← België

Arrest 184610 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 24/06/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.610 Rolnummer: A. 150185/X-11826 Zaak: Arrest 184610 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 24/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-04 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 08:17 Fiche Arrest nr 184.610 van 24 juni 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 184.610 van 24 juni 2008 in de zaak A. 150.185/X-11.

  1. In zake :
  2. Anna THEUNIS,
  3. Ludo POEL, die woonplaats kiezen bij advocaat W. MERTENS, kantoor houdende te 3580 BERINGEN, Scheigoorstraat 5 tegen :
  4. de gemeente HEUSDEN-ZOLDER, die woonplaats kiest bij advocaat D. VANDECASTEELE, kantoor houdende te 3500 HASSELT, Kol. Dusartplein 34, bus 1,
  5. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat L. DEHAESE, kantoor houdende te 3500 HASSELT, Luikersteenweg
  6. tussenkomende partijen :
  7. Jozef TIMMERS,
  8. de n.v. TIMOCO, die woonplaats kiezen bij advocaat G. GOFFIN, kantoor houdende te 3582 BERINGEN, Hospitaalstraat
  9. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Anna THEUNIS en Ludo POEL op 30 maart 2004 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van:
  10. de beslissing van 14 januari 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente HEUSDEN-ZOLDER waarbij aan Jef TIMMERS de vergunning tot het wijzigen van een verkavelingsvergunning wordt verleend, voor een perceel gelegen te Heusden-Zolder, Sint-Jansstraat-Ghoosstraat, kadastraal bekend sectie A, nr. 1226/b;
  11. de beslissing van 17 maart 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente HEUSDEN-ZOLDER waarbij aan de n.v. TIMOCO de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van X-11.826-1/11 12 woongelegenheden op een perceel gelegen te Heusden-Zolder, Sint-Jansstraat-Ghoosstraat, kadastraal bekend sectie A, nr. 1226/b; Gelet op het arrest nr. 135.614 van 1 oktober 2004 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, op 2 november 2004 ingediend door de verzoekende partijen; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 1 december 2004 ingediend door Jozef TIMMERS en de n.v. TIMOCO; Gelet op de beschikking van 9 december 2004 die de tussenkomst van Jozef TIMMERS en de n.v. TIMOCO toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur S. DE TAEYE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de eerste verwerende partij; Gelet op de beschikking van 22 november 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 7 december 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat G. DAMIAANS, die loco advocaat D. VANDECASTEELE verschijnt voor de eerste verwerende partij, van advocaat M. ROOSEN, die loco advocaat L. DEHAESE verschijnt voor de tweede verwerende partij en van advocaat L. WELLENS, die loco advocaat G. GOFFIN verschijnt voor de tussenkomende partijen; Gehoord het eensluidend advies van auditeur S. DE TAEYE; X-11.826-2/11 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  12. Feiten 1.
  13. Op 11 maart 2003 (datum van het ontvangstbewijs) dient Jef Timmers een aanvraag in voor het wijzigen van de verkavelingsvergunning die bij besluit van 11 maart 1969 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Heusden-Zolder werd afgegeven aan Modeste Jorissen. De wijziging betreft het samenvoegen van de loten 1, 2, 3 en 4 uit de betreffende verkaveling. De aanvraag heeft betrekking op een terrein gelegen hoek Sint- Jansstraat-Ghoosstraat, kadastraal bekend sectie A, nr. 1226/b. De eerste verzoekster is voor de helft volle eigenaar en voor de andere helft vruchtgebruiker van een perceel grond gelegen aan de Guido Gezellelaan te Heusden-Zolder. De tweede verzoeker is voor een zesde naakte eigenaar van datzelfde perceel. De eigendom van de verzoekende partijen betreft de loten 7 en 8 en een deel van lot 6 van de voormelde verkaveling. 1.
  14. Er wordt een openbaar onderzoek georganiseerd van 16 april 2003 tot 16 mei 2003, naar aanleiding waarvan 1 bezwaarschrift, namelijk door de verzoekende partijen, wordt ingediend. 1.
