id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.646 Rolnummer: A. 84716/X-9001 Zaak: Arrest 184646 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 24/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-09 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-29 08:17 Fiche Arrest nr 184.646 van 24 juni 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 184.646 van 24 juni 2008 in de zaak A. 84.716/X-
- In zake : de n.v. FLORALUX, die woonplaats kiest bij advocaat D. VAN HEUVEN, kantoor houdende te 8500 KORTRIJK, President Kennedypark 6/24 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan
- tussenkomende partijen :
- Leonel VAN HECKE,
- Diane LEIRMAN,
- Filiep VAN HECKE, die woonplaats kiezen bij advocaat M. DENYS, kantoor houdende te 1560 HOEILAART, de Quirinilaan
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. FLORALUX op 14 juni 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 26 maart 1999 van de minister vice-president van de Vlaamse regering en Vlaams minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening houdende intrekking van het besluit van de Vlaamse regering van 24 juli 1991 houdende goedkeuring van het bijzonder plan van aanleg “Kezelberg (Dadizele)” van de gemeente Moorslede, bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 22 april 1999; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 15 oktober 1999 ingediend door Leonel VAN HECKE, Diane LEIRMAN en Filiep VAN HECKE; Gelet op de beschikking van 8 december 1999 die de tussenkomst van Leonel VAN HECKE, Diane LEIRMAN en Filiep VAN HECKE toelaat; X-9001-1/6 Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 22 maart 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 5 december 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 januari 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. BELEYN die loco advocaat D. VAN HEUVEN verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat W. LAMMENS die loco advocaat V. TOLLENAERE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Feiten 1.
- De verzoekende partij baat een tuinbouwbedrijf uit aan de Kezelberg te Moorslede (Dadizele), in een gebied dat door het toepasselijke gewestplan oorspronkelijk was bestemd tot agrarisch gebied. X-9001-2/6 1.
- Bij besluit van 24 juli 1991 van de Vlaamse regering werd het bijzonder plan van aanleg “Kezelberg (Dadizele)” van de gemeente Moorslede goedgekeurd. Het bestemmingsplan voorzag in “een zone bestemd voor de inplanting en de uitbreiding van het bestaand bedrijf NV FLORALUX als handels- en distributiecentrum, in een groenaanleg onder de vorm van graspartijen, laag- en hoogstammige beplanting en alle andere werken, die het voetgangersverkeer bevorderen en in private parkeerplaatsen, toeritten, rijwegen, wandelpaden, laad- en losplaatsen”. Daartegen stelden Leonel VAN HECKE en Diane LEIRMAN een annulatieberoep in. Bij arrest nr. 91.178 van 29 november 2000 werd de afstand van geding vastgesteld. 1.
- Bij besluit van 15 december 1998 van de Vlaamse regering werd “het plan tot gedeeltelijke wijziging van het koninklijk besluit van 17 december 1979 houdende vaststelling van het gewestplan Roeselare-Tielt, gewijzigd bij besluiten van de Vlaamse regering van 23 november 1994, 25 januari 1995, 19 april 1995 en 12 december 1995 (...) definitief vastgesteld voor een deel van het kaartblad 28/4”; Ingevolge dit besluit werden de gronden langs de Meensesteenweg bestemd als gebied voor ambachtelijke bedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen. Daartegen stelden onder meer de voormelde personen eveneens een annulatieberoep in. Bij arrest nr. 91.176 van 29 november 2000 werd de afstand van het geding vastgesteld. 1.
- Bij het bestreden besluit van 26 maart 1999 wordt het besluit van 24 juli 1991 ingetrokken.
- Rechtspleging Bij brief van 1 juni 2004 delen de tussenkomende partijen mede dat zij afstand doen van hun tussenkomst. X-9001-3/6
- Ontvankelijkheid van het beroep 3.
- Standpunten van de partijen 3.1.
- In haar verzoekschrift licht de verzoekende partij haar belang bij het beroep als volgt toe : “2.
- In haar laatste memorie in het kader van de samengevoegde zaken G/A. 45.366/VII-10.465 en G/A 49.492/VII-11.735 heeft verzoekster opgeworpen dat de echtgenoten VAN HECKE-LEIRMAN het vereiste belang bij hun annulatieberoepen verloren hadden ingevolge de gewestplanwijziging dd. 15.12.
- Een vernietiging van B.P.A. zal, naar de mening van verzoekster, immers niets afdoen van de omstandigheid dat de exploitatie van verzoekster bestemmingsconform blijft. De gebeurlijke financiële aanspraken van de echtgenoten VAN HECKE-LEIRMAN gegrond op artikel 1382 B.W., betreffen slechts een onrechtstreeks en dus onvoldoende belang (...). 2.
