id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.778 Rolnummer: A. 146511/VII-31415 Zaak: Arrest 184778 - Milieuvergunningen - 26/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-11 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 08:18 Fiche Arrest nr 184.778 van 26 juni 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 184.778 van 26 juni 2008 in de zaak A. 146.511/VII-31.
- In zake : de NV ISB, die woonplaats kiest bij advocaat W. MERTENS, kantoor houdende te BERINGEN, Scheigoorstraat 5 tegen : de deputatie van de provincie Limburg. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV ISB op 14 januari 2004 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg van 13 november 2003 waarin akte wordt genomen van de melding van de overname door de verzoekende partij van de milieuvergunningen met betrekking tot een perceel, gelegen aan de Boskantstraat 63 te Leopoldsburg; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur J. CLEMENT; Gelet op de beschikking van 5 juni 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 13 maart 2008 waarbij wordt bepaald dat de zaak met toepassing van artikel 90, § 1, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, door één lid van de kamer wordt behandeld; VII-31.415-1/5 Gelet op de beschikking van 8 mei 2008 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 5 juni 2008; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. CAN die, loco advocaat W. MERTENS verschijnt voor de verzoekende partij, en van bestuurssecretaris I. WILLEMS die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het advies van eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De feiten 1.
- Op 15 april 1982 verleent de verwerende partij aan Alfons LUYCKX een vergunning voor het exploiteren van een kippenbedrijf aan de Boskantstraat 63 te Leopoldsburg voor een termijn van dertig jaar. De vergunning heeft betrekking op "twee bestaande kippenstallen (2 x 7.000 legkippen) en een nieuwe stal voor 25.000 legkippen". 1.
- Op 14 mei 1998 stelt de toezichthoudende ambtenaar van de afdeling Milieu-inspectie van het Vlaamse Gewest een proces-verbaal op, waarin wordt vastgesteld dat Alfons LUYCKX de voor de voornoemde inrichting opgelegde milieuvoorwaarden niet respecteert. In dit proces-verbaal wordt onder meer gesteld dat de exploitant facturen voorlegt voor de levering van circa 44.000 kippen, terwijl Alfons LUYCKX slechts een vergunning heeft voor 39.000 kippen. 1.
- Op 30 januari 2003 meldt de verzoekende partij aan de verweren- de partij de overname van het kippenbedrijf van Alfons LUYCKX. 1.
- Op 7 april 2003 verleent de Vlaamse Landmaatschappij een deels gunstig, deels ongunstig advies voor de aktename van de melding van de overname. VII-31.415-2/5 De Vlaamse Landmaatschappij meent dat enkel akte kan worden genomen van de overname van 25.000 legkippen en niet van de twee kleine stallen met elk 7.000 legkippen, omdat de vergunning voor de twee laatstgenoemde stallen zou zijn vervallen. 1.
- Op 14 april 2003 brengt de afdeling Stedenbouwkundige Vergunningen van de administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten & Landschappen-Limburg een gunstig advies uit voor de aktename van de melding van de overname "onder voorbehoud dat de nodige stedenbouwkun- dige vergunningen worden bekomen". 1.
- Op 13 november 2003 neemt de verwerende partij de bestreden beslissing, waarin akte wordt genomen van de overname door de verzoekende partij van, onder meer, een milieuvergunning voor pluimvee met één stal voor het houden van 25.000 legkippen.
- De ontvankelijkheid 2.
- In haar verzoekschrift stelt de verzoekende partij dat de vorige exploitant, Alfons LUYCKX, in de grote stal een legbatterij heeft geïnstalleerd van 37.440 leghennen en de twee kleine stallen gebruikte om "kippen te zetten", waarbij het in 1999 om twee maal 3.000 kippen ging. De verzoekende partij stelt dat zij "de bedoeling (heeft) (...) die twee kleine stallen (...) te (...) gebruiken als sorteerruimte en opslagverpakking voor zover vanzelfsprekend de grote stal met 39.000 dieren kan bezet worden". In het auditoraatsverslag wordt gesteld dat het realiseren van dit voornemen neerkomt op "het verplaatsen binnen een vergunde inrichting in de zin van artikel 2, 4/, van het milieuvergunningsdecreet van 28 juni 1985". Nog luidens het auditoraatsverslag moet de verzoekende partij, indien zij een dergelijke verandering van de vergunning beoogt, zulks aan de vergunningverlenende overheid meedelen overeenkomstig artikel 27, § 2, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (hierna : milieuvergunningsdecreet). Aangezien de overheid in een aktename van de melding van een overname overeenkomstig artikel 19, eerste lid, 2/, van het milieuvergunningsde- creet onmogelijk een verandering in de zin van artikel 27, § 2, van dat decreet kan VII-31.415-3/5 vergunnen en de verwerende partij na een gebeurlijke vernietiging van de bestreden beslissing opnieuw zou moeten beslissen over de melding van de overname van 30 januari 2003, zonder hierbij een verandering te kunnen vergunnen, wordt in het auditoraatsverslag besloten tot de onontvankelijkheid van de vordering wegens gebrek aan belang van de verzoekende partij. 2.
- De verzoekende partij voert evenwel tevens aan dat het feit dat de vroegere exploitant de 39.000 vergunde kippen in 1983 in één of meerdere stallen groepeerde van geen belang is, nu de verdeling per stal geen essentieel element is. Indien deze stelling moet worden bijgevallen, zou dit eventueel kunnen betekenen dat het niet gaat om een wijziging van de vergunning en dat een akteneming van de overname van de vergunning kan volstaan. Over de ontvankelijkheid van het beroep kan dus slechts worden geoordeeld na een onderzoek van de grond van de zaak. Aangezien het auditoraats- verslag is beperkt tot een onderzoek van de ontvankelijkheid, bestaat er aanleiding tot het bevelen van een aanvullend onderzoek, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De debatten worden heropend Artikel
- Het door de auditeur-generaal aan te wijzen lid van het auditoraat wordt gelast met een aanvullend onderzoek van de zaak. Artikel
- De zaak wordt verwezen naar een voltallige kamer. VII-31.415-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig juni tweeduizend en acht, door : de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. E. BREWAEYS. VII-31.415-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.778 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.660 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div