id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.920 Rolnummer: A. 188336/VII-37201 Zaak: Arrest 183920 - Apothekers en apotheken - 06/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-06-11 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-29 08:11 Fiche Arrest nr 183.920 van 6 juni 2008 Sociale zaken en volksgezondheid - Apothekers en apotheken Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 183.920 van 6 juni 2008 in de zaak A. 188.336/VII-37.
- In zake : Veronique THERRY, die woonplaats kiest bij advocaat M. BUEKENS, kantoor houdende te ZELLIK, Noorderlaan 30 tegen : het FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR GENEESMIDDELEN EN GEZONDHEIDSPRODUCTEN (FAGG). --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Veronique THERRY op 26 mei 2008 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 10 april 2008 waarbij haar aanvraag tot het bekomen van een vergunning voor het openen van een voor het publiek opengestel- de apotheek in de Laarbeekwijk te Jette, meer bepaald in het gebouw Residentie Acacia, gekadastreerd A nummer 73 E3, en gelegen aan het Jean-Louis Thijsplein te Jette, wordt verworpen; Gezien verzoekster voorts in fine van haar verzoekschrift eveneens de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid vraagt van het advies van de Commissie van beroep van 18 januari 2008 dat tot die beslissing heeft geleid, en "derhalve te bepalen dat in afwachting van de nieuwe behandeling van de aanvraag van verzoekster, geen andere toelating tot vestiging kan worden verleend"; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 29 mei 2008 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 5 juni 2008, om 10.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; VII-37.201-1/3 Gehoord de opmerkingen van advocaat M. BUEKENS, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat J. HOSTE die, loco advocaat R. DEPLA verschijnt voor de verwerende partij; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT: Luidens artikel 17, §§ 1 en 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerleg- ging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Gelet op het zeer uitzonderlijke en zeer ongewone karakter van de uiterst dringende procedure tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een administratieve rechtshandeling waarin de wet voorziet, en op de ernstige stoornis die zij in het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State teweegbrengt, waarbij de rechten van verdediging van de verwerende partij tot een strikt minimum zijn herleid, moet de uiterst dringende noodzakelijkheid op het eerste gezicht onbetwistbaar zijn. Een verzoekende partij die meent een beroep te moeten doen op de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet alleszins aantonen bij het instellen van de vordering met de vereiste spoed, diligentie en alertheid te zijn opgetreden. Te dezen werd de vordering ingediend op 26 mei 2008, terwijl de bestreden beslissing werd genomen op 10 april 2008 en, zoals in het verzoekschrift wordt aangegeven, aan verzoekster werd ter kennis gebracht op 14 april
- Verzoekster geeft geen enkele verklaring voor het feit dat zij haar vordering pas na zes weken bij de Raad van State aanhangig heeft gemaakt. Zij kan zich bijgevolg niet op de uiterst dringende noodzakelijkheid beroepen. Die vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid te verwerpen, zonder dat het nodig is de opgeworpen exceptie te onderzoeken. VII-37.201-2/3 Deze verwerping van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid brengt de verwerping mee van de vordering tot het opleggen van een voorlopige maatregel bij uiterst dringende noodzakelijkheid, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De vordering tot het opleggen van een voorlopige maatregel bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoekster. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes juni tweeduizend en acht, door : de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. E. BREWAEYS. VII-37.201-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.920 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.113 ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.277 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.