots in het dragen van een familienaam van een dergelijk persoon zoals hij. Ik vraag dus om goedkeuring van mijn naamsverandering in ‘Biancali’. Tot slot wil ik u ervan verzekeren dat ik akkoord ga met de bijhorende administratieve kosten nodig om de verandering door te voeren.” Gedurende het onderzoek vraagt de verzoeker bij brief van 30 januari 2001 om de stopzetting van de procedure tot naamswijziging omwille van volgende redenen : “Via dit schrijven wil ik u te kennen geven dat ik na enkele weken van nadenken tot het wijze(n)lijk besluit ben gekomen dat het uiteindelijk gaat over mezelf als persoon en dat de verandering van familienaam daar niets aan zal wijzigen. Als zodanig doet het er ook niet toe wie via je familienaam zogenaamd aan je verbonden (is). Ik vraag dus om de aanvraag van mijn naamsverandering in ‘Biancali’ stop te zetten, vermits ik, zoals boven vermeld, niet inzie wat een andere familie- naam mij als persoon zal veranderen.” 1.
- Bij brief van 11 april 2003 dienen de verzoeker en zijn broer een nieuwe aanvraag tot naamswijziging in waarbij ze hun naam JANSSENS willen wijzigen in BIANCALI. De motieven in deze brief verschillen nauwelijks van deze die de verzoeker in zijn brief van 22 september 2000 heeft aangedragen. Evenwel wordt het volgend nieuw motief ingeroepen : “Hierbij wordt ons bovendien de mogelijkheid gegeven om de naam ‘Biancali’ met zekere fierheid voort te zetten. Deze achternaam is immers met uitsterven bedreigd.” De broer van de verzoeker ziet af van de verderzetting van de procedure tot naamswijziging. IX-5393-3/14 Met een aangetekende brief van 13 juni 2005 wijst de minister van Justitie de aanvraag van de verzoeker af omwille van volgende redenen: “Een procedure tot naamsverandering op basis van de wet van 15 mei 1987 is louter administratief en doet geen afbreuk aan de afstammingsband tussen vader en kind. Het feit dat uw ouders gescheiden zijn en U geen contact meer heeft met uw vader is op zich geen reden om de naam te veranderen. Bovendien stel ik vast dat uw vader zich verzet tegen het gevraagde en dat uw broer Mario zijn naam wenst te behouden. Het feit dat de naam van de moeder met uitsterven zou bedreigd zijn kan niet weerhouden worden.” 1.
- Bij brief van 2 december 2005 dient de verzoeker een aanvraag tot aanvulling van zijn familienaam in, om zijn naam JANSSENS te wijzigen in BIANCALI-JANSSENS en wel omwille van volgende redenen : “Met dit schrijven wil ik u beleefd verzoeken mijn dossier inzake naamsverandering te heropenen. Graag zou ik een aanvulling bekomen van mijn familienaam met de naam van mijn moeder: met name ‘Biancali-Janssens'. De naam Biancali wordt met uitsterven bedreigd. Als bijlage bezorg ik u informatie hieromtrent. Op het internet vond ik ‘Biancali’ slechts 3-maal terug. Eénmaal wordt naar de woonst van mijn tante en grootmoeder in Berchem verwezen. Eveneens is de heer Biancali Fausto de vader van de heer Biancali Guido. Indien de naamsaanvulling administratieve kosten met zich meebrengt, ben ik graag bereid deze te betalen. Als u meer informatie wenst, zal ik u deze spoedig bezorgen. Uw positieve reactie stel ik ten zeerste op prijs.” 1.
- Met een nota van 23 mei 2006 stelt de dienst Naamsveranderingen van de Federale Overheidsdienst Justitie aan de minister voor om de naamsverandering te weigeren. 1.
