← België

Arrest 183809 - Overheidsopdrachten - 05/06/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.809 Rolnummer: A. 188144/XII-5435 Zaak: Arrest 183809 - Overheidsopdrachten - 05/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-06-09 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 08:10 Fiche Arrest nr 183.809 van 5 juni 2008 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Bevolen Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 183.809 van 5 juni 2008 in de zaak A. 188.144/XII-

  1. In zake : de NV SV INTERIOR PROJECTS, die woonplaats kiest bij advocaat C. Gysen, kantoor houdende te Mechelen, Antwerpsesteenweg 16-18 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Sociale Zaken, die woonplaats kiest bij advocaat E. Jacubowitz, kantoor houdende te 1160 Brussel, Tedescolaan
  2. tussenkomende partij : de NV BULVANO, die woonplaats kiest bij advocaten C. De Wolf en E. Casteleyn, kantoor houdende te Maarkedal, Etikhovestraat
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV SV Interior Projects op 13 mei 2008 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing te vorderen van : “- de beslissing uitgaande van de FOD Sociale Zekerheid, overgemaakt op datum van 29.04.2008 per schrijven gedateerd op 16.04.2008, ten vroegste ontvangen door verzoekster op 30.04.2008 (feitelijke kennisname op 05.05.2008) waarbij de offerte van verzoekende partij in het kader van de opdracht voor het leveren, monteren en plaatsen van meubilair voor de realisatie van dynamic office voor de FOD Sociale Zekerheid in het kader van de verhuis naar de Financietoren niet wordt weerhouden; - de beslissing uitgaande van de FOD Sociale Zekerheid van de nog onbekende datum waarbij voorliggende overheidsopdracht wordt toegewezen aan de firma BULVANO uit Wommelgem”; XII-5435-1/13 Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 14 mei 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 29 mei 2008, om 10.30 uur; Gezien het op 21 mei 2008 ingediende verzoekschrift waarbij de NV Bulvano vraagt in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat zij voordeel blijkt te halen uit de bestreden beslissing en erbij belang heeft dat de vordering wordt afgewezen; dat haar verzoek dienvolgens moet worden ingewilligd; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat G. Laenen, die loco advocaat C. Gysen verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat P. De Maeyer, die loco advocaat E. Jacubowitz verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat C. De wolf, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. Barra; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak
  4. In het Publicatieblad van de Europese Unie van 23 oktober 2007 en in het Bulletin der Aanbestedingen van 24 oktober 2007 wordt een overheidsopdracht “Opdracht voor het leveren, monteren en plaatsen van meubilair voor de realisatie van dynamic office in het kader van de verhuis naar de Financietoren” van de FOD Sociale Zekerheid aangekondigd. De opdracht wordt aangemerkt als “leveringen” en de gunningswijze is de algemene offerteaanvraag. De opdracht wordt beheerst door het bijzonder bestek SZSS/NoVo/NoVoDO/
  5. XII-5435-2/13 Het voorwerp van de opdracht wordt daarin als volgt omschreven : “In deze opdracht zoekt de FOD een Single Point of Contact (SPOC) of integrator die alle beschreven onderdelen van de dynamische werkplekomgeving kan leveren, monteren en plaatsen. De dynamische werkplekomgeving is een omgeving waarbij verschillende werkruimtes worden gecreëerd. Bovendien is het de intentie van de FOD Sociale Zekerheid om op de 12 verschillende plateau’s (halve verdieping) eveneens verschillende sferen op te bouwen. De integrator staat in voor de volledige en integrale installatie van alle onderdelen van de werkomgeving. De opdracht omvat één perceel, en wordt in zijn geheel aan één inschrijver gegund. In het technische luik wordt de opdracht uitvoerig toegelicht. Dit is een opdracht volgens prijslijst. De hoeveelheden en samenstelling van de te leveren en installeren goederen zullen in elke bestelbon nader bepaald worden”. De gunningscriteria worden als volgt bepaald : “I.13.
  6. Gunningscriteria Voor de keuze van de meest interessante offerte worden de regelmatige offertes van de gelelecteerde inschrijvers getoetst aan een aantal gunningscriteria. Die criteria zullen worden gewogen teneinde een eindklassement te bekomen. De opdracht zal worden gegund aan de inschrijver met de hoogste eindquotatie. I.13.3.