  15. Op 28 mei 2003 wordt de aanvraag gunstig geadviseerd door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Heusden-Zolder. 1.
  16. Op 10 november 2003 verleent de gemachtigde ambtenaar het volgende advies: “GUNSTIG: voor het samenvoegen van de loten 1 en 4 voor het bouwen van maximum 8 appartementen, waarvan de garages ondergronds zijn te voorzien (het bij het dossier gevoegd bouwontwerp kan als basis dienen); ONGUNSTIG: voor het samenvoegen van loten 2 en 3 bij 1 en
  17. Voor lot 2-3 blijft de verkaveling behouden”. X-11.826-3/11 1.
  18. Bij besluit van 24 november 2003 verleent het college van burgemeester en schepenen de wijziging van de verkaveling enkel voor de samenvoeging van lot 1 met lot 4 en weigert het de samenvoeging van de loten 2 en 3 bij 1 en
  19. 1.
  20. Bij schrijven van 11 december 2003 gericht aan de AROHM Limburg wordt door het college verzocht het advies te herzien. 1.
  21. Op 22 december 2003 verleent de gemachtigde ambtenaar het hiernavolgende advies: “GUNSTIG: voor het samenvoegen van de loten 1, 2, 3 en 4 voor het bouwen van maximum 12 woongelegenheden verdeeld over 3 losstaande bouwblokken (1 x 8 woongelegenheden langs de Sint Jansstraat, 2 x 2 woongelegenheden langs de Ghoosstraat). Voorwaarden: - Langs de Sint Jansstraat kan een vrijstaand appartementsgebouw gebouwd worden met maximum 8 woongelegenheden. - Langs de Ghoosstraat kunnen 2 x 2 halfopen bebouwingen voorzien worden met maximum 2 x 2 woongelegenheden. - De garages zijn ondergronds te voorzien en kunnen doorlopen onder de verschillende bouwblokken. De toegang kan tussen de blokken voorzien worden (...)”. 1.
  22. Bij besluit van 14 januari 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Heusden-Zolder wordt de wijziging van de verkavelingsvergunning verleend voor het samenvoegen van de loten 1, 2, 3 en 4 voor het bouwen van maximum 12 woongelegenheden verdeeld over 3 losstaande bouwblokken (1x8 woongelegenheden langs de Sint Jansstraat, 2x2 woongelegenheden langs de Ghoosstraat). Dit is het eerste bestreden besluit. 1.
  23. Op 13 februari 2004 (datum van het ontvangstbewijs) wordt door de n.v. TIMOCO een aanvraag ingediend voor het bouwen van 12 woongelegenheden op een terrein gelegen Sint Jansstraat/Ghoosstraat zn, kadastraal bekend sectie A, nr. 1226/b. Het betreft het terrein waarop voormelde verkavelingswijziging betrekking heeft. 1.
  24. Bij besluit van 17 maart 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Heusden-Zolder wordt aan de n.v. TIMOCO een X-11.826-4/11 stedenbouwkundige vergunning verleend voor het bouwen van 12 woongelegenheden op een terrein gelegen Sint Jansstraat/Ghoosstraat zn, kadastraal bekend sectie A, nr. 1226/b. Dit is het tweede bestreden besluit.
  25. Ontvankelijkheid 2.1.
  26. De eerste verwerende partij en de tussenkomende partijen werpen bij wege van exceptie op dat het beroep gericht tegen de beide bestreden beslissingen niet ontvankelijk is wegens het niet instellen van het door artikel 116 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna : DRO) ingestelde administratief beroep. 2.1.
  27. Met de verzoekende partijen dient evenwel te worden vastgesteld dat de genoemde decreetsbepaling ten deze niet toepasselijk is, vermits de daartoe gestelde voorwaarden vervat in artikel 193, § 1, DRO, nog niet vervuld zijn. Het blijkt immers niet dat de gemeente Heusden-Zolder een zogenaamde “ontvoogde” gemeente is en aldus reeds beschikt over, naast een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk structuurplan, zowel een gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar, een conform verklaard plannenregister, een vastgesteld vergunningenregister en een register van de onbebouwde percelen. De excepties gaan niet op. 2.2.
