← België

Arrest 184648 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 24/06/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.648 Rolnummer: A. 184826/XIV-29716 Zaak: Arrest 184648 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 24/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-06-27 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 08:17 Fiche Arrest nr 184.648 van 24 juni 2008 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 184.648 van 25 juni 2008 in de zaak A. 184.826/XIV-29.

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat I. FLACHET, kantoor houdende te 1210 BRUSSEL, Haachtsesteenweg 55 tegen : de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Nepalese nationaliteit, op 17 augustus 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 803 van 17 juli 2007 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, houdende weigering van de vluchtelingenstatus en het subsidiair beschermingsstatuut; Gelet op de beschikking nr. 1269 van 7 september 2007 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gelet op artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur M. VAN LIMBERGEN, op grond van artikel 16 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gelet op het verzoek tot voortzetting teneinde te worden gehoord van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 28 januari 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 april 2008; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; XIV-29.716-1/13 Gehoord de opmerkingen van Advocaat I. FLACHET, die verschijnt voor de verzoekende partij en van Attaché S. BOTTU, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van Eerste Auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat: 1.
  3. XXX komt op 21 september 2005 België binnen en vraagt op dezelfde dag om de erkenning van de hoedanigheid van vluchteling. 1.
  4. Deze aanvraag wordt op 5 september 2006 door de Commissaris- generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen verworpen. 1.
  5. Verzoeker tekent tegen deze weigeringsbeslissing op 21 september 2006 beroep aan bij de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen. 1.
  6. Op de zitting van 3 juli 2007 wordt verzoeker, bijgestaan door Advocaat I. FLACHET, gehoord. 1.
  7. Op 17 juli 2007 neemt de waarnemend voorzitter van de tweede kamer van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de thans bestreden beslissing, waarbij aan verzoeker de vluchtelingen- en de subsidiaire beschermingsstatus wordt geweigerd. Deze beslissing is als volgt gemotiveerd: “
  8. Blijkens de bestreden beslissing luidt het vluchtrelaas als volgt: “U verklaarde de Nepalese nationaliteit te bezitten, geboren te zijn op 29/04/2031 (Gregoriaanse kalender: 13/08/1974) en afkomstig te zijn uit Gulmi district maar sinds 2053 (1997/1998) in Chitwan district te wonen met uw familie. Volgens uw verklaringen werd u op 6/03/2062 (20/06/2005) door de maoïsten gedwongen om een bijeenkomst van hen bij te wonen waarbij u water voor hen diende rond te dragen. Er zouden plotseling soldaten gekomen zijn, waarop de maoïsten zich uit de voeten maakten. U besloot niet te vluchten. U werd vervolgens gearresteerd door het leger en ervan XIV-29.716-2/13 beschuldigd een maoïst te zijn. U verklaarde dat u tijdens de ondervragingen door het leger de namen van twee maoïsten prijs gaf. U werd op 16/03/2062 (30/06/2005) vrijgelaten na bemiddeling door uw broer en een vooraanstaande man uit uw dorp. U werd vrijgelaten onder de voorwaarde dat u zich regelmatig moest gaan aanmelden bij de autoriteiten. U gaf aan dat de huizen van de twee maobadi van wie u de naam had opgegeven werden doorzocht door de autoriteiten. U verklaarde verder dat de maobadi tijdens uw opsluiting bij u thuis waren langs geweest en dat ze u ervan verdachten een informant te zijn van de autoriteiten. Op 17/03/2062 (1/07/2005) ging u naar Bharatpur en trok bij een vriend in. U gaf aan dat u na telefonisch contact met uw moeder vernam dat de maobadi op 28/03/2062 (12/07/2005) bij u thuis waren geweest en een dreigbrief hadden achtergelaten. Toen u dit vernam besloot u op 29/03/2062 (13/07/2005) naar Kathmandu te vertrekken. U verbleef anderhalve maand in Kathmandu. U verklaarde dat op 7/04/2062 (22/07/2005) het leger naar uw huis kwam omdat u zich niet was gaan aanmelden. Er zou uw broer zijn gezegd dat hij u moest uitleveren en indien dit niet zou gebeuren ze u en hem zouden aanpakken; hierop zou uw broer eveneens ondergedoken zijn. U gaf aan dat de maobadi op 17/04/2062 (1/08/2006) opnieuw naar uw ouderlijk huis kwamen en dreigementen uitten. U verliet op 14/05/2062 (30/08/2062) Kathmandu, ging uw vriend oppikken in Chitwan en ging vervolgens naar Delhi. U gaf aan dat u in Delhi verbleef tot 19/09/2005 en toen een vliegtuig nam naar Parijs met behulp van een vervalst Indisch paspoort en vergezeld door een smokkelaar. U vroeg op 21/09/2005 asiel aan in België.” De verzoekende partij betwist deze voorstelling van feiten niet. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen beschikt inzake beslissingen van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen over volheid van rechtsmacht. Dit wil zeggen dat het geschil met alle feitelijke en juridische vragen in zijn geheel aanhangig wordt gemaakt bij de Raad die een onderzoek voert, zonder dat het een aanvullend onderzoek kan zijn en zich uitsluitend op het rechtsplegingdossier baseert, rekening houdend met het verzoekschrift dat de grenzen van het gerechtelijke debat bepaalt. Als administratieve rechter doet zij in laatste aanleg uitspraak over de grond van het geschil (Wetsontwerp tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, Parl. St. Kamer 2005-2006, nr. 2479/001, 95, 96 en 133). Door de devolutieve kracht van het beroep is de Raad niet noodzakelijk gebonden door de motieven waarop de bestreden beslissing is gesteund. 1.