  7. Kwaliteit, duurzaamheid en ergonomie (voor 30% in de weging der criteria); Een evaluatiecommissie bestaande uit ambtenaren van de FOD en externe of interne experten zal overgaan tot evaluatie op basis van de ingediende offertes. Desgevallend zal door de commissie een bezoek worden gebracht aan de toonzaal van de inschrijver, of aan een proefopstelling of vergelijkbaar project. Het voorgestelde materiaal zal geëvalueerd worden in termen van de naleving van de technische voorschriften vermeld in luik II (technische bepalingen) van onderhavig bestek, en van de bijgevoegde plannen en technische beschrijving. Bovendien zal het voorgestelde meubilair worden beoordeeld op basis van de kwaliteit van de componenten, stevigheid, gebruiksgemak, weerstand en ergonomie. De inschrijver voegt bij zijn offerte, voor ieder element voorgesteld in de offerte : - een overzicht van de technische kenmerken (inbegrepen akoestische kenmerken) van het product en van alle onderdelen; - een omschrijving van de graad van duurzaamheid van het voorgestelde materiaal, in het bijzonder van de productiemethode (gebruik van gerecycleerde grondstoffen, milieuvriendelijke productiemethode, gebruik van hout met FSC- label,..) -de ergonomische kenmerken en gebruiksaanwijzingen (inbegrepen de gebruiksaanwijzingen en instructies voor montage en demontage). XII-5435-3/13 De inschrijver voegt volgende attesten bij zijn offerte, voor zover hij over de erkenning beschikt die aan de toekenning van deze attesten is verbonden: - ISO 9001 of vergelijkbaar - ISO 14001 of vergelijkbaar De inschrijver dient rekening te houden met volgende minimumdrempels betreffende het respect voor het leefmilieu: -Het onderhoud moet kunnen gebeuren zonder producten die organische oplosmiddelen bevatten; -De basismaterialen waaruit het meubilair bestaat, het vernis, het hars, de coating, de weefsels mogen geen cadmium, kwik, chroom VI of arsenicum (of verbindingen ermee) bevatten; -Halogene brandvertragers mogen niet gebruikt zijn geweest op de tafels en de stoelen; -De kleurstoffen mogen geen benzidine bevatten; -Chroom, tin en nikkel mogen niet worden gebruikt als bekleding of als coating, behalve op de slotplaatjes en de handvatten. -De lijmen die dienen om de meubelen te assembleren, mogen niet meer dan 10% vluchtige organische stoffen (VOS) bevatten. -De emissie van formaldehyde van het afgewerkt meubel mag na 28 dagen niet hoger zijn dan 0,05 ppm. Geen enkel stof of bereiding waarvoor de risicozinnen R40, R45, R46, R49, R50, R51, R52, R53, R60, R61, R62, R63, R68 (Richtlijn 67/548/EEG) gelden, mag bij de productie van het meubel gebruikt worden. -De onderdelen moeten voor 90% recycleerbaar zijn; -De plastieken onderdelen mogen niet meer dan 40% van het gewicht van de kast of de tafel uitmaken. Zij mogen geen PVC bevatten; -De verpakkingen dienen door de opdrachtnemer te worden teruggenomen, met het oog op hun recyclage; I.13.3.
  8. Prijs (voor 25% in de weging der criteria); Aan de goedkoopste regelmatige offerte (verder P min genoemd) wordt het cijfer 1 toegekend. Aan de andere offertes wordt een lager cijfer toegekend, dat gelijk is aan: 1-(P-Pmin)/Pgem, waarin P het bedrag is van de beoordeelde offerte, Pmin het bedrag van de laagste regelmatige offerte en Pgem het gemiddeld bedrag van alle vergeleken offertes. Dit cijfer wordt vermenigvuldigd met de toegewezen wegingscoëfficiënt van
