← België

Arrest 183677 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 02/06/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.677 Rolnummer: A. 132140/IX-3670 Zaak: Arrest 183677 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 02/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-06-20 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 08:09 Fiche Arrest nr 183.677 van 2 juni 2008 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 183.677 van 2 juni 2008 in de zaak A. 132.140/IX-

  1. In zake :
  2. Edward SCHELKENS,
  3. Rudi VAN DEN BLOCK, die woonplaats kiezen bij advocaat P. CRISPYN, kantoor houdende te GENT (Mariakerke), Mazestraat 16 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, die woonplaats kiest bij de Federale Politie DGP/DPS, gevestigd te BRUSSEL, Fritz Toussaintstraat
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Edward SCHELKENS en Rudi VAN DEN BLOCK op 22 januari 2003 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 28 november 2002 van de minister van Binnen- landse Zaken waarbij Serge SABOURIN met ingang van 1 november 2002 wordt aangewezen als adjunct van de verbindingsofficier te Rome; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur H. COLIN; Gelet op de beschikking van 18 september 2006 die de neerleg- ging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; IX-3670-1/6 Gelet op de beschikking van 24 april 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 26 mei 2008; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. CRISPYN, die verschijnt voor verzoekers, en van adviseur R. GOOSENS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. COLIN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten 1.
  5. Met een oproep tot kandidaatstelling van 23 april 2002 wordt, in het kader van de mobiliteit, de functie van adjunct van de verbindingsofficier van de federale politie te Rome opengesteld voor hoofdinspecteurs van politie en inspecteurs van politie. Onder het luik “selectiemodaliteit(en)” wordt vermeld: “In aanmerking nemen van het advies van een selectiecommissie”. Onder meer verzoekers en Serge SABOURIN dienen hun kandidatuur in. Hun kandidatuur wordt door de selectiecommissie onderzocht op 24 juni
  6. 1.
  7. Bij ministerieel besluit van 28 november 2002 wordt Serge SABOURIN met ingang van 1 november 2002, tijdelijk op proef, aangewezen voor de betrekking van adjunct van de verbindingsofficier van de federale politie te Rome. Er wordt bepaald dat betrokkene een stageperiode doorloopt tot 30 april 2003 en dat hij ten laatste op 15 mei 2003 geëvalueerd zal worden volgens de voorschrif- ten geldend bij de federale politie en rekening houdend met het advies van de federale procureur en de FOD Binnenlandse Zaken. Dat besluit, dat het voorwerp uitmaakt van het onderhavig beroep tot nietigverklaring, verwijst in de aanhef naar de ministeriële circulaire van IX-3670-2/6 4 oktober 1993 betreffende het statuut en de werking van de verbindingsofficieren van de Belgische politie in het buitenland en naar het akkoord van het College van Procureurs-generaal, van de minister van Justitie en van de minister van Buitenland- se Zaken. De ontvankelijkheid
  8. De verwerende partij betwist het actueel belang van verzoekers. Volgens haar kan de vernietiging van het bestreden besluit geen enkel nuttig gevolg meer hebben omdat de periode van de tijdelijke aanwijzing van Serge SABOURIN reeds voorbij is.
  9. Verzoekers antwoorden daarop dat beslissingen met een beperkte duur niet buiten het vernietigingscontentieux gehouden zijn en dat het belang niet teloorgaat omdat de beslissing volledige uitwerking gekregen heeft, maar dat er in dergelijk geval alleen gesteld kan worden dat er twijfel ontstaan is over het belang en dat verzoeker die twijfel dan moet wegnemen. In dit geval bestrijden zij een tijdelijke aanwijzing waarop normaliter een definitieve aanwijzing volgt. De verwerende partij toont niet aan wat er in dit geval na afloop van de tijdelijke aanstelling van Serge SABOURIN gebeurd is. Verzoekers zijn dan ook van oordeel dat in dit geval de ontstentenis van belang niet kan vastgesteld worden, maar dat integendeel het voorwerp van het beroep uitgebreid moet worden tot de nagekomen beslissingen die er hun onontbeerlijke grondslag in vinden, zoals de definitieve benoeming die -volgens geruchten die hen bereikt hebben- effectief plaatsgevonden heeft. In ieder geval heeft Serge SABOURIN met de bestreden beslissing een carrièrevoordeel gekregen dat hem een voorsprong inzake ervaring kan opleveren wanneer verzoekers ooit met hem in concurrentie treden.
