← België

Arrest 184299 - Voedselveiligheid (FAVV) - 17/06/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.299 Rolnummer: A. 188561/VII-37780 Zaak: Arrest 184299 - Voedselveiligheid (FAVV) - 17/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-06-23 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 08:14 Fiche Arrest nr 184.299 van 17 juni 2008 Sociale zaken en volksgezondheid - Voedselveiligheid (FAVV) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 184.299 van 17 juni 2008 in de zaak A. 188.561/IX-

  1. In zake : Dominique RICKAERT, die woonplaats kiest bij advocaat M. BOTTELIER, kantoor houdende te KORTRIJK-HEULE, Kortrijksestraat 35 tegen : het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV), dat woonplaats kiest bij advocaat R. DEPLA, kantoor houdende te BRUGGE-SINT-KRUIS, Karel van Manderstraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Dominique RICKAERT op 13 juni 2008 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 30 mei 2008 van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (het FAVV) waarbij zijn beroep tegen het voornemen om zijn inrichting te sluiten als onontvankelijk verworpen wordt; Gelet op de beschikking van 17 juni 2008 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 13 juni 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 juni 2008, om 11.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; IX-5943-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat A. BOTTELIER, die loco advocaat M. BOTTELIER verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat P. EECLOO, die loco advocaat R. DEPLA verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten. 1.
  3. Verzoeker baat een bakkerij uit. Blijkens het verzoekschrift baat hij geen winkel uit, maar levert hij brood aan huis. 1.
  4. Bij aangetekend schrijven van 14 mei 2008 stelt de verwerende partij verzoeker in kennis van haar voornemen om de toelating waarover de onderneming in het kader van de reglementering inzake de bescherming van de voedselketen beschikte -toelating voor de activiteit niet-ambulante kleinhandel in algemene voeding en voor de activiteit ambulante kleinhandel in andere specifieke voedingsproducten-, in te trekken. 1.
  5. Verzoeker heeft bij aangetekend schrijven van 22 mei 2008 het door artikel 16, § 5, eerste lid, van het koninklijk besluit van 16 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (hierna: het koninklijk besluit van 16 januari 2006) beroep ingesteld tegen dat voornemen. 1.
  6. Met het bestreden besluit, vervat in de brief van 30 mei 2008 aan verzoeker, wordt het beroep onontvankelijk verklaard omdat het laattijdig ingesteld werd. De brief is als volgt gesteld : IX-5943-2/4 “(...) Het koninklijk besluit van 16 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het FAVV, bepaalt in artikel 16 § 5 : (‘)De Operator beschikt over een periode van vijf dagen om tegen de voorgenomen maatregelen beroep aan te tekenen bij een beroepscommissie, ingesteld bij het Agentschap’. Aangezien onze brief op 14 mei 2008 aan de postdiensten werd overhandigd, is de eerste dag van de termijn van 5 dagen, overeenkomstig artikel 58 bis van het Gerechtelijk Wetboek, 17 mei
  7. U kon dus ten laatste op 21 mei 2008 beroep aantekenen tegen de beslissing van 14 mei
  8. Op basis van deze vaststelling is uw beroep, ingesteld bij vermelde brief van 22 mei 2008, bijgevolg onontvankelijk en zal de voorgenomen intrekking van de toelating effectief ingaan en dit met onmiddellijke ingang. Vanaf de datum waarop u deze beslissing wordt meegedeeld, mag u in of vanuit uw inrichting geen enkele activiteit meer uitoefenen die onder de controlebevoegdheid van het FAVV valt. (...)” De voorwaarden voor de schorsing.
  9. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aang- evoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat de zaak hoogdringend is, met name dat een uitspraak over een vordering ingediend volgens de gewone schorsingsprocedure te laat zal komen omdat het aangevoerd nadeel zich inmiddels gerealiseerd heeft.
  10. Ter terechtzitting van 17 juni 2008 legt de verwerende partij een stuk voor waaruit blijkt dat verzoeker, als gevolg van zijn nieuwe aanvraag van 6 juni 2008, op 11 juni 2008 een nieuwe toelating verkregen heeft voor een “ambulante kleinhandel”. De raadsvrouw van verzoeker erkent dat verzoeker daarmee opnieuw zijn activiteit als bakker die zijn brood aan huis bedeelt -hetgeen in het verzoekschrift werd aangewezen als zijn enige activiteit- kan uitoefenen. Zij vestigt wel de aandacht op het feit dat de nieuwe beslissing geen betrekking heeft op de uitoefening van een niet-ambulante kleinhandel.
  11. Daargelaten de vraag of de verwerende partij met de op 11 juni 2008 verleende toelating het bestreden besluit niet impliciet in zijn geheel ingetrokken heeft, stelt de Raad van State vast dat verzoeker het moeilijk te herstellen ernstig nadeel, dat het bestreden besluit hem berokkent, legt in de onmiddellijke stopzetting van zijn broodronde. De nieuwe beslissing van 11 juni IX-5943-3/4 2008 neemt in ieder geval dat nadeel weg. Verzoeker kan uit een schorsingsarrest geen bijkomend voordeel halen.
  12. Er is niet voldaan aan de tweede voorwaarde voor de schorsing van de bestreden beslissing.
  13. Gelet op de omstandigheden van de zaak is er reden om de kosten van het geding ten laste van de verwerende partij te leggen. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
  14. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  15. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij; Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 17 juni 2008, door : de H. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-5943-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.299 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.665 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.