  9. De verzoekende partij voert in een eerste middel de schending van artikel 1 A

(2)van het Internationaal Verdrag van Genève van 28 juli 1951, en aldus van artikel 48/3 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen aan. De bewijslast inzake de gegrondheid van een asielaanvraag rust in beginsel op de asielzoeker zelf. De asielzoeker moet aantonen dat zijn aanvraag tot erkenning is gerechtvaardigd. De kandidaat-vluchteling moet een poging ondernemen het relaas te staven. Hij moet de waarheid vertellen (UNHCR, Guide des procédures et critères à appliquer pour déterminer le statut de réfugié, Genève, 1992, nr. 205). Zijn verklaringen kunnen een voldoende bewijs zijn van zijn hoedanigheid van vluchteling op voorwaarde dat ze mogelijk, geloofwaardig en eerlijk zijn (J. HATHAWAY, The Law of Refugee Status, Butterworths, Toronto-Vancouver, 1991, 84). De afgelegde verklaringen mogen niet in strijd zijn met algemeen bekende feiten. In het relaas mogen geen hiaten, vaagheden, ongerijmde wendingen en tegenstrijdigheden op het niveau van de relevante bijzonderheden voorkomen. Het voordeel van de twijfel kan slechts worden toegestaan als alle elementen werden onderzocht en men overtuigd is van de geloofwaardigheid van de afgelegde verklaringen (UNHCR, o.c., Genève, 1992, nr. 204). 1.1.
  1. De rapporten van internationale mensenrechtenorganisaties en het cedoca-rapport van 24 oktober 2006 waarnaar de verzoekende partij in haar initieel verzoekschrift en haar verzoekschrift tot voortzetting verwijst om de situatie in Nepal te schetsen dateren allen van voor november
  2. De Raad overweegt bij de beoordeling van de XIV-29.716-3/13 asielaanvraag enkel de actuele situatie in Nepal, en deze is sinds november 2006 beduidend verbeterd. Uit publieke bronnen blijkt dat op 18 mei 2006 door het Huis van Afgevaardigden aan de monarchie de uitvoerende macht werd ontnomen. Nepal werd uitgeroepen tot een seculiere staat en het Koninklijke Nepalese leger werd onder de controle van het parlement geplaatst. De Nepalese regering heeft een Onderzoeksraad opgericht, voorgezeten door de voormalige rechter van het Hooggerechtshof Krishna Jung Rayamajhi, om de mensenrechtenschendingen grondig te onderzoeken, alsook het machtsmisbruik en het verduisteren van staatsfondsen door de vorige regering, functionerend onder het regime van koning Gyanendra. Op 21 november 2006 tekenden premier Girija Prasad Koirala en de maoïstenleider Prachanda een als historisch bestempeld akkoord, waarmee de burgeroorlog die meer dan een decennium woedde ten einde kwam. Beide partijen engageren zich om het bestaande staakt-het-vuren om te zetten in een permanente vrede (“Security Council Welcomes 21 November Peace Agreement in Nepal”, 1 december 2006, geraadpleegd op http://www.un.org). Het akkoord voorziet tevens in de vrijlating van alle politieke gevangenen en maakt een einde aan eventuele sancties of represailles van de autoriteiten ten aanzien van leden en sympathisanten van de Maobadi die geen oorlogsmisdaden of ernstige mensenrechtenschendingen hebben begaan (Comprehensive Peace Agreement, para. 5.2 Situation Normalisation Measures, 21 november 2006, geraadpleegd op http://www.reliefweb.int). Verkiezingen worden georganiseerd voor een grondwetgevende vergadering die zal bepalen of Nepal een koninkrijk zal blijven en indien dit het geval blijkt in welke vorm. De maoïsten hebben beloofd zich neer te leggen bij de resultaten van die verkiezingen. De onderhandelaars van de Nepalese overheid en de Maobadi hebben in december 2006 een akkoord