  10. De bestreden beslissing betreft de aanstelling, op proef voor een bepaalde duur, van een adjunct van de verbindingsofficier van de federale politie te Rome. Een aanstelling op proef gebeurt met het oog op een vaste aanwijzing. Bij het verstrijken van de proeftermijn moet het bestuur de aanstelling op proef omzetten in een definitieve aanstelling of de aanstelling op proef beëindigen. De verwerende partij geeft geen enkele aanwijzing over de houding die zij bij het verstrijken van de proeftermijn aangenomen heeft. Het spreekt voor zich dat, ingeval Serge SABOURIN na de proeftijd definitief aangesteld is, verzoekers belang behouden bij de vernietiging van de aanstelling op proef, IX-3670-3/6 aangezien in dat geval de noodzakelijke grondslag voor de vaste aanstelling uit het rechtsverkeer weggenomen wordt en die vaste aanstelling dan ook geen materiële rechtskracht meer heeft. Maar ook wanneer de aanstelling op proef uitgelopen zou zijn op een beëindiging van de aanstelling, behouden de verzoekers belang bij hun annulatieberoep in de mate zij er terecht op wijzen dat Serge SABOURIN een carrièrevoordeel heeft kunnen opbouwen dat in de toekomst mogelijk tegen hen kan uitgespeeld worden. De exceptie wordt verworpen.
  11. In een enig middel voeren verzoekers de schending aan van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelin- gen. Zij stellen dat het bestreden besluit geen enkel uitsluitsel geeft over de redenen waarom Serge SABOURIN de voorkeur gekregen heeft op de andere kandidaten en dat er zelfs niet wordt aangeduid op grond van welke criteria hij de aanstelling gekregen heeft. Het bestreden besluit verwijst naar het akkoord van het College van Procureurs-generaal en van de ministers van Justitie en Buitenlandse Zaken, maar die beslissingen zijn niet aan het besluit gehecht of de inhoud wordt er niet van overgenomen, zodat die vermeldingen als stijlformules het bestreden besluit niet kunnen onderbouwen.
  12. De verwerende partij beantwoordt het middel niet. In het administratief dossier dat zij neergelegd heeft bevindt zich enkel de vacantverklaring en de bestreden beslissing.
  13. Het bestreden besluit betreft een benoeming in het openbaar ambt. Dergelijke benoemingsbeslissing moet, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 29 juli 1991, formeel gemotiveerd zijn. Uit het besluit zelf of minstens uit de stukken waarnaar het besluit verwijst en waarvan de betrokkene de inhoud kan kennen moet derhalve blijken waarom de keuze op de benoemde gevallen is. Met de wet van 29 juli 1991 had de wetgever immers de bedoeling de belanghebbende in kennis te stellen van de reden waarom een bepaalde beslissing genomen is, teneinde hem in staat te stellen met kennis van zaken na te gaan of het nuttig is met de middelen die het recht hem verschaft tegen die beslissing op te komen.
  14. Inzake benoemingsbesluiten wordt aangenomen dat een positieve motivering volstaat, dit wil zeggen dat uit het besluit zelf of uit de stukken waarnaar het verwijst en waarvan de inhoud door de belanghebbenden -waaronder de teleurgestelde kandidaten- gekend is, moet kunnen blijken waarom de uiteindelijk benoemde de voorkeur gekregen heeft. Dergelijke positieve motivering moet wel IX-3670-4/6 afdoende zijn, wat betekent dat op grond van de aangehaalde redenen uitgemaakt moet kunnen worden waarom precies aan de benoemde de voorkeur gegeven is. Die positieve motivering wordt dan voor de teleurgestelde kandidaten de toetssteen die hen in staat moet stellen hun eigen aanspraken op de benoeming tegen die van de benoemden af te wegen en op grond daarvan de deugdelijkheid van de motivering aan een inhoudelijke kritiek te onderwerpen. Aangenomen wordt ook dat het benoemingsbesluit te dien aanzien mag verwijzen naar stukken die het bestuur in haar besluitvormingsproces betrokken heeft, maar dan is wel vereist dat de teleurgestelde kandidaten van de inhoud van die stukken kennis hebben kunnen nemen, bijvoorbeeld omdat zij in het administratief dossier worden neergelegd.
  15. Te dezen had de verwerende partij de verplichting om in het bestreden besluit de nodige indicaties te geven die de teleurgestelde kandidaten moesten toelaten uit te maken waarom zij de voorkeur niet hebben gekregen. Het bestreden besluit bevat geen eigen motivering, maar verwijst naar het akkoord van het College van Procureurs-generaal en van de ministers van Justitie en Buitenlandse Zaken. De verwerende partij heeft die stukken niet ter kennis van de verzoekende partijen gebracht en heeft ze ook niet in het administratief dossier neergelegd. In het dossier blijkt ook geen advies aanwezig te zijn van de selectiecommissie, zoals in de vacantverklaring aangekondigd.
  16. Het dossier van de zaak, zoals het aan verzoekers bekendgemaakt is, laat niet toe te achterhalen op grond van welke redenen Serge SABOURIN de voorkeur heeft gekregen. Het middel is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  17. Vernietigd wordt de beslissing van 28 november 2002 van de minister van Binnenlandse Zaken waarbij Serge SABOURIN met ingang van 1 november 2002 wordt aangewezen als adjunct van de verbindingsofficier te Rome. IX-3670-5/6 Artikel
  18. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 2 juni 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. P. LEMMENS. IX-3670-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.677 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.