← België

Arrest 183851 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 05/06/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.851 Rolnummer: A. 186703/X-13610 Zaak: Arrest 183851 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 05/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-06-26 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 08:10 Fiche Arrest nr 183.851 van 5 juni 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : heropening debatten Voortzetting gewone procedure Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 183.851 van 5 juni 2008 in de zaak A. 186.703/X-13.

  1. In zake : Mevr. VAN STRYDONCK-MOURLON, die woonplaats kiest bij advocaat E. PLAVSIC, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Huidevetterstraat 22-24 tegen : de deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat mevr. VAN STRYDONCK- MOURLON op 17 december 2007 heeft ingediend, en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring vordert van het besluit van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 23 augustus 2007 houdende weigering van de stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van een woning aan de Venuslei te Kapellen, kadastraal bekend sectie I, nr. 191/f3; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. EYLENBOSCH, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 14 april 2008 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 9 mei 2008; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; X-13.610-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat J. GHYSELS, die loco advocaten E. PLAVSIC en E. CRAEYBECKX verschijnt voor de verzoekster, en van advocaat C. SERVAIS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : 1.
  2. Het auditoraatsverslag besluit, met toepassing van de kortedebattenprocedure bedoeld in artikel 30, § 2 van de Raad van State-wet, tot de laattijdigheid van het beroep, op grond van een exceptie opgeworpen door de verwerende partij. De exceptie is gesteund op het feit dat het enig verzoekschrift geen vaste datum heeft verkregen doordat het niet ter post aangetekend naar de Raad van State werd verzonden. 1.
  3. Het wordt niet betwist dat de bestreden weigeringsbeslissing tegen ontvangstbewijs werd uitgereikt aan de raadsman van de verzoekende partij op 16 oktober
  4. De beroepstermijn verstreek dan ook op 17 december
  5. De verzoekende partij heeft haar verzoekschrift gedeponeerd in de brievenbus van de Raad van State op 17 december 2007 om 23u30, in aanwezigheid van een gerechtsdeurwaarder, die dit bevestigt in een proces-verbaal van vaststelling opgemaakt op 18 december 2007, geregistreerd op 19 december 2007 op het 8/ registratiekantoor te Brussel. Met de verwerende partij dient te worden vastgesteld dat het beroep aldus geen vaste datum in de zin van artikel 84 van het algemeen procedurereglement heeft verkregen. De verzoekende partij heeft zich evenwel tevoren, eveneens op 17 december 2007, op het postkantoor van Brussel-Zuid aangeboden teneinde haar verzoekschrift ter post aangetekend te versturen. Hoewel dit kantoor, volgens de openingsuren ervan, tot 22 u geopend moest zijn, weigerde de postbediende, enkele minuten vóór sluitingstijd, de aangetekende zending nog te versturen. De verwerende partij betwist dit gegeven niet. Het wordt daarenboven bevestigd door een brief van De Post van 15 februari 2008 waarin deze zich, na de klacht naar eigen X-13.610-2/4 zeggen grondig te hebben doorgenomen, verontschuldigt “voor het ongemak” en belooft zijn medewerkers te zullen wijzen op de stipte naleving van de openingsuren. In tegenstelling tot hetgeen de verwerende partij voorhoudt maakt de weigering door de postbediende om tijdens de openingsuren -weze het op de valreep- de door de verzoekende partij aangeboden zending aangetekend te versturen, een geval van overmacht uit in hoofde van die partij. De verzoeker kan niet worden verweten dat hij zelf deze situatie heeft veroorzaakt. Een verzoeker beschikt bovendien over de volledige termijn van zestig dagen om zijn enig verzoekschrift tot schorsing en nietigverklaring in te dienen en hem kan niet ten kwade worden geduid dat hij die termijn volledig wenst te benutten teneinde zijn verzoekschrift zo grondig en volledig mogelijk op te stellen. Bijgevolg kan, gelet op de situatie van overmacht, en mede gelet op de bovenvermelde vaststellingen gedaan door een gerechtsdeurwaarder, worden aangenomen dat het verzoekschrift werd ingediend op 17 december
  6. De exceptie van laattijdigheid is derhalve ongegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  7. De debatten in de vordering tot schorsing en in het annulatieberoep worden heropend. Artikel 2 De zaak wordt volgens de gewone procedure voortgezet. X-13.610-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf juni 2008, door: de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-13.610-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.851 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.845 ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.215.689 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.