  9. I.13.3.
  10. Diversiteit en variatie (voor 20% in de weging der criteria) De evaluatiecommissie zal overgaan tot evaluatie van diversiteit en variatie op basis van de ingediende offertes. Desgevallend zal door de commissie een bezoek worden gebracht aan de toonzaal van de inschrijver, of aan een proefopstelling of vergelijkbaar project. De inschrijver voegt bij zijn offerte, voor ieder element voorgesteld in de offerte, een overzicht van de mogelijkheden wat betreft de materiaal-, kleuren- en vormkeuze. Tevens stelt hij meerdere mogelijke combinaties van deze keuzes voor, en dit zowel voor de aparte onderdelen van de opdracht, als voor het geheel van de opdracht. De evaluatie zal gebeuren zowel op elk onderdeel als op het geheel van de opdracht. I.13.3.4 Originaliteit en esthetiek (voor 10% in de weging der criteria); De evaluatiecommissie zal overgaan tot evaluatie van de originaliteit en de esthetiek van het voorstel op basis van de ingediende offertes. Desgevallend zal XII-5435-4/13 door de commissie een bezoek worden gebracht aan de toonzaal van de inschrijver, of aan een proefopstelling of vergelijkbaar project. De inschrijver voegt bij zijn offerte, voor ieder element voorgesteld in de offerte, een overzicht van de esthetische kenmerken. tevens geeft hij een overzicht van de esthetische kenmerken van het geheel van zijn voorstel, op gebied van samenhang. De evaluatie zal gebeuren zowel op elk onderdeel als op het geheel van de opdracht. I.13.3.
  11. Plan van aanpak (voor 10% in de weging der criteria); De evaluatiecommissie zal overgaan tot evaluatie van de geschiktheid van het plan van aanpak op basis van het plan van aanpak of de visie van de inschrijver, zoals dit werd gevoegd bij de inschrijving. Hiertoe dient de inschrijver een plan van aanpak bij zijn offerte te voegen, waarin wordt verklaard hoe de opdracht zal worden uitgevoerd binnen de gestelde termijn. I.13.3.
  12. waarborg (voor 5% in de weging der criteria); De evaluatie zal gebeuren op basis van de aangeboden periode van waarborg (min. 5 jaar)”. In het technisch gedeelte van het bestek wordt onder meer uiteengezet wat verwacht wordt voor standaardmeubilair (blz. 31) en voor maatwerk (blz. 37).
  13. De opening der offertes grijpt plaats op 14 december
  14. Er blijken zeven inschrijvingen te zijn.
  15. Er wordt een gunningsverslag opgesteld op 21 januari
  16. Een overzicht van de evaluatie aan de hand van alle gunningscriteria van de eerste twee gerangschikte inschrijvers geeft: criterium Bulvano SV Interior Products 1 22,69/30 23,27/30 2 25/25 23,35/25 3 18,04/20 18,81/20 4 9,8/10 6,5/10 5 6/10 6,5/10 6 3/10 3/10 TOTAAL 84,5/100 81,4/100 XII-5435-5/13
  17. De verzoekende partij dient een beroep tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid in van “- de beslissing uitgaande van de FOD Sociale Zekerheid, overgemaakt per schrijven d.d. 30.01.2008, waarbij de offerte van verzoekende partij in het kader van de opdracht voor het leveren, monteren en plaatsen van meubilair voor de realisatie van dynamic office voor de FOD Sociale Zekerheid in het kader van de verhuis naar de Financietoren niet wordt weerhouden; - de beslissing uitgaande van de FOD Sociale Zekerheid van de nog onbekende datum waarbij voorliggende overheidsopdracht wordt toegewezen aan de firma BULVANO uit Wommelgem”. Bij tussenarrest nr. 180.139 van 26 februari 2008 verwerpt de Raad van State deze vordering om reden dat er vooralsnog geen uitvoerbare bestuursbeslissingen voorliggen.
  18. Er wordt een nieuw gunningsverslag opgesteld met als datum 18 maart
  19. In vergelijking met het voornoemde verslag, zijn sommige scores gewijzigd, zij het in geringe mate. De totaaluitslag is voor de eerste twee geklasseerden nu : - Bulvano 84,4/100 - SV Interior Products 82,3/
  20. Wat het eerste gunningscriterium betreft wordt na de puntenverdeling (Bulvano 22,65/30 en SV Interior Products 23,44/30) gesteld “Een reeks evaluatietabellen (per inschrijving) werd bijgevoegd”. Ook bij het derde en het vierde gunningscriterium wordt verwezen naar een bijgevoegde evaluatietabel.