bereikt over een overgangsgrondwet die op 15 januari 2007 werd goedgekeurd door het Huis van Afgevaardigden (“Nepal parliament ratifies interim constitution”, 15 januari 2007, geraadpleegd op http://jurist.law.pitt.edu). De maoïsten hebben op 15 januari 2007 eveneens hun zetels in het interim-parlement ingenomen (“Nepal’s ‘day of reconciliation’”, 16 januari 2007, geraadpleegd op http://news.bbc.co.uk) en onder toezicht van de Verenigde Naties hebben de maoïstische rebellen een aanvang gemaakt met de inlevering van hun wapens (REUTERS, 17 januari 2007, geraadpleegd op http:// www.alertnet.org). Op 1 april 2007 traden vijf Maobadi toe tot de regering waarbij ze vijf ministerposten opnamen (http://news.bbc.co.uk/2/hi/south_asia/6515159.stm). De zeven partijen en de Maoïsten, die de samen de heersende coalitie vormen, kwamen recent overeen dat de verkiezingen, die oorspronkelijk plaats zouden vinden in juni 2007, ten laatste voor het einde van november 2007 zullen worden gehouden (http://news.bbc.co.uk/2/hi/south_asia/6706947.stm). De VN heeft een sterke vertegenwoordiging in Nepal (UNMIN), die toeziet op het vredesproces en zal helpen bij de geplande verkiezingen van een Grondwetgevende Vergadering (United Nations Mission in Nepal (UNMIN), http://www.un.org.np/unmin.php, geraadpleegd op 15 juni 2007). Wel zijn er ernstige problemen zijn in de Terai-regio in het Zuiden van Nepal. Bij het aanhoudende geweld zijn er doden en gewonden (EU statement on the situation in the Terai, 6 februari 2007, http://www.ambkathmandu.um.dk/en/menu/TheEmabassy/News/EUstatementonthes ituiationintheterai.htm, geraadpleegd op 11 juni 2007). De gevechten vinden plaats tussen de Maoïsten, het Madhesi People’s Rights Forum (MPRF) en de Janatantrik Terai Mukti Morcha. De Maoïsten beschouwen hen als een bedreiging voor hun invloed in de regio. De MPRF wil de regering onder druk zetten om aan hun vraag naar autonomie en meer politieke rechten voor het Madhesi-volk te voldoen. Parlementsleden uit de Terai bepleiten een betere politieke vertegenwoordiging van de Madhesi, maar er werd nog geen compromis gevonden (Nepalnews, Second amendment in Interim Constitution in the offing, 10-5-07, http://www.nepalnews.com.np/archive/2007/may/may09/news08.php, geraadpleegd op XIV-29.716-4/13 15 juni 2007; Nepalnews, Govt plans to hold talks wit hall agitating groups within mid- May, 8-5-07, http://nepalnews.com.np/ archive/2007/may/may08/news03.php, geraadpleegd op 15 juni 2007). De districten van de Terai die het zwaarst getroffen worden door het geweld zijn Rautahat, Saptari, Siraha, Dhanusha, Sarlahi, Bara, Morang, en Sunsari. (OCHA, NEPAL Reports of Security Incidents: April 1- April 17, 2007, 18-4-07,http://www.reliefweb.int/rw/RWB.NSF/db900SID/JBRN- 72FD6K?OpenDocument&rc =3&emid=EVIU-6AKEJJ, geraadpleegd op 15 juni 2007; Nepalnews, NHRC records 640 cases of human rights abuses in four months, 2-4-07, http://www.nepalnews.com.np/archive/2007/apr/apr02/news11.php, geraadpleegd op 15 juli 2007; Kantipur Online, NHRC report urges govt to implement rule of law, 2-4-07, http://www.kantipuronline.com/kolnews.php?nid=105394, geraadpleegd op 15 juni 2007). Zoals uit voorgaande elementen blijkt is de toestand in Nepal, afgezien van de Terairegio, stabiel. De verzoekende partij is afkomstig van het Gulmi-district, en woonde vanaf 1997-1998 in Bharatpur, in het Chatwan-district. De verzoekende partij woonde dus in de Terai in het Zuiden van Nepal. Zoals uit het bovenstaande blijkt is de veiligheid in het Chitwan-district echter gegarandeerd. 1.1.
