id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.253 Rolnummer: A. 60041/X-9870 Zaak: Arrest 184253 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 16/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-06-27 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-29 08:13 Fiche Arrest nr 184.253 van 16 juni 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 184.253 van 16 juni 2008 in de zaak A. 60.041/X-
- In zake : de b.v.b.a. GARAGE AUTO PALACE, die woonplaats kiest bij advocaat L. DE CONINCK, kantoor houdende te 9040 SINT-AMANDSBERG, Beelbroekstraat 105A tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat P. TAELMAN, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de b.v.b.a. GARAGE AUTO PALACE op 23 september 1994 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 20 juni 1994 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden houdende inwilliging van het beroep dat werd ingesteld door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wetteren tegen de beslissing van 2 december 1993 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen waarbij aan DE WOLF - MICHEM de bouwvergunning wordt verleend voor het verhogen van een schouwpijp aan de Koning Astridlaan 55 te Wetteren, op een perceel kadastraal bekend sectie E, nr. 8/a6, h7 en k7, en de bouwvergunning wordt vernietigd; Gelet op het arrest nr. 54.116 van 29 juni 1995 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. BARRA; X-9870-1/7 Gelet op de beschikking van 22 november 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien het verzoek tot voortzetting van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 18 december 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 januari 2008; Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat L. DE CONINCK, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat W. LAMMENS, die loco advocaat P. TAELMAN verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur L. VERMEIRE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De feiten 1.
- Op 12 juli 1993 (datum van het bewijs van ontvangst van de aanvraag) dienen DE WOLF-MICHEM bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wetteren een bouwaanvraag in strekkende tot het verhogen van een bestaande schouwpijp tot minstens 1m boven de omringende bebouwing binnen een straal van 50m en dit op een perceel gelegen aan de Koningin Astridlaan 55, kadastraal bekend 2e afdeling, sectie E, nr. 8/a6, h7 en k
- De betrokken schouw is dienstig als extractieschouw voor een spuitcabine. 1.
- Bij besluit van 20 augustus 1993 weigert het college van burgemeester en schepenen de gevraagde vergunning omdat de hoogte van de schouw gevaar kan opleveren bij stormweer, omdat de constructie op esthetisch vlak onverantwoord is in een woongebied, omdat de uitbating van de spuitcabine werd geweigerd en omdat de schouw te dicht bij de erfscheiding wordt voorzien. X-9870-2/7 1.
- Bij besluit van 2 december 1993 willigt de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen het beroep van de aanvragers tegen voormeld weigeringsbesluit in. 1.
- Op 28 januari 1994 stelt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wetteren beroep in tegen voormeld besluit van de bestendige deputatie. Als argumentatie haalt de gemeente de elementen aan waarop zij het initiële weigeringsbesluit steunde. Bovendien wijst zij erop dat de bestaande schouwconstructie en spuitcabine werden gebouwd zonder vergunning en dat de schouw dient als uitlaat voor een verfspuitcabine waarvoor de uitbater niet beschikt over de vereiste milieuvergunning. 1.
- Bij het thans bestreden besluit van 20 juni 1994 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden wordt het beroep van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wetteren ingewilligd en dienvolgens het besluit van 2 december 1993 van de bestendige deputatie vernietigd. Dit besluit is gemotiveerd als volgt: “(...) Overwegende dat het ontwerp strekt tot het verhogen van een bestaande schouwpijp tot minstens 1 m boven de omringende gebouwen; dat uit het onderzoek blijkt dat op het eigendom een garage wordt uitgebaat door appellanten; dat in de garage een verfspuitkabine is voorzien; dat met onderhavig voorstel het optrekken van de schouwpijpuitlaat tot een hoogte van 15,01 m ten opzichte van het vloerpeil van de garage wordt beoogd; dat deze schouw in functie van de bestaande verfspuitkabine wordt voorzien; dat voor de bestaande inrichting en de extraktieschouw geen vergunning werd verleend; (...) dat voor deze bouwovertreding nooit een regularisatieaanvraag werd ingediend; dat, zolang de huidige toestand niet in zijn geheel (spuitcabine + extraktieschouw) wordt geregulariseerd er een bouwmisdrijf blijft bestaan; dat een verdere uitbreiding van een wederrechtelijke toestand, inzonderheid de extraktieschouw, stedebouwkundig gezien niet kan aanvaard worden; dat het standpunt van het college van burgemeester en schepenen, met betrekking tot ‘de huidige schouwconstructie en spuitcabine werden recent gebouwd zonder vergunning’ dient gevolgd te worden; dat om deze reden de beslissing van de bestendige deputatie dan ook in strijd is met een degelijk beleid inzake ruimtelijke ordening en stedebouw; (...)”.