- Met een aangetekende brief van 9 juni 2006 wordt aan de verzoeker kennis gegeven van de door de minister genomen weigeringsbeslissing. Die beslissing luidt als volgt : “Onder verwijzing naar de in rubriek vermelde zaak heb ik de eer U mede te delen dat het toekennen van een naamsverandering krachtens de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en voornamen, onderworpen is aan strikte voorwaarden. Gelet op het principe van de vastheid van naam kan de naamsverandering slechts uitzonderlijk door Z.M. de Koning worden toegestaan en op voorwaarde dat het verzoek gesteund is op behoorlijk bewezen ernstige redenen; bovendien mag de gevraagde naam geen aanleiding geven tot verwarring en de verzoeker of derden niet (...) schaden (artikel 3, lid 2, van vermelde wet). IX-5393-4/14 Tot slot wens ik te preciseren dat de toelating om van naam te veranderen wettelijk beschouwd wordt als een gunst verleend aan betrokkene en niet als een recht voor deze laatste. Na een grondig onderzoek van uw dossier moet ik U tot mijn spijt meedelen dat enkel mijn schrijven d.d. 13.06.2005 kan bevestigd worden, waarbij U werd medegedeeld dat er in uw geval geen afdoende ernstige motieven in de zin van bovenvermelde wet voorhanden bevonden zijn om aan Z.M. de Koning voor te stellen U toelating te verlenen uw naam te veranderen in die van ‘Biancali', mede in acht genomen het principe van de vastheid van naam, waarvan slechts om gewichtige redenen kan afgeweken worden. De naam wordt verkregen op de bij de wet opgelegde wijze (dit is in regel op grond van de afstamming), hij kan niet vrij gekozen worden. Artikel 335, § 1 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat het kind wiens afstamming van vaderszijde en moederszijde tegelijk komt vast te staan, de naam van de vader draagt. Een procedure tot naamsverandering kan niet aangewend worden om van de toepassing van de regels inzake de naamgeving in België af te wijken. Het behoort aan de wetgever deze regels te wijzigen. Bovendien wil ik er U op wijzen dat indien de gevraagde gunst U zou verleend worden er een toestand van verwarring gecreëerd kan worden, gezien het dragen van een dubbele naam in België meestal het gevolg is van een adoptie. Daarenboven blijkt uit de gegevens die U ter beschikking stelde dat de naam ‘BIANCALI' nog steeds voorkomt.” Dit is de bestreden beslissing. Ten gronde. 2.1.
- In een eerste middel voert de verzoeker de schending aan van de materiële motiveringsplicht als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. Volgens de verzoeker stelt de beslissing ten onrechte dat hij geen afdoende ernstige motieven aanhaalt om de naamsverandering toe te staan. In een eerste onderdeel voert de verzoeker aan dat het motief, dat de naamsaanvulling tot verwarring leidt omdat een dubbele naam in België meestal het gevolg is van adoptie, niet kan worden aanvaard omdat verwarring in elk geval van naamsverandering kan worden ingeroepen. Dit argument is dan ook kennelijk onredelijk. In een tweede onderdeel voert de verzoeker aan dat het argument dat de naam BIANCALI nog steeds voorkomt, niet wegneemt dat de naam toch aan het uitsterven is. In een derde onderdeel betwist de verzoeker de pertinentie van het motief dat de echtscheiding van zijn ouders en de omstandigheid dat hij geen contact meer heeft met zijn vader, niet volstaan om zijn naam te wijzigen. De verzoeker voert in dit verband aan dat het dragen van de naam JANSSENS voor hem een enorme last is omdat de naam afkomstig is van een persoon met wie hij geen enkele band van affectiviteit heeft, en met wie hij niets wil IX-5393-5/14 te maken hebben. In een vierde onderdeel voert de verzoeker aan dat het verzet van zijn vader tegen een naamswijziging en de omstandigheid dat zijn broer de naam van zijn vader wenst te behouden, geen weigeringsgronden uitmaken voor een naamsverandering. Het gebrek aan instemming van de familie belet immers de regering niet de naamsverandering toe te staan. 2.1.
