← België

Arrest 184408 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 23/06/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.408 Rolnummer: A. 67145/IX-1212 Zaak: Arrest 184408 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 23/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-08 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 08:15 Fiche Arrest nr 184.408 van 23 juni 2008 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 184.408 van 23 juni 2008 in de zaak A. 67.145/IX-

  1. In zake : Frans DE KEYSER, die woonplaats kiest bij advocaat D. LINDEMANS, kantoor houdende te BRUSSEL, Keizerslaan 3 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Frans DE KEYSER op 12 januari 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 3 oktober 1995 waarbij met ingang van 1 april 1995 Martine LEIRENS, Lydie RAPAILLE, Lydia VAN EECKHOUDT en André LAUVRYS benoemd worden tot comptabiliteitsinspecteur der directe belastingen, respectievelijk te Elsene (directie Brussel Invordering), te Brussel (directiediensten), te Brussel I (directie Brussel Invordering) en te Hasselt I (directie Leuven Invordering) en van de daarin besloten weigering om hem te benoemen tot comptabiliteitsinspecteur der directe belasting- en; Gelet op het arrest nr. 59.822 van 30 mei 1996 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord en de laatste memorie van de verzoekende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 23 juni 1998 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; IX-1212-1/4 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memorie van de verzoekende partij met verzoek tot voortzetting van de procedure; Gelet op de beschikking van 21 april 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 2 juni 2008; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat T. EYSKENS, die loco advocaat D. LINDEMANS verschijnt voor de verzoeker en van inspecteur J. DE VLEESCHOUWER die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  2. In zijn laatste memorie stelt verzoeker dat hij enkel nog de benoeming van de heer LAUVRYS als comptabiliteitsinspecteur der directe belastingen te Hasselt I (directie Leuven Invordering) bestrijdt. Aldus doet verzoeker afstand van zijn vordering wat de nietigverklaring van het koninklijk besluit van 3 oktober 1995 betreft in de mate dat met ingang van 1 april 1995 Martine LEIRENS, Lydie RAPAILLE en Lydia VAN EECKHOUDT benoemd worden tot comptabiliteitsinspecteur der directe belastingen, respectievelijk te Elsene (directie Brussel Invordering), te Brussel (directiediensten) en te Brussel I (directie Brussel Invordering).
  3. De Raad van State heeft met zijn arrest BUYSE, nr. 93.388 van 19 februari 2001, het koninklijk besluit van 3 oktober 1995 vernietigd in zoverre het de benoeming inhoudt van André LAUVRYS tot comptabiliteitsinspecteur der directe belastingen te Hasselt I. IX-1212-2/4 Bijgevolg is het beroep in dit opzicht zonder voorwerp geworden. 3.
  4. Wat betreft de ontvankelijkheid van het beroep tegen de impliciete weigering om de verzoeker te benoemen, moet opgemerkt worden dat een afzonderlijk beroep tegen de impliciete weigering om een teleurgestelde kandidaat te benoemen in beginsel niet tot een ruimer herstel kan leiden dan het herstel dat voortvloeit uit de eventuele vernietiging van de beslissing waarbij een concurrent is benoemd. In beginsel heeft een verzoeker dan ook geen belang bij een dergelijk beroep. Weliswaar kunnen er uitzonderlijke omstandigheden zijn die met zich brengen dat een verzoeker wel belang heeft bij het bestrijden van de impliciete beslissing om hem niet te benoemen. In dit geval voert de verzoeker in zijn schrijven van 9 april 2008 aan dat hij pas met ingang van 1 mei 2002 de weddeschaal verkregen heeft die verbonden is met de betrekking waarop het bestreden benoemingsbesluit betrekking heeft. Ondertussen is hij, sedert 1 april 2007, met pensioen. Zijn pensioenrechten worden berekend op basis van de gemiddelde wedde “over de laatste 5 actieve jaren”, dit wil zeggen over de periode van 1 april 2002 tot 30 maart
  5. Aldus wordt voor de maand april 2002 geen rekening gehouden met de wedde die de verzoeker in de graad van comptabiliteitsinspecteur genoten zou hebben, als hij al eerder in die graad benoemd was geweest. Volgens de verzoeker ondervindt hij derhalve “levenslang” een pensioennadeel ten gevolge van het verlies van één maand anciënniteit. De graad van comptabiliteitsinspecteur behoort tot rang 12, zodat een benoeming in deze graad een benoeming naar keuze is. De verwerende partij zou dan ook niet verplicht zijn om, in geval van een eventuele vernietiging van de bestreden weigering om de verzoeker in 1995 te benoemen, hem met terugwerkende kracht te benoemen. Er blijken dienvolgens geen uitzonderlijke omstandigheden te zijn die maken dat de verzoeker een belang zou hebben bij het beroep tegen de impliciete weigering om hem te benoemen. In zoverre is zijn beroep onontvankelijk.
  6. Gelet op de omstandigheden, eigen aan de zaak is er aanleiding om de kosten voor de helft ten laste te leggen van de verwerende partij. IX-1212-3/4 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  7. De afstand van het geding wordt ingewilligd, in zoverre het beroep strekt tot de vernietiging van het koninklijk besluit van 3 oktober 1995 waarbij met ingang van 1 april 1995 Martine LEIRENS, Lydie RAPAILLE, Lydia VAN EECKHOUDT en André LAUVRYS benoemd worden tot comptabiliteitsin- specteur der directe belastingen, respectievelijk te Elsene (directie Brussel Invordering), te Brussel (directiediensten), te Brussel I (directie Brussel Invorde- ring) en te Hasselt I (directie Leuven Invordering). Artikel
  8. Het beroep wordt voor het overige verworpen. Artikel
  9. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 99,16 euro, komen voor de helft ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 23 juni 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-1212-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.408 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1996:ARR.59.822 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.