← België

Arrest 183975 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 09/06/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.975 Rolnummer: A. 186981/X-13658 Zaak: Arrest 183975 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 09/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-06-27 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 08:11 Fiche Arrest nr 183.975 van 9 juni 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 183.975 van 9 juni 2008 in de zaak A. 186.981/X-13.

  1. In zake :
  2. Martine LANNEAU-LEBON,
  3. Edmond SINTOBIN,
  4. Bart DU JARDIN,
  5. Marc DECEUNINCK,
  6. Els VERSTRAETE,
  7. Rita VANNESTE,
  8. Jan BAUWENS,
  9. José DEVRIENDT, die woonplaats kiezen bij advocaat E. EMPEREUR, kantoor houdende te 2600 BERCHEM, Uitbreidingstraat 2 tegen :
  10. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat Y. FRANCOIS, kantoor houdende te 8790 WAREGEM, Eertbruggestraat 10,
  11. de deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen. tussenkomende partij : de b.v.b.a. INTER CARS, gevestigd te 8800 ROESELARE, Reinaertstraat
  12. DE WND. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Martine LANNEAU-LEBON, Edmond SINTOBIN, Bart DU JARDIN, Marc DECEUNINCK, Els VERSTRAETE, Rita VANNESTE, Jan BAUWENS en José DEVRIENDT, op 8 februari 2008 hebben ingediend, en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging vorderen van :
  13. het besluit van 11 december 2007 van de viceminister-president van de Vlaamse regering, Vlaams minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening houdende het onontvankelijk verklaren van het beroep van het college van burgemeester en schepenen ingesteld tegen het besluit van 10 mei 2007 van de deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen houdende toekenning van de vergunning aan de b.v.b.a. INTER CARS voor de wijziging van de voorgevel X-13.658-1/9 van een loods, het plaatsen van een reclamebord en de aanleg van 2020m² betonverharding gelegen te Roeselare, Izegemsestraat 135, kadastraal bekend sectie A, nrs. 401/s en 401/t, en
  14. het voornoemde besluit van 10 mei 2007 van de deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen; Gezien de nota’s van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur P. PROVOOST; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 30 april 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 mei 2008; Gehoord het verslag van staatsraad P. LEFRANC; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. VAN GIEL die loco advocaat E. EMPEREUR verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat Y. FRANCOIS, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, van adjunct- adviseur P. DEWULF, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van advocaat S. GOVAERT die loco advocaat M. DOUTRELUINGNE verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. PROVOOST; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; X-13.658-2/9 OVERWEEGT WAT VOLGT :
  15. De rechtspleging Met een verzoekschrift van 5 maart 2008 heeft de b.v.b.a. INTER CARS gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen.
  16. De feiten 2.
  17. Op 8 november 2006 (datum van het bewijs van ontvangst van de aanvraag) dient de tussenkomende partij een aanvraag in voor een stedenbouwkundige vergunning voor het wijzigen van de voorgevel van de loods, het plaatsen van een reclamebord en het aanleggen van 2.020 m² betonverharding op de percelen gelegen aan de Izegemsestraat 135 te Rumbeke (Roeselare). Volgens de bijgevoegde beschrijvende nota is de betonverharding “dienstig als parkeerplaats voor geaccidenteerde wagens ter sanering van een bestaand bedrijf voor het verhandelen van wagens”. 2.
  18. De percelen situeren zich volgens het bij koninklijk besluit van 17 december 1979 vastgestelde gewestplan Roeselare-Tielt in woongebied en volgens het bij besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1991 goedgekeurde algemeen plan van aanleg Roeselare in een “algemeen woongebied” waarvoor volgende voorschriften gelden: “Het betreft een gebied dat per definitie meervoudig (mengbestemming, dubbelbestemming, samengestelde bestemming, nabestemming) kan worden beschouwd. De algemene woongebieden zijn derhalve bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf (voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd), voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor verblijfsrecreatieve voorzieningen en voor agrarische bedrijven voor zover ze bestaande zijn. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving”. X-13.658-3/9 2.
