← België

Arrest 183744 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 03/06/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.744 Rolnummer: A. 186438/X-13592 Zaak: Arrest 183744 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 03/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-06-17 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 08:09 Fiche Arrest nr 183.744 van 3 juni 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 183.744 van 3 juni 2008 in de zaak A. 186.438/X-13.

  1. In zake : de n.v. VFT BELGIUM, die woonplaats kiest bij advocaat M. VAN PASSEL, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Frankrijklei 146 tegen :
  2. de deputatie van de provincieraad van OOST-VLAANDEREN,
  3. de gemeente ZELZATE. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. VFT BELGIUM op 21 december 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 11 oktober 2007 van de deputatie van de provincieraad van Oost- Vlaanderen waarbij het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Zelzate gedeeltelijk wordt goedgekeurd; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur S. DE TAEYE, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 15 april 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 mei 2008; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat B. DE ZUTTER, die loco advocaat M. VAN PASSEL verschijnt voor de verzoekende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; X-13.592-1/4 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : Een beroep tot nietigverklaring moet krachtens artikel 14, § 1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State een administratieve rechtshandeling tot voorwerp hebben. Onder rechtshandeling in de zin van de voormelde bepaling dient te worden verstaan een handeling waarbij wordt beoogd rechtsgevolgen te doen ontstaan of te beletten dat zij tot stand komen, met andere woorden waarbij wordt beoogd wijzigingen aan te brengen in een bestaande rechtsregel of rechtstoestand, dan wel zodanige wijziging te beletten. Om ontvankelijk te zijn moet het beroep een handeling tot voorwerp hebben die zelf rechtsgevolgen sorteert en die onmiddellijk en rechtstreeks nadeel berokkent aan de verzoekende partij. De verzoekende partij stelt dat “het door de Deputatie goedgekeurde Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan Zelzate, een rechtstreekse impact heeft op (haar) uitbreidingsmogelijkheden (...) rondom haar huidige site te Zelzate (aangezien) (h)et bestreden besluit (...) het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan Zelzate goed(keurt) dat in haar bindend gedeelte opdracht geeft het woongebied (...) eigendom van verzoekster te herbestemmen tot bufferzone (...)”. In casu wordt de nietigverklaring gevorderd van het besluit van 11 oktober 2007 van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen waarbij het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Zelzate wordt goedgekeurd. Artikel 18 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna: D.R.O.) definieert een ruimtelijk structuurplan als volgt : “Onder ruimtelijk structuurplan wordt verstaan een beleidsdocument dat het kader aangeeft voor de gewenste ruimtelijke structuur. Het geeft een langetermijnvisie op de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied in kwestie. Het is erop gericht samenhang te brengen in de voorbereiding, de vaststelling en de uitvoering van beslissingen die de ruimtelijke ordening aanbelangen”. Artikel 19, § 5 D.R.O. luidt als volgt : X-13.592-2/4 “Na de vaststelling van een ruimtelijk structuurplan neemt de overheid die het structuurplan heeft vastgesteld de nodige maatregelen om de ruimtelijke uitvoeringsplannen in kwestie in overeenstemming te brengen met het ruimtelijk structuurplan”. Artikel 19, § 6 D.R.O. bepaalt wat volgt : “De ruimtelijke structuurplannen vormen geen beoordelingsgrond voor de werken en handelingen, bedoeld in artikelen 99 en 101, noch voor het stedenbouwkundig uittreksel en attest, bedoeld in artikel 135”. Artikel 19, § 2, eerste en vierde lid D.R.O. bepaalt wat volgt : “§
  4. Bij het opmaken van een ruimtelijk structuurplan duidt de instantie die het plan definitief vaststelt de onderdelen ervan aan die bindend zijn. (...) Voor het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan zijn deze onderdelen bindend voor de gemeente en voor de instellingen die eronder ressorteren”. Uit de hiervoor aangehaalde bepalingen blijkt dat het betrokken gemeentelijk ruimtelijk structuurplan een document is dat loutere beleidsdoelstellingen op lange termijn omvat voor de realisatie waarvan nog (verordenende) maatregelen moeten worden genomen. Het ruimtelijk structuurplan geeft aldus enkel de beleidsintenties voor de gewenste ruimtelijke structuur en een langetermijnvisie op de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied aan. Weliswaar is op grond van artikel 19, § 5 D.R.O. de overheid die het ruimtelijk structuurplan heeft vastgesteld, verplicht de nodige maatregelen te nemen om de betrokken ruimtelijke uitvoeringsplannen met het ruimtelijk structuurplan in overeenstemming te brengen. Deze rechtsplicht, die in casu enkel in hoofde van de gemeente bestaat, houdt echter niet in dat het betrokken ruimtelijk structuurplan in hoofde van de verzoekende partij rechtsgevolgen doet ontstaan of belet dat zij tot stand komen. De onderdelen van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan, die als bindend zijn aangeduid, zijn immers enkel bindend voor de gemeente en voor de instellingen die eronder ressorteren. Dit bindend karakter heeft bovendien, gelet op art. 19, § 6 D.R.O., geen betrekking op de beoordeling van een vergunningsaanvraag, noch van een aanvraag tot het verkrijgen van een stedenbouwkundig uittreksel of attest. Het ruimtelijk structuurplan als beleidsdocument in het algemeen en de bindende onderdelen ervan in het bijzonder doen derhalve in hoofde van de verzoekende partij geen rechtsgevolgen ontstaan, noch beletten zij dat zij tot stand komen. Het bestreden besluit is bijgevolg geen voor vernietiging vatbare rechtshandeling. X-13.592-3/4 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  5. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  6. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drie juni 2008, door: de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. T. TEMMERMAN, griffier. De griffier, De voorzitter, T. TEMMERMAN. R. STEVENS. X-13.592-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.744 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.