← België

Arrest 183937 - Penitentiair recht - 06/06/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.937 Rolnummer: A. 188428/IX-5931 Zaak: Arrest 183937 - Penitentiair recht - 06/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-06-11 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 08:11 Fiche Arrest nr 183.937 van 6 juni 2008 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 183.937 van 6 juni 2008 in de zaak A. 188.428/IX-

  1. In zake : Riduan AOUERIAGHEL, die woonplaats kiest bij advocaat J. MILLEN, kantoor houdende te HOESELT, Tongersesteenweg 4 bus 1 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Riduan AOUERIAGHEL op 30 mei 2008 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “de beslissing van 5 april 2008 in het kader van een tuchtprocedure waarin verzoeker een tuchtsanctie opgelegd kreeg van : - 9 dagen strafcel; - 6 maanden individuele wandeling aansluitend aan vorige sanctie: vanaf 28/06/08 t.e.m. 28/12/08; - 6 maanden geen gemeenschappelijke activiteiten aansluitend aan vorige sanctie: vanaf 28/06/08 t.e.m. 28/12/08; - 6 maanden glasbezoek vanaf 05/04/08 t.e.m. 05/10/08”; Gelet op de beschikking van 4 juni 2008 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 4 juni 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 juni 2008, om 14.30 uur; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; IX-5931-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat K. HENDRICKX, die loco advocaat J. MILLEN verschijnt voor de verzoeker, en van attaché P. VAN CAENEGHEM, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten.
  2. De verzoeker verblijft in de gevangenis te Hasselt. Op 3 april 2008 wordt de verzoeker uit de gevangenis van Dendermonde overgebracht naar de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt, waarvoor hij diende te verschijnen. Op een bepaald ogenblik vlucht de verzoeker weg uit het gerechtsgebouw. De begeleidende politie-inspecteurs en de penitentiair beambte zetten de achtervolging in, kunnen de verzoeker vatten en hem overbrengen naar het gerechtsgebouw. Op 3 april 2008 wordt van de voornoemde feiten een proces- verbaal opgemaakt, een observatieverslag en een rapport aan de directeur. Op dezelfde datum wordt de verzoeker overgebracht naar de gevangenis van Hasselt, waar hij tot op heden verblijft. Bij zijn aankomst in de gevangenis wordt aan de verzoeker bij voorlopige maatregel een plaatsing op veiligheidscel opgelegd. De documenten betreffende de ontsnappingspoging worden aan de gevangenisdirectie van Hasselt overgemaakt. Op basis hiervan besluit de gevangenisdirectie van Hasselt een tuchtprocedure tegen de verzoeker aan te vatten. IX-5931-2/5 Op 5 april 2008 vindt de tuchtrechtelijke hoorzitting plaats, ondermeer in aanwezigheid van en met de bijstand van de advocaat van de verzoeker. Dezelfde dag besluit de directeur om aan de verzoeker de volgende tuchtstraf op te leggen : “- 9 dagen strafcel (t.e.m. 11/04/2008 om 11u30) - 6 maanden individuele wandeling aansluitend aan (bij) vorige sanctie : vanaf 28/06/08 t.e.m. 28/12/08; - 6 maanden geen gemeenschappelijke activiteiten aansluitend aan (bij) vorige sanctie: vanaf 28/06/08 t.e.m. 28/12/08; - 6 maanden glasbezoek vanaf 05/04/08 t.e.m. 05/10/08”; Dit is de bestreden beslissing die op dezelfde dag aan de verzoeker is ter kennis gebracht. Aanwijzing van de verwerende partij.
  3. Wat betreft de vertegenwoordiging van de Belgische Staat in huidig geding, heeft het met het onderzoek belaste lid van het auditoraat terecht aangenomen dat deze partij vertegenwoordigd wordt door de minister van Justitie. Onderzoek van de vordering.
  4. Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 4.
  5. In verband met de uiterst dringende noodzakelijkheid voert de verwerende partij aan dat de bestreden beslissing reeds dateert van 5 april 2008, terwijl het verzoekschrift dateert van 17 mei 2008, dat bij de Raad van State pas op 3 juni 2008 werd ingediend. Zij besluit dat niet is voldaan aan de eerste cumulatieve voorwaarde van voornoemd artikel 17, §§ 1 en
  6. IX-5931-3/5 4.
  7. De rechtspleging bij uiterst dringende noodzakelijkheid is van die aard dat het recht van verdediging van de verwerende partij tot een strikt minimum wordt beperkt en dat dergelijke procedures de normale werking van de Raad van State als rechtscollege ten zeerste bemoeilijken. Met het oog op de gelijkheid tussen de procespartijen en op de normale werking van de Raad van State, is het dan ook vereist dat de verzoeker zichzelf geen langere termijn toekent dan nodig om zijn vordering in te stellen. Van de verzoeker wordt verwacht dat hij diligent en alert optreedt en dat hij niet onredelijk lang wacht met het indienen van zijn verzoekschrift. 4.
  8. Te dezen blijkt dat de bestreden beslissing is genomen op 5 april 2008, en dat de voorliggende vordering is ingesteld bij een verzoekschrift dat gedateerd is op 27 mei 2008 en dat op 30 mei 2008 aangetekend naar de Raad van State werd verstuurd. Dit betekent concreet dat de verzoeker praktisch anderhalve maand nadat de bestreden beslissing werd genomen een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid inleidt voor de Raad. Een dergelijke handelwijze is de negatie zelve van het begrip uiterst dringende noodzakelijkheid, zodat niet is voldaan aan de eerste cumulatieve voorwaarde van voormeld artikel 17, §§ 1 en 2, en de ingestelde vordering bijgevolg niet ontvankelijk is. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
  9. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  10. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. IX-5931-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 6 juni 2008, door : de H. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. D. MOONS. IX-5931-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.937 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.734 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.