- De verwerende partij antwoordt dat de bewering van de verzoeker dat de bestreden beslissing niet of niet voldoende zou zijn gemotiveerd, onterecht is. Op grond van artikel 3 van de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en voornamen blijkt dat de naamsverandering uitzonderlijk is en de parlementaire voorbereiding stelt dat de onveranderlijkheid van de naam de regel is en de verandering de uitzondering. De naamsverandering is een gunst en geen recht. De familienaam raakt de openbare orde en wordt verkregen op basis van artikel 335 van het Burgerlijk Wetboek. De familienaam is niet enkel een individuele kwestie, maar ook een middel van sociale identificatie en verdient daarom bijzondere bescherming. Volgens de verwerende partij wordt de verzoeker niet ongelijk behandeld, nu hem iets niet wordt toegestaan omdat hij niet in de wettelijke voorwaarden verkeert. Het inwilligen van het verzoek tot naamswijziging zou bovendien de indruk kunnen wekken dat hij niet uit hetzelfde huwelijk als zijn broer Mario JANSSENS geboren is. Nog steeds volgens de verwerende partij kan, op basis van de informatie die de verzoeker overmaakt, niet worden ontkend dat er in Italië nog minstens 2 mannen wonen met de naam BIANCALI, zodat niet is uitgesloten dat de naam aldaar nog verder kan worden doorgegeven aan het nageslacht. Bovendien meent de verwerende partij dat de vraag gesteld kan worden of deze naam per se in België dient behouden te blijven gezien de vreemde oorsprong van de naam. De omstandigheid dat de verzoeker zich sterk betrokken moet hebben gevoeld bij de echtscheidingsproblematiek is geen afdoende gewichtige reden om een naamsverandering toe te kennen. De verwerende partij wijst er ook op dat de verzoeker daar zelf bewust van blijkt te zijn aangezien hij bij brief van 30 januari 2001 verzaakt heeft aan een eerdere procedure tot naamswijziging omdat hij “niet inziet wat een andere familienaam hem als persoon zal veranderen”. De eenheid van naam binnen eenzelfde familie moet zoveel als mogelijk behouden worden. De verwerende partij meent dan ook dat, naast de hoger aangehaalde juridische overwegingen, de bestreden beslissing eveneens de feitelijke overwegingen bevat die wel degelijk “afdoende” zijn. IX-5393-6/14 2.1.
- In zijn repliek stelt de verzoeker dat de omstandigheid dat de broer van de verzoeker zijn naam wenst te behouden geen redelijk argument is om de aanvraag tot naamswijziging omwille van verwarring af te wijzen. Op die manier zou elk verzoek tot naamsverandering die uitgaat van een persoon met broers of zussen worden afgewezen, in tegenstelling tot het verzoek afkomstig van een enig kind, wat een onredelijke discriminatie zou betekenen. Bovendien vraagt de verzoeker om aan zijn bestaande naam de naam van zijn moeder toe te voegen. Hij wijst er daarbij op dat er in vele landen een discussie aan de gang is over welke ouder de naam dient door te geven aan het kind. Nog volgens de verzoeker is de naam BIANCALI wel degelijk met uitsterven bedreigd doordat de heer BIANCALI Fausto - gelet op zijn hoge leeftijd - niet meer in staat is om de naam verder te zetten en de enige persoon die in heel Europa nog zou overblijven, de heer BIANCALI Guido is. Het feit dat de naam van Italiaanse oorsprong is, zou volgens de verzoeker irrelevant zijn aangezien hij aantoont dat de naam zelfs in Italië met uitsterven bedreigd is. Het toekennen van de naam BIANCALI zou voor de verzoeker een enorme opluchting zijn niet alleen omdat de naam op die manier verdergezet zou kunnen worden, maar ook omdat de verzoeker meent op die manier minder geconfronteerd te zullen worden met het feit dat hij de zoon is van een persoon waarmee hij niets meer wil te maken hebben. 2.1.