- Verzoekster meent evenwel te weten dat verwerende partijen inmiddels vernietigingsberoep hebben aangetekend tegen de gewestplanwijziging. In de mate het gewestplan zou vernietigd worden door Uw Raad en het belang van de echtgenoten VAN HECKE-LEIRMAN bij hun vernietigingsprocedure tegen het B.P.A. ‘Kezelberg’ herleeft, heeft ook verzoekster het nodige belang tot aanvechting van de bestreden intrekkingsbeslissing”. 3.1.
- De verwerende partij betwist het belang van de verzoekende partij op grond van het standpunt dat de thans bestaande gewestplanbestemming een na vernietiging gebeurlijk herlevend bijzonder plan van aanleg opheft. 3.1.
- De verzoekende partij dupliceert : “2.
- In de eerste plaats mag verwerende partij niet vergeten dat het besluit van 15 december 1998 een precair karakter draagt omwille van de aanvechting van dit besluit door tussenkomende partijen. Deze procedure is bij uw Raad gekend onder G/A 83.308/X-
- Wordt het gewestplan vernietigd, dan heeft verzoekende partij een evident belang bij onderhavige vordering. 2.
- In de tweede plaats kan verzoekende partij het niet eens zijn met de zienswijze van verzoekende partij. Het besluit van 15 december 1998 is weliswaar bondig gemotiveerd, doch over haar bedoeling heeft de Vlaamse regering niet de minst twijfel laten bestaan: ‘Overwegende dat ervoor wordt geopteerd de bestemmingswijziging die is doorgevoerd bij het voornoemde BPA te bevestigen in het Gewestplan’ (...). Zo is ook gebeurd; de omstandigheid dat er klaarblijkelijk een materiële vergissing is gebeurd bij de inkleuring van het plan, doet hieraan niets af. Verzoekende partij merkt op dat ook tussenkomende partijen in hun beroep tot nietigverklaring tegen de gewestplanwijziging zijn uitgegaan van de hypothese dat deze gewestplanwijziging het BPA Kezelberg hebben bevestigd. X-9001-4/6 Ondergeschikt. Indien uw Raad de mening zou toegedaan zijn dat het besluit van 15 december 1998 niet de bodembestemming van het BPA Kezelberg heeft bevestigd, niettegenstaande de uitdrukkelijke bedoeling verwoord in de motivering, dan is deze gewestplanwijziging onwettig, exceptie welke verzoekende partij ten opzichte van een reglementair besluit als een gewestplanwijziging ook buiten de annulatietermijn kan opwerpen bij toepassing van artikel 159 grondwet, waarbij het resultaat is dat verzoekende partij nog steeds haar belang behoudt bij huidig verzoekschrift. Verzoekende partij verliest haar belang enkel in de hypothese dat uw Raad definitief oordeelt dat het besluit van 15 december 1998, niettegenstaande de misinkleuring van het plan, toch een bevestiging inhoudt van de bodembestemming van het BPA Kezelberg. Zover staan we vandaag nog niet”. 3.
- Beoordeling 3.2.
- Ambtshalve dient te worden vastgesteld dat, wanneer een verzoekende partij in haar verzoekschrift zelf haar belang uiteenzet, zij aldus grenzen trekt aan het debat, zij tijdens het verder verloop van de rechtspleging in principe gebonden is door deze uiteenzetting, en zij dus haar belang later niet op een geheel andere wijze vermag te definiëren. 3.2.
- Nu uit de feitenuiteenzetting is gebleken dat de gewestplanwijziging waarnaar de verzoekende partij ter adstructie van haar belang in het verzoekschrift verwijst, door de Raad van State niet werd vernietigd, heeft deze partij niet het vereiste belang, vermits zij in haar verzoekschrift zelf stelt dat zij het nodige belang slechts bezit “in de mate het gewestplan zou vernietigd worden”. 3.2.
- De verwerende partij stelt in haar laatste memorie met reden dat de verzoekende partij in haar laatste memorie niet op goede gronden aanvoert dat zij er in haar memorie van antwoord een geheel nieuwe zienswijze op na houdt over de inhoud van de bedoelde gewestplanwijziging. De verzoekende partij kan dan ook niet gevolgd worden waar zij stelt dat zij er toe gerechtigd was haar adstructie van het belang in het licht van die beweerde nieuwe zienswijze te wijzigen. 3.2.
- De verzoekende partij heeft niet het vereiste belang bij de gevorderde vernietiging. X-9001-5/6 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De afstand van de tussenkomst in hoofde van Leonel VAN HECKE, Diane LEIRMAN en Filiep VAN HECKE wordt vastgesteld. Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 371,85 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, ieder voor een derde. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig juni 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-9001-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.646 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div