← België

Arrest 184536 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 24/06/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.536 Rolnummer: A. 125135/XII-3620 Zaak: Arrest 184536 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 24/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-04 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-29 08:16 Fiche Arrest nr 184.536 van 24 juni 2008 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 184.536 van 24 juni 2008 in de zaak A. 125.135/XII-

  1. In zake : Georges PRÉVOST, wonende te Hoeilaart, Ten Trappenstraat 53 tegen : de GEMEENTE OUDERGEM, die woonplaats kiest bij advocaat J.-F. De Bock, kantoor houdende te 1050 Brussel, Waterloosesteenweg
  2. tussenkomende partij : Marc BRACKENIER, die woonplaats kiest bij advocaat A. Lindemans, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Georges Prévost op 8 augustus 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het gemeenteraadsbesluit van 27 juni 2002 van de gemeente Oudergem “waarbij de heer Marc Brackenier werd bevorderd tot de graad van adviseur”; Gelet op het arrest nr. 182.345 van 24 april 2008 waarbij de debatten worden heropend en de zaak opnieuw wordt opgeroepen op de terechtzitting van 20 mei 2008; Gelet op het faxbericht van 16 mei 2008 waarbij de zaak wordt uitgesteld tot de terechtzitting van 27 mei 2008; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. Lahousse, die verschijnt voor verzoeker, van advocaat J.-F. De Bock, die verschijnt voor de verwerende XII-3620-1\4 partij, en van advocaat V. De Smet, die loco advocaat A. Lindemans verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, OVERWEEGT WAT VOLGT : Het voorliggend beroep is voor een eerste keer opgeroepen voor de terechtzitting van 22 april
  4. Ter terechtzitting werd opgeworpen dat verzoeker met pensioen gegaan is, zodat hij geen voordeel meer kan halen uit een eventuele toewijzing van het gevorderde, nu hij immers na een gebeurlijke nietigverklaring van de bevordering van tussenkomende partij niet meer zelf bevorderd kan worden tot de graad van adviseur. In het tussenarrest van 24 april 2008 stelde de Raad van State vast, eensdeels, dat ernstige vragen rijzen betreffende het actueel belang van verzoeker en, anderdeels, dat verzoeker op de zitting niet aanwezig was noch vertegenwoordigd. Om verzoeker de mogelijkheid te bieden alsnog “over zijn belang uitsluitsel te geven”, besloot de Raad van State de debatten te heropenen. Uit een ondertussen door verwerende partij bijgebracht uittreksel uit het notulenboek van de gemeenteraad blijkt dat verzoeker zelf heeft gevraagd om op 1 maart 2008, dit is voordat hij de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt, op pensioen te worden gesteld. De raadsman van verzoeker bevestigt op de terechtzitting dat verzoeker op deze datum effectief op pensioen is gegaan. Spijts hetgeen is geschreven in het tussenarrest en zelfs nadat ter terechtzitting nogmaals daarnaar is gepeild, laat hij evenwel geen bijzondere redenen kennen die er van kunnen doen blijken dat verzoeker na zijn pensionering nog over een actueel belang zou beschikken. XII-3620-2\4 Besloten wordt dan ook dat de exceptie gegrond is en dat het beroep niet langer ontvankelijk is. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  5. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  6. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Het door de verzoeker teveel gekweten zegelrecht van 25 euro dient hem te worden terugbetaald. XII-3620-3\4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig juni 2008, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3620-4\4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.536 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.345 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.