id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 mei 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.639 Rolnummer: A. 155886/X-12063 Zaak: Arrest 183639 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 30/05/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-06-16 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 08:08 Fiche Arrest nr 183.639 van 30 mei 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 183.639 van 30 mei 2008 in de zaak A. 155.886/X-12.
- In zake :
- Anita DEDOBBELEER,
- Johan KESTEMONT (in de vordering tot schorsing), wonende te 1540 HERNE, Druimerenstraat 27 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat M. van DIEVOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Boomstraat 14, bus
- ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Anita DEDOBBELEER op 23 september 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 14 september 2004 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening houdende inwilliging van het beroep van de gemachtigde ambtenaar tegen het besluit van 18 september 2003 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant waarbij de stedenbouwkundige vergunning werd verleend voor het regulariseren van dakkapellen met afbraak van trapgevels van een gebouw te Herne, Druimerenstraat, kadastraal bekend sectie D, nr. 206/k; Gelet op het arrest nr. 135.630 van 1 oktober 2004 waarbij de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding op 8 oktober 2004 ingediend door de eerste verzoekende partij; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; X-12.063-1/4 Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 15 april 2008 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 9 mei 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van de verzoekers, en van advocaat F. van DIEVOET, die loco advocaat M. van DIEVOET verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De Hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partij melding gemaakt van artikel 17, § 4ter van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. De tweede verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving X-12.063-2/4 van het arrest waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing is verworpen. Dit wordt door de tweede verzoekende partij niet betwist. Te haren aanzien geldt een vermoeden van afstand van het geding. Met een brief van 5 februari 2008 deelt de eerste verzoekende partij mee dat “(...) het (lijkt) ons dan ook niet nodig de procedure voor de Raad van State nog verder te moeten zetten”. Deze mededeling kan niet anders dan als een afstand van geding worden gelezen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. De kosten van het beroep van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de eerste verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig mei 2008, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-12.063-3/4 X-12.063-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.639 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.630 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div