  28. De tussenkomende partijen betwisten het belang van de verzoekende partijen, omdat zij “(niet) in de buurt (...) wonen van het voorwerp van de verkavelingsvergunning” en hun belang niet aantonen. 2.2.
  29. De verzoekende partijen tonen aan dat zij eigendomsrechten en rechten van vruchtgebruik hebben op loten die deel uitmaken van de verkaveling waarvoor de eerste bestreden beslissing een wijziging vergunt, met name de loten 7, 8 en een deel van lot 6, en dat die loten gelegen zijn in de onmiddellijke nabijheid van, en zelfs palen aan, het samengevoegde perceel dat het voorwerp van de tweede bestreden beslissing vormt. De exceptie is niet gegrond. X-11.826-5/11
  30. Ten gronde 3.1.
  31. Het vierde middel, gericht tegen de eerste bestreden beslissing, is afgeleid “uit de schending van artikel 3 §4, 8 en 11 van het besluit van de Vlaamse regering van 5 mei 2000 betreffende het openbaar onderzoek en over de aanvragen tot stedenbouwkundige vergunningen en verkavelingsaanvragen en het zorgvuldigheidsbeginsel. III.4.
  32. Toelichting * Uit de argumentatie van het tweede middel blijkt dat er een onvolledig dossier werd ingediend bij de aanvraag, minstens dat verzoekers een onvolledig afschrift hebben bekomen. Uit het bestreden besluit blijkt echter dat er na de twee beslissingen van het college van burgemeester en schepenen van 24.11.2003 (...) nieuwe gegevens aan het dossier zijn toegevoegd. Immers, in het advies van de gemachtigde ambtenaar van 22.12.2003 gevoegd aan de bestreden beslissing, wordt gesteld dat op 16.12.2003 bijkomende gegevens werden bijgebracht en de gemeente aan de gemachtigde ambtenaar verzocht om het initieel ongunstig advies van 10.11.2003 te herzien. Het bijbrengen van deze gegevens na het openbaar onderzoek, en zelfs na een eerste beslissing over de verkavelingsaanvraag, is in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en de in dit middel aangehaalde artikels; zeker wanneer men ziet dat die gegevens essentieel zijn geweest Dat die gegevens essentieel zijn blijkt uit het feit dat de gemachtigde ambtenaar daardoor zijn eerder ongunstig advies van 10 november 2003 (...) gewijzigd heeft. * Tijdens de procedure mogen geen essentiële wijzigingen aan het ontwerp worden aangebracht. Bovendien kan na een weigering van het schepencollege de zaak niet worden hernomen zonder nieuwe aanvraag. (...) Deze bijkomende gegevens zijn een miskenning van het openbaar onderzoek die duidelijk de belangen van verzoekers schaden. De openbaarmaking is immers voorgeschreven om diegene die bezwaren of opmerkingen zouden hebben tegen de aanvraag, de mogelijkheid te bieden hun bezwaren en opmerkingen kenbaar te maken. Dit is onmogelijk gemaakt door de handelswijze van de tegenpartij. Het openbaar onderzoek is een substantiële pleegvorm, die in casu is geschonden door bijkomende gegevens aan te brengen, nadat eerst een verkavelingswijziging was geweigerd en zonder een nieuw openbaar onderzoek te doen. (...)”. 3.1.