- De verzoeker diende in het verleden reeds twee aanvragen in, de eerste op 22 september 2000 en de tweede op 11 april 2003, waarbij hij zijn naam JANSSENS wenste te wijzigen in BIANCALI. De beide aanvragen waren gesteund op de moeilijke verhouding die de verzoeker kende met zijn vader. In de tweede aanvraag voerde de verzoeker bovendien aan dat de naam BIANCALI met uitsterven is bedreigd. Gedurende het onderzoek van de eerste aanvraag heeft de verzoeker bij brief van 30 januari 2001 verzocht om de procedure tot naamsverandering stop te zetten en als reden hiervoor geeft hij aan “dat het uiteindelijk gaat over mezelf als persoon en dat de verandering van familienaam d a a r n i e t s a a n z a l w i j z i g e n ” . Naar aanleiding van de tweede aanvraag heeft de verwerende partij wel een beslissing genomen en heeft zij de aanvraag op 13 juni 2005 afgewezen op volgende gronden: “Het feit dat uw ouders gescheiden zijn en U geen contact meer heeft met uw vader is op zich geen reden om de naam te veranderen. Bovendien stel ik vast dat uw vader zich verzet tegen het gevraagde en dat uw broer Mario zijn naam wenst te behouden. IX-5393-7/14 Het feit dat de naam van de moeder met uitsterven zou bedreigd zijn kan niet weerhouden worden”. De verzoeker heeft tegen deze beslissing geen beroep bij de Raad van State ingediend, waardoor deze beslissing definitief is geworden. Hij heeft weliswaar op 2 december 2005 een nieuwe aanvraag ingediend waarbij hij zijn naam wenst te wijzigen in BIANCALI-JANSSENS. Hij motiveert zijn aanvraag door erop te wijzen dat de naam BIANCALI met uitsterven is bedreigd. Hij voert geen andere redenen aan. In zijn verzoekschrift voor de Raad van State richt de verzoeker in het derde en vierde onderdeel van het eerste middel zijn kritiek op de motivering van de beslissing van 13 juni
- Aangezien hij deze beslissing destijds niet heeft bestreden met een beroep, is deze beslissing definitief geworden en kan hij deze beslissing niet meer aanvechten. Aangezien de verzoeker geen andere motieven heeft aangehaald dan het met uitsterven bedreigd zijn van de naam BIANCALI, kan aan de bestreden beslissing niet verweten worden dat ze is genomen zonder een nieuw onderzoek van de motieven waarop de minister op 13 juni 2005 heeft gesteund om de eerdere aanvraag te verwerpen. Het middel is, wat het derde en het vierde onderdeel betreft niet ontvankelijk. 2.1.
- Luidens artikel 2 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen moeten de individuele bestuurshandelingen uitdrukkelijk worden gemotiveerd. De beslissing die aan de betrokkene wordt meegedeeld, moet niet enkel het dictum bevatten, maar eveneens de redenen op grond waarvan de beslissing werd genomen. Deze verplichting heeft evenwel een meer beperkte draagwijdte dan de motiveringsverplichting die geldt voor jurisdictionele beslissingen, zoals bepaald in artikel 149 van de Grondwet. In de beslissing moet niet op elk argument dat door de betrokkene wordt aangevoerd, afzonderlijk worden geantwoord. Het volstaat dat de beslissing duidelijk de redenen doet kennen die haar verantwoorden. Artikel 3 van de genoemde wet bepaalt dat de opgelegde motivering in de akte de juridische en feitelijke overwegingen moet vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen. Deze motivering moet afdoende zijn. Dit laatste betekent dat de motivering pertinent moet zijn, wat inhoudt dat de motivering duidelijk met de bestreden beslissing moet te maken hebben, en dat zij draagkrachtig moet zijn, wat betekent dat de aangehaalde redenen moeten volstaan om de beslissing te dragen. De betrokkene moet in de hem aanbelangende beslissing de motieven kunnen lezen op grond waarvan ze werd genomen zodat hij kan nagaan IX-5393-8/14 of de overheid is uitgegaan van gegevens die in rechte en in feite juist zijn, of zij die correct heeft beoordeeld, en of zij op grond daarvan in redelijkheid tot haar beslissing is kunnen komen. De motivering moet de betrokkene in staat stellen om met kennis van zaken te oordelen of het zinvol is de beslissing met een annulatieberoep te bestrijden. 2.1.
