id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.351 Rolnummer: A. 89726/XII-2470 Zaak: Arrest 184351 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 19/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-03 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 08:15 Fiche Arrest nr 184.351 van 19 juni 2008 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 184.351 van 19 juni 2008 in de zaak A. 89.726/XII-
- In zake : de GEMEENTE SINT-GENESIUS-RODE, die woonplaats kiest bij advocaten P. Legros en J. Sohier, kantoor houdende te 1000 Brussel, Emile de Motlaan 19 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij advocaat W. Muls, kantoor houdende te 1000 Brussel, A. Dansaertstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente Sint-Genesius-Rode op 21 februari 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 22 december 1999 van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Sport “houdende verwerping van het beroep van de gemeente Sint-Genesius-Rode van 22 november 1999 tegen het besluit van de bestendige deputatie van de provincie Vlaams-Brabant van 9 november 1999 houdende de goedkeuring van de wijzigingen nummer 3 en 4 aan de gemeentebegroting 1999 mits schrapping van bepaalde kredieten”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur H. Colin; Gelet op de beschikking van 28 september 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; XII-2470-1/5 Gelet op de beschikking van 5 november 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 januari 2008; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat Chr. Knockaert, die loco advocaten P. Legros en J. Sohier verschijnt voor verzoekster, en van advocaat L. Dancet, die loco advocaat W. Muls verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. Colin; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feitelijke gegevens van de zaak
- Op 25 september 1999 beslist de gemeenteraad van Sint- Genesius-Rode tot de vaststelling van de wijzigingen nrs. 3 en 4 aan de gemeentebegroting dienstjaar
- De wijzigingen strekken er, getuige het advies van 10 september 1999 van de financiële commissie over de voorontwerpen van de wijzigingen, onder meer toe dat in de begroting “opnieuw” worden ingeschreven: “[d]e toelagen voor de vrije bibliotheek, VZW Ch. Bertin, gewone en buitengewone begroting, door de voogdij geschrapt in een vorige wijziging”. De deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant keurt de begrotingswijzigingen op 9 november 1999 goed behoudens wat de toelagen aan de bibliotheek betreft, die geschrapt worden. Hiermee volgt de deputatie het voorstel van de administratie die opmerkte dat de kredieten reeds in een vorige begrotingswijziging voorzien waren en door de deputatie geschrapt werden, en dat “er bij het opnieuw voorzien van deze kredieten geen nieuwe elementen werden aangebracht”. Bij besluit van 22 december 1999 verwerpt de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Sport het beroep van de gemeente tegen de schrapping van de kredieten in de begrotingswijzigingen, en stelt XII-2470-2/5 hij de begrotingswijzigingen vast zoals zij door de deputatie op 9 november 1999 werden aangenomen. Het belang van verzoekster
- In zijn verslag stelt de auditeur met een verwijzing naar het arrest gemeente Zele van de Raad van State, nr. 88.282 van 27 juni 2000, voor verzoekster het vereiste belang te ontzeggen omdat zij “door op 25 september 1999 te beslissen de toelagen die door de toezichthoudende overheid in een vorige wijziging waren geschrapt zonder meer opnieuw in te schrijven, om aldus hetzelfde effect te verwezenlijken als datgene wat de toezichthoudende overheid met haar eerder (niet aangevochten) besluit verhinderd had, aan het [door artikel 162, tweede lid, 6/, van de Grondwet gevestigde] beginsel van het administratief toezicht is tekort gekomen”.
