id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.206 Rolnummer: A. 153150/X-11948 Zaak: Arrest 184206 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 16/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-06-27 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 08:13 Fiche Arrest nr 184.206 van 16 juni 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 184.206 van 16 juni 2008 in de zaak A. 153.150/X-11.
- In zake : Marc DE SMET, wonende te 9960 ASSENEDE, Hollekensstraat 5 tegen : de deputatie van de provincieraad van OOST-VLAANDEREN. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Marc DE SMET op 24 juni 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 22 april 2004 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen waarbij het beroep van de verzoeker tegen het besluit van 27 januari 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Assenede waarbij hem de stedenbouw- kundige vergunning wordt geweigerd tot het herbouwen van een berging met bijgebouw na stormschade op een perceel gelegen te Assenede, Braakmanstraat, kadastraal bekend sectie A, nr. 215/h, niet wordt ingewilligd; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur R. VAN DEN EECKHOUT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie met verzoek tot voortzetting van de verzoeker; Gelet op de beschikking van 22 november 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 7 december 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van de verzoeker, en van bestuurs- secretaris M.-A. DE GEEST, die verschijnt voor de verwerende partij; X-11.948-1/4 Gehoord adjunct-auditeur R. VAN DEN EECKHOUT, daartoe gemachtigd bij beslissing van de adjunct-auditeur-generaal van 22 maart 2007, in haar eensluidend advies; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De verwerende partij werpt de volgende exceptie op : “Artikel 2 §1.2/ van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, zoals later gewijzigd, bepaalt dat het verzoekschrift het voorwerp van de aanvraag of van het beroep en een uiteenzetting van de feiten en middelen moet bevatten. In artikel 14 §1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals meermaals gewijzigd, lezen we onder meer het volgende: ‘De afdeling doet uitspraak, bij wijze van arresten, over de beroepen tot nietigverklaring wegens overtreding van hetzij substantiële, hetzij op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, overschrijding of afwending van macht, ingesteld tegen de akten en reglementen van de onderscheiden administratieve overheden ( ... )’. In het verzoekschrift dient derhalve een voldoende duidelijke omschrijving gegeven te worden van de overtreden rechtsregel en van de wijze waarop verzoekende partij die regel door de bestreden handeling geschonden acht. Welnu, in het verzoekschrift krijgen we helemaal geen duidelijke uiteenzetting van de middelen of een aanduiding van de overtreden rechtsregel en van de wijze waarop de beslissing van de bestendige deputatie die rechtsregel zou hebben geschonden of op welke wijze hier sprake zou kunnen zijn van machtsoverschrijding of -afwending. We lezen in het verzoekschrift het volgende: ‘C. Middelen Hierna toetsen wij de acht bladzijden tellende motivatie, met feitenrelaas, voor/van het besluit vanwege de bestendige deputatie van 22 april 2004 aan de betreffende wetgeving, regelgeving en beginselen van behoorlijk bestuur: gemakkelijkheidshalve op basis van de layout van het overwegend gedeelte van kwestieus besluit van 22 april 2004 zelf.’ Wat volgt zijn 17 bladzijden waarin de overwegingen in het besluit van de bestendige deputatie, paragraaf na paragraaf, worden weerlegd en verzoeker de argumenten uit zijn beroepschrift van 26 februari 2004 en uit de hierbovenvermelde tekst van 1 maart 2004 van de Zwarte-Sluispolder herhaalt en verder uitwerkt. Verzoeker heeft het recht om het niet eens te zijn met de bestendige deputatie. Dit betekent echter niet dat de bestendige deputatie een beslissing zou hebben genomen op basis van onjuiste gegevens. Zij kon haar beslissing enkel baseren op de stukken uit het dossier, op de vaststellingen die ter plaatse werden gedaan, uit de opgevraagde adviezen of op de gegevens die bij de gemeente konden worden verkregen. De bestendige deputatie kan bij het nemen van beslissingen niet uitgaan van veronderstellingen, mogelijkheden, beweringen of toekomstplannen die geen planologische basis hebben. X-11.948-2/4 Het is niet omdat verzoeker niet akkoord kan gaan met de bestendige deputatie dat hierdoor zou zijn aangetoond dat het betwiste besluit niet afdoende zou zijn gemotiveerd of dat de bestendige deputatie een onredelijk gebruik zou hebben gemaakt van haar bevoegdheid. Het is duidelijk dat het door verzoekende partij aan de Raad van State gerichte schrijven geen verzoek tot nietigverklaring is zoals voorzien door artikel 14 § 1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Het voldoet evenmin aan de vormen en voorwaarden zoals bepaald in het procedure- reglement. De tekst van verzoeker betreft eerder een tekst voor een hoger beroep, zoals voorheen mogelijk was bij de Vlaamse regering. Dit leiden we ook af uit de volgende teksten: - op p. 20: ‘Het beroep is integendeel wel ontvankelijk, zoals gesteld op blz 1 (alinea 5) van het besluit van de bestendige deputatie, en is derhalve wel vatbaar voor inwilliging.’; en - op p. 21: ‘Om deze redenen, resp. omwille van het hiervoor uiteengezette, alsmede omwille van de middelen en motieven zoals uiteengezet en toegelicht in ons beroepschrift van 26 februari 2004 bij de bestendige deputatie, verzoeken we de Raad van State om (artikel 1 van) het besluit (...) van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost- Vlaanderen van 22 april 2004 (blz 8/8) te vernietigen.’ Wij zijn dan ook van mening dat het verzoekschrift onontvankelijk is”.
- Met de verwerende partij moet worden vastgesteld dat het “middel”, zoals het is ontwikkeld in het verzoekschrift, bestaat uit een puur feitelijke bekritisering van diverse motieven van het bestreden besluit, zonder dat een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen opportuniteitskritiek en wettigheidskritiek. De verzoeker gaat er daarbij ook ten onrechte van uit dat de deputatie als “rechtsprekend” college is opgetreden. In het verzoekschrift wordt bovendien ook niet aangegeven, motief per motief dat wordt bekritiseerd, welke rechtsregelen daardoor zouden geschonden zijn en waarom een en ander tot vernietiging zou moeten leiden. De verzoeker vermag dit euvel niet meer recht te zetten door in de memorie van wederantwoord de kritieken op de diverse motieven te groeperen onder een aantal geschonden geachte algemene beginselen en een decreetbepaling. Nochtans dient een middel, om ontvankelijk te zijn, de voldoende duidelijke uiteenzetting te zijn van de geschonden rechtsregel en van de wijze waarop die regel zou geschonden zijn. In casu bevat het verzoekschrift geen middel dat aan die voorwaarde voldoet. Het komt niet aan de Raad van State toe uit het betoog van de verzoeker zelf een of meerdere ontvankelijke middelen te distilleren en te formuleren. De exceptie is gegrond. X-11.948-3/4 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien juni 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-11.948-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.206 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div