← België

Arrest 184776 - Milieuvergunningen - 26/06/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.776 Rolnummer: A. 187103/VII-37144 Zaak: Arrest 184776 - Milieuvergunningen - 26/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-11 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 08:18 Fiche Arrest nr 184.776 van 26 juni 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 184.776 van 26 juni 2008 in de zaak A. 187.103/VII-37.

  1. In zake :
  2. Hilde VANDERHAEGHE,
  3. Yves DUPONT,
  4. Willy GRAF,
  5. Paulus DECAPMAKER, die woonplaats kiezen bij advocaten X. D'HULST en F. SOETAERT, kantoor houdende te KORTRIJK, Doorniksewijk 66 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaten F. VINCKE en G. MARTYN, kantoor houdende te AVELGEM, Doorniksesteenweg
  6. tussenkomende partij : de NV AQUAFIN, die woonplaats kiest bij advocaten I. COOREMAN en B. ASSCHERICKX, kantoor houdende te BRUSSEL, Ninoofsesteenweg
  7. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Hilde VANDERHAEGHE, Yves DUPONT, Willy GRAF en Paulus DECAPMAKER op 15 februari 2008 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur van 18 december 2007 waarbij het beroep dat door onder meer de verzoekende partijen werd ingediend tegen de beslissing van de deputatie van de provincie West- Vlaanderen van 10 mei 2007 houdende het verlenen van een milieuvergunning aan de NV AQUAFIN voor het exploiteren van een rioolwaterzuiveringsinstallatie gelegen aan de Dadizeelsestraat te Moorslede ongegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd; Gezien de nota van de verwerende partij; VII-37.144-1/9 Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 8 mei 2008 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 5 juni 2008; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. DEWEIRDT die, loco advocaten X. D'HULST en F. SOETAERT verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat F. VINCKE, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat I. COOREMAN, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  8. De rechtspleging Met een verzoekschrift van 10 maart 2008 vraagt de NV AQUAFIN, begunstigde van de milieuvergunning, om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Dit verzoek kan worden ingewilligd.
  9. De feiten 2.
  10. De verzoekende partijen wonen in de nabije omgeving van een door de NV AQUAFIN aan de Dadizeelsestraat te Moorslede gepland rioolwaterzui- veringsstation. Het perceel waarop de installatie wordt gepland, ligt volgens het gewestplan Roeselare-Tielt in een gebied voor "gemeenschapsvoorzieningen en openbare nuts-voorzieningen". VII-37.144-2/9 2.
  11. Een eerste milieuaanvraag voor dat rioolwaterzuiveringsstation dateert van 15 februari
  12. Zij wordt in eerste aanleg door de deputatie van de provincie West-Vlaanderen geweigerd maar in beroep toegekend door de Vlaamse regering. Tegen deze beslissing wordt onder meer door enkele van de huidige verzoekende partijen een schorsings- en een annulatieberoep aangetekend bij de Raad van State die de schorsing beveelt van de tenuitvoerlegging van deze beslissing bij arrest nr. 103.898 van 21 februari 2002 en de vergunningsbeslissing vervolgens vernietigt bij arrest nr. 152.378 van 8 december
  13. 2.
  14. Op 3 januari 2007 dient de tussenkomende partij een nieuwe milieuvergunningsaanvraag in. De geplande rioolwaterzuiveringsinstallatie bestaat uit een influentgemaal, een mechanische zuivering (fijnrooster), een beluchtingsbek- ken van het type oxidatiesloot en een nabezinkbekken. Het slib wordt via de nabezinking, het slibrecirculatiegemaal en de slibindikker naar een slibbuffer gepompt, waar het tijdelijk wordt opgeslagen vooraleer het wordt afgevoerd voor verdere verwerking. Het effluent wordt geloosd in de Passendalebeek. 2.
  15. Tijdens het openbaar onderzoek worden 36 schriftelijke en mondelinge bezwaren en opmerkingen ingediend. De bezwaren hebben inzonder- heid betrekking op de ongunstige ligging van het ontworpen station, geur- en geluidshinder, de overstroming van de omliggende percelen, het niet thuishoren van de opslag van chemicaliën in een woonzone en een landbouwgebied, de overdimen- sionering van de opslagcapaciteit voor slib, verkeersonveiligheid, een misleidende omschrijving op het inplantingsplan en op de foto's, en de waardevermindering van de omliggende onroerende goederen. 2.