  21. Op 28 april 2008 beslist de bevoegde minister tot toewijzing van de opdracht aan de NV Bulvano. Met een brief gedagtekend op 16 april 2008 wordt de verzoekende partij door de verwerende partij in kennis gesteld van deze toewijzingsbeslissing en wordt gewag gemaakt van een wachttermijn van 10 dagen vooraleer die beslissing aan de gekozen inschrijver zal worden betekend. Deze brief wordt pas verstuurd op 29 april
  22. XII-5435-6/13 De grondvoorwaarden voor de schorsing
  23. Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen;
  24. Wat de eerste en de derde in het voormelde artikel gestelde voorwaarden betreft, beroept de verzoekende partij zich inzake het nadeel op de mogelijkheid om zelf de in het geding zijnde opdracht te kunnen uitvoeren, die zij door de gevraagde schorsing wil vrijwaren. Zij verwijst daarbij ook naar de grote financiële waarde van de opdracht, namelijk 3,5 miljoen euro. Voorts motiveert zij haar keuze voor de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid door te verwijzen naar het risico, dat de bestreden toewijzingsbeslissing aan de gekozen inschrijver zou worden betekend, uitgedrukt in de wachttermijn van 10 dagen waarvan in de voormelde brief van 16 april 2008 gewag werd gemaakt. Betreffende de eerste en derde voorwaarde geeft de verwerende partij geen opmerkingen en gedraagt de tussenkomende partij zich naar de wijsheid van de Raad van State.
  25. Door de betekening van de bestreden toewijzingsbeslissing zou tussen de verwerende en de tussenkomende partij een overeenkomst tot stand komen tengevolge waarvan, in de lijn van de rechtspraak van de Raad van State, arrest nr. 87.983 van 15 juni 2000 van de algemene vergadering van de afdeling administratie, een gewone vordering tot schorsing naar alle waarschijnlijkheid zou worden afgewezen. Het bestaan van die overeenkomst zou de betrachting van de verzoekende partij om zelf de opdracht nog uit te voeren, ernstig bemoeilijken en zou een mogelijk herstel in natura verder af brengen. Aldus moet worden aanvaard dat de verzoekende partij door de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden toewijzingsbeslissing het rechtens vereiste moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan ondergaan mede gelet op de aard en de waarde van de in het geding zijnde opdracht, onderworpen aan bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. XII-5435-7/13 Voorts, wegens de dreigende betekening die door de verwerende partij in haar brief van 16 april 2008 wordt aangekondigd en de verplicht gestelde procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid overeenkomstig artikel 21bis van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, wordt te dezen aanvaard dat de verzoekende partij een beroep deed op de procedure tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid.
  26. Wat de tweede voorwaarde betreft, voert de verzoekende partij in een eerste onderdeel van een eerste middel de schending aan van onder meer artikel 16 van de voormelde wet van 24 december 1993 en van artikel 115, lid 2 en lid 3 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken. Zij betoogt daartoe hetgeen volgt: - In het bestek worden zes gunningscriteria vermeld met hun weging; noch in de aankondiging noch in het lastenboek wordt melding gemaakt van subgunningscriteria. - Uit het gunningsverslag met bijlagen, meer bepaald de evaluatietabellen, blijkt echter dat de zes gunningscriteria worden onderverdeeld in een aantal subcriteria en subsubcriteria waaraan een eigen weging wordt gegeven, die niet vermeld worden in het bestek. Had de verzoekende partij die gekend dan had ze er ongetwijfeld rekening mee gehouden en had ze ongetwijfeld een betere rangschikking verkregen. - Zo blijkt uit de evaluatietabellen betreffende het eerste gunningscriterium “Kwaliteit, duurzaamheid en ergonomie” dat de verwerende partij per typologie bijkomend acht subcriteria heeft getoetst die op zich ook nog eens worden onderverdeeld in subsubcriteria waaraan een bepaald belang wordt gehecht. Per subsubcriterium wordt nog eens een cijfer vermeld (van 1 tot 5 of van minder belangrijk tot onmisbaar) dat het belang aangeeft dat de aanbestedende overheid hecht aan het welbepaald criterium. XII-5435-8/13
  27. De verwerende partij merkt daartegen op hetgeen volgt : - Er is geen gebruik gemaakt van subcriteria; wel is er sprake van geobjectiveerd motiveren van punten aangezien door de ruime omschrijving van de gunnings- criteria de indruk moet worden vermeden dat er een arbitraire beslissing wordt getroffen. De elementen die gebruikt worden om aan het eerste gunningscriterium te toetsen zijn geen subcriteria maar elementen die voor iedereen begrijpbaar zijn en professioneel perfect voorzienbaar. - Mocht het toch gaan om subcriteria - quod non - dan zijn de vereisten van de Europeesrechtelijke rechtspraak nageleefd: er is geen wijziging aangebracht aan het bestek, de verzoekende partij kende alle elementen die haar moesten toelaten een offerte in te dienen, al de zogenaamde subcriteria zijn voor een professionele meubelmaker gekend en deze subcriteria zijn voor elke inschrijver dezelfde, er is dan ook geen sprake van discriminatie. De bewering van de verzoekende partij dat ze een andere offerte had ingediend mocht ze de zogenaamde subcriteria gekend hebben, brengt haar niets bij omdat zulks evenzeer voor de andere inschrijvers geldt.
