← België

Arrest 183883 - Tucht (openbaar ambt) - 05/06/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.883 Rolnummer: A. 187413/XII-5360 Zaak: Arrest 183883 - Tucht (openbaar ambt) - 05/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-06-18 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 08:10 Fiche Arrest nr 183.883 van 5 juni 2008 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 183.883 van 5 juni 2008 in de zaak A. 187.413/XII-

  1. In zake : Roel VANDENBERGHE, die woonplaats kiest bij advocaat K.-W. Adam, kantoor houdende te Antwerpen, Lange Nieuwstraat 12 tegen :
  2. het VLAAMSE GEWEST,
  3. de BEROEPSCOMMISSIE VOOR TUCHTZAKEN, die woonplaats kiezen bij advocaat T. De Sutter, kantoor houdende te Gent, Koning Albertlaan
  4. tussenkomende partij : de GEMEENTE ZWIJNDRECHT, die woonplaats kiest bij advocaat A. Coolsaet, kantoor houdende te Antwerpen, Arthur Goemaerelei
  5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Roland Vandenberghe op 6 maart 2008 heeft ingediend om onder meer de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 8 januari 2008 van de beroepscommissie voor tuchtzaken waarbij hem de tuchtsanctie van het ontslag van ambtswege wordt opgelegd; Gezien de nota’s van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgesteld door auditeur B. Weekers; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; XII-5360-1/6 Gelet op de beschikking van 22 april 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 mei 2008; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat K.-W. Adam, die verschijnt voor verzoeker, van advocaat T. De Sutter, die verschijnt voor de verwerende partijen, en van advocaat A. Coolsaet, die verschijnt voor de gemeente Zwijndrecht; Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. Weekers; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De voornaamste feiten
  6. Verzoeker, statutair polyvalent vakman in dienst van de gemeente Zwijndrecht, wordt op 18 september 2007 door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zwijndrecht “bij wijze van tuchtmaatregel ambtshalve ontslagen”, met ingang van 26 juli
  7. Op beroep van verzoeker bevestigt de beroepscommissie voor tuchtzaken de beslissing van het schepencollege, met uitzondering van de terugwerkende kracht van de tuchtmaatregel. De beroepscommissie “legt bijgevolg aan de heer Roland (Roel) Vandenberghe de tuchtsanctie op van: het ontslag van ambtswege”. De procedure Aanduiding van de verwerende partij
  8. Eerste verwerende partij vraagt in haar nota dat zij buiten de zaak wordt gesteld en dat enkel de beroepscommissie voor tuchtzaken als verwerende partij wordt aangeduid, omdat de beroepscommissie over een zelfstandige beslissingsmacht beschikt en de Vlaamse regering niet bij de bestreden beslissing betrokken is. XII-5360-2/6
  9. Tenminste in de huidige stand van de procedure wordt aangenomen dat het Vlaamse Gewest als rechtspersoon terecht wordt betrokken als verwerende partij in een annulatieberoep dat gericht is tegen een bestuurshandeling die van een van zijn organen uitgaat. Waar evenwel de bestreden beslissing behoort tot degene die de beroepscommissie voor tuchtzaken op eigen gezag kan verrichten, mag naast het Vlaamse Gewest ook nog de beroepscommissie zelf als verwerende partij optreden. Niet ingewilligd wordt derhalve het verzoek van de eerste verwerende partij om buiten de zaak te worden gesteld. Verzoek tot tussenkomst
  10. De gemeente Zwijndrecht meent terecht over het vereiste belang te beschikken om in de procedure te mogen tussenkomen. Zij wordt in de debatten toegelaten. De grondvoorwaarden voor de schorsing
  11. Krachtens artikel 17, § 2, van zijn gecoördineerde wetten kan de Raad van State slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging beslissen onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
  12. Verzoeker voert in een eerste middel in essentie aan dat de beslissing van de beroepscommissie moet worden vernietigd wegens gebrek aan motivering, “minstens bij gebreke aan wanverhouding tussen de gebeurlijke tekortkomingen van verzoeker en de tuchtsanctie”.
  13. Ter staving van de schending van het motiveringsbeginsel doet verzoeker gelden dat aangaande de beoordeling van de feiten “zonder meer” verwezen wordt naar het bestreden tuchtbesluit, terwijl alleen aan de hand van een analyse van de feiten een correcte beslissing kon zijn genomen. XII-5360-3/6 Het onderdeel getuigt van een slechte lectuur van de bestreden beslissing. Het mist feitelijke grond.
  14. Uit de bestreden beslissing kan worden opgemaakt dat de zwaarte van de tuchtstraf hierdoor is ingegeven dat verzoeker “duidelijk geen lessen [heeft] getrokken” uit zijn vorige tuchtstraffen. Waarom dit niet zou kunnen volstaan ter verantwoording van de verhouding tussen de in aanmerking genomen tekortkomingen en de opgelegde tuchtstraf, wordt door verzoeker niet toegelicht. Ook dit onderdeel van het middel is niet ernstig.
  15. In een tweede middel doet verzoeker gelden dat hij niet aanwezig kon zijn op de hoorzitting wegens ziekte en dat hij dan ook niet de mogelijkheid heeft gehad zich te verweren. Het middel heeft geen betrekking op de bestreden beslissing, maar op het collegebesluit van 18 september
  16. Dat besluit is evenwel ten gevolge van verzoekers beroep ertegen én nadat hij op 17 december 2007 door de beroepscommissie werd gehoord, vervangen door de aangevochten beslissing. Het middel is niet ernstig.
  17. Een derde middel is afgeleid uit de “Schending van de onverenigbaarheid van hoedanigheden”, doordat Ilse Weynants volgens de notulen van de vergadering van 18 september 2007 van het schepencollege de zitting heeft verlaten om reden van onverenigbaarheid van hoedanigheden, maar niettemin de uiteindelijke tuchtbeslissing heeft mee-ondertekend. Ook dit middel betreft het collegebesluit van 18 september
  18. Evenwel is ten gevolge van het hervormingsberoep dat verzoeker ertegen instelde, de bestreden beslissing in de plaats gekomen. Het blijkt vooralsnog niet dat, laat staan hoe, de beweerde onwettigheid van het collegebesluit op de beslissing van de beroepscommissie zou zijn afgekleurd. Het middel is niet ernstig. XII-5360-4/6
  19. Volgens een vierde middel, ten slotte, had de preventieadviseur zijn advies moeten geven met betrekking tot het ontslag, nu deze tot vier keer werd geraadpleegd aangaande pesterijen op het werk. Zowel in de nota’s van de verwerende en de tussenkomende partijen als in het auditoraatsverslag wordt het middel onontvankelijk genoemd omdat niet wordt aangegeven op grond van welke rechtsregel het bewuste advies dan wel vereist was. Ofschoon ter terechtzitting uitdrukkelijk om een reactie op het auditoraatsverslag gevraagd, blijft verzoeker ook dan in gebreke die rechtsregel aan te wijzen - daargelaten overigens of een gebeurlijke verduidelijking nog wel tijdig genoeg zou zijn geweest om het aangewreven euvel te kunnen verhelpen. Het middel is niet ernstig.
  20. Uit wat voorafgaat, volgt dat alvast aan de eerste van de twee cumulatieve grondvoorwaarden voor een schorsing niet voldaan is. Deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  21. Het verzoek tot tussenkomst van de gemeente Zwijndrecht in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  22. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  23. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. XII-5360-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf juni 2008, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-5360-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.883 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.543 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.