- Artikel 3, tweede lid, van de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en voornamen luidt als volgt : “De Koning kan de naamsverandering uitzonderlijk toestaan indien hij van oordeel is dat het verzoek op ernstige redenen steunt en de gevraagde naam geen aanleiding geeft tot verwarring en de verzoeker of derden niet (...) schaden.” Uit die bepaling blijkt dat om een naamsverandering te verkrijgen aan twee voorwaarden moet worden voldaan: enerzijds moet het verzoek tot naamsverandering op ernstige redenen steunen; anderzijds mag de gevraagde naam geen aanleiding geven tot verwarring en de verzoeker of derden niet schaden. De onveranderlijkheid van de familienaam is immers noodzakelijk om personen doeltreffend te kunnen identificeren in hun sociale relaties en is een waarborg voor stabiliteit, die slechts bij wijze van uitzondering mag worden verstoord. Bij de parlementaire voorbereiding van de wet van 15 mei 1987 werd bevestigd dat de onveranderlijkheid van de naam de regel moet blijven en de naamsverandering de uitzondering. In de memorie van toelichting bij het wetsontwerp dat tot de wet van 15 mei 1987 heeft geleid, werd immers gesteld : “Daarentegen moet voor de verandering van naam de onveranderlijkheid de regel blijven en de verandering de uitzondering. Derhalve moeten de verzoeken, waarvan na onderzoek blijkt dat zij niet berusten op een ernstige reden, verworpen worden, zelfs als de gevraagde naam niemand schade berokkent” (Parl. St., Kamer, 1983-84, nr. 966/1, pp. 4-5). Bij de bespreking van het ontwerp werd door de vertegenwoordiger van de minister onder meer verklaard : “De verandering van naam moet op een duidelijk omschreven en ernstige reden steunen” (Parl. St., Senaat, 1986-87, nr. 701/2, p. 8). Het toelaten om van naam te veranderen is een gunst waarvoor de hoven en de rechtbanken niet bevoegd zijn. Doordat de naamswijziging een gunst is, kan de Koning het verzoek inwilligen, zonder echter daartoe te zijn verplicht. De IX-5393-9/14 Koning beschikt over een discretionaire bevoegdheid. Het komt de Raad van State niet toe om zich in de plaats van de overheid te stellen bij de beoordeling van de motieven op basis waarvan de naamsverandering al dan niet kan worden toegestaan. Hij kan wel nagaan of de beoordeling van de overheid steunt op feitelijk juiste en in rechte aanvaardbare motieven en of die beoordeling binnen de grenzen van de redelijkheid blijft. Uit de motivering van de bestreden beslissing blijkt dat de minister heeft geoordeeld dat aan geen van beide, door de wet van 15 mei 1987 gestelde, voorwaarden is voldaan. De verwerende partij oordeelt enerzijds dat de aangevoerde reden niet afdoende ernstig is en anderzijds dat de dubbele naam aanleiding geeft tot verwarring. Daarnaast stelt de bestreden beslissing vast dat de naam BIANCALI, in tegenstelling tot wat de verzoeker beweert, nog steeds voorkomt. Aangezien de voorwaarden van de wet cumulatief moeten vervuld zijn opdat een naamsverandering kan worden toegestaan, zal de schending van de materiële motiveringsplicht maar tot nietigverklaring aanleiding geven wanneer blijkt dat zowel de motivering omtrent de verwarring, als die omtrent de ernstige reden, niet deugdelijk zijn. De vaststelling dat er geen afdoende ernstige motieven voorhanden zijn in de zin van de wet van 15 mei 1987 en meer bepaald dat een procedure tot naamswijziging niet kan worden aangewend om van de toepassing van de regels inzake de naamgeving in België