  28. De tussenkomende partij betoogt dat de bepalingen van het bestek beantwoorden aan de vereisten gesteld door het in het middel vermelde artikel 16 van de wet van 24 december 1993 en artikel 115 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 zoals geconcretiseerd in de rechtspraak. Zij wijst op de ruime discretionaire bevoegdheid waarover een aanbestedende overheid beschikt bij de wijze waarop zij invulling geeft aan een in het bestek opgenomen gunningscriterium: de gehanteerde subcriteria en subsubcriteria vallen binnen het globale kader van de daarmee overeenstemmende gunningscriteria, ze brengen geen wijzigingen aan in de in het bestek bepaalde criteria, ze bevatten geen elementen die indien ze bij de voorbereiding van de offertes bekend waren geweest, deze voorbereiding door de inschrijvers hadden kunnen beïnvloeden en de toewijzingsbeslissing is niet genomen met inachtneming van elementen die discriminerend waren ten opzichte van een van de inschrijvers. 13.
  29. Tussen de partijen rijst in de eerste plaats betwisting over de vraag of te dezen bij de evaluatie van de offertes subcriteria zijn gebruikt of niet. De verzoekende partij gaat ervan uit dat dit het geval is: volgens haar zijn er subcriteria en subsubcriteria geformuleerd met afzonderlijke wegingen in het beoordelingsverslag met bijlagen terwijl daarvan in het bestek geen sprake was. De verwerende partij betwist het feit dat de gegevens op grond waarvan de offertes in detail zijn beoordeeld, subcriteria zijn. De tussenkomende partij betwist niet dat er subcriteria en subsubcriteria XII-5435-9/13 zijn gehanteerd, maar acht de betrokken werkwijze verenigbaar met de geldende regelgeving zoals geïnterpreteerd door de rechtspraak. 13.
  30. Het Groot woordenboek van de Nederlandse taal van Dale, 2005, omschrijft “criterium” onder meer als een “maatstaf bij een beoordeling”. Te dezen zijn in de diverse evaluatietabellen gegevens gebruikt waaraan verschillende wegingen en beoordelingen zijn gekoppeld. Aldus is het eerste gunningscriterium “kwaliteit, duurzaamheid en ergonomie”, in het bijzonder aan kritiek onderworpen door de verzoekende partij, opgenomen in het bestek met een weging van 30 %. Bij het hanteren van dat criterium worden er per inschrijver punten toegekend voor enerzijds het standaardmeubilair en anderzijds het maatwerk. Bij dit laatste onderscheid is er een weging van de toegekende punten: het maatwerk telt mee voor 0.075 terwijl het meubilair meetelt voor 0,
  31. Binnen het meubilair worden er punten toegekend per type meubel zoals kasten, stoelen, werkplaatsen. Per type worden een aantal onderverdelingen opgegeven, die echter niet voor alle types dezelfde zijn; bij die onderverdelingen horen in veel gevallen dan nog een aantal subonderverdelingen : bijvoorbeeld type Workstation A wordt beoordeeld op 10 gegevens zoals bijvoorbeeld “durability, finishing, ergonomics, flexibility and maintenance, total dimensions, element”. Laatstgenoemd “element” bijvoorbeeld wordt op zijn beurt onderverdeeld in 7 rubrieken zoals onder meer “free standing, height adaptable”. Aan de hand van elke groep en subgroep worden er punten gegeven die voortvloeien uit de combinatie met een bepaalde “importance”: bijvoorbeeld voor “height adaptable” kunnen er punten van 1, 2 of 3 gegeven worden die dan vermenigvuldigd worden met de “importance” die in dit geval 5 is : een beste score is hier 15 punten. Er wordt dus in de betrokken evaluatietabel een uitermate gedetailleerd systeem uitgewerkt en gebruikt om diverse facetten van het meubilair te beoordelen en gepondereerd te quoteren, waarbij de onderverdelingen bovenaan de kolommen overigens “criteria” worden genoemd. De betrokken gegevens die binnen de in het bestek vermelde gunningscriteria tot de evaluatie leiden, lijken niet anders dan als gunningscriteria te kunnen worden beschouwd, nu ze dienstig zijn om in het aangebodene onderscheid te maken en aldus “maatstaf bij een beoordeling” zijn. 13.
