← België

Arrest 184427 - Jacht - Vergunningen - 23/06/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.427 Rolnummer: A. 186281/IX-5808 Zaak: Arrest 184427 - Jacht - Vergunningen - 23/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-28 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 08:16 Fiche Arrest nr 184.427 van 23 juni 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Jacht - Vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 184.427 van 23 juni 2008 in de zaak A. 186.281/IX-

  1. In zake : Wouter TYBERGHIEN, die woonplaats kiest bij advocaten Chr. VANDENBOGAERDE en P. DEWAELE, kantoor houdende te KORTRIJK, Groeningestraat 33 tegen : de Arrondissementscommissaris van Brugge. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Wouter TYBERGHIEN op 14 december 2007 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoer- legging van het besluit van 17 oktober 2007 van de arrondissementscommissaris waarbij hem een jachtverlof voor het seizoen 2007-2008 wordt geweigerd; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 22 april 2008 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 19 mei 2008; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. DEWAELE, die verschijnt voor verzoeker, en van arrondissementscommissaris J. DEBYSER, die persoonlijk verschijnt; Gehoord het eensluidend advies van auditeur W. WEYMEERSCH; IX-5808-1/4 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten. 1.
  2. Uit de door de verzoeker voorgelegde stukken blijkt dat hij een laatste keer een jachtverlof verkreeg voor het jachtseizoen 2006-
  3. 1.
  4. Hij dient een verzoek in om ook voor het jachtseizoen 2007-2008 dergelijk verlof te krijgen. Met het thans bestreden besluit beslist de arrondissements- commissaris op 17 oktober 2007 dat jachtverlof te weigeren. De schorsing.
  5. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
  6. Wat de tweede voorwaarde betreft, stelt verzoeker dat hij veel belang hecht aan de uitoefening van zijn hobby -hij heeft jaarlijks het verlof gevraagd, de vereiste verzekering afgesloten en de belastingen betaald- en dat de bestreden beslissing hem verhindert tijdens het seizoen 2007-2008 de jachtsport te beoefenen. Een vernietigingsarrest zal te laat komen om die verhindering te remediëren en schadevergoeding kan hem geen volledig rechtsherstel opleveren. Bij de beoordeling van de ernst van het nadeel moet rekening gehouden worden met “de graad van immoraliteit waarvan de aangeklaagde onwettigheid getuigt”, in dit geval de begane machtsafwending doordat hem een jachtverlof geweigerd is onder het voorwendsel dat de wapenwet niet nageleefd zou zijn. IX-5808-2/4
  7. De tijdelijke onmogelijkheid om een hobby of een vrijetijds- besteding uit te oefenen is op zich geen nadeel in de zin van artikel 17 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Verzoeker brengt geen argumenten aan die aannemelijk maken dat, wegens de uitzonderlijke omstandigheden waarin hij zich bevindt, van die algemene regel afgeweken kan worden. Verzoeker verwijst ook naar de ernstige onwettigheid die de verwerende partij zou begaan hebben. Evenwel, de voor de schorsing van een beslissing vereiste voorwaarde van het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel staat los van de voorwaarde van het bestaan van een ernstig middel. Zo in bepaalde gevallen reeds aangenomen is dat in het oog springende onwettigheden betrokken kunnen worden bij de beoordeling van de ernst van het aangevoerd nadeel, dan kan er in dit geval op gewezen worden dat blijkens zijn verslag, de auditeur-verslaggever bij het oppervlakkig onderzoek van het dossier geen evidente onwettigheid ontdekt heeft.
  8. Verzoeker toont het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet aan. De vordering wordt om die reden verworpen. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
  9. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  10. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. IX-5808-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 23 juni 2008, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-5808-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.427 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.505 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.