- In de laatste memorie betwist verzoekster -terecht- niet dat er in principe reden toe is om, zoals in het voormelde arrest nr. 88.282 gebeurde, een gemeente het wettelijk vereiste belang te ontzeggen bij het aanvechten van een nieuw toezichtsbesluit waarmee de toezichthoudende overheid optreedt tegen de beslissing van een gemeente die een eerder toezichtsbesluit zonder meer, namelijk buiten een nieuw feitelijk of juridisch gegeven om, negeert. Wel meent verzoekster dat die opvatting te dezen niet kan worden toegepast aangezien zij “de beslissing van de toezichthoudende overheid van 1998, waarbij de kredieten, ten titel van jaarlijkse subsidie ingeschreven in de begroting van verzoekende partij ten voordele van de VZW Bibliotheek Charles Bertin, werden geschrapt niet zonder meer ‘genegeerd’ [heeft]” : “Omwille van het specifiek regime van de consensus, van toepassing op de beslissingen in de schoot van het College van Burgemeester en Schepenen in een randgemeente zoals verzoekende partij, verkeerde het gemeentebestuur van deze laatste in de onmogelijkheid om tegen de beslissing van de toezicht- houdende overheid, genomen in 1998, tijdig een verzoek tot nietigverklaring in te dienen. Bij gebrek aan een consensus binnen het College van Burgemeester en Schepenen, werd de aangelegenheid ter beslissing voorgelegd aan de Gemeenteraad. Daar deze laatste geen beslissing kon nemen binnen de wettelijke termijn om een verzoek tot nietigverklaring in te dienen, werd door het gemeentebestuur van verzoekende partij beslist om de geschorste kredieten opnieuw in te schrijven in de volgende begroting. Hierbij was geen sprake van een schending van het beginsel van het administratief toezicht, zoals ingeschreven in het artikel 162, 6/ van de Grondwet, daar de kredieten, toegekend aan de VZW Bibliotheek Charles XII-2470-3/5 Bertin, reeds jaren voor het bestreden besluit werden toegekend zonder dat de toezichthoudende overheid was overgegaan tot ambtshalve schrapping. Het gemeentebestuur van verzoekende partij kon er derhalve rechtmatig op vertrouwen dat de toezichthoudende overheid niet zou overgaan tot schrapping”.
- Verkeerdelijk doet verzoekster het voorkomen alsof de bestreden beslissing thans kredieten weert die de gemeente al sinds jaren probleemloos in de begroting mag inschrijven. Zoals uit de bestreden beslissing kan worden opgemaakt, wordt ten behoeve van de bibliotheek jaarlijks in de begroting een “verplichte subsidie” ingeschreven. Aldus is ook in de begroting van het dienstjaar 1999 27.200 frank voor de bibliotheek opgenomen. Te dezen, evenwel, gaat het over iets totaal anders, namelijk over de bedragen van 522.800 frank en 416.828 frank die de gemeenteraad bijkomend aan de bibliotheek wil doen toekomen, onder meer “voor de terugbetaling van 80 % van facturen van het dienstjaar 1998 met betrekking tot de aankoop van informaticamateriaal” (verzoekschrift, p. 2). Nadat een eerste poging om in die welbepaalde kredieten te voorzien via de vaststelling van een begrotingswijziging 1998, op de niet-goedkeuring van de deputatie uitliep, worden de kredieten zonder meer opnieuw ingeschreven in de begrotingswijzigingen van 25 september
- Waaruit verzoekster meent het rechtmatig vertrouwen te mogen putten dat de toezichthoudende overheid niet weer tot schrapping zou overgaan, is voor de Raad van State een raadsel.
- Wat specifiek het argument aangaande “de bijzondere bepalingen van toepassing op de randgemeenten” betreft, werpt verwerende partij op goede grond tegen dat het “niet geloofwaardig is dat er -bij gebreke aan een consensus in het College- niet tijdig een gemeenteraad bijeen geroepen kon worden, temeer daar art. 107 van de Nieuwe Gemeentewet voorziet dat zelfs de burgemeester van een randgemeente in dat geval de gemeenteraad bijeen kan roepen”, dat “derhalve niet [valt] in te zien waarom verzoekende partij de termijn van 60 dagen om een annulatieberoep in te dienen tegen de schrapping door de toezichthoudende overheid van de wijziging van de begroting van het dienstjaar 1998 heeft laten verstrijken”, en dat overigens verzoekster geen enkel bewijs van haar beweringen bijbrengt (“geen notulen van een Collegevergadering, geen oproepingsbrief voor de Gemeenteraad, etc....”). XII-2470-4/5
- Geen van de redenen die verzoekster aanvoert, kan verantwoorden dat ervan wordt afgezien haar beroep te verwerpen, wegens gebrek aan het wettelijk vereiste belang, omdat zij -met de woorden van het eerder vermelde arrest nr. 88.282- “op gevaar af het gehele systeem van het administratief toezicht te paralyseren, niet eigenmachtig en buiten een nieuw feitelijk of juridisch gegeven om, haar mening boven die van de toezichthoudende overheid mag verheffen en beslissingen van die overheid mag negeren”. Het beroep is niet ontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien juni 2008, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-2470-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.351 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div