  3. Ter zitting legt de verzoekende partij 6 nieuwsberichten van de website www.eKantupur.com neer. Geen enkele van deze documenten is van aard om bovenstaande overwegingen te weerleggen. Het artikel ‘9 killed in Palpa blast’ van 29 mei 2007 handelt over een bomexplosie die vermoedelijk werd veroorzaakt door een bom die tijdens het voorbije decennium van opstanden door de Maobadi in een huis werd geplaatst, en verwijst dus niet naar nieuwe feiten die recent werden gepleegd. ‘Maoist supremo expresses commitment on behalf of YCL’ van 11 mei 2007 vermeldt een ontmoeting tussen Maobadi-leiders Prachanda en Baburam Bhattarai, en minister Krishna Prasad Sitaula. Sitaula zou Prachanda verteld hebben dat als de Young Communist League (YCL) blijft volharden in het geweld, dit een hindernis voor het politieke proces zou zijn. Zij spraken af om op korte termijn een vergadering met de acht partijen te beleggen. Uit dit artikel blijkt de wil van alle partijen om het vredesproces kracht bij te zetten, en hun engagement verder te benadrukken. ‘Maoist violence derailing Nepal peace process: Moriarty’ van 12 juni 2007 verwijst naar een toespraak van Amerikaans Ambassadeur James F. Moriarty. Moriarty die stelt dat de Maobadi falen in hun engagement om een ‘normale’ politieke partij te worden en dit een gevaar voor het vredesproces kan betekenen. Ook de etnische diversiteit bedreigt volgens hem de vrede en de democratie. Verder kondigt hij Amerikaanse investeringen aan om de vrede en democratie in Nepal te ondersteunen. De toespraak van een Amerikaans ambassadeur kan niet als een objectieve bron van informatie beschouwd worden aangezien hij enkel de Amerikaanse regering vertegenwoordigt en haar belangen verdedigt. De inhoud van zijn toespraak moet dan ook gezien worden in het licht van de financiële steun en de houding van de regering van de V.S. ‘YCL will continue actions: Prachanda’ van 9 juni 2007 stelt dat Maobadileider Prachanda de regering ervan beschuldigde de corruptie in stand te houden in plaats van deze aan te pakken. Hij zou gewaarschuwd hebben dat YCL niemand zou sparen als de regering niets aan de corruptie deed. Tegelijk onderstreepte hij het belang van sterke banden tussen de acht partijen. Uit dit artikel blijkt dat Prachanda het geweld mee wil helpen indijken, maar tegelijk waarschuwt voor minderheidsgroepen binnen de Maobadi die in toom moeten gehouden worden. Uit het artikel van 11 mei blijkt overigens duidelijk dat Prachanda resoluut voor de vrede kiest. ‘YCL thrashes UML leader, headmaster’ van 7 juni 2007 handelt over fysieke geweldpleging van leden van de YCL tegenover districtsraadslid Tikaram Dhakal en Ishwori Prasad Bhushal, directeur van de middelbare school van Hoshrangdi. Het gaat over individuele gevallen van geweldpleging, en uit het artikel blijkt ook duidelijk dat dit voorval sterk veroordeeld werd door de machthebbers. ‘Eight-party meet after YCL mends ways, PM tells Maoist top brass’ van 22 mei 2007 handelt over de noodzaak van het stopzetten van de activiteiten van de YCL, maar stelt XIV-29.716-5/13 tegelijkertijd dat de kopstukken van de Maobadi mee onderhandelen met de andere regeringspartijen. De neergelegde artikels weerleggen op geen enkele wijze de hierboven beschreven actuele toestand in Nepal. Hoogstens duiden zij op geïsoleerde incidenten vanwege de YCL, de jongerenvleugel van de Maobadi. Op geen enkele wijze brengt de verzoekende partij concrete elementen aan die wijzen op ernstige incidenten met de YCL. Zij legt enkel artikels voor die melding maken van enkele individuele incidenten en meningen van politici over de YCL, maar brengt er geen concrete bewijzen van aan. De juridische en feitelijke argumenten die de verzoekende partij in het verzoekschrift opwerpt doen geen afbreuk aan het gegeven dat de algemene toestand in Nepal, afgezien van de Terai-regio, grondig gewijzigd is en stabiel is. De VN is in het land aanwezig om de vrede te handhaven en te versterken. De Raad heeft de motieven van de bestreden beslissing die geen betrekking hebben op de actuele situatie in Nepal niet overgenomen waardoor zij niet gehouden is te antwoorden op die (overige) motieven van het verzoekschrift (naar analogie: R.v.St., nr. 128.407, 20 februari 2004) Bovendien brengt de verzoekende partij de volgende originele documenten aan: een geboortecertificaat, een schoolattest, een puntenbriefje van de school en twee brieven. Zij brengt ook een bundel kopies bij met algemene informatie over Nepal. Enkel van het geboortecertificaat en de twee brieven werd een vertaling neergelegd. Bovendien brengt zij een kopie bij van haar citizenshipcard, een kopie van een document over mensenrechtenschendingen door de CPN-M van september 2006, een persbericht van de VN-Commissaris voor de mensenrechten in Nepal van 25 september 2006, een cedoca-document ‘tussen twee vuren in Nepal’ van 13 september 2006, en een cedoca- document ‘Risk Assessment 15c’ van 24 oktober
  4. Deze documenten doen geen afbreuk aan de hierboven beschreven actuele situatie in Nepal. Alle rapporten met betrekking tot de situatie in Nepal dateren immers van voor november
  5. 1.1.