  32. Het geschonden geachte artikel 16 van de wet van 24 december 1993 stelt : “Bij algemene of beperkte offerteaanvraag dient de opdracht toegewezen te worden aan de inschrijver die de voordeligste regelmatige offerte indient rekening XII-5435-10/13 houdend met de gunningscriteria die vermeld moeten zijn in het bestek, of eventueel in de aankondiging van de opdracht”. Het eveneens geschonden geachte artikel 115 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 bepaalt in zijn tweede en derde lid : “Onverminderd [...] vermeldt de aanbestedende overheid in het bestek en eventueel in de aankondiging van de opdracht al de gunningscriteria, zo mogelijk in volgorde van afnemend belang; in dit geval wordt die volgorde in het bestek of in de aankondiging vermeld. Zo niet hebben de gunningscriteria dezelfde waarde. Wat de overheidsopdrachten betreft die de bedragen voor de Europese bekendmaking bereiken, specificeert de aanbestedende overheid de weging van elk gunningscriterium, die eventueel kan worden uitgedrukt binnen een vork met een passend verschil tussen minimum en maximum. Indien een dergelijke weging om aantoonbare redenen niet mogelijk is, worden de criteria vermeld in dalende volgorde van belangrijkheid”. Te dezen lijkt de opdracht toegewezen na een evaluatie, mede gesteund op criteria die niet uitdrukkelijk in het bestek zijn vermeld. De vraag of die werkwijze verenigbaar is met de aangehaalde bepalingen die opleggen “de” of “al” de gunningscriteria te vermelden in het bestek, is een vraag naar kwalificatie die gelet op de waarde van de betrokken opdracht die onbetwist het Europees drempelbedrag overschrijdt hier dan nog conform met de toepasselijke Europese rechtsnormen moet worden beantwoord. Bij dat onderzoek lijkt niet te kunnen worden voorbijgegaan aan het recente arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 24 januari 2008 in de zaak C-532/06 inzake Emm. G. Lianakis AE. Daarin wordt voor recht verklaard : “Artikel 36, lid 2, van richtlijn 92/50/EEG van de Raad van 18 juni 1992 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheids- opdrachten voor dienstverlening, zoals gewijzigd bij richtlijn 97/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 1997, gelezen tegen de achtergrond van het beginsel van gelijke behandeling van de marktdeelnemers en van de daaruit voortvloeiende transparantieverplichting, verzet zich ertegen dat de aanbestedende dienst in het kader van een aanbestedingsprocedure achteraf wegingscoëfficiënten en subcriteria voor de in het bestek of in de aankondiging van de opdracht vermelde gunningscriteria vaststelt”. 13.
  33. De conclusie lijkt aldus te moeten luiden dat het te dezen gehanteerde beoordelingssysteem, gebruik makend van niet in het bestek vastgelegde en achteraf vastgestelde criteria en wegingscoefficiënten, niet verenigbaar is met de in het middelonderdeel geschonden geachte artikelen 16 en 115, richtlijnconform geïnterpreteerd. Het middel is in die zin ernstig en volstaat om er de gevraagde schorsing op te steunen. Deze kan ertoe bijdragen dat uiteindelijk een nieuwe evaluatie XII-5435-11/13 wordt doorgevoerd, in overeenstemming met de voormelde bepalingen, zodat de verzoekende partij een nieuwe kans verwerft haar offerte als de meest voordelige te zien verschijnen.
  34. Uit hetgeen voorafgaat volgt dat is voldaan aan de voorwaarden gesteld in artikel 17,§1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, die vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  35. Het verzoek tot tussenkomst van de NV Bulvano in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  36. Bevolen wordt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de minister van sociale zaken van 28 april 2008 tot toewijzing van de overheidsopdracht voor aanneming van leveringen “Leveren, monteren en plaatsen van meubilair voor de realisatie van dynamic office voor de FOD Sociale Zekerheid in het kader van de verhuis naar de Financietoren” aan de NV Bulvano, gevestigd te Wommelgem. Artikel
  37. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. XII-5435-12/13 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf juni 2008, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-5435-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.809 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.469 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.