  16. Op 10 mei 2007 verleent de deputatie van de provincie West-Vlaanderen de gevraagde milieuvergunning. Op 11 mei 2007 verleent de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar de stedenbouwkundige vergunning voor dit project. 2.
  17. Op 4 juli 2007 dienen de verzoekende partijen, samen met anderen, een administratief beroep in bij de Vlaamse regering. Daarin betogen zij onder meer dat de recente wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (hierna : Vlarem I) niet tot gevolg heeft dat een rioolwaterzuive- ringsstation geen inrichting meer zou zijn voor de verwerking van afvalstoffen. Zij VII-37.144-3/9 stellen verder te vrezen voor een verstoring van hun woonklimaat door geluids- en geurhinder ten gevolge van de exploitatie. Gelet op het voorwerp van de vergun- ningsaanvraag lijken de opgelegde maatregelen onvoldoende om de hinder van de exploitatie te beperken. De installatie wordt ingeplant naast een woongebied met landelijk karakter en aan weerszijden van het perceel bevinden zich meerdere woningen. De meest nabij gelegen woningen bevinden zich onmiddellijk naast het bedrijfsperceel en op een dertigtal meter van de eigenlijke installatie. Er bevinden zich een vijfentwintigtal woningen binnen een straal van 100 meter rond de inrichting. Op 125 meter van de bovenste grens van de inrichting ligt een landschap- pelijk waardevol agrarisch gebied. 2.
  18. De afdeling Milieuvergunningen brengt een gunstig advies uit. Zij wijst er op dat door het besluit van de Vlaamse regering van 22 september 2006 tot wijziging met betrekking tot afvalwaterzuiveringsinstallaties van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, het besluit van de Vlaamse regering van 5 maart 1996 betreffende de bodemsanering en het besluit van de Vlaamse regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorko- ming en -beheer (hierna : besluit van de Vlaamse regering van 22 september 2006) een rioolwaterzuiveringsinstallatie alleen nog valt onder rubriek 3.6 van de indelingslijst van Vlarem I en niet langer onder rubriek 2 (afvalstoffen) van die indelingslijst zodat ook artikel 5.2.1.
  19. van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II) er niet langer op van toepassing is, dat de toegangsweg nu aan de Dadizeelsestraat is gelegen, dat de huidige exploitatie achteraan het perceel wordt ingeplant, en dus verder van de woningen dan in de vorige aanvraag, dat in vergelijking met de vorige aanvraag de nabijgelegen woningen verder van de installaties zijn gelegen, dat verschillende bijkomende maatregelen zijn genomen ter vermindering van de geluidshinder, dat met name alle kritieke procesonderdelen zo ver mogelijk van de woningen worden ingeplant, dat de bekkens waar opspattend of vallend water kan voorkomen, worden overkapt, dat het fijnrooster van het geluidsarme type is, dat de mixers, beluchters en dompelpompen zijn ondergedom- peld en bijgevolg geluidsarm zijn, dat de beluchter daarenboven overkapt is, dat de hydrofoorgroep en de pompen voor het verpompen van het ingedikt slib naar de buffer binnen zijn opgesteld, dat voorts uit de door de exploitant zelf uitgevoerde geluidsstudie blijkt dat het geluidsdrukniveau van de installatie, zoals ze nu wordt gepland, ter hoogte van de dichtstbijzijnde woningen ongeveer 35dB (A) zal VII-37.144-4/9 bedragen terwijl in de vorige, door een externe expert uitgevoerde geluidsstudie, als maximaal toelaatbare grenswaarde 40 dB (A) werd vooropgesteld, dat het, ter controle van de door de NV AQUAFIN uitgevoerde geluidsstudie, aangewezen is binnen een termijn van drie maanden na de ingebruikstelling van de installatie een geluidsstudie te laten uitvoeren, dat, wat de geurhinder betreft, in het kader van de vorige aanvraag door een erkende deskundige een berekening van de geurhinder werd uitgevoerd, dat deze deskundige concludeerde dat de stelling dat ter hoogte van de woonhuizen mogelijke geurhinder zou optreden sterk moet worden genuanceerd omwille van het feit dat de modellen onbetrouwbaar worden naarmate de emissie en de eruit voortvloeiende afstanden