id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 juni 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.849 Rolnummer: A. 187106/IX-5844 Zaak: Arrest 184849 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 26/06/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-29 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-29 08:19 Fiche Arrest nr 184.849 van 26 juni 2008 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 184.849 van 26 juni 2008 in de zaak A. 187.106/IX-
- In zake : Marcellus NYS, die woonplaats kiest bij advocaat L. PANIS, kantoor houdende te GENK, Grotestraat 122 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven, die woonplaats kiest bij advocaat E. JACUBOWITZ, kantoor houdende te BRUSSEL, Tedescolaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Marcellus NYS op 18 februari 2008 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 20 december 2007 van de Directeur-generaal van het Opleidings- instituut van de Federale Overheid waarbij hem wordt meegedeeld dat hij niet geslaagd is voor de certifiëringstest voor de opleiding Beheer van een fiscaal team FI01NL. Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. VAN DER GUCHT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 22 april 2008 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 26 mei 2008; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; IX-5844-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat S. VERBOUWE die, loco advocaat L. PANIS verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat E. DE LANGE die, loco advocaat E. JACUBOWITZ verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur B. THYS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Over de gegevens van de zaak.
- De relevante gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
- De verzoeker is gewestelijk directeur ad interim bij de Federale Overheidsdienst Financiën, Belastingen en Invordering. 1.
- Op 25 juni 2007 legt hij de certifiëringstest af van de opleiding “beheer van een fiscaal team” (niveau A) bij het Opleidingsinstituut van de Federale Overheid (OFO). 1.
- Op 20 december 2007 deelt de verwerende partij bij brief het volgende mee aan de verzoeker : “(...) Op 25/06/2007 heeft u de certifiëringstest afgelegd van de opleiding Beheer van een fiscale (fiscaal) team FI01NL. Om te slagen moest u 60,00% halen. Het spijt ons u te moeten meedelen dat u niet geslaagd bent. U haalde 57,61%. (...).” Dit is de thans bestreden beslissing. IX-5844-2/5 Over de vordering tot schorsing.
- Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 2.
- De verzoeker voert, wat de eerste voorwaarde betreft, als enig middel de schending aan van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen en de schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, inzonderheid het zorgvuldigheidsbeginsel, de materiële motiveringsverplichting en hij voert tevens machtsoverschrijding aan. 2.2.
- Noch uit het aangevoerde middel, noch uit de toelichting bij het middel blijkt, waaruit de ingeroepen machtsoverschrijding bestaat, zodat dit onderdeel van het middel niet-ontvankelijk is. 2.2.
- Luidens artikel 2 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen moeten de individuele bestuurshandelingen uitdrukkelijk worden gemotiveerd. De beslissing die aan de betrokkene wordt meegedeeld, moet niet enkel het dictum bevatten, maar eveneens de redenen op grond waarvan de beslissing werd genomen. De redenen kunnen ook blijken uit de stukken van het administratief dossier, op voorwaarde dat de verzoeker er kennis kon van nemen. Artikel 3 van de genoemde wet bepaalt dat de opgelegde motivering in de akte de juridische en feitelijke overwegingen moet vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen. Deze motivering moet afdoende zijn, wat inhoudt dat de motivering duidelijk met de bestreden beslissing moet te maken hebben en dat zij draagkrachtig moet zijn, wat betekent dat de aangehaalde redenen moeten volstaan om de beslissing te dragen. De betrokkene moet in de hem aanbelangende beslissing of in de stukken van het administratief dossier de motieven kunnen lezen op grond waarvan ze werd genomen, zodat hij kan nagaan of de overheid is uitgegaan van gegevens die in rechte en in feite juist zijn, of zij die IX-5844-3/5 correct heeft beoordeeld, en of zij op grond daarvan in redelijkheid tot haar beslissing is kunnen komen. De motivering moet de betrokkene in staat stellen om met kennis van zaken te oordelen of het zinvol is de beslissing met een beroep te bestrijden. Wat dit laatste punt betreft, blijkt uit het administratief dossier dat de verzoeker in de gelegenheid werd gesteld om alle stukken van het administratief dossier in te kijken. Aldus nam hij kennis van de verbeterde testen van de door hem afgelegde proeven, van de standaard-antwoorden, en van de overige stukken van het administratief dossier, zodat hij met kennis van zaken een procedure kon inleiden bij de Raad van State. 2.2.
- In de toelichting bij zijn enig middel, oefent de verzoeker kritiek uit op de wijze van verbeteren van bepaalde testonderdelen, op de punten en percentage-berekeningen en op de evaluatie en de beoordeling van de antwoorden die hij gaf op bepaalde onderdelen van de afgelegde proeven. De Raad van State vermag zich niet in de plaats te stellen van het bestuur bij het verbeteren en evalueren van testonderdelen. Ter zake kan en mag de Raad enkel een marginaal toetsingsrecht uitoefenen, in die zin dat hij enkel nagaat of de antwoorden die de verwerende partij geeft op de kritiek die de verzoeker levert op de wijze van evalueren en verbeteren van de verschillende proeven, redelijk verantwoord zijn. De kritiek van de verzoeker op de verbetering van de verschillende proeven, kan als volgt worden samengevat:
- Er werd geen rekening gehouden met het feit dat één meerkeuzevraag werd geschrapt, zodat het behaalde percentage niet werd berekend op een totaal van 75 punten, maar wel op 74 punten.
- De antwoorden van de verzoeker op test vijf zijn volgens hem correct, zodat hij op deze test 1,5 punten meer verdient.
- Het antwoord op test zes bevat volgens de verzoeker de vijf gevraagde items, met name : (“specifiek, meetbaar, aanvaardbaar, realistisch en tijdsgebon- den”), zodat hij recht heeft op een bijkomend punt. De verwerende partij antwoordt op voornoemde punten zorgvuldig, uitvoerig en exhaustief in haar nota op basis van de stukken van het administratief dossier, en haar antwoorden zijn op het eerste gezicht pertinent, volledig, deugdelijk en afdoende, zodat het enig middel in de mate dat het ontvankelijk is, niet ernstig is. IX-5844-4/5 2.2.
- Er is bijgevolg niet voldaan aan de eerste voorwaarde van voornoemd artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te verwerpen. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 26 juni 2008, door : de HH. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. D. MOONS. IX-5844-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.849 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.210.086 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.