  19. Ter gelegenheid van het georganiseerde openbaar onderzoek worden 23 bezwaarschriften ingediend, onder meer door de eerste, de tweede, de derde, de vierde, de vijfde en de zevende verzoekende partij. 2.
  20. Het college van burgemeester en schepenen van de stad Roeselare verklaart de bezwaren gegrond en weigert bij besluit van 12 februari 2007 de gevraagde stedenbouwkundige vergunning. 2.
  21. Bij het tweede bestreden besluit van 10 mei 2007 verklaart de deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen het administratief beroep tegen het weigeringsbesluit van het schepencollege deels ongegrond, met name “voor het plaatsen van een reclamebord en de aanleg van 449m² betonverharding”, en deels gegrond, met name “voor het wijzigen van de voorgevel van de loods en de aanleg van 1571m² betonverharding op voorwaarde dat ‘er een degelijk en volwaardig groenscherm wordt aangelegd rondom de inrichting. Dit groenscherm dient te worden aangelegd in streekeigen groen, bestaande uit een combinatie van zowel hoogstammige als laagstammige beplantingen. Bij de aanplant dient de aanvrager ook rekening te houden met het al of niet groenblijvend karakter van de verschillende soorten, zodat het groenscherm ook in de winter de inrichting voldoende afschermt van de buren. Inzake de specifieke aanplant en mogelijke soorten kan gewezen worden op de brochure ‘Plantgoed voor meer streekeigen groen’ van de Provincie West-Vlaanderen. Dit groenscherm dient aan de linkerzijperceelsgrens minimum 3m breed te zijn, behalve ter hoogte van de loods. Tussen de oprit van de inrichting en de woning aan de rechterkant kan volstaan worden met de aanplant van een haag. Aan de straatkant kan volstaan worden met een afsluiting en een groenscherm van minimum 1m hoogte. Dit groenscherm dient aangeplant te worden tijdens het eerstkomende plantseizoen, volgend op de datum van de vergunning’”. 2.
  22. Bij het eerste bestreden besluit van 11 december 2007 wordt het beroep van het college van burgemeester en schepenen van de stad Roeselare tegen dit laatste besluit door de minister onontvankelijk verklaard om reden van de niet- naleving van “een substantiële procedurevereiste”. 2.
  23. Bij besluit van 10 mei 2007 willigt de deputatie het beroep van de tussenkomende partij en van de verzoekende partijen tegen het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 13 november 2006 waarbij een X-13.658-4/9 milieuvergunning voor de exploitatie van een verkooppunt van schadewagens op voormelde gronden wordt verleend, gedeeltelijk in. Het stallen van “175 geaccidenteerde of andere niet-rijklare motorvoertuigen” wordt door de deputatie teruggebracht naar 130 waarvan “er max. 20 op de parking vooraan komen, 40 in de loods en 70 op de parking achter de loods”. De door het college van burgemeester en schepenen opgelegde voorwaarde van een “ondoorzichtige afsluiting aan de voorzijde van het terrein” wordt door de deputatie gewijzigd tot de voorwaarde van een doorzichtige afsluiting aan de voorzijde van het terrein met daarachter een groenscherm van minimum 1 meter hoogte. Voorts wordt de voorwaarde opgelegd om aan de zij- en de achterkanten van de inrichting een volwaardig groenscherm aan te brengen “om visuele hinder van de inrichting naar de omgeving toe te voorkomen” en om “aan de kant van de woning van bezwaarindiener”, d.i. links van de inrichting, een groenscherm van 3m aan te planten over de volledige lengte van het terrein behalve ter hoogte van de loods. Het besluit van de deputatie verbiedt het stapelen van de wagens.
  24. De ontvankelijkheid De door de verwerende partijen en de tussenkomende partij opgeworpen excepties zouden slechts moeten worden onderzocht, indien de Raad van State tot de schorsing van de bestreden beslissingen zou overgaan, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is.
  25. Beoordeling 4.
  26. Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 4.