  6. In acht genomen wat voorafgaat kan in hoofde van de verzoekende partij geen vrees voor vervolging in de zin van artikel 48/3 van voormelde wet van 15 december 1980 dat verwijst naar artikel 1, A
(2), van het Verdrag van Genève van 28 juli 1951, in aanmerking worden genomen.
  1. De verzoekende partij vraagt haar de subsidiaire beschermingsstatus toe te kennen. In het licht van voormelde gewijzigde situatie in Nepal brengt zij evenwel geen element aan dat toelaat aan te nemen dat er in haren hoofde een reëel risico op ernstige schade zoals bepaald in artikel 48/4, § 2, van voormelde wet van 15 december 1980 voorhanden is. OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VOOR VREEMDELINGEN- BETWISTINGEN: Artikel 1 De vluchtelingenstatus wordt aan de verzoekende partij geweigerd. Artikel 2 De subsidiaire beschermingsstatus wordt aan de verzoekende partij geweigerd.”;
  2. Over het onderzoek van het beroep. Overwegende dat de verzoekende partij in een enig middel de schending aanvoert van artikel 47 van het handvest van de grondrechten van de Europese Unie, van de principes van Eu-procesrecht, van artikel 6 van het E.V.R.M. in de toepassing van de artikelen 39/2, § 1, en 48/4 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toepassing van het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, doordat, ten tijde van het indienen van de asielaanvraag de Commissaris-generaal voor de XIV-29.716-6/13 vluchtelingen en de staatlozen nog niet de bevoegdheid had om zich uit te spreken over de subsidiaire beschermingsstatus, dat verzoeker in zijn verzoek tot voortzetting conform artikel 235, § 2, van de wet van 15 september 2006 de aanvraag uitbreidde tot het nieuwe criterium geformuleerd in artikel 48/4 van de Vreemdelingenwet, dat de Commissaris-generaal een nota indiende bij de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen op 18 april 2007 stellende dat de asielaanvraag van verzoeker dient afgewezen te worden, evenals het verzoek om te kunnen genieten van de subsidiaire status, dat hieruit moet blijken dat de Commissaris- generaal de toepassing van de nieuwe status op de actuele situatie in Nepal niet heeft onderzocht, dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de afwezigheid van onderzoek hierover vanwege het Commissariaat-generaal heeft vastgesteld, doch zich integraal heeft bevoegd geacht om een onderzoek te voeren naar de toepassing van artikel 48/4 van de Vreemdelingenwet op de huidige situatie in Nepal en het gevaar hiervan voor verzoeker; dat het bestreden arrest uitgebreid ingaat op de situatie in Nepal, en meer bepaald op de situatie in de Terai regio, en een hoeveelheid aan bronnen aanhaalt waarvan voor de eerste keer in het arrest sprake is, dat al deze documenten en bronnen waarnaar verwezen wordt niet onderworpen werden aan een tegensprekelijk debat en slechts ter kennis kwamen van verzoeker bij kennisname van het arrest; dat de verzoekende partij derhalve nooit recht heeft gehad op een volledig en tegensprekelijk onderzoek inzake de subsidiaire beschermingsstatus voor het Commissariaat-generaal noch voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; dat naar luid van artikel 39/2 van de Vreemdelingenwet, de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, indien zij vaststelt dat essentiële elementen ontbreken die inhouden dat de Raad niet kan komen tot de in 1/ bedoelde bevestiging of hervorming zonder aanvullende onderzoeksmaatregelen hiertoe te moeten bevelen, de zaak aldus had moeten terugsturen naar het Commissariaat-generaal; Overwegende dat de verwerende partij antwoordt dat artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie stelt dat eenieder recht heeft op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld, dat eenieder de mogelijkheid heeft zich te laten adviseren, verdedigen en vertegenwoordigen, dat aan die waarborgen is voldaan, dat niet aangetoond is dat een van deze waarborgen geschonden zou zijn, dat artikel 6 van het E.V.R.M. niet van toepassing is op