- Ten gronde 2.
- Eerste middel 2.1.
- Standpunt van de partijen X-9870-3/7 2.1.1.
- In een eerste middel voert de verzoekende partij de schending aan van artikel 44 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw (hierna: stedenbouwwet). Zij zet dit middel uiteen als volgt: “(...) De Minister verliest uit het oog dat in casu de gebouwen vergund zijn. De bouwvergunning voor de gebouwen (de oude zowel als de uitbreiding) kan niet ter betwisting worden gesteld, en wordt niet betwist. De Minister kan niet voor hetgeen in een vergund gebouw wordt geplaatst, in casu een verfspuitkabine (in de installatie is steeds een extractieschouw begrepen), een bouwvergunning vorderen in toepassing van artikel 44 van de stedebouwwet. Voor een verfspuitkabine waarvan de extraktieschouw een onderdeel van de installatie uitmaakt, is niet een bouwvergunning vereist, wel een exploitatievergunning. Verzoekster verwijst tevens wat de praktijk betreft naar de geschreven verklaring van de verkoper en installateur van de verfspuitcabine : ‘Naar aanleiding van uw schrijven dat. 11/8/94 kunnen wij U het volgende antwoorden : *betreffende de schouwen : De schouwen, zowel de aanzuig- als de extraktieschouw, maken deel uit van de spuitkabine. Deze schouwen zijn noodzakelijk om tijdens de spuitfase verse buitenlucht aan te zuigen (aanzuigschouw) en de kabinelucht naar buiten (extraktieschouw) af te voeren. Deze schouwen worden bij gelijk welke spuitkabine-fabrikant bijgeleverd, omdat deze, zoals reeds vermeld, noodzakelijk zijn voor de werking van de spuitkabine. *betreffende de bouwvergunning Belmeko heeft nu ruim 300 klanten. Bij geen enkele van deze klanten is er ooit een bouwv(e)rgunning nodig geweest voor het plaatsen van de schouwen’. Volkomen ten onrechte wordt een bouwvergunning opgelegd voor de verfspuitinstallatie”. 2.1.1.
- De verwerende partij beantwoordt dit middel als volgt: “(...) Voor de beoordeling of het oprichten van een schouw al of niet valt onder de bepaling van art. 44 van de Stedebouwwet, is het irrelevant te weten of de extraktieschouw nu al of niet een onmisbaar onderdeel van een verfspuitcabine uitmaakt. De eigenlijke funktie van de schouw is irrelevant om na te gaan of deze werken bedoeld zijn in art.
- (...) Het argument van verzoekende partij dat voor een verfspuitcabine enkel een exploitatievergunning en geen bouwvergunning noodzakelijk zou zijn, is dan ook niet terzake dienend. Het bouwen - en derhalve ook het verhogen - van een schouw is vergunningsplichtig. Bovendien is de discussie louter academisch, aangezien de heer en mevrouw DE WOLF-MICHEM zelf op 8 juli 1993 een bouwaanvraag indienden”. X-9870-4/7 2.1.1.
