← België

Arrest 184664 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 25/06/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.664 Rolnummer: A. 184428/XIV-29605 Zaak: Arrest 184664 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 25/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-25 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-29 08:17 Fiche Arrest nr 184.664 van 25 juni 2008 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 184.664 van 25 juni 2008 in de zaak A. 184.428/XIV-29.

  1. In zake : XXX, alias XXX, die woonplaats kiest bij advocaat J. DE LIEN, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Broederminstraat 38 tegen : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Russische nationaliteit, op 19 juli 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 358 van 22 juni 2007 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de beschikking nr. 1076 van 7 augustus 2007 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gelet op artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN, op grond van artikel 16 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 20 december 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 februari 2008; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; XIV-29.605-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat J. DE LIEN, die verschijnt voor de verzoekende partij en van attaché G. HABETS, die verschijnt voor de commissaris- generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat de verzoekende partij een enig middel aanvoert, dat luidt als volgt: “Schending van art. 162 van de Wet tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Schending van art. 39/65 van de Vreemdeling- enwet. Art. 39/65 luidt als volgt: ‘Art. 39/
  3. De uitspraken van de Raad zijn met redenen omkleed. Ze worden ondertekend door de voorzitter en een lid van de griffie. Een tussen- of een einduitspraak wordt aan de partijen ter kennis gebracht volgens de modaliteiten bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. bit koninklijk besluit kan eveneens de gevallen bepalen waarin kan worden volstaan met een kennisgeving aan de in het geding zijnde administratieve overheden van het dispositief en het voorwerp, alsook de vorm waarin en de voorwaarden waaronder deze beperkte kennisgeving geschiedt en de wijze waarop deze uitspraken voor deze partij in hun totaalversie toegankelijk zijn. De uitspraken van de Raad zijn toegankelijk voor het publiek in de gevallen, in de vorm en onder de voorwaarden bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. De Raad zorgt voor de publicatie ervan in de gevallen, in de vorm en onder de voorwaarden bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.’. Elke beslissing van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen dient derhalve ondertekend te worden door de voorzitter en een lid van de griffie. Echter de bestreden beslissing werd ondertekend door de voorzitter en een "secretaris". De griffie van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen wordt geregeld in art. 39/4 zoals ingevoerd door art. 83 van de Wet tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. ‘Art. 39/
  4. De Raad bestaat uit tweeëndertig leden, zijnde een eerste voorzitter, een voorzitter, vier kamervoorzitters en zesentwintig rechters in vreemdelingenzaken. In de Raad is er een griffie die wordt gehouden door een hoofdgriffier die wordt bijgestaan door acht griffiers. Bij de Raad is er een beheerder en administratief personeel.’ De wet stelt geenszins dat de beslissing kan worden ondertekend door de “secretaris", een functie die allicht verwijst naar het KB inzake de procedure bij de Vaste Beroepscommissie voor Vluchtelingen maar geenszins mag verward worden met een lid van de griffie zoals vermeld in art. 39/65 van de Vreemdelingenwet. Dat er geen enkel wetsartikel voorhanden is dat aanduidt dat een vroegere secretaris bij de Vaste Beroepscommissie een lid van de griffie uitmaakt. Daar de ondertekening van een beslissing van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in elk geval de openbare orde raakt dient de beslissing gecasseerd te worden.”; XIV-29.605-2/5