geschillen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf en de verwijdering van vreemdelingen, dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen over volheid van rechtsmacht beschikt, zodat het geschil in zijn geheel aanhangig wordt gemaakt, dat in de nota van het Commissariaat-generaal uitvoerig ingegaan wordt op de actuele situatie in Nepal, waarbij uitdrukkelijk verwezen werd naar een antwoorddocument van CEDOCA van februari 2007 dat aan deze nota werd XIV-29.716-7/13 toegevoegd, dat verzoeker de mogelijkheid had om ter terechtzitting te antwoorden op deze nota en zijn standpunt omtrent de actuele situatie in zijn land kenbaar te maken en toe te lichten, dat uit het arrest blijkt dat de verzoekende partij voor de Raad effectief feiten en argumenten heeft aangebracht aangaande de huidige situatie in Nepal, dat omtrent dit punt wel degelijk een tegensprekelijk debat heeft plaatsgevonden, dat gelet op het feit dat verzoeker ter zitting geconfronteerd werd met algemeen gekende situatie over de gewijzigde actuele situatie, er van hem kon worden verwacht dat hij voldoende concrete elementen aanhaalt waaruit blijkt dat de door hem aangehaalde vrees nog steeds actueel is, dat, niettegenstaande de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (hierna: RVV) geen onderzoeksbevoegdheid heeft en derhalve geen onderzoeksdaden kan stellen, de Raad de mogelijkheid heeft om te toetsen aan algemeen bekende bronnen, zoals publieke informatie, dat bijgevolg de Raad zich kan steunen op alle elementen van het dossier en op publieke informatiebronnen zoals internet, persartikels en gepubliceerde mensenrechtenrapporten om een oordeel te kunnen vellen over de actuele situatie, dat het raadplegen van voor iedereen toegankelijke bronnen bezwaarlijk kan worden aanzien als een onderzoeksdaad; Overwegende dat de verzoekende partij repliceert dat de verwerende partij niet ontkent dat de vraag of de subsidiaire status dient toegekend te worden aan verzoeker nooit ten gronde werd onderzocht door de verwerende partij, dat zij hier slechts in haar nota bij de RVV standpunt innam, dat pas aan verzoeker werd medegedeeld veertien dagen voor de terechtzitting, dat zij in het bestreden arrest wordt geconfronteerd met een hele reeks bronnen waarmee hij tijdens de procedure nooit werd geconfronteerd, bovenop de nota van het CGVS, dat de RVV aldus een onderzoek heeft verricht naar de feiten die zich op het moment van de uitspraak voordeden in Nepal, dat de procedure aldus niet tegensprekelijk is gevoerd, dat verzoeker slechts mondeling kon repliceren op de stukken die de verzoekende partij heeft neergelegd ter terechtzitting, en dat, waar de verwerende partij stelt dat de RVV zich kan steunen op internetbronnen, persartikels en gepubliceerde mensenrechtenrapporten, zij zelf toegeeft dat dit niets anders is dan het voeren van een aanvullend onderzoek, dat derhalve de verzoekende partij geen recht heeft gehad op een aanvullend onderzoek; Overwegende dat de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen in zijn beslissing van 5 september 2006 geen rekening diende te houden met de algemene situatie in Nepal, nu de bepalingen aangaande de subsidiaire beschermingsstatus slechts in werking traden op 10 oktober 2006; dat de mogelijkheid om het verzoekschrift bij de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen aan te vullen, de mogelijkheid bood elementen aan te brengen met betrekking tot subsidiaire beschermingsstatus; dat de Commissaris-generaal dan ook pas in zijn nota elementen kon bijbrengen met betrekking tot XIV-29.716-8/13 de subsidiaire bescherming; dat deze elementen onderworpen waren aan de debatten en dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen gemachtigd was daarvan kennis te nemen; Overwegende dat verzoeker ter gelegenheid van het verzoek tot voortzetting een “antwoorddocument” van CEDOCA aanbracht, waarin verwezen wordt naar de volgende internet-bronnen: - www.alertnet.org/printable.htm?URL/db/crisisprofiles/NE_INS.htm&v=in_detail - www.nepalnews.com - www.kantipuronline.com/kolnews.php?