← België

Arrest 184111 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 12/06/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.111 Rolnummer: A. 179845/VII-36831 Zaak: Arrest 184111 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 12/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-06-23 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 08:12 Fiche Arrest nr 184.111 van 12 juni 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 184.111 van 12 juni 2008 in de zaak A. 179.845/VII-36.

  1. In zake :
  2. de NV VIBRO-WELFSELS,
  3. de NV VENNOOTSCHAP BETOFIN,
  4. Ursula DE BEUKELAER-THIELEMANS,
  5. Ludovica THIELEMANS-VERBOVEN, die woonplaats kiezen bij advocaat M. DENYS, kantoor houdende te HOEILAART, de Quirinilaan 2 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te OOSTENDE, E. Beernaertstraat
  6. tussenkomende partij : de NV DSV ROAD, die woonplaats kiest bij advocaat W. NEVEN, kantoor houdende te BRUSSEL, Havenlaan 86c, bus
  7. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV VIBRO-WELFSELS, de NV VENNOOTSHAP BETOFIN, Ursula DE BEUKELAER-THIELEMANS en Ludovica THIELEMANS-VERBOVEN op 28 december 2006 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur van 30 oktober 2006 waarbij het beroep aangetekend tegen het besluit van de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest (hierna : OVAM) van 8 juni 2006, waarbij deze in overeenstemming met artikel 21 van het bodemsaneringsdecreet een eindverklaring aflevert voor de bodemsaneringswerken te Merksem, Schijnpoortweg 137 A, en oordeelt dat door de uitgevoerde bodemsaneringswerken een bodemkwaliteit werd verwezenlijkt die als resultaat heeft dat de bodemverontreiniging geen ernstige bedreiging meer vormt waardoor er geen verdere bodemsaneringswerken meer VII-36.831-1/3 noodzakelijk zijn, ongegrond wordt verklaard en het beroepen besluit wordt bevestigd; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 13 maart 2007 ingediend door de NV DSV ROAD; Gelet op de beschikking van 15 maart 2007 die de tussenkomst van de NV DSV ROAD toelaat; Gezien de toelichtende memorie; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partijen op 20 februari 2008; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partijen niet hebben gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partijen melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partijen binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzet- VII-36.831-2/3 ting van de procedure hebben ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te hunner aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  8. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  9. De kosten van het beroep, bepaald op 700 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor een vierde. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf juni tweeduizend en acht, door : de H. L. HELLIN, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-36.831-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.111 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.