verkleinen en dat de emissie die werd berekend erg laag is, dat er in die studie verder ook een mogelijk reductiesce- nario werd voorgesteld door het overdekken van de beluchtingstank met een bijkomende aansluiting op de luchtzuiveringsinstallatie, dat in de nieuwe aanvraag de installaties op een grotere afstand van de woningen worden ingeplant en de lucht boven het overdekte beluchtingsbekken, de influentpompput, de influentgoot, de slibindikker en de slibbuffer dient te worden afgezogen en behandeld in de biofilter, dat de meest kritische onderdelen het verst van de woningen worden ingeplant, dat er rond de inrichting een groenscherm wordt voorzien, dat, wat de watertoets betreft, wordt voorzien dat de exploitant moet rekening houden met de opmerkingen van de bevoegde waterloopbeheerder, zoals geformuleerd in zijn advies van 20 februari 2007 en dat dan, zoals geadviseerd, geen schadelijke effecten te verwachten zijn, dat de bijkomende hinder door het transport van en naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie beperkt zal zijn daar, buiten het normale vervoer van de onderhoudsploegen van de NV AQUAFIN, het station pas om de twee weken zal worden bezocht door tankwagens voor het afhalen van het vloeibaar slib en door een vrachtwagen voor het weghalen van het roostergoed. 2.
  20. Na de aanvrager te hebben gehoord, verleent de Gewestelijke Milieuvergunningscommissie op 17 september 2007 een gunstig advies. Zij neemt daarbij het advies van de afdeling Milieuvergunningen integraal over en voegt er nog aan toe dat de bijkomende maatregelen die worden voorzien (onder andere overkapping en afzuiging van de lucht boven het gehele beluchtingsbekken) strenger zijn dan de aanpak die voor andere rioolwaterzuiveringsinstallaties worden gehanteerd en dat de opslag van gevaarlijke stoffen, zoals die wordt aangevraagd in het dossier, conform is aan de bepalingen van hoofdstuk 5.17 van Vlarem II. VII-37.144-5/9 2.
  21. Bij besluit van 18 december 2007 verklaart de minister het administratief beroep ongegrond. De beroepen beslissing wordt bevestigd. Het besluit neemt de motivering van het advies van de Gewestelijke Milieuvergunnings- commissie woordelijk over. Dit is het bestreden besluit.
  22. De beoordeling 3.
  23. Luidens artikel 17, § 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerleg- ging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de akte of het reglement een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel kan berokkenen. 3.2.
  24. Met betrekking tot het moeilijk te herstellen ernstig nadeel zetten de verzoekende partijen het volgende uiteen : "(...) De voorziene rioolwaterzuiveringsinstallatie is gelegen in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen en paalt aan woongebied met landelijk karakter en aan agrarisch gebied. De locatie is op heden nog een mooi en rustig open gebied (...) en maakt deel uit van een veel grotere open ruimte nabij een landelijk woongebied. Het is duidelijk dat de bouw en exploitatie van deze inrichting visuele hinder zal veroorzaken en het open landschap verstoord zal worden voor verzoekers. Verder wonen derde en vierde verzoeker aan de toegangsweg van de rwzi en zullen zij geconfronteerd worden met een verhoogde trafiek aan hun woning van vrachtwagens die de inrichting zullen op- en afrijden. De rioolwaterzuiveringsinstallatie wordt immers gepland op een afstand van (...) enkele meters van de woonplaatsen van verzoekers. Verder vrezen verzoekers op dergelijke korte afstand ernstige hinder van de exploitatie te zullen ondervinden. Als concrete hinderaspecten halen verzoekers aan: de aanwezigheid van pathogene kiemen in het afvalwater en de versprei- ding ervan via de lucht, de mogelijke verspreiding van onbehandeld stedelijk afvalwater bij overstromingen (de kans op overstromingen zou in belangrijke mate toenemen door de aanleg van de vergunde inrichting), ernstige geurhin- der, geluidsoverlast en de risico's die verbonden zijn met de opslag en het gebruik van grote hoeveelheden chemicaliën. Bovendien wordt pas nadat de installatie in werking zal zijn getreden, (...) nagegaan of de inrichting voldoet aan de geldende geluidsnormen. Gelet op die uiterst kleine afstand, en de aard van de inrichting, is geen lang betoog nodig om te stellen dat in redelijkheid moeilijk betwist kan worden dat de geplande installatie de leefkwaliteit van de verzoekende partijen op zeer ernstige en nadelige wijze dreigt te beïnvloeden, ongeacht de opgelegde bijzondere uitbatingsvoorwaarden; VII-37.144-6/9 Dit nadeel is van die aard dat het door een later tussen te komen vernietiging niet meer op adequate wijze kan worden hersteld. Dat het immers al te zeer de vraag is of, eenmaal de rioolwaterzuiveringsinstallatie, waarmee een zeer grote investering gepaard gaat, in werking is getreden, de exploitatie ervan zal worden stopgezet, zo deze geluids- en geurhinder aan de omwonenden veroorzaakt. Vermits de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit aldus onvermijdbare hinder zal veroorzaken, zal aldus de rust, veiligheid en gezondheid van de omwonende, in casu verzoekers, ernstig en onherstelbaar verstoord worden. Het moeilijk te herstellen nadeel werd ook reeds aanvaard bij arrest van de Raad van State nr. 103.898 van 21 februari
  25. (...)". 3.2.2 De visuele hinder is het gevolg van de op te richten constructies en vloeit niet rechtstreeks voort uit de exploitatie. Die hinder is slechts een onrechtstreeks gevolg van de milieuvergunning. De verzoekende partijen zetten niet uiteen en tonen dus uiteraard niet aan dat de toename van het verkeer (de "verhoogde trafiek") , die zij verwach- ten, van die aard is dat het om een ernstig nadeel gaat. Inzake de hinder ten gevolge van "pathogene kiemen" in het afvalwater en de verspreiding ervan door de lucht en ten gevolge van over- stromingen met onbehandeld stedelijk afvalwater, geurhinder, geluidsoverlast en de risico's verbonden aan de opslag en het gebruik van grote hoeveelheden chemicaliën, die de verzoekende partijen beweren te zullen ondergaan, beperken zij zich tot het louter poneren van deze beweerde nadelen. De hinder ten gevolge van de mogelijke verspreiding van pathogene kiemen is niet gestaafd en werd overigens niet aangevoerd in enige vroegere fase van de vergunningsprocedure. Ook wat de geur- en geluidshinder betreft, poneren de verzoekende partijen zonder meer dat ze deze zullen ondergaan. Zij wijzen verder naar het arrest nr. 103.898 van de Raad van State waarin dit als moeilijk te herstellen ernstig nadeel werd aanvaard. Evenwel is de inrichting waarvoor nu een vergunning wordt gevraagd niet meer dezelfde als deze die het voorwerp was van de vergunning waarover dit arrest uitspraak deed. Er werden verschillende maatregelen genomen om de geur- en geluidshinder te verminderen, zoals blijkt uit de adviezen van de afdeling Milieuvergunningen en de Gewestelijke Milieuvergunningscommissie. De verzoekende partijen tonen niet aan dat de VII-37.144-7/9 adviezen feitelijk onjuist zijn of dat de maatregelen ondoeltreffend zouden zijn. In die omstandigheden volstaat het niet alleen maar te poneren dat zij geur- en geluidshinder zullen lijden. De risico's verbonden aan de opslag van een grote hoeveelheid chemicaliën zijn evenmin bewezen. De verzoekende partijen tonen bijgevolg niet aan dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit hun een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Er is niet voldaan aan de tweede voorwaarde van artikel 17, § 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  26. Het verzoek tot tussenkomst van de NV AQUAFIN in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  27. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  28. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. VII-37.144-8/9 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig juni tweeduizend en acht, door : de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. E. BREWAEYS. VII-37.144-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.776 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.212.089 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.