&nid=89174 - www.un.org.np/agencyprofile/profile.php?AgencyID=63 - www.inseconline.org/hrvdata.php - www.un.org.np - http://web.amnesty.org/library/Index/ENGASA310222006?open&of=ENG-NPL - http://hrw.org/english/docs/2006/03/28/nepal13078_txt.htm - http://hrw.org/english/docs/2006/05/04/nepal13313.htm - http://hrw.org/english/docs/2006/11/02/nepal.14398.htm - www.crisisgroup.org/home/index.cf?id=1265&1=1 -www.internal-displacement.org/idmc/website/countries.nsf/(httpCountries)/E545F30B56 18B71D802570A7004BD25C?OpenDoculebt&count=1000 - www.un.org.np ; dat bij het indienen van de nota, verweerder op zijn beurt een recenter “antwoorddocument”van CEDOCA produceerde, met verwijzing naar de volgende internet- bronnen: - http://news.bbc.co.uk/2/HI/south_asia/4224855.stm - www.alertnet.org/printable.htm?URL=db - www.kantipuronline.com/kolnews.php?&nid=72655 - www.nepalnews.com/archive/2006/oct/oct19/news14.php - www.nepalnews.com/archive/2006/2006/sep/sep20/news03.php - www.nepalnews.com/archive/2006/may/may04/news13.php - http://news.bbc.co.uk/2/hi/south_asia/6032109.stm - http://news.bbc.co.uk/2/hi/south_asia/6036131.stm - http://news.bbc.co.uk/2/hi/south_asia/6053208.stm - www.reliefweb.int/rw/RWB.NSF/db900SID/VBOL-6VSHK8?OpenDocument - http://news.bbc.co.uk/2/hi/south_asia/671586.stm - www.kantipuronline.com/kolnews.php?&nid=92143 XIV-29.716-9/13 - www.nepalnews.com/archive/2006/nov/nov21/news12.php - www.nepalnews.com/archive/2007/jan/jan24/news02.php - http://news.bbc.co.uk/2/hi/south_asia/6265849.stm - http://news.bbc.co.uk/2/hi/south_asia/6266575.stm - www.nepalnews.com/archive/2007/jan/jan15/news15.php - www.nepalnews.com/archive/2007/jan/jan15/news17.php - www.kantipuronline.com/kolnews.php?&nid=92139 - www.kantipuronline.com/kolnews.php?&nid=101046 - www.nepalnews.com/archive/2007/feb/feb18/news09.php - www.crisisgroup.org/home/index.cfm?1=1&id=4577 - www.un.org.np - www.un.org.np/agencyprofile/profile.php?agencyID=63 - www.nepalnews.com/archive/2006/oct/oct19/news14.php - www.inseconline.org/hrvdata.php - www.un.org.np/reports/maps/OCHA/2006/2006-11-14-NEPAL-Incidents-Maps-oct30- nov13.pdf - www.un.org.np/reports/maps/OCHA/2006/2006-12-07-NEPAL-Incidents-Maps-14NOV- 5DEC06.pdf - www.un.org.np/reports/maps/OCHA/2007/2007-01-11-NEPAL-Reported-Security- Incidents-Dec-21-06-Jan-10-06.pdf - www.un.org.np/reports/maps/OCHA/2007/2007-01-11-NEPAL-Reported-Security- Incidents-11-23jan07.pdf - www.nepalnews.com/archive/2007/jan/jan12/news17.php - www.nepalnews.com/archive/2007/others/feature/jan/news_feature01.php - www.nepalnews.com/archive/2006/dec/dec22:news09.php - www.nepalnews.com/archive/2007/jan/jan20/news07.php - www.nepalnews.com/archive/2007/jan/jan12/news10.php - www.nepalnews.com/archive/2007/jan/jan03/news12.php - http://news.bbc.co.uk/2/hi/south_asia/6353363.stm - www.nepalnews.com/archive/2007/feb/feb13/news09.php - www.nepalnews.com/archive/2007/feb/feb09/news01.php - www.nepalnews.com/archive/2007/feb/feb08/news10.php - http://news.bbc.co.uk/2/hi/south_asia/6353363.stm - www.nepalnews.com/archive/2007/feb/feb12/new05.php - web.amnesty.org/library/Index/ENGASA310012007?open&of=ENG-NPL - www.nepalnews.com/archive/2007/feb/feb16/news08.php - www.nepalnews.com/archive/2007/feb/feb13/news09.php - www.kantipuronline.com/kolnews.php?&nid=101042 XIV-29.716-10/13 - www.nepalnews.com/archive/2007/feb/feb09/news01.php - www.un.org.np/reports/maps/OCHA/2007/2007-01-24-NEPAL-Reported-Security- Incidents-11-23jan07.pdf - www.un.org.np/reports/maps/OCHA/2007/2007-02-20-NEPAL-Bogs%20Maps-jan07.pdf - www.nepalnews.com/archive/2007/feb/feb02/news07.php ; dat de bestreden beslissing vervolgens de volgende internet-bronnen vermeldt: - www.un.org - www.reliefweb.int - http://jurist.law.pitt.edu - http://news.co.bbc.uk - www.alertnet.org - http://news.bbc.co.uk/2/hi/south_asia/6515159.stm - http://news.bbc.co.uk/2/hi/south_asia/6706947.stm - www.un.org.np/unmin.php - www.ambkathmandu.um.dk/en/menu/TheEmabassy/News/EUstatementonthesituationint heterai.htm - www.nepalnews.com/archive/2007/may/may09/news08.php - www.nepalnews.com/archive/2007/may/may08/news03.php - www.reliefweb.int/rw/RWB.NSF/db900SID/JBRN-72FD6K?OpenDocument&rc =3&mid=EVIU-6AKEJJ - www.nepalnews.com/archive/2007/apr/apr02/news11.php - www.kantipuronline.com/kolnews.php?