af te wijken, vormt het hoofdmotief van de beslissing. Het staat volgens de bestreden beslissing immers aan de wetgever om deze regels te wijzigen. De verzoeker oefent slechts in de memorie van wederantwoord zijdelings kritiek uit op dit motief, waar hij stelt dat het in veel landen geen vanzelfsprekendheid is dat de vader de naam doorgeeft aan de kinderen en hierover ook in België discussie bestaat. De verzoeker wijst eveneens op het feit dat ook in België het kind zonder problemen de naam van de ongehuwde moeder kan dragen. Daargelaten de vraag of de verzoeker pas in de memorie van wederantwoord kritiek op dit motief kan leveren, moet worden vastgesteld dat deze kritiek niet aantoont dat het niet onredelijk was voor de minister om aan te nemen dat de ingeroepen reden niet ernstig is. Artikel 335, § 1, van het Burgerlijk Wetboek, dat op de verzoeker van toepassing is en waarnaar expliciet verwezen wordt in de bestreden beslissing, bepaalt dat het kind wiens afstamming van vaderszijde en moederszijde tegelijk komt vast te staan, de naam van de vader draagt. Het feit dat hieromtrent discussie bestaat in binnen- en buitenland, doet niets IX-5393-10/14 af aan de gelding van het voormeld artikel en de relevantie ervan voor de motivering van de beslissing. Artikel 335, § 2, van het Burgerlijk Wetboek regelt de situatie wanneer de afstamming enkel van moederszijde komt vast te staan, zoals dit kan gebeuren bij ongehuwde moeders, maar dit is niet de situatie van de verzoeker. 2.1.
- De motivering van de bestreden beslissing omtrent de verwarring luidt als volgt : “Bovendien wil ik er U op wijzen dat indien de gevraagde gunst U zou verleend worden er een toestand van verwarring gecreëerd kan worden, gezien het dragen van een dubbele naam in België meestal het gevolg is van een adoptie.” De verzoeker stelt, in het eerste onderdeel, dat de mogelijkheid van verwarring in elk geval van naamswijziging kan worden ingeroepen, waardoor elke aanvraag tot naamsverandering de facto kansloos wordt. De verzoeker gaat eraan voorbij dat de verwerende partij zich niet in algemene bewoordingen uitdrukt, maar concreet aangeeft waarom de naam die hij voorstelt aanleiding geeft tot verwarring. Een dubbele naam is meestal het gevolg van adoptie, wat in deze zaak verwarring veroorzaakt, nu de verzoeker niet is geadopteerd. De verwerende partij hanteert geen stijlmotivering die tegen elke aanvraag tot naamswijziging kan worden ingebracht. De verzoeker toont niet aan dat het aangevoerde motief in feite onjuist is, noch dat het rechtens niet aanvaardbaar is. Aldus kan de verzoeker in de bestreden beslissing lezen op grond waarvan ze werd genomen en kan hij nagaan dat de verwerende partij is uitgegaan van gegevens die in rechte en in feite juist zijn. Het eerste onderdeel is bijgevolg ongegrond. Wat het deel van de motivering van de bestreden beslissing betreft, dat de verzoeker bestrijdt in het tweede onderdeel, en waarin gesteld wordt dat de naam BIANCALI nog steeds voorkomt, stelt de Raad van State vast dat dit onderdeel van de motivering een overtollig motief uitmaakt. De kritiek die de verzoeker op dat overtollig motief uitoefent, kan niet tot vernietiging leiden en is derhalve onontvankelijk, bij gebrek aan belang. Ten overvloede wordt vastgesteld dat de verzoeker geen enkel stuk neerlegt waaruit blijkt dat de naam BIANCALI met uitsterven is bedreigd. Het eerste middel is deels niet ontvankelijk en deels ongegrond. IX-5393-11/14 2.2.