  27. Wat de tweede schorsingsvoorwaarde betreft wordt vastgesteld dat luidens artikel 8, eerste lid, 3/ van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, het enig verzoekschrift “een uiteenzetting (bevat) van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij X-13.658-5/9 een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen”. Bij het beoordelen van deze schorsingsvoorwaarde kan dan ook alleen rekening worden gehouden met wat ter zake in het verzoekschrift werd aangevoerd en met de bij dat verzoekschrift gevoegde stukken. 4.
  28. De verzoekende partijen voeren in verband met de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het tweede bestreden besluit aan dat zij “in de onmiddellijke nabijheid van de betrokken site, gelegen in een residentiële woonwijk (wonen)”, “dat het vergunde project volstrekt onverenigbaar is en flagrant strijdt met de bestemmingsvoorschriften en met de onmiddellijke omgeving”, dat “de aanleg van 1571 m² betonverharding en de wijzigingen van de voorgevel van de loods (nieuwe gevel) in het kader van een handel in geaccidenteerde wagens en de exploitatie van deze inrichting, het normale aanzien van de residentiële woonwijk volledig teniet doet en aanzienlijke hinder zal veroorzaken, in verschillende vormen”, “door de aard van de geplande exploitatie, (...) er veel extra autoverkeer (zal) zijn, met vooral ook vrachtwagens die de geaccidenteerde auto’s komen laden en lossen en klanten, die zelf ook met de wagen zullen komen” waardoor “het verkeer in de Izegemsestraat gemakkelijk (zal) dichtslibben, met alle hinder vandien”, “het terrein (...) volgeplaatst (...) met 130 geaccidenteerde auto’s (...) een troosteloze aanblik (biedt), die afdoet aan het woongenot van de omwonenden”, “ook de wijzigingen van de voorgevel van de loods (...) in negatief contrast (staan) met de residentiële omgeving, hetgeen ernstige visuele hinder oplevert”, “het toegenomen verkeer” evenals “de manoeuvres op het terrein zelf”, “startende wagens en stationair draaiende motoren” “een overmatige geluidshinder (zullen) betekenen voor de achtertuinen van verschillende omliggende percelen die aan de achterzijde van het betrokken perceel grenzen”, “de omliggende percelen, zeker (...) de percelen in de achterliggende residentiële verkaveling, in waarde zullen dalen door de aanwezigheid van de geplande handel in geaccidenteerde wagens”, “deze bouwwerken zeer moeilijk (kunnen) worden hersteld”. Zij stellen voorts dat door het eerste bestreden besluit het tweede bestreden besluit “definitief en uitvoerbaar (wordt)” waardoor zij “ook ten gevolge van de eerste bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel (lijden)”. 4.
  29. De eerste verwerende partij repliceert dat de verzoekende partijen “volledig voorbij (gaan) aan het feit dat er in se geen nieuwe bouwwerken X-13.658-6/9 opgetrokken worden”, “het bestaand gebouw (...) enkel (wordt) verfraaid (...) langs de straatzijde waar verzoekende partijen geen rechtstreeks zicht op hebben”, “de betonverharding (...) grotendeels in de plaats (komt) van reeds bestaande waterdoorlatende verharding”, “alles een properder aanblik zal krijgen”, “de huidige toestand (...) bezwaarlijk als een residentiële aanblik kan omschreven worden”, “een opgefrist gebouw met een verzorgde omgeving afgewerkt met nieuwe beplanting (groenscherm) (...) meer de buurt (zal) opwaarderen dan de huidige site”, “thans op de perceelgrens met de aanpalende eigenaars een hoge haag opgetrokken is waardoor er geen uitzicht op het perceel in kwestie is”, “alle overige (...) nadelen (...) uitsluitend aan de exploitatie gerelateerd (zijn) en (...) dus niet (voortvloeien) uit de stedenbouwkundige vergunning maar uit de milieuvergunning”. 4.