&nid=105394 ; dat tenslotte in de beslissing de door verzoeker ter terechtzitting aangevoerde bron www.eKantupur.com wordt besproken; Overwegende dat uit het bovenstaande blijkt dat de situatie in de Terai regio onderworpen werd aan de debatten ter terechtzitting; dat in het bestreden arrest wordt onderkend dat deze regio niet stabiel is, doch dat het Chitwan of Chatwan district echter stabiel is; dat gelet op de specificiteit van het debat en de klaarblijkelijke veranderlijke aard van de Nepalese situatie, de actuele situatie niet zonder meer als van algemene bekendheid kan worden beschouwd; dat het loutere feit dat op het internet informatie te vinden is over de situatie in Nepal deze informatie evenmin het karakter geeft van algemene bekendheid, XIV-29.716-11/13 te meer daar de inhoud van deze informatie van veranderlijke aard blijkt, en er een debat over kan worden gevoerd; Overwegende dat naast het vermelden van een aantal algemene websites, waarvan specifieke pagina’s door de partijen werden aangebracht, de bestreden beslissing zich ter beoordeling van de actuele situatie in de regio steunt op een aantal bronnen welke niet door partijen werden aangebracht, en die zich evenmin in het administratief dossier bevinden; dat het meer bepaald om de volgende webpagina’s gaat: http://news.bbc.co.uk/2/hi/south_asia/6515159.stm , http://news.bbc.co.uk/2/hi/south_asia/6706947.stm, www.un.org.np/unmin.php, www.ambkathmandu.um.dk/en/menu/TheEmabassy/News/EUstatementonthesituationint heterai.htm, www.nepalnews.com/archive/2007/may /may 09/news08.php, www.nepalnews.com/archive/2007/may/may08/news03.php, www.reliefweb.int/rw/RWB.NSF/db900SID/JBRN-72FD6K?OpenDocument&rc =3&mid=EVIU-6AKEJJ, www.nepalnews.com/archive/2007/apr/apr02/news11.php, en - www.kantipuronline.com/kolnews.php?&nid=105394; Overwegende dat de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen en daarna de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen sedert de wet van 15 september 2006, wat betreft de aanhangige zaken waarvoor op 1 december 2006 nog geen rechtsdag was bepaald, in zijn beoordelingsbevoegdheid is beperkt door het rechtsplegingsdossier en dus geen eigen onderzoeksbevoegdheid (meer) heeft, en zodoende geen onderzoeksdaden kan stellen; dat, wanneer de feitelijke toestand in die mate zou zijn gewijzigd dat de het arrest van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen daardoor zou worden beïnvloed - wat overigens niet het geval blijkt - , zij zich daarbij slechts kan steunen op de gegevens die door de partijen zijn verstrekt; dat, wanneer die gegevens uit het rechtsplegingsdossier niet volstaan, de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen kan vernietigen en terugsturen naar de commissaris-generaal; dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen aldus zijn in artikel 39/2, §2, van de Vreemdelingenwet vastgelegde bevoegdheid heeft overschreden; dat het middel gegrond is, XIV-29.716-12/13 BESLUIT: Artikel
  3. Verbroken wordt het arrest nr. 803 van 17 juli 2007 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, houdende weigering van de vluchtelingenstatus en het subsidiair beschermingsstatuut. Artikel
  4. Dit arrest zal in de registers van voormelde Raad worden overgeschreven, en melding ervan zal worden gemaakt op de kant van het verbroken arrest. Artikel
  5. De zaak wordt verwezen naar een anders samengestelde kamer van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Artikel
  6. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig juni tweeduizend en acht, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-29.716-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.648 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.