- In een tweede middel voert de verzoeker machtsafwending aan. Volgens de verzoeker moet de overheid wanneer zij een weigeringsbevoegdheid uitoefent, zorgvuldig en redelijk te werk gaan. De zorgvuldigheidsplicht houdt in dat het bestuursorgaan alle rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen moet afwegen. De voor de belanghebbende zeer nadelige gevolgen mogen niet onevenredig zijn met de door het besluit te dienen doeleinden. 2.2.
- De verwerende partij antwoordt dat de verzoeker zeer algemeen verwijst naar de rechtsleer, maar niet in concreto aanduidt waar de verwerende partij niet zorgvuldig en redelijk te werk gegaan zou zijn. Volgens de verwerende partij is de beslissing genomen na meerdere onderzoeken en werden de betrokken belangen wel degelijk afgewogen en is het besluit ook voldoende gemotiveerd. Het is, volgens de verwerende partij, niet omdat de verwachtingen van de verzoeker niet konden worden ingelost dat er sprake kan zijn van machtsafwending. 2.2.
- De verzoeker repliceert dat de afwijzing van de naamswijziging gebaseerd blijkt te zijn op een combinatie van enerzijds onvoldoende gewichtige redenen tegenover anderzijds een zekere verwarring die de naamswijziging zou kunnen veroorzaken. Het nadeel dat een weigering tot naamswijziging zou veroorzaken, staat, volgens de verzoeker, niet in verhouding met de in de bestreden beslissing opgenomen motieven tot afwijzing van de vraag tot naamswijziging, doordat het vermijden van een mogelijke verwarring niet in verhouding staat met de voor de verzoeker zeer nadelige gevolgen van een negatieve beslissing. De verwarring waarvan sprake is bovendien, nog steeds volgens de verzoeker, een verwarring die kan worden ingeroepen bij elke naamswijziging. 2.2.
- Luidens artikel 2, § 1, 2), (thans artikel 2, § 1, 3/) van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevat het verzoekschrift “het voorwerp van de aanvraag of van het beroep en een uiteenzetting van de feiten en middelen”. Een middel is onontvankelijk wanneer de verzoeker in zijn verzoekschrift niet aanduidt op welke wijze de ingeroepen rechtsregels zijn geschonden. De verzoeker moet de rechtsregel evenals de wijze waarop die rechtsregel is geschonden in zijn verzoekschrift ontwikkelen en niet in een later procedurestuk. De verzoeker kan een onontvankelijk middel niet goedmaken door een omstandige uiteenzetting te geven in zijn memorie van wederantwoord. IX-5393-12/14 In het verzoekschrift voert de verzoeker in het tweede middel, wat de machtsafwending betreft, enkel aan dat de minister bij het uitoefenen van een weigeringsbeslissing zorgvuldig en redelijk te werk moet gaan en dat de zorgvuldigheidsplicht inhoudt dat het bestuursorgaan alle rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen moet afwegen. Daarbij geeft de verzoeker enkel aan welke beginselen hij geschonden acht, maar zet hij niet uiteen op welke wijze de verwerende partij bij het nemen van de bestreden beslissing de door hem aangehaalde beginselen heeft geschonden. Wie machtsafwending aanvoert, moet daartoe voldoende ernstige, welbepaalde en overeenstemmende vermoedens aandragen, waaruit kan worden afgeleid dat andere dan rechtmatige doeleinden door het bestuur werden nagestreefd. Daarenboven moet, opdat sprake kan zijn van machtsafwending, het ongeoorloofde oogmerk het enige doel van de bestreden beslissing zijn geweest. De verzoeker toont niet aan dat dit het geval geweest zou zijn. Het tweede middel kan niet worden aangenomen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoeker. IX-5393-13/14 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 29 mei 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-5393-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.580 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.