id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.412 Rolnummer: A. 69952/IX-1698 Zaak: Arrest 184412 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 23/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-08-06 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-01 10:10 Fiche Arrest nr 184.412 van 23 juni 2008 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 184.412 van 23 juni 2008 in de zaak A. 69.952/IX-
- In zake : Lidwina CORDY, Postbus 6, Rue des Champs, Bat. C, App. 42, 68560 HIRSINGUE, FRANKRIJK tegen : de POST. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Lidwina CORDY op 19 juli 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 23 mei 1996 van haar onmiddellijke hiërarchische meerdere waarbij haar de tuchtstraf van de blaam wordt opgelegd; Gezien de gewisselde “memories van antwoord” en van weder- antwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 4 mei 1999 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 21 mei 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 juni 2008; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; IX-1698-1/6 Gehoord de opmerkingen van de verzoekster, en van bedrijfsjuris- te L. VANHOOREN, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten. 1.
- Op het tijdstip van de bestreden beslissing is verzoekster postman bij het postkantoor te Knokke-Heist
- 1.
- Op 9 en 10 mei 1996 verzekert zij de dienst 54 in het kader van een vervangingsopdracht. Zij doet dit op 9 mei 1996 samen met een andere postman- vervangster en op 10 mei 1996 voor het eerst alleen. 1.
- Op 10 mei 1996 wordt verzoekster door haar bureauchef om nauwkeurige uitleg verzocht met betrekking tot talrijke klachten die zijn diensten op die dag ontvangen hebben, onder meer van de firma’s Ledan, Zoute Finance, Activa en Electrabel, inzake de laattijdige uitreiking van de rechtstreekse bundels en met betrekking tot het feit dat verzoekster zich op die dag slechts omstreeks 11 uur opnieuw heeft aangeboden in het postkantoor. 1.
- Op 13 mei 1996 verstrekt verzoekster hieromtrent een omstandige verantwoording. 1.
- Op 23 mei 1996 beslist de onmiddellijke hiërarchische meerdere van verzoekster om haar de tuchtstraf van de blaam op te leggen, om de volgende reden: “op 9.5 en 10.5 meerdere klachten van klanten te hebben uitgelokt omwille van uw laattijdige postbedeling van bedrijfskoerier en gewone post”. IX-1698-2/6 Dit is de bestreden beslissing. De rechtspleging.
- De memorie van antwoord van de verwerende partij werd toegezonden op 5 november
- Dit is na het verstrijken van de termijn van zestig dagen waarover de verwerende partij beschikte voor het indienen van die memorie. Derhalve dient de memorie van antwoord overeenkomstig artikel 21, vijfde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ambtshalve uit de debatten te worden geweerd. Het belang.
- Uit de debatten is gebleken dat verzoekster thans met pensioen is. De verwerende partij betwist het belang van verzoekster bij huidige procedure. Met verzoekster wordt aangenomen dat zij doet blijken van een moreel belang bij haar annulatieberoep, gelet op de tuchtstraf die zij opliep. De grond van de zaak.
- In een enig middel voert verzoekster de schending aan van het zorgvuldigheidsbeginsel, onder meer doordat de tuchtstraf gegrond is op gedeeltelijk onjuiste feiten. Zij verduidelijkt dat op 9 mei 1996 de stukken geenszins laattijdig uitgereikt werden, maar de werkzaamheden integendeel uitgevoerd werden exact binnen de in het bijzonder bevel voorziene tijden, dat de werkzaamheden die dag door twee personen uitgevoerd werden, met name door haar en door een collega- vervangster en dat haar overste ten onrechte beweert dat er ook gewone post werd bedeeld, vermits dienst 54 enkel kranten en rechtstreekse bundels uitreikt.
- Bij het onderzoek van dit middel vermag de Raad van State slechts na te gaan of de tuchtoverheid naar recht en redelijkheid tot haar voorstelling van de feiten is gekomen, dan wel of de tuchtstraf gegrond is op onbestaande feiten of op feiten die niet of in onvoldoende mate bewezen zijn.
- Uit de motivering van de tuchtstraf blijkt dat deze opgelegd werd om reden van meerdere klachten van klanten op 9 en 10 mei 1996 als gevolg van de laattijdige postbedeling van gewone post en van bedrijfskoerier. IX-1698-3/6 Verzoekster betwist dat er op 9 mei 1996 sprake was van laattijdige postbedeling van bedrijfskoerier en dat er op 9 en 10 mei 1996 gewone post moest worden bedeeld. Dit standpunt kan worden bijgetreden. Uit het dossier blijkt dat verzoekster op 10 mei 1996 door haar bureauchef om nauwkeurige uitleg verzocht werd met betrekking tot talrijke klachten die zijn diensten die dag ontvangen hadden, onder meer van Ledan, Zoute Finance, Activa en Electrabel, als gevolg van laattijdige uitreiking van de rechtstreekse bundels. Aldus werd verzoekster, die deze feiten niet ontkende maar ze wenste te rechtvaardigen, enkel verzocht zich te verantwoorden met betrekking tot de laattijdige postbedeling van bedrijfskoerier op 10 mei
- Het document in kwestie maakt nergens melding van laattijdige postbedeling van bedrijfskoerier op 9 mei 1996, noch van laattijdige postbedeling van gewone post, noch van klachten dienaangaande. Het kan niet worden aangenomen dat indien deze laatste feiten zich effectief zouden hebben voorgedaan, verzoekster zich hiervoor niet diende te verantwoorden. Bovendien blijkt uit het bijzonder bevel nr. 150/0102 van 12 december 1995, dat een overzicht bevat van de werkzaamheden van een postman bij dienst 54, dat gedurende de eerste vacatie van 5.20 uur tot 9.20 uur onder meer dagbladen en rechtstreekse bundels “uitgereikt” moeten worden, maar geen gewone post. Derhalve blijkt niet uit de stukken van het dossier dat de laattijdige postbedeling door verzoekster van gewone post op 9 en 10 mei 1996 en/of van bedrijfskoerier op 9 mei 1996 als bewezen kan worden beschouwd. Bijgevolg steunt de bestreden tuchtstraf deels op niet-bewezen tenlasteleggingen. Te dezen blijkt evenmin uit het dossier, noch uit de bestreden beslissing dat de tuchtoverheid hetzij de laattijdige postbedeling van bedrijfskoerier en van gewone post op 9 en 10 mei 1996 als louter bijkomstig heeft beschouwd, hetzij de laattijdige postbedeling van bedrijfskoerier op 10 mei 1996 als dermate determinerend dat die tenlastelegging alleen al de tuchtstraf van de blaam rechtvaardigde. Bijgevolg dient te worden aangenomen dat de bestreden tuchtstraf IX-1698-4/6 op het geheel van voormelde feiten steunt, die op gelijke voet in aanmerking genomen zijn. Het komt de Raad van State niet toe om in de plaats van de tuchtoverheid te oordelen of zij de bestreden tuchtstraf ook opgelegd zou hebben enkel voor de feiten die als bewezen kunnen worden beschouwd, met name de laattijdige postbedeling van bedrijfskoerier op 10 mei
- Het enig middel is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 23 mei 1996 van haar onmiddellijke hiërarchische meerdere waarbij Lidwina CORDY de tuchtstraf van de blaam wordt opgelegd. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. IX-1698-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 23 juni 2008, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, P. LEFRANC, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-1698-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.412 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.