← België

Arrest 183635 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 30/05/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.635 Rolnummer: A. 183417/X-13298 Zaak: Arrest 183635 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 30/05/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-06-04 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 03:57 Fiche Arrest nr 183.635 van 30 mei 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 183.635 van 30 mei 2008 in de zaak A. 183.417/X-13.

  1. In zake :
  2. Cecilia PROESMANS,
  3. Christian SMETS (in de vordering tot schorsing), die woonplaats kiezen bij advocaten L. LINDERS en K. WAUTERS, kantoor houdende te 3500 HASSELT, Gouverneur Roppesingel 131 tegen :
  4. de stad HASSELT, die woonplaats kiezen bij advocaat H. LAMON, kantoor houdende te 3500 HASSELT, Schiervellaan 23,
  5. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat L. DEHAESE, kantoor houdende te 3500 HASSELT, Luikersteenweg
  6. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Cecilia PROESMANS op 18 mei 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 8 maart 2007 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Hasselt waarbij aan de b.v.b.a. CORNER BUILDING de stedenbouwkundige vergunning onder voorwaarden wordt toegekend voor het oprichten van een woongeheel met 8 luxeappartementen, een handelsruimte en een ondergrondse parking voor 38 wagens en 20 kelders aan de Thonissenlaan te Hasselt, kadastraal gekend sectie H, nrs. 1182/c en 1384/y7; Gelet op het arrest nr. 175.636 van 11 oktober 2007 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding, op 19 november 2007 ingediend door Cecilia PROESMANS; X-13.298-1/3 Gezien de memories van antwoord van de verwerende partijen; Gezien het verslag overeenkomstig artikel 59 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, opgemaakt door auditeur St. DE TAEYE Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 21 maart 2008 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 16 mei 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. VAN DE WIELE, die loco advocaat L. DEHAESE verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De Hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partijen melding gemaakt van artikel 17, § 4ter van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. X-13.298-2/3 De tweede verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing is verworpen. Dit wordt door de tweede verzoekende partij niet betwist. Te haren aanzien geldt een vermoeden van afstand van het geding. Met een brief van 21 januari 2008 doet de eerste verzoekende partij afstand van het geding. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  7. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  8. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de eerste verzoekende partij; Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig mei 2008, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-13.298-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.635 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.636 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.