  30. De tweede verwerende partij repliceert dat de verzoekende partijen “wat het verkeersaspect betreft (...) zijn (...) vergeten dat op betrokken locatie voorheen een onderhoudplaats voor bussen en camions gevestigd was, terwijl het nu om een verkooppunt voor wagens gaat, zonder onderhoud”, dat “de verkoopplaats (...) minder impact (zal) hebben op de omgeving dan ambacht of kleinbedrijf (...) en dan de voorgaande activiteit (...) waar de omwonenden blijkbaar geen bezwaar tegen hadden”, dat uit het bestreden besluit blijkt dat “de vrees voor aan en af gerij naar de inrichting dient (...) genuanceerd te worden”, “dat er voldoende wordt tegemoet gekomen aan de vrees van de omwonenden voor gevaarlijke verkeerssituaties”, dat “wat de vermeende visuele hinder betreft (...) verzoekende partijen geenszins kunnen gevolgd worden” gelet op de overwegingen in het bestreden besluit en de voorwaarde van de “aanvullende groenaanplanting”, “geluidshinder moet beoordeeld worden in het kader van de milieuvergunning”, en dat de aangevoerde waardevermindering van de eigendommen “een financieel nadeel (is dat) in principe altijd herstelbaar is”. 4.
  31. De tussenkomende partij argumenteert dat de verzoekende partijen niet het minste bewijs leveren van de aangevoerde hinder, dat er geen nieuw gebouw wordt opgetrokken, dat “alleen rekening (kan) gehouden worden met eventuele hinder ten gevolge van bouwwerken zelf en niet met eventuele hinder die zou ontstaan omwille van de exploitatie waartoe het gebouw wordt aangewend”, “de opfrissing van de gevel (...) geen visuele hinder” veroorzaakt evenmin als de “vervanging van de kiezelverharding door beton”, de andere aangevoerde vormen van hinder het gevolg zijn van de exploitatie en niet van de bouwwerken. X-13.658-7/9 “Ondergeschikt en louter ter volledigheid” zet de tussenkomende partij uiteen waarom ook die hinder onbestaande is. 4.
  32. Uit de gegevens van het dossier en meer bepaald uit de luchtfoto’s van de verzoekende partijen blijkt dat de verzoekende partijen, behalve de tweede verzoeker, geen rechtstreeks zicht hebben op het reeds voordien bestaande en aldaar gevestigde bedrijf van de tussenkomende partij en derhalve op de vergunde bouwwerken aan de voorgevel van de reeds bestaande loods. Zij hebben evenmin rechtstreeks zicht op de vergunde betonverharding. Het in dat verband aangevoerde nadeel is in hunner hoofde niet aangetoond. De tweede verzoeker heeft vanuit zijn woonplaats wel rechtstreeks zicht op de voorgevel van de bestaande loods en de parking daarvoor, doch hij toont niet aan hoe het aangevoerde nadeel door de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden besluiten zich onderscheidt van het reeds bestaande zicht op dezelfde loods en de parking daarvoor die is aangelegd met een losse verharding. 4.
  33. Het betoog van de verzoekende partijen over de beweerde verkeers- en geluidshinder bevat onvoldoende concrete gegevens of overtuigende argumenten waaruit zou kunnen blijken dat die nadelen rechtstreeks voortvloeien uit de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden besluiten en, in voorkomend geval, persoonlijk zijn -gezien de verspreide woonplaatsen van de verzoekende partijen- en de naar het recht vereiste ernst vertonen, te onderscheiden van de hinder die zij reeds ondervinden als gevolg van het aldaar -vóór de betwiste vergunningverlening- bestaande bedrijf van de tussenkomende partij en de exploitatie ervan als “herstelwerkplaats voor bussen en camions”. 4.
  34. De beweerde waardevermindering van de percelen van de verzoekende partijen is evenmin aangetoond en is bovendien een louter financieel en derhalve geen moeilijk te herstellen nadeel. 4.
  35. Er is niet voldaan aan één van de bij artikel 17, §2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden besluiten te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. X-13.658-8/9 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  36. Het verzoek tot tussenkomst van de b.v.b.a. INTER CARS in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  37. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  38. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen juni 2008, door : de H. P. LEFRANC, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. P. LEFRANC. X-13.658-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.975 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.211.109 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.