  33. De eerste verwerende partij en de tussenkomende partijen repliceren : “Verzoekers stellen vooreerst dat er een schending zou zijn van artikel 3 § 4, 8 en 11 van het besluit van de Vlaamse regering van 5 mei 2000 betreffende het openbaar onderzoek en over de aanvragen tot stedenbouwkundige vergunningen en verkavelingsaanvragen. Bij nalezing van het besluit blijkt er geen artikel 3 § 4, 8 en 11 te bestaan. ‘Het verzoekschrift moet echter een uiteenzetting bevatten van de ernstige middelen, en moet bestaan uit de voldoende en duidelijke omschrijving van X-11.826-6/11 de overtreden rechtsregel of het overtreden beginsel en van de wijze waarop, volgens de verzoekende partij, deze rechtsregel noch dit beginsel wordt geschonden. Een middel waarbij de verwerende partij of de raad van state slechts door het interpreteren van de bedoeling van verzoeker kan uitmaken welke schending van welke rechtsregel is bedoeld en de verwerende partij of de raad in feite zelf het middel interpreteren, is niet ontvankelijk.’ Het is concluante dan ook niet duidelijk welke rechtsregel miskend werd. Het middel gebaseerd op voornoemd artikel 3 § 4, 8 en 11 van het besluit van de Vlaamse regering van 5 mei 2000 betreffende het openbaar onderzoek en over de aanvragen tot stedenbouwkundige vergunningen en verkavelingsaanvragen is dan ook onontvankelijk. Verzoekers baseren dit middel ook op de inbreuk op het zorgvuldigheidsbeginsel. Nergens wordt enig wetsartikel aangehaald, waaruit zou moeten blijken dat het openbaar onderzoek niet correct werd uitgevoerd. Verzoekers wijzen naar zgn. nieuwe gegevens, die blijkbaar zo essentieel zouden zijn dat het advies van de gemachtigde ambtenaar gewijzigd werd. Deze bijkomende gegevens, zijn niet meer of niet minder een verzoek van concluante om het advies te herzien in functie van een aantal besprekingen die plaatsvonden, waarbij de gemachtigde ambtenaar in herinnering werd gebracht dat het plan destijds positief onthaald werd en met de suggestie dat er wijzigingen aan het plan zouden kunnen aangebracht worden. (...) De gemachtigde ambtenaar verleende hierop een positief advies, onder een aantal voorwaarden, die reeds hoger zijn opgesomd, waardoor de bezwaren zouden verholpen worden. Het bouwproject diende dus aangepast te worden. Er wordt door verzoekers nergens aangeduid op welk wetsartikel er enige inbreuk werd gepleegd, of waar concluante niet zorgvuldig zou zijn geweest. Er werden evenmin tijdens de procedure ernstige wijzigingen aan het ontwerp aangebracht: er wordt enkel door concluante bij het toestaan van de vergunning voorwaarden opgelegd waaronder de vergunning wordt toegestaan. Nergens wordt er enig wetsartikel aangehaald, waaruit blijkt dat er na een weigering van concluante de zaak niet kan hernomen worden zonder nieuw openbaar onderzoek. Het middel faalt dan ook in rechte”. 3.1.
  34. De tweede verwerende partij repliceert dat de verzoekende partijen niet toelichten waarin de essentiële wijzigingen bestaan. 3.1.
