id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.535 Rolnummer: A. 105534/XII-3151 Zaak: Arrest 184535 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 24/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-03 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 08:16 Fiche Arrest nr 184.535 van 24 juni 2008 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 184.535 van 24 juni 2008 in de zaak A. 105.534/XII-
- In zake : de GEMEENTE SCHAARBEEK, die woonplaats kiest bij advocaat J. Bourtembourg, kantoor houdende te 1060 Brussel, Zwitserlandstraat 24 tegen : het BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST, dat woonplaats kiest bij advocaat J.-P. Buyle, kantoor houdende te 1140 Brussel, August de Boeckstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente Schaarbeek op 5 juni 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 29 maart 2001 waarbij de Brusselse Hoofdstedelijke Regering het gemeenteraads- besluit van Schaarbeek van 18 oktober 2000, houdende benoeming van Jean-Pierre Tobback als stagedoend adjunct-directeur, vernietigt; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur D. Mareen; Gelet op de beschikking van 26 november 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 23 april 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 mei 2008; XII-3151-1/4 Gelet op het faxbericht van 14 mei 2008 waarbij de zaak wordt uitgesteld tot de terechtzitting van 27 mei 2008; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. Malfait, die loco advocaat J. Bourtembourg verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat T. Eyskens, die loco advocaat D. Lindemans verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, OVERWEEGT WAT VOLGT : Uit een actualisering van het dossier in deze zaak blijkt dat Jean-Pierre Tobback waarvan de benoeming als stagedoend adjunct-directeur bij het thans bestreden besluit werd vernietigd, bij gemeenteraadsbesluit van 26 juni 2002 is benoemd als stagedoend adjunct-directeur bij het departement Interne Aangelegenheden - afdeling Burgerlijke Stand en bij raadsbesluit van 25 juni 2003 in diezelfde hoedanigheid op 25 mei 2003 in vast verband is benoemd. Deze besluiten zijn door de toezichthoudende overheid niet geschorst of vernietigd en evenmin heeft een derde deze beslissingen in rechte bestreden. Zij zijn aldus definitief. Waar verzoekende partij met de oorspronkelijke vordering nastreefde om, door de gevraagde nietigverklaring van het vernietigings- besluit, J.-P. Tobback als stagedoend adjunct-directeur te kunnen behouden, moet worden vastgesteld dat laatstgenoemde ondertussen zelfs in dit ambt vast benoemd is geworden. Weliswaar is door de gemeente Schaarbeek op 26 juni 2002 tot de toelating van J.-P. Tobback tot de stage overgegaan “onder voorbehoud van de uitspraak van de beroepsprocedure ingesteld bij de Raad van State, voor de periode gelegen tussen de oorspronkelijke ingangsdatum, met name 1 november 2000, en de hogervermelde ingangsdatum”, toch rijst in die omstandigheden de vraag welk voordeel de gemeente nog nastreeft bij het gevorderde. Alvast volgens verwerende partij heeft verzoekster geen actueel belang meer. XII-3151-2/4 Wanneer ernstige twijfels rijzen bij het actueel belang, past het aan de verzoekende partij om daarover de nodige uitleg te verschaffen. Daaromtrent uitgenodigd, duidt verzoekster haar belang als volgt : “[Er] blijft het feit dat de nietigverklaring door de toezichthoudende overheid, wat het voorwerp uitmaakt van huidig beroep, tot gevolg heeft gehad dat verzoekster de diensten van de heer Tobback in het ambt van adjunct- directeur heeft moeten missen gedurende meerdere maanden, hoewel hij alle bekwaamheden, meer bepaald op taalgebied, bezat om deze dienstbetrekking uit te oefenen. Gedurende meerdere maanden heeft de heer Tobback evenmin in het ambt van adjunct-directeur de ervaring kunnen verwerven die hij zonder de door toezichthoudende overheid uitgesproken nietigverklaring ten gunste van de diensten van de Gemeente had kunnen gebruiken. De hieruit volgende schade, in het bijzonder de morele schade, blijft voor hem volkomen behouden. Zonder de omstreden nietigverklaring door de toezichthoudende overheid zou de heer Tobback zich thans trouwens kunnen beroepen op een anciënniteit in de graad van adjunct-directeur ten belope van zeven jaar en vijf maanden, eerder dan ten belope van vijf jaar en tien maanden. De verzoekende partij meent dat deze omstandigheid eveneens moet leiden tot het besluit dat zij een belang blijft hebben bij het beroep”. Deze uitleg hamert vooral op het persoonlijke nadeel dat J.-P. Tobback heeft ondervonden van de bestreden beslissing. Jean-Pierre Tobback heeft evenwel gemeend niet de thans bestreden beslissing met een annulatieberoep te moeten bestrijden. Zijn verlies aan anciënniteit en, mocht het voorhanden zijn, zijn morele schade, vormen geen belangen waarvoor de gemeente vermag op te komen. Het belang van een verzoekende partij moet immers, onder meer, een persoonlijk belang zijn. Blijft dus enkel het beweerde nadeel dat de gemeente de diensten van J.-P. Tobback heeft moeten missen “gedurende meerdere maanden”. Nog daargelaten de vraag of zulke algemene bewering zou volstaan om het vereiste belang bij het beroep te schragen, stelt de Raad van State vast dat die bewering te dezen zonder feitelijke grondslag is. Immers blijkt uit stuk 2 van het door verzoekster zelf bijgebracht dossier dat zij op 17 april 2001 akte nam van het vernietigingsbesluit en reeds diezelfde dag heeft beslist om J.-P. Tobback als bestuurssecretaris te affecteren in de betrekking van adjunct-directeur bij de afdeling Burgerlijke Stand. Verwerende partij betwist derhalve terecht het door verzoekster aangebrachte argument. De exceptie is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : XII-3151-3/4 Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig juni 2008, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3151-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.535 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.