  5. Overwegende dat de verwerende partij in de memorie van antwoord het volgende stelt: “Verzoekers werpen een schending op van artikel 39/65 van de Vreemdelingenwet op waarin ondermeer wordt gesteld dat de uitspraken van de Raad met redenen zijn omkleed. Ze worden ondertekend door de voorzitter en een lid van de griffie. Verzoekers merken op dat de bestreden beslissing werden ondertekend door de voorzitter en een "secretaris". Verzoekers stellen dat de wet geenszins stelt dat de beslissingen kunnen worden ondertekend door de "secretaris", een functie die allicht verwijst naar het KB inzake de procedure bij de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen maar geenszins mag verward worden met een lid van de griffie zoals vermeld in artikel 39/65 van de Vreemdelingenwet. Verweerder antwoordt en merkt vooreerst op dat het ondertekenen van het arrest door de voorzitter en door een lid van de griffie een vormvereiste is die niet op straffe van nietigheid is voorgeschreven in de wet; er is geen enkele sanctie voorzien in de wet op het niet naleven van deze vormvereiste. Verweerder benadrukt verder dat verzoekers volkomen nalaten om uit te werken hoe zij zouden benadeeld worden door het feit dat er "secretaris" staat daar waar het eigenlijk "griffier" had moeten zijn; verweerder ziet ook in het geheel niet in op welke wijze verzoekers hierdoor benadeeld zouden kunnen zijn. De motieven van de bestreden beslissingen blijven bijgevolg onverminderd standhouden.”;
  6. Overwegende dat de verzoekende partij in de memorie van wederantwoord het volgende toevoegt: “(...) Dat verwerende partij in haar memorie van de wederantwoord zich beperkt door te stellen dat er geen sanctie zou voorzien in art. 39/65 van de Vreemdelingenwet. Dat zij evenwel uit het oog verliest dat deze bepaling de openbare orde aanbelangt. Dat in de redenering van verwerende partij de arresten van de Raad voor Vreemdelingen- betwistingen niet eens getekend moeten worden door de voorzitter en zelfs niet met redenen moeten worden omkleed gezien het artikel geen sanctie bepaalt. De redenering van verwerende partij kan dan ook onmogelijk gevolgd worden. Het is duidelijk de wil van de wetgever geweest dat bij de beoordeling door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de voorzitter dient te worden bijgestaan door een griffier. Het gebrek aan de juiste vermelding dat de griffier de voorzitter heeft bijgestaan, met name het feit dat het arrest werd ondertekend door een secretaris maakt dat onmogelijk kan afgeleid worden of de voorzitter nu al dan niet werd bijgestaan dooreen griffier. Gezien dit middel de openbare orde aanbelangt is verzoekster conform de vaste rechtspraak van de Raad van State geenszins gehouden tot het aantonen van een belang bij inroepen van het middel. Dat de memorie van antwoord van verwerende partij op dit punt dan ook volkomen zinloos is.”;
  7. Overwegende dat artikel 39/65 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, het volgende bepaalt: “De uitspraken van de Raad zijn met redenen omkleed. Ze worden ondertekend door de voorzitter en een lid van de griffie. (...)”; XIV-29.605-3/5 Overwegende dat op 9 oktober 2007 door het auditoraat een brief werd gericht aan de eerste Voorzitter van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen waarin deze werd gevraagd te “bevestigen of mevrouw XXX op 22 juni 2007 secretaris, dan wel een lid van (...) (de) griffie was”, en “in het laatste geval (...) de nodige stukken waaruit dit blijkt” over te maken aan het auditoraat; dat de hoofdgriffier van de Raad voor Vreemdelingenbe- twistingen op 15 oktober 2007 schriftelijk het volgende stelt: “Als bijlage zend ik u het proces-verbaal van eedaflegging als toegevoegd griffier waaruit blijkt dat mevrouw XXX op 11 juni 2007 de eed heeft afgelegd als toegevoegd griffier in handen van de eerste voorzitter”; Overwegende dat aldus blijkt dat XXX toegevoegd griffier was, doch ingevolge een zuiver materiële vergissing in het bestreden arrest als secretaris wordt vermeld; dat deze materiële vergissing de wettigheid van het bestreden arrest niet vermag aan te tasten; dat de verzoekende partij ter terechtzitting volhardt doch de vaststellingen uit het auditoraatsverslag niet weerlegt; dat het enige middel ongegrond is; Overwegende dat er grond is om toepassing te maken van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; dat het cassatieberoep wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
  8. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  9. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. XIV-29.605-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwin- tig juni tweeduizend en acht, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. XIV-29.605-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.664 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.