  35. De verzoekende partijen reageren in hun memorie van wederantwoord : “(...) Uit het advies van de gemachtigde ambtenaar d.d. 22 december 2003 blijkt dat hij zijn eerder advies d.d. 10 november 2003 heeft gewijzigd op verzoek van de eerste verwerende partij en op basis van de bijkomende gegevens die hem door de eerste verwerende partij werden verstrekt. (...) Het oogmerk van het openbaar onderzoek is (...) dubbel. Het is er niet alleen op gericht de overheid te informeren opdat zij met kennis van zaken kan oordelen. Het moet tevens verzekeren dat bezwaarindieners hun bezwaren en opmerkingen kunnen doen gelden. X-11.826-7/11 De eerste vereiste opdat belanghebbenden hun bezwaren en opmerkingen kunnen doen gelden bestaat erin dat zij mogelijkheid tot tegenspraak moeten kunnen hebben. Dit geldt zeker voor gegevens die de inhoud van een advies of een beslissing kunnen bepalen, en dus niet louter van bijkomstige aard zijn. Er is maar een mogelijkheid tot tegenspraak als men in het kader van het openbaar onderzoek op de hoogte is gebracht van die gegevens. In casu hebben gegevens, verstrekt na beëindiging van het openbaar onderzoek, de inhoud van het advies van de gemachtigde ambtenaar doen wijzigen van deels ongunstig naar gunstig (zie en vgl. advies dd. 10 november 2003 met advies dd. 22 december 2003). Deze gegevens zijn dus geenszins van louter bijkomstige aard (want als zij dat wel zouden zijn is de beslissing ipse facto strijdig met het motiverings-, het zorgvuldigheids-, het redelijkheids- en het rechtszekerheidsbeginsel: bijkomstige gegevens kunnen immers niet toelaten, laat staan verantwoorden, dat de inhoud van een advies/ beslissing wordt gewijzigd, cf. infra, zesde en zevende middel). Tot op heden weten verzoekende partijen echter nog steeds niet precies wat die bijkomende gegevens hebben ingehouden. (...) Het middel is gegrond”. 3.2.
  36. De artikelen 3 §4, 8 en 11 van het besluit van de Vlaamse regering van 5 mei 2000 betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning en verkavelingsaanvragen, bestaan wel degelijk. Zij luiden als volgt: “Art.
  37. §
  38. Bij ontstentenis van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan of een bijzonder plan van aanleg dienen verkavelingsaanvragen en aanvragen tot wijziging van een verkaveling onderworpen te worden aan een openbaar onderzoek”. “Art.
  39. Naar gelang van het geval vangt het openbaar onderzoek aan minstens 5 dagen en maximaal 10 dagen na: 1/ de verzending van het volledigheidsbewijs, genoemd in artikel 108, § 1, van het decreet; 2/ de verzending van het ontvangstbewijs, genoemd in artikel 51 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996; 3/ de ontvangst door de gemeente van het aanvraagdossier van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar, indien de aanvraag wordt behandeld overeenkomstig artikel 127 van het decreet. Gedurende dertig dagen vanaf de aanvang van het openbaar onderzoek, hangt het gemeentebestuur op de gewone aanplakplaatsen en in ieder geval aan het gemeentehuis een bekendmaking uit. Het gemeentebestuur gebruikt een correct ingevuld formulier volgens model IV, gevoegd als bijlage IV bij dit besluit, ingeval van een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning. Het gebruikt een correct ingevuld formulier volgens model V, gevoegd als bijlage V bij dit besluit, ingeval van een verkavelingsaanvraag. Indien de gemeente zelf de aanvrager van de vergunning is, dan hangt ze, in afwijking van het eerste lid, de bekendmaking gedurende dertig dagen op de gewone aanplakplaatsen en op de plaats van de werken uit, voor ze het dossier aan de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar toestuurt. X-11.826-8/11 Gedurende die periode van dertig dagen kan iedereen zijn bezwaren of opmerkingen in verband met het ontwerp schriftelijk ter kennis van het (de) college(s) van burgemeester en schepenen brengen”. “Art.
  40. §
  41. De vergunningverlenende overheid spreekt zich uit over de ingediende bezwaren en opmerkingen. Indien het een aanvraag betreft waarover het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig artikel 127 van het decreet dient te adviseren, spreekt dat zich er ook over uit, behalve indien de aanvraag van de gemeente zelf uitgaat of de adviestermijn verstreken is. §
  42. Het college voegt de geschreven bezwaren en opmerkingen, de in artikel 10 vermelde eventuele beslissingen van de gemeenteraad, alsook een verklaring dat het gemeentebestuur de bekendmaking heeft aangeplakt, aan het dossier toe”. 3.2.
  43. De bedoelde openbaarmaking is voorgeschreven, eensdeels, om degenen die bezwaren zouden hebben tegen de aanvraag de mogelijkheid te bieden hun bezwaren en opmerkingen te doen gelden, anderdeels, om aan de bevoegde overheden de nodige inlichtingen en gegevens te verstrekken opdat zij met kennis van zaken zouden kunnen oordelen. De formaliteit van het openbaar onderzoek is een substantiële pleegvorm. Op straffe van de waarborgen die de voornoemde reglementaire procedure van openbaarmaking aan de belanghebbende derden biedt volkomen te negeren, wordt deze substantiële pleegvorm miskend indien, na de formaliteit van het openbaar onderzoek, aan de oorspronkelijk bij het college van burgemeester en schepenen ingediende aanvraag essentiële wijzigingen of aanvullingen worden aangebracht die niet aan de formaliteit van het openbaar onderzoek zijn onderworpen en die als grondslag dienen voor het advies van de gemachtigde ambtenaar en voor het nemen van de bestreden beslissing. 3.2.
  44. Uit het hoger sub 1 uiteengezette feitenrelaas en uit de stukken van het dossier blijkt dat het door de tussenkomende partijen aan de vergunningverlenende overheid voorgestelde, gewijzigde project, met inachtneming waarvan door de eerste verwerende partij alsnog tot de samenvoeging van de loten 1, 2, 3 en 4 werd beslist, te weten onder de voorwaarde van het bouwen van maximum 12 woongelegenheden verdeeld over 3 losstaande bouwblokken (1 x 8 woongelegenheden langs de Sint Jansstraat, 2 x 2 woongelegenheden langs de Ghoosstraat), de verzoekende partijen op het ogenblik van het openbaar onderzoek niet bekend was en dat deze op dat ogenblik enkel het initiële bouwproject, ter realisatie waarvan om de wijziging van de verkavelingsvergunning werd verzocht, bekend was. Tevens blijkt dat het aldus gewijzigde project essentieel verschillend is van het initieel ingediende project, en dit alleen al omdat het X-11.826-9/11 gewijzigde project niet langer in een gesloten gelijkvloerse bebouwing op de hoek van de Sint-Jansstraat en de Ghoosstraat voorziet, terwijl precies dit gegeven luidens het oorspronkelijke ongunstig advies van de gemachtigde ambtenaar, alsook luidens de oorspronkelijke ongunstige beslissing van het college van burgemeester en schepenen en de eerste bestreden beslissing zelf, met zich meebracht dat “geen optimale woonkwaliteit (werd verzekerd)”. Met het gewijzigde project, heeft de vergunningsaanvrager de vergunningverlenende overheid aldus een essentieel aanvullend gegeven bezorgd, dat tot het gewijzigde standpunt van de gemachtigde ambtenaar en de vergunningverlenende overheid heeft geleid en dat ook de verzoekende partijen, tijdens het openbaar onderzoek, bekend had dienen te zijn. 3.2.
  45. Aangezien het tweede bestreden besluit zijn rechtstreekse grondslag vindt in het eerste bestreden besluit, vitieert de onwettigheid van het eerste bestreden besluit tevens het tweede bestreden besluit. Het middel is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  46. Vernietigd worden:
  47. de beslissing van 14 januari 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente HEUSDEN-ZOLDER waarbij aan Jef TIMMERS de vergunning tot het wijzigen van een verkavelingsvergunning wordt verleend, voor een perceel gelegen te Heusden-Zolder, Sint-Jansstraat-Ghoosstraat, kadastraal bekend sectie A, nr. 1226/b;
  48. de beslissing van 17 maart 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente HEUSDEN-ZOLDER waarbij aan de n.v. TIMOCO de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van 12 woongelegenheden op een perceel gelegen te Heusden-Zolder, Sint-Jansstraat-Ghoosstraat, kadastraal bekend sectie A, nr. 1226/b. X-11.826-10/11 Artikel
  49. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 700 euro, komen ten laste van de verwerende partijen, ieder voor de helft. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 250 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, ieder voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig juni 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. T. TEMMERMAN, griffier. De griffier, De voorzitter, T. TEMMERMAN. R. STEVENS. X-11.826-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.610 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.614 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.