- In de memorie van wederantwoordt beperkt de verzoekende partij zich ertoe te verwijzen “naar de inhoud van haar verzoekschrift”. 2.1.1.
- De verzoekende partij heeft er zich, na betekening van het auditoraatsverslag, waarin wordt besloten tot de verwerping van het beroep, toe beperkt de voortzetting van de procedure te vragen. 2.1.
- Onderzoek van het middel 2.1.2.
- De verzoekende partij roept een schending in van artikel 44 van de stedenbouwwet. Zij houdt voor dat de gebouwen reeds in het verleden werden vergund en dat voor het plaatsen van een verfspuitcabine, extractieschouw inbegrepen, in toepassing van deze bepaling geen bouwvergunning is vereist. 2.1.2.
- Artikel 44, § 1 van de stedenbouwwet, van toepassing op het ogenblik van het nemen van het bestreden besluit, bepaalt: “Niemand mag zonder voorafgaande schriftelijke en uitdrukkelijke vergunning van het college van burgemeester en schepenen:
- bouwen, een grond gebruiken voor het plaatsen van een of meer vaste inrichtingen, afbreken, herbouwen, verbouwen van een bestaande woning, instandhoudings- of onderhoudswerken uitgezonderd; onder het bouwen en plaatsen van vaste inrichtingen wordt verstaan het oprichten van een gebouw of een constructie of het plaatsen van een inrichting, zelfs uit niet duurzame materialen, die in de grond is ingebouwd, aan de grond is bevestigd of op de grond steun vindt ten behoeve van de stabiliteit, en bestemd is om ter plaatse te blijven staan, al kan zij ook uit elkaar genomen of verplaatst worden; (...)”. 2.1.2.
- De betrokken extractieschouw bevindt zich op het dak van de garage. De hoogte ervan is op het ogenblik van de aanvraag 10,50m van op het grondpeil gemeten. Uit de bouwplannen blijkt dat deze meer dan 6 meter boven het schuinaflopende dak uitsteekt. De bouwaanvraag heeft het verhogen van deze schouw tot op een hoogte van 15,01m tot voorwerp. 2.1.2.
- Het oprichten van bedoelde schouw valt onder voormelde bepaling van artikel 44, § 1van de stedenbouwwet. De argumentatie dat deze schouw bij een spuitcabine hoort en er een onmisbaar deel van uitmaakt en dat het bestreden besluit de bedoelde spuitcabine ten onrechte als bouwvergunningsplichtig heeft aangemerkt, doet aan voormelde vaststelling geen afbreuk. X-9870-5/7 2.1.2.
- Bovendien blijkt uit de niet betwiste gegevens van de zaak dat voor het reeds bestaande gedeelte van de schouw, waarvan de bouwaanvraag de verhoging beoogt, geen bouwvergunning werd verleend. Gegeven deze omstandigheid, valt niet in te zien hoe een bouwvergunning wettig kan worden verleend voor een gedeelte van de schouw dat bovenop een niet vergund deel van dezelfde schouw wordt voorzien, zonder dat voor laatstbedoeld gedeelte eerst de regularisatievergunning werd aangevraagd en verkregen. 2.1.2.
- Het middel is niet gegrond. 2.
- Tweede middel en derde middel 2.2.
- In een tweede middel beroept de verzoekende partij zich op de “schending van de rechten van de verdediging”. In een derde middel voert de verzoekende partij de schending aan van “de motiveringsplicht”. 2.2.
- Uit het onderzoek van het eerste middel is gebleken dat de gevraagde vergunning slechts wettig kan worden verleend nadat een bouwvergunning is verkregen voor de schouw waarvoor de thans gevraagde vergunning een verhoging beoogt. De verzoekende partij heeft dan ook geen belang bij het verkrijgen van een vernietiging van het bestreden weigeringsbesluit op grond van deze middelen. 2.2.
- Het tweede en het derde middel zijn niet ontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. X-9870-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien juni 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-9870-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.253 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div