← België

Arrest 184611 - Varia (onderwijs en cultuur) - 24/06/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.611 Rolnummer: A. 187775/XII-5399 Zaak: Arrest 184611 - Varia (onderwijs en cultuur) - 24/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-08 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-29 08:17 Fiche Arrest nr 184.611 van 24 juni 2008 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 184.611 van 24 juni 2008 in de zaak A. 187.775/XII-

  1. In zake : Jan SMITS, woonplaats kiezend bij advocaat P. Lahousse, kantoor houdende te Mechelen, Leopoldstraat 64 tegen :
  2. het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door de Raad van Bestuur van Scholengroep Midden-Brabant, dat woonplaats kiest bij advocaat M. Stommels, kantoor houdende te Antwerpen, Amerikalei 220, bus 14
  3. de VLAAMSE GEMEENSCHAP, die woonplaats kiest bij de juridische cel van de afdeling “Advies en Ondersteuning onderwijspersoneel”, Hendrik Consciencegebouw, Koning Albert II-laan 15, kamer 1C24, 1210 Brussel. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jan Smits op 7 april 2008 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 17 januari 2008 van de raad van bestuur van de scholengroep 10 van het Gemeenschapsonderwijs waarbij uitvoering wordt gegeven aan de door de raad van beroep uitgesproken definitieve ambtsneerlegging; Gezien de nota’s van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur D. Mareen; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; XII-5399-1\4 Gelet op de beschikking van 3 juni 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 juni 2008; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. Lahousse, die verschijnt voor verzoeker, van advocaat J. Fransen , die loco advocaat M. Stommels verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van adjunct van de directeur M. Broucke, die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Artikel 17, § 3, vierde lid, van de gecoördineerde wetten schrijft voor dat het verzoekschrift waarbij tevens een vordering tot schorsing wordt ingesteld “een uiteenzetting van de middelen en de feiten [bevat] die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing [...] rechtvaardigen”. Ook artikel 8, eerste lid, 3/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat het enig verzoekschrift een uiteenzetting moet bevatten “van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen”. In het inleidend verzoekschrift voert verzoeker vijf middelen aan, waarna hij besluit met een opschrift “vordering tot schorsing”, waaronder hij enkel XII-5399-2\4 refereert aan zijn beroep, gekend onder het rolnummer A.186.518/XII-5309, tegen de beslissing van de raad van beroep waaraan met de thans bestreden beslissing uitvoering wordt gegeven en hij opmerkt dat beide zaken “nauw verbonden” zijn. Van de vereiste uiteenzetting van de feiten die het bevelen van de schorsing rechtvaardigen is, zoals de raadsman van verzoeker ter terechtzitting niet tegenspreekt, nergens sprake. Ten overvloede mag worden opgemerkt dat in de andere zaak A.186.518/XII-5309, bij arrest nr. 178.486 van 10 januari 2008 een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid is verworpen bij gebrek aan uiteenzetting van de uiterst dringende noodzakelijkheid. De vordering is niet op ontvankelijke wijze ingesteld. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  4. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  5. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. XII-5399-3\4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig juni 